summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:37:05 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:37:05 -0700
commit8f21ec9227c1c5460c308ab038fb3ebda582ebdf (patch)
tree8a97d9d758459408c7fe865d82639ffddfe7220f
initial commit of ebook 11500HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--11500-0.txt3531
-rw-r--r--11500-8.txt~3950
-rw-r--r--11500-8.zip~bin0 -> 80746 bytes
-rw-r--r--11500.txt~3950
-rw-r--r--11500.zip~bin0 -> 80633 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/11500-8.txt3950
-rw-r--r--old/11500-8.zipbin0 -> 80746 bytes
-rw-r--r--old/11500.txt3950
-rw-r--r--old/11500.zipbin0 -> 80633 bytes
12 files changed, 19347 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/11500-0.txt b/11500-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..c1a7ab8
--- /dev/null
+++ b/11500-0.txt
@@ -0,0 +1,3531 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11500 ***
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+(10 Oktober 1914)
+door Jozef Muls
+
+
+
+
+
+Inhoudstabel
+
+Bldz.
+
+I. De Laatste Dagen van den Vrede
+II. De Oorlogsverklaring
+III. Bij de Burgerwacht
+IV. In de Celgevangenis
+V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen
+VI. In en Om de Forten van Antwerpen
+VII. De Zeppelin
+VIII. De Verspieder
+IX. In de Ambulances
+X. De Zelfmoord
+XI. Antwerpen Hoofdstad
+XII. Het Uitzicht der Straten
+XIII. De Stijgende Neerslachtigheid
+XIV. De Beschieting der Forten
+XV. Inferno
+XVI. Rond de Stad
+XVII. Op Sint-Michielstoren
+XVIII. Een Nare Dag
+XIX. De Kardinaal te Antwerpen
+XX. De Groote Vooravond
+XXI De Aankondiging van het Bombardement
+XXII. De Laatste Uren
+XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend
+XXIV. Op den Weg der Ballingschap
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+door Jozef Muls
+
+
+
+I-De Laatste Dagen Van Den Vrede
+
+
+
+Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de
+hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde
+het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het
+was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche
+ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort
+naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij
+wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder
+de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende
+machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken
+dooreen gingen woelen als in een maalstroom.
+
+'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle
+torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten.
+De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel,
+boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver
+en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu
+den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden
+gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui
+voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen.
+De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep
+in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot
+deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot
+vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet
+regelmatig aan huis verwittigd worden.
+
+Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te
+bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke
+soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen
+zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen,
+van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer-
+passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw
+en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een
+drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande
+oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel...
+
+De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het
+loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der
+Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te
+wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen-
+gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw
+rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne
+beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien
+hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden
+huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve
+burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware
+pakken naar huis te dragen.
+
+De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter-
+eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe
+had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd,
+met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden
+jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het
+onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders
+die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe
+van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen
+in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten
+waren vol verschrikking.
+
+Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is
+van alle geweldige dingen die met ons gebeuren.
+
+Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan
+worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met
+nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde,
+de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle
+leven, het stille en zekere wentelen van de dagen.
+
+En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict
+zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo
+nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren
+wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend
+en beschermd?
+
+Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie
+de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons
+zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het
+lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van
+onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De
+schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de
+bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak
+van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig,
+tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en,
+in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren
+bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn
+werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van
+de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na
+het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van
+Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers
+beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar
+literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts,
+getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf.
+
+Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en
+Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het
+noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner
+dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen
+glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten
+waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik
+mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt
+uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall
+waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens
+en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't
+midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie
+engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en
+oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief
+van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de
+rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit
+nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten
+boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe
+hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en
+dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die
+alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en
+gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms
+hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje,
+in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige
+ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de
+grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne
+trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken
+wellust in de warme gulden zon...
+
+Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren
+aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden
+daar voor mij met kommervolle gezichten.
+
+--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België
+zal worden overrompeld."
+
+Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer
+buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit
+mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen:
+overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting...
+
+Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken,
+bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met
+al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de
+wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe
+goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de
+erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn
+dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden...
+
+Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik
+voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons
+land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote
+bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren
+maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het
+harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van
+duister-woelende gedachten en onbestemde angsten.
+
+Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te
+Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang
+gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het
+was de onvermijdelijke oorlog.
+
+Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond,
+den laatsten avond van den vrede.
+
+
+
+
+II-De Oorlogsverklaring
+
+
+
+Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar
+Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De
+Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de
+militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne.
+
+Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die
+de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik
+menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch
+Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en
+Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat
+klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal
+aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de
+burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir
+stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop
+met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en
+wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen
+terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk
+verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke
+menschen-slachting.
+
+Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in
+de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over
+versterkte steden en maanden-lange belegeringen.
+
+Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam,
+geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch
+wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De
+natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen
+geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver
+en staag gemurmel van het dennenbosch.
+
+Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de
+koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het
+was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch
+zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten
+wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd
+ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en
+geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend
+zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis
+geworden.
+
+Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij,
+als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij
+snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor
+eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land
+werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting.
+
+Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er
+groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor
+de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven,
+blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald.
+
+De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu
+bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had
+gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame
+België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer
+regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag
+op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou
+worden afgeweerd.
+
+Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers
+langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog
+voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op
+vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de
+antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische
+legers rukten op Kœnigsberg af, maar de bezetting van hollandsch
+Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven...
+
+Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch
+zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't
+gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen
+toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der
+natuur.
+
+Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren
+droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein
+kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten
+er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was
+dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen
+lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het
+nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland
+vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche
+troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten
+ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing
+gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé.
+
+Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op
+het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de
+buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons
+Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale
+trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan
+het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen
+herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij
+wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de
+grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te
+verdedigen.
+
+Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land
+en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de
+wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te
+beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde.
+In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche
+gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij
+nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis
+van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren
+steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en
+heerschzuchtigheden.
+
+Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten.
+Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor
+goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die
+vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden
+op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche
+omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de
+wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den
+reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die
+stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den
+onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven
+voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter
+nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het
+verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van
+die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha,
+maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en
+Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst
+van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had
+en nooit ten onder was gegaan.
+
+
+
+
+III-Bij De Burgerwacht
+
+
+
+Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was
+ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining
+van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden
+onder algemeen legerbevel.
+
+Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er
+levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn
+leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de
+inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de
+burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht
+deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den
+oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken.
+Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de
+kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen
+was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van
+de landsverdediging te weten in dezen grooten nood.
+
+Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de
+vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik
+voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik
+herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren
+bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren.
+De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en
+geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den
+schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm
+omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende
+stilte.
+
+Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire
+gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten
+verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de
+poort de orde handhaven.
+
+Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de
+berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij
+gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen
+oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment,
+die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche
+ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner
+manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd.
+Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere
+richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene
+eenzame straat, waar het regende...
+
+Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen
+af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der
+groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed
+neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te
+liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van
+iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn
+ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben
+in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim
+voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke
+misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan
+door het halfduister een kloosterzuster voorbij.
+
+Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren
+rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet
+veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de
+stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de
+herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van
+Berchem naar de kazerne stappen.
+
+Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel
+een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden
+droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange
+blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden
+opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een
+feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der
+waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun
+zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte
+koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland
+was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen
+half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk
+en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te
+Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten
+werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en
+gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende
+duitsche huizen.
+
+Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn
+hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren
+bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of
+daar een post te bezetten.
+
+Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want
+wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen
+over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik
+keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien,
+was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken.
+Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan...
+
+Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had
+ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's
+probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan
+geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag
+hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten
+dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de
+kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt,
+in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende
+kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht
+betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der
+genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor
+naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de
+sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het
+deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der
+dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen
+waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden
+roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn
+der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger
+uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad.
+Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen,
+tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het
+waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen
+afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van
+de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door
+de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange
+reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn
+voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder.
+Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde
+de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem.
+Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje,
+klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen.
+Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits.
+Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een
+geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die
+duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze
+geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van
+een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den
+mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen,
+laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het
+mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen
+worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het
+licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over
+den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij
+verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op
+wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het
+wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren
+verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets
+kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig
+vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de
+open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de
+hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood
+begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval
+der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een
+loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van
+prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen
+gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels
+op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met
+hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den
+wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen.
+Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten.
+Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk
+sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen
+werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den
+rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een
+genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik
+voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger
+en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene
+ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het
+vaderland dienen?
+
+
+
+
+IV-In De Celgevangenis
+
+
+
+Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou
+blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht
+om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was
+eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis,
+waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde.
+
+Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het
+was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de
+substituut, een commandant der jagers, een luitenant der
+gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen
+wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en
+weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken
+de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van
+Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid
+in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet
+van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn
+opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen
+verloren in de algemeene ontreddering van de wereld!
+
+Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't
+gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij
+dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het
+niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na
+verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per
+speciale trein naar Holland gevoerd.
+
+Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen
+die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer
+verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar
+huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een
+cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties
+zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met
+den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit
+werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne
+houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden
+moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme
+stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende
+op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade
+riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb
+den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er
+waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat
+hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende
+druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo
+menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein,
+bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat
+men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met
+vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten
+aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp
+te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten
+reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een
+doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en
+kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op
+zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen
+waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte
+dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen
+gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste
+hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne
+tranen op mijne vingers.
+
+Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als
+danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit
+de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het
+tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes
+op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele
+maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein
+borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en-
+groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen
+gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen.
+Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er
+medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden
+genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis
+mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil-
+lachend dankten.
+
+Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te
+doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de
+groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen
+burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers
+binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken
+verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren
+of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al
+wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de
+vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn
+gangen had mogen gaan.
+
+Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten.
+In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn
+tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het
+minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren
+voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen
+vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een
+die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn
+cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling
+overhandigde met nog vochtige oogen.
+
+Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te
+onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus
+1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het
+heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24
+Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden
+ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche
+linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te
+Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd
+hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het
+gerucht van den val der forten te verspreiden.
+
+Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit
+den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van
+Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche
+kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal
+met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna
+het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar
+wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij
+ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden
+verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en
+rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe
+zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der
+salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij
+hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog
+dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe
+eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der
+koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen,
+met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die
+nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder
+het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden,
+nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren
+helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met
+verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een
+gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling
+der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam
+het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun
+eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te
+maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't
+gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende
+griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie
+nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen
+bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele
+aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post
+vervoegen.
+
+Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant
+der gendarmerie:
+
+--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik,
+dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan
+het onvermijdelijke dat zou gebeuren.
+
+
+
+
+V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen
+
+
+
+De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene
+schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de
+wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld?
+Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der
+stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder
+meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die
+harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles
+in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid
+ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar,
+schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en
+fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle
+hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de
+Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar.
+Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan?
+Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de
+vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn
+dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat
+eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet
+aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten
+huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet
+weldra omverwerpen?
+
+Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't
+veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten
+waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed
+gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo
+gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd
+van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie-
+maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en
+kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland
+zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte
+schade rijkelijk moeten betalen.
+
+Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst
+te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen
+keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs
+de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige
+huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand
+in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen:
+de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der
+Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond
+Lemberg en Kœnigsberg. Misleid door de al te optimistische
+belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar
+Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België
+en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn,
+toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen
+langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis
+waren...
+
+Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in
+de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk
+niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die
+Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de
+overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de
+Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had
+gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare
+weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk
+werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van
+Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden
+en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld
+achterlatend.
+
+Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen
+van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in
+werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost
+van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons
+tijdig hadden moeten ruggesteunen.
+
+De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe,
+daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn
+linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die
+reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op
+18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en
+het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te
+Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt.
+Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de
+kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons
+leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en
+dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet.
+
+Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er
+gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld
+worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke
+wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de
+brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant
+en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde
+bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de
+aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren.
+De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van
+het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten
+ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van
+burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes,
+moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo
+werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van
+barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik,
+ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en
+steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving
+of de voortstuwende lava van een vuurberg.
+
+Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de
+menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden
+vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van
+dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van
+de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons,
+niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der
+duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering
+van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets
+van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg.
+Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn.
+
+Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien
+hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden?
+Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden
+gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche
+aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire
+verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger-
+vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar
+geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg
+gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle
+waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er
+anders over en ons volk bleef onwetend.
+
+Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche
+kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met
+verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts
+met moeite van de werkelijkheid overtuigen.
+
+De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de
+groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de
+Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch
+ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het
+hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims!
+Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar
+gingen wij toch heen?
+
+Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De
+vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit
+boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen
+grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke
+vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe
+de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10
+rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en
+riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad?
+Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der
+gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de
+scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen
+kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In
+de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht.
+Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der
+menschen die zongen de "Brabançonne".
+
+
+
+
+VI-In En Om De Forten Van Antwerpen
+
+
+
+Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en
+verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij
+bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af.
+
+Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn,
+Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de
+verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad
+overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte
+kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere
+gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in
+verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met
+hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde
+stellingen toch nog in staat van verweer te brengen.
+
+Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het
+Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het
+waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone
+boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der
+bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt
+worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun
+uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op
+kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige
+eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene
+reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken
+uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land
+tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het
+andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte,
+waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar
+een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een
+wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog.
+
+Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste
+bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en
+weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over
+groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er
+werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege
+tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds
+moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge
+wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon
+men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of
+speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten
+met gevelde bajonet.
+
+Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den
+buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de
+steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag
+wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te
+Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten
+onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee
+gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs-
+gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar
+tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch.
+
+Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door
+de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor
+aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de
+kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De
+prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het
+spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en
+rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog
+nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na
+korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een
+menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen
+het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze
+gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo
+dacht ik toen...
+
+Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de
+forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote
+molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende
+takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger
+bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand
+tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de
+wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en
+mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de
+papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol
+kappende, zagende en brandstokende soldaten.
+
+De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven.
+Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij
+nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der
+weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte
+huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de
+blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van
+een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor
+ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam
+alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat
+men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God
+en 't was toch oorlog!
+
+Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof
+openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen.
+Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol
+zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en
+vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje
+begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De
+zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den
+hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het
+witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak.
+Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord
+van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn
+en dat hun niet meer toebehoorde...
+
+Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren,
+maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die
+gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden
+gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote
+huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij
+plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken.
+Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig
+in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die
+nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten
+waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de
+vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan.
+
+Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de
+keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij
+dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag
+nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol
+ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen
+handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon-
+buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te
+ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen.
+
+Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken.
+Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven
+zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot
+Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er
+niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit
+Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte,
+speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op
+het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en
+pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische
+impressie.
+
+
+
+
+VII-De Zeppelin
+
+
+
+De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen.
+Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als
+ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen.
+Zoo was het althans voor mij.
+
+Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in
+mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de
+keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort
+daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den
+marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique
+van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons
+te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons
+land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het
+uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden.
+
+Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij
+wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te
+lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht
+viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele
+zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede,
+alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood-
+mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele
+glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der
+wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes
+in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud-
+grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de
+mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood
+leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest
+opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met
+mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn
+bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en
+die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan
+beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn
+oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik
+droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle
+rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van
+Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling
+waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker.
+
+Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een
+onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam
+terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten.
+Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing
+kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik
+werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en
+liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar
+deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende
+licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden
+der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door
+den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken
+verdwaasd en verschrikt.
+
+--"Het is de beschieting!"
+
+--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten."
+
+--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers
+tegen elkaar rollen in een hand.
+
+Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien.
+Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers
+in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een
+Zeppelin was.
+
+Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar
+steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als
+bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van
+bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van
+ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten,
+waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden.
+
+Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de
+groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde
+silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den
+vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters
+open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de
+richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen.
+
+'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er
+was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen
+waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de
+Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden
+gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths
+gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den
+grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie
+straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan
+spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10
+menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non-
+combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk
+was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd
+het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar
+beneden spoot.
+
+Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen
+waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van
+de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek
+te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het
+koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het
+Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven
+daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de
+jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was
+afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun
+leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis
+had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als
+eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid
+brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats
+naast den Koning in te nemen.
+
+De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het
+ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een
+buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en
+kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van
+het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl
+de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in
+de straten openkraakten.
+
+De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings-
+middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne
+kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen
+werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand
+werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te
+gaan.
+
+Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in
+de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en
+werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der
+huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door
+politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en
+pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken
+avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die
+nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen.
+
+Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten
+nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn
+boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren.
+De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten
+waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende
+een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels
+hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen
+van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als
+een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig-
+slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de
+verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote
+gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels
+gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels
+die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van
+rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de
+stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange
+schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel
+geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een
+wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter
+de huizen in den zwarter wordenden nacht.
+
+Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme
+buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet
+zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het
+stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van
+een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de
+donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had
+zien aankomen.
+
+De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime
+dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht
+naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het
+lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een
+luchtschip.
+
+Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het
+maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker-
+opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen
+tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en
+cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan-
+beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart
+over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den
+roosachtigen gevel van het stadhuis.
+
+De beiaard zong niet meer.
+
+
+
+
+VIII-De Verspieder
+
+
+
+Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar
+Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek
+eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren
+aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet
+langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne
+aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was,
+burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij
+te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die
+verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het
+belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door
+een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de
+hand in dat spel te hebben.
+
+Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs-
+auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde
+op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er
+onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van
+hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?"
+kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en
+twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn
+angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn
+onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren
+zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood.
+
+De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter
+plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen
+bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden
+geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een
+commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform
+en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den
+vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn.
+
+Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie
+daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene
+onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen
+van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en
+Eppeghem gevochten had.
+
+In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij
+uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende
+stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden
+en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw
+en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog
+op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen
+der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden
+de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen.
+
+Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter
+wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van
+schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige
+en machinale van den duitschen krijg.
+
+Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van
+geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en
+de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd
+werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen
+tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval
+geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en
+de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem.
+Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval
+niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan
+deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met
+moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers.
+
+Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor
+ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen
+over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische
+spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee
+een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield
+bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig
+aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het
+getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien
+het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was
+halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij
+nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en
+voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden.
+
+Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het
+strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen
+weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en
+kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en
+laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten
+delven.
+
+Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen
+wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De
+uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te
+herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen
+van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De
+infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen
+dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes
+van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond
+schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden
+langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen
+met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers
+onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken
+wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren
+liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op
+bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den
+witten band met het roode kruis rond den arm.
+
+Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij
+nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten
+om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen.
+In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen,
+arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd.
+
+Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de
+wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette
+dorpen bedreven.
+
+In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door
+het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger
+mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen
+voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd
+met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig.
+
+Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar
+ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere
+verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar
+Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre
+tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het
+begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er
+nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de
+velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een
+rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat
+eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren,
+O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende
+straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als
+wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog?
+
+
+
+
+IX-In De Ambulances
+
+
+
+Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte
+zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans
+college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens
+ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van
+den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de
+huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef
+een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der
+ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds
+herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat
+op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van
+den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke
+stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de
+genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime
+luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een
+meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het
+zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen
+en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden
+aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten
+samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren.
+
+Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en
+maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en
+de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden
+zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel.
+
+In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles
+van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met
+de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de
+voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes
+in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat
+ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest-
+offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in
+geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht
+van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal
+gekwetsten was in aantocht.
+
+Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche
+bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan
+gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om
+den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De
+Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers
+geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op
+Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand
+werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar
+in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en
+eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze
+troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September
+ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de
+talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters
+konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd.
+
+Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn,
+was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die
+behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu
+reeds de open poort der ambulance binnengedragen.
+
+Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond,
+wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden
+nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend,
+beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er
+waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten.
+Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen
+rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte
+menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig
+verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te
+nemen.
+
+Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been.
+Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels.
+
+Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van
+den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De
+doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik
+ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de
+jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond
+ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch
+kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een
+shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde
+begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen...
+
+Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de
+berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde
+lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die
+den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen
+gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die
+stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die
+beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt.
+
+Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de
+zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid
+te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun
+bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij
+vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede,
+van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet
+meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen
+zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij
+zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het
+was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot
+op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn
+of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen.
+
+Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden
+vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed
+had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel.
+Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht
+van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen
+hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp.
+Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en
+mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche
+stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne
+mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze
+schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden,
+hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste
+huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw
+begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne
+kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in
+mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst
+als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij
+vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden
+die niet te lezen stonden in de bladen.
+
+Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in
+het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een
+nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de
+koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met
+stille fluisterstem trachtte te sussen.
+
+
+
+
+X-De Zelfmoord
+
+
+
+Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de
+stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg
+andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht.
+Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn
+gevallen.
+
+En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die
+duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van
+larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren
+achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en
+grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als
+eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in
+zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een
+moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk...
+
+En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van
+den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere
+lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van
+witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof
+gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van
+den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan.
+
+Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke
+van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een
+vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke
+dat ik zou ontmoeten.
+
+De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de
+waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood
+aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar
+doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof?
+
+Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen
+en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat
+waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een
+donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan
+het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende.
+Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan
+staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht
+gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten
+woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan
+den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten
+over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door
+een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten
+die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was--
+tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de
+Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op
+vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de
+Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht
+opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand
+aanvielen.
+
+Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de
+Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis.
+Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister
+der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een
+vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die
+donkere muren!
+
+Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De
+arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht.
+Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als
+het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind
+huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster.
+Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken
+nacht?
+
+Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort,
+laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der
+Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in
+een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het
+heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel
+van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen
+plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht
+in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw.
+
+Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging
+op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen
+moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg
+een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik
+vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op
+onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met
+snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar
+huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van
+schrik was weg gevlucht.
+
+"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..."
+
+Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend
+snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan.
+De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij
+waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij
+aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was
+een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur
+en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht
+vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede
+lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend
+staan bleef.
+
+--"Boven! Boven" jammerde zij.
+
+ Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen,
+op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen
+schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de
+tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram
+moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een
+stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met
+mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De
+man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij
+zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op
+adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den
+dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de
+duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als
+van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de
+donkere huizen langs.
+
+
+
+
+XI-Antwerpen Hoofdstad
+
+
+
+Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad.
+Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige
+gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën
+Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van
+ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen,
+Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten
+geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot,
+Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom
+verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd
+afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons
+land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond
+Antwerpen.
+
+Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht
+Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af
+en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den
+stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer
+kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren
+van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt
+van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen
+zouden komen te staan.
+
+Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de
+strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De
+vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot
+verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog
+steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare
+gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten.
+Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te
+vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het
+geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen
+werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht
+gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch
+Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten.
+Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het
+burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden.
+Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal
+voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen.
+Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform,
+dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde.
+
+Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het
+bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er
+een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen
+ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en
+Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten
+luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't
+licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten
+gaf het uitzicht aan de straten.
+
+Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht,
+van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een
+onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het
+Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der
+regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten.
+Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen
+genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis
+voor den Senaat in te richten.
+
+Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden
+van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne
+dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis
+bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar
+doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de
+poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer
+de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap
+aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef
+een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken
+dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op
+weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten
+op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging
+bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor,
+waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in
+het hooge gestoelte van blinkend ouden eik.
+
+Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op
+de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de
+hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof
+het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn
+mond in den milden vierkant-geschoren baard.
+
+De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche
+plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon
+men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of
+buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag
+zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen
+zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije
+Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte
+ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de
+winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met
+afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een
+papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert
+erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg.
+Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen
+van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag
+door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den
+Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te
+plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der
+limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en
+verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde
+Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken.
+Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en
+had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen
+bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden.
+
+Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St-
+Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen
+equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de
+benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende
+dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien
+uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van
+mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren
+door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit
+Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland
+te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto
+te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten
+minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in
+Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden
+ontruimd.
+
+De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het
+natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder
+kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats
+zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door
+de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de
+restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in
+een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische
+lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den
+wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of
+een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe
+rookspiralen door de halle ging zweven.
+
+
+
+
+XII-Het Uitzicht Der Straten
+
+
+
+De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met
+kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor
+deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van
+het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld
+waar wat te oogsten viel.
+
+Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met
+vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen,
+aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers.
+
+Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten
+voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd
+was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op
+zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of
+tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's
+bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij
+tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en
+de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan
+de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op
+bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met
+voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met
+verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke-
+drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of
+luchtschepen of uniformen der verbonden legers.
+
+De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze
+boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet
+meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene
+manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte
+knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter
+het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij
+afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen
+aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op
+den buiten.
+
+De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters,
+apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die
+zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht
+van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten
+neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de
+menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of
+oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene
+bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne
+vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de
+stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en
+gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid
+waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de
+lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil
+van 't land of 't behoud des konings van afhing.
+
+Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van
+volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker
+"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon
+er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit-
+omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het
+terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig
+was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht
+kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al
+de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts
+gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte.
+Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok
+een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij
+hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij
+zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde
+op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen
+Antwerpen en de kust vrij te houden.
+
+Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red
+Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het
+automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden
+auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden
+opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot-
+zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in
+betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig
+bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden
+die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te
+midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer
+geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier
+wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon.
+Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was
+geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een
+auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond
+Herenthals.
+
+Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde
+ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat
+tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot
+voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er
+telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten
+angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk
+om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest
+te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen
+de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak.
+
+Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche
+landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit
+de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen
+in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen
+dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan
+volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers
+stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende
+de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der
+landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde
+gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een
+buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen
+de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en
+tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en
+uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de
+stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde,
+waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in
+die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé,
+Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en
+zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten
+deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten
+balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door
+Rome werden gevoerd.
+
+
+
+
+XIII-De Stijgende Neerslachtigheid
+
+
+
+Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was
+bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk
+uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen
+die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe
+verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den
+overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken,
+toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd
+genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden
+opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht
+zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds
+omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood
+brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende
+gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een
+dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen
+geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester
+werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar
+Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag,
+van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden
+vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in
+de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de
+bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners
+en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de
+overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of
+broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was
+gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons
+leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare
+vesting?
+
+Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis
+te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik
+hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden
+gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die
+kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na
+het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne
+kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken
+van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet
+vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren
+kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met
+schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er
+waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten
+voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande
+beschutting.
+
+Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig
+nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste
+gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven.
+Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan
+troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een
+oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten.
+De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille
+gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in
+eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen
+worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de
+wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van
+nog te gebeuren wee niet was te overzien.
+
+Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan
+een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten
+en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens
+verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen
+kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het
+leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het
+was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet
+waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige
+wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde,
+onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige
+te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der
+nieuwe tijden zou groeien...
+
+Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen
+onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze
+beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden
+naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het
+sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was,
+dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama
+van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar
+nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest
+weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag
+hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het
+wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten-
+curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en
+tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester
+onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers
+de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het
+Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat
+een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone
+lichaam van den Gekruisigde.
+
+Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag
+naderend einde.
+
+
+
+
+XIV-De Beschieting Der Forten
+
+
+
+De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September
+hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen.
+Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk
+geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het
+geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht
+weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit-
+vermoed geweld.
+
+Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige
+leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen
+den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van
+zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders.
+Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan
+de uiterste grenzen der antwerpsche vesting.
+
+Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het
+onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet
+goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap
+en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag
+gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer
+opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het
+gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij
+waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten
+gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel
+door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden
+bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste
+poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk
+oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht...
+
+Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of
+geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze
+gepantserde borstweer werden toegebracht.
+
+Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan
+'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers
+elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht.
+
+Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere
+advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den
+krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche
+handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in
+hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel
+den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de
+gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den
+algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het
+ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij
+hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke
+dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene
+kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien
+onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur
+van den onwederroepelijken ondergang.
+
+Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier
+was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de
+strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot
+Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier
+en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te
+twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur.
+
+De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er
+meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van
+het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht,
+de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met
+de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te
+midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote
+verslagenheid begon in de stad te heerschen.
+
+In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de
+Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een
+bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een
+duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch
+luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de
+vijand mogelijk teruggeslagen?
+
+Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een
+zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die
+hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te
+verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog
+reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis
+vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen
+had moeten wijken en op 28 September het bombardement van
+Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42
+cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog
+die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt.
+
+"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat.
+Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op
+béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen
+neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen
+van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij
+die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene
+verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een
+vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode
+vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan
+overal op de vlucht onder een regen van shrapnels."
+
+Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend,
+voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en
+tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten-
+verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen
+dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig
+stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met
+verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand
+ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid
+verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo
+moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij
+van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan
+den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben
+om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te
+houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers
+wel!
+
+Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs
+meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws
+als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien
+dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd
+aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te
+denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen?
+Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander
+nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders
+en die moesten worden aangeklaagd.
+
+
+
+
+XV-Inferno
+
+
+
+Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in
+de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen.
+Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van
+hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk
+verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag
+een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig-
+verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal
+voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar
+soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in
+een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog
+over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot
+keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt.
+
+Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne
+Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met
+een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel
+onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen
+op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van
+Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen,
+vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een
+reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd.
+
+Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de
+tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig-
+aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat
+alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van
+onzeggelijke en gruwzame wildernis.
+
+Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die
+uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne
+gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke
+dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren
+gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie
+vervolgde.
+
+Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog
+bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet
+meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de
+aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een
+aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te
+midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als
+een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm.
+Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren
+joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts
+naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo
+begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de
+wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo
+vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen."
+Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve-
+betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van
+een reusachtigen plethamer.
+
+Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat
+aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten
+onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1
+October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk
+gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk
+genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en
+Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen
+Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven.
+
+De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht
+bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden
+wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken.
+Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te
+verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der
+vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger
+overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra
+achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig
+toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten
+te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij
+zou weten waar hem aan te klagen.
+
+Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke
+gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu
+toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land
+kon beslist worden.
+
+Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met
+een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of
+ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote
+overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van
+tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het
+vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche
+vesting.
+
+
+
+
+XVI-Rond De Stad
+
+
+
+Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te
+overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten.
+
+Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met
+een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde,
+zuidwest van Antwerpen.
+
+Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig
+nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De
+harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch-
+groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te
+beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van
+den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken.
+
+Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag,
+over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto
+'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan
+volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken
+en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen
+nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde
+aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd.
+Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht:
+amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten,
+aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en
+wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering
+die dagelijks door een leger verslonden wordt.
+
+Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege
+gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun
+burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen
+klonken schreeuwerig door de lucht.
+
+Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de
+Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn
+witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk
+uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de
+aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom.
+Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een
+muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van
+morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken
+oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de
+bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden,
+gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar
+Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun
+leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was
+er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden
+weerzien.
+
+Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem,
+kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar.
+Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten
+boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste
+ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist
+nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden
+sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over
+de Nethe had gedreven.
+
+Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In
+den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het
+Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag
+der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten
+gemaakt voor den aftocht van het leger.
+
+Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een
+kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door
+de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had
+van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord
+eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten
+of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een
+zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht.
+
+Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen
+de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik
+eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde.
+Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden.
+Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn
+werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het
+was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria,
+Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen
+die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van
+goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde...
+Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den
+vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was
+toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote
+droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn
+verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het
+gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens,
+over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die
+eens toch mijn bezit was?
+
+Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele
+schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water
+van den vijver.
+
+Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds
+vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste
+treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar
+de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was
+een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en
+met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden
+langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis
+voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie
+bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik
+niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik
+nam mijn plaats in nevens den voerman.
+
+In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde-
+poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de
+kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren
+werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren
+uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort
+van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot
+Antwerpen.
+
+Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was
+rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan.
+
+
+
+
+XVII-Op Sint-Michielstoren
+
+
+
+Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen
+met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op
+het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren
+te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den
+horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst
+dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De
+strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede
+verdedigingslijn.
+
+De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en
+weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond-
+geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen.
+
+Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde
+eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar
+tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre
+dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht.
+Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den
+einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en
+naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen
+van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit,
+alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn
+vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den
+horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van
+witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode
+lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen
+en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel
+steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst
+ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als
+een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef.
+Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw.
+Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes
+der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven,
+ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de
+belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn.
+
+Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk
+van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het
+staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs
+gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte.
+Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig.
+
+Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels
+opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot
+op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk
+nu, heel nabij, als het gedreun van orgels.
+
+De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester-
+galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en
+naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het
+Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver
+met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en
+het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de
+olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten
+toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn
+redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen
+tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam
+nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van
+den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en
+kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van
+Sint Anna.
+
+Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren
+afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en
+ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die
+groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook
+eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk
+stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan
+geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was
+van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was.
+
+Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten
+liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met
+eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en
+nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn
+morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met
+weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen-
+hoopen konden worden neergebeukt.
+
+Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche
+kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer
+toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven.
+Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op,
+de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het
+fluisterstille kabinet.
+
+Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde
+hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube
+snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden.
+Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren
+reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen.
+
+Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl
+wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende
+wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig
+verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien
+neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel
+onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer
+tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur
+nog niet gekomen was?
+
+Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die
+onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en
+naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over
+heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets
+bitters meer indien het zoo beschikt was.
+
+De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en
+verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der
+hemeldiepten. De kanonnen zwegen.
+
+Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een
+kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten
+uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van
+Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat
+nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten
+zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen.
+
+
+
+XVIII-Een Nare Dag
+
+
+
+Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van
+het beleg van Antwerpen.
+
+Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde
+gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen
+moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was
+nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden!
+
+Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van
+Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere
+bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger
+waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk
+verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier
+lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was
+in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste
+verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft
+en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd
+verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe
+teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn
+zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om
+de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar
+Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen
+het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen.
+Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele
+dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast
+mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is
+slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren
+misschien."
+
+Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in
+twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest
+die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke
+verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend,
+alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond.
+
+Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten
+volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend!
+Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de
+ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen
+heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat
+de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de
+oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid
+als de laatste korrels van den Zandlooper.
+
+Er was niets meer aan te doen!
+
+O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier
+nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle
+werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de
+menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude
+huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol
+oude rust en zekerheid.
+
+De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en
+Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen
+vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend
+geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de
+trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene
+pracht en schittering.
+
+De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van
+andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij
+is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen
+er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en
+Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar
+gewend.
+
+Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene
+liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was,
+heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en,
+varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het
+scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de
+eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede
+en kalme Schelde...
+
+En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet
+haar te redden ten koste van hun bloed...
+
+Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de
+Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn
+overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare
+onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken,
+met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van
+Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van
+een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en
+Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen
+feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar
+heiligdom!
+
+Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen.
+
+Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten.
+Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met
+de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het
+ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange
+verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die
+gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling
+der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben.
+Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat
+onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste
+pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als
+door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de
+hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos
+gingen loopen met een borst vol nijpend wee.
+
+Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn
+schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het
+Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van
+Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust
+en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte
+komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar
+eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre-
+koele boomen?
+
+Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten
+door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck,
+de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten
+der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat
+de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht
+sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde
+karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en
+schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en
+duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd.
+Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het
+Westen liepen nog de eenige vrije wegen.
+
+Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te
+geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad.
+
+Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers
+waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid.
+De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene
+nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen
+van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude
+trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen
+en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner
+snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en
+geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte.
+Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten
+toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken
+waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en
+reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der
+Suikerrui.
+
+Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste
+kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen
+werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche
+admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds
+overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere
+wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered!
+
+Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden
+van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes.
+Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist
+dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000
+engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet
+voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De
+avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de
+deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit-
+gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde
+begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het
+aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van
+Antwerpen riepen om genade.
+
+
+
+
+XIX-De Kardinaal Te Antwerpen
+
+
+
+O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de
+boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele
+klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die
+luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van
+feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor
+de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie
+maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu
+kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en
+rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij
+die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle
+torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere
+bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden
+schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in
+alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde
+klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter
+om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef
+niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een
+mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen
+ons leed.
+
+Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke
+gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven
+het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en
+dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus.
+Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere
+vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en
+parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen
+die vergaan.
+
+Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene
+verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te
+komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die
+bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging?
+
+Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote
+straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de
+Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en
+klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't
+rumoer.
+
+De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst
+van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het
+meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de
+menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te
+vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags
+de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een
+macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't
+Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de
+orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten
+geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de
+verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde
+weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de
+imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen
+duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken
+die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid
+van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte
+en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste
+zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de
+Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven
+de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die
+Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld.
+
+Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer
+uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene
+eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf.
+Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht,
+die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de
+antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het
+behoud der stad in haren uitersten nood.
+
+Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met
+moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te
+leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven
+beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L.
+V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit-
+marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en
+de choralen zongen.
+
+Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den
+Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde.
+
+Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus
+college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar
+lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De
+oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde
+gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe
+oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het
+vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange
+grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden,
+goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin.
+De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de
+mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch
+leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere
+witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de
+zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik
+soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte
+geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat,
+pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen
+deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar
+mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn
+neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens
+ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De
+Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van
+diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans
+uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van
+het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het
+Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven?
+
+Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste
+gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar
+heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons...
+Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die
+hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en
+bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van
+de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene
+smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van
+de woede der Noormannen verlos ons Heer!
+
+Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de
+dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen
+en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang
+van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het
+goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht
+der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal
+met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde
+en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven
+door de beuken.
+
+Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de
+Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden
+van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden
+zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde
+reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool
+street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij
+waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de
+hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar
+de opgetogen wandelaars.
+
+Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de
+deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en-
+gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon
+speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog
+even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den
+glorierijk-begloorden Schelde-stroom.
+
+Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag
+in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen?
+
+
+
+
+
+XX-De Groote Vooravond
+
+
+
+Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11
+uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een
+elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen.
+
+De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die
+liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde,
+de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente:
+daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de
+gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij
+vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik
+vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend
+lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op
+de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden
+werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter
+ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de
+toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als
+een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het
+spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de
+blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in
+weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten.
+
+Milde en machtig mededoogen
+keert uw onbermhertig oogen
+toch niet af
+van mijn nietheid die benepen
+voelt de dood haar henensiepen
+naar het graf.
+
+Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen
+van 't kanon.
+
+Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu
+als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste
+dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid
+nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de
+roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende
+Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de
+wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen
+wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht
+en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters
+woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het
+paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de
+onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden
+worden gesteld...
+
+Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de
+losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn
+lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel
+mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte
+van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld
+leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen
+stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en
+voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van
+den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier
+windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen-
+drommen oproepen voor het laatste oordeel.
+
+Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't
+centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een
+stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker
+bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras.
+Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een
+oogwenk, konden storten in elkaar.
+
+Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting
+van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen.
+De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den
+stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op
+eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar.
+
+Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen
+van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig
+dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat
+schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder
+mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden?
+Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen
+wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers
+alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de
+menschen te manen naar hunne kelders te vluchten.
+
+Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf
+scheen te bedaren in de verte.
+
+Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik
+bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van
+de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als
+door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van
+honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een
+duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor
+heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven.
+
+Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het
+bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op
+mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de
+paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet
+moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd
+joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna
+onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en
+caissons door de dreunende straten reden.
+
+Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van
+een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten
+stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar
+den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de
+balken schokten.
+
+Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog
+heel den nacht door van rollende kanonnen.
+
+
+
+
+XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement
+
+
+
+In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de
+bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de
+burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen
+van het Noorden en het Noord-Westen.
+
+Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan
+hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te
+bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting
+verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst
+de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij
+plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement
+hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den
+oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch
+krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de
+zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot
+verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand
+beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche
+marine-stukken.
+
+Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat
+hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar
+de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig
+vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden
+sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over
+de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen-
+Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan
+nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en
+vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen
+stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen.
+
+Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich
+voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten,
+andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het
+hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden
+ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's
+moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle
+ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij
+kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten
+de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven
+in de stad.
+
+Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik
+een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo
+een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren.
+
+Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken
+naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik
+nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren
+dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het
+oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de
+onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest
+afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand
+uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den
+onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een
+reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef
+alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen.
+
+Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het
+plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube
+hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de
+openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen
+donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om
+eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der
+poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster,
+die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken,
+bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld
+en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort.
+
+De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de
+burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want
+bommen werden toen niet geworpen.
+
+Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden
+met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis
+overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden,
+velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven
+van 't gevaar.
+
+De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van
+Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en
+ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel
+eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel
+doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis.
+
+In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle
+winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal
+binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en
+zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond
+naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden
+zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die
+op paniek geleek.
+
+Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd
+was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen
+waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene
+verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog
+besluiteloos.
+
+Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle
+menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of
+een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes
+die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een
+innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne
+vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet.
+
+Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt,
+op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn
+donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat
+gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze
+hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele
+lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe
+hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke
+overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de
+glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos
+neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld
+gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou
+zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar.
+
+In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat
+hij zinnens was te doen.
+
+--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette
+"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is
+het angst?"
+
+Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust:
+
+--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid
+en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen
+vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles
+wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws
+over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord,
+al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige
+genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar,
+een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke
+menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk
+lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de
+moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit
+geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in
+puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige
+Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de
+antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en
+onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in
+de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven
+die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de
+kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de
+zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle
+enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en
+komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons
+diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat
+eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik,
+nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe
+de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden
+omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden
+om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve
+land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat.
+Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou
+mij eer schamen moest het anders wezen."
+
+Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die
+zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen
+kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht
+hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de
+schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te
+verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts
+de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het
+vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien
+voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te
+gaan en wij namen nog geen besluit.
+
+Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een
+grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was
+ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt
+naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds
+de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze
+ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was
+nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen,
+Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit
+stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den
+vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche
+officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij
+zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar
+moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste
+herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle
+mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te
+werken?
+
+
+
+
+XXII-De Laatste Uren
+
+
+
+Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde.
+
+Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik
+eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de
+onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote
+daden.
+
+Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen
+de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de
+bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de
+kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de
+tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand
+naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven-
+masker.
+
+Ik voelde weemoed naar boven komen.
+
+--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe
+nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid
+het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en
+alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de
+gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik
+met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en
+misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en
+een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd
+en daargelaten.
+
+--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op
+mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de
+millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief
+geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun
+innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting
+en verlangens.
+
+Ik trok de schuiven open.
+
+--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik
+kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen,
+niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden?
+Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste
+te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was
+ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou
+misschien alles eens terug vinden, wie weet?
+
+Ik sloot de schuiven en borg den sleutel.
+
+Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij
+zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en
+gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde
+kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden
+van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne
+bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen
+officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland,
+met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar
+vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen;
+Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting
+en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg
+gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode
+roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding
+neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken
+bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te
+wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor
+dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan
+misschien in de verwoesting dezer stad!
+
+Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten
+aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een
+geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een
+duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne
+vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude
+hallen van Krakow.
+
+Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre,
+een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte.
+Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte
+weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder
+was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar
+ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid
+en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans.
+Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas
+in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen
+bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon
+storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden
+zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis.
+
+Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit
+zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets
+belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel.
+Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van
+de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en
+uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen
+nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even
+maar te aarzelen.
+
+Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer
+haar lot beslist is?
+
+De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen.
+De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome
+en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende
+legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig
+om een nieuwe orde in de wereld.
+
+Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling
+van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs
+over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en
+regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed.
+
+Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene
+drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn
+mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de
+straat op.
+
+Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een
+vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen
+menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar
+werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt,
+bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met
+geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen.
+
+Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting
+van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar
+over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur,
+over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare
+torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs
+hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen
+en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne,
+Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou
+de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou
+de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland
+ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude
+gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel.
+
+Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer,
+lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken
+avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen
+stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om
+nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken
+stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte
+wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging
+zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd
+als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have
+en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor
+korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland.
+
+De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote
+vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V.
+Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere
+avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de
+duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was
+verzwonden, wij reden de donkere velden in.
+
+Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het
+gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van-
+geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de
+wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze
+bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak.
+
+
+
+
+XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend
+
+
+
+De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin
+geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de
+werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het
+verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't
+geweld.
+
+De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren
+met een kloppend hart.
+
+Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend
+rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de
+ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en
+door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen,
+het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend
+gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke
+blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot
+weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van
+den donderenden schok.
+
+Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch
+indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid,
+alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu
+dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als
+een klok en de muren daverden.
+
+En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok
+die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien
+instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog
+gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres
+tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en
+wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet
+mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag,
+dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren,
+boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder
+genade.
+
+Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons
+hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens
+rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften,
+koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor
+ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was
+het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was
+aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het
+zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee
+door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het
+ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm...
+
+Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel
+ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat
+geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de
+honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden.
+Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar
+oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden.
+
+Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den
+onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en
+wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept
+onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende
+runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende
+kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of
+zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met
+vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld
+met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een
+vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met
+krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden
+zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd.
+
+Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen
+braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die
+duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-
+vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood
+ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen
+zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de
+zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde.
+Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar
+aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen...
+boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte
+door de lucht.
+
+Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol
+verschrikking, de Godsteistering van een heel volk.
+
+Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag
+een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet
+verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van
+Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle
+dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen.
+Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met
+trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de
+vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen
+had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen.
+Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier
+uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het
+bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in
+de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten.
+
+Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin
+floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten
+in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan
+weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de
+losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld.
+Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de
+brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in
+volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der
+brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar
+alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de-
+dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van
+Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden
+jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het
+gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven-
+regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin
+hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een
+ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren
+eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de
+boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de
+Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de
+onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in
+de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene
+boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe,
+geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het
+kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen
+brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in
+de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort.
+Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het
+Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en
+Zurenborg "lagen al plat".
+
+Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de
+vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten,
+mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen
+kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en
+brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de
+hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het
+was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den
+breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die
+brandden in de richting van Hoboken.
+
+Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide
+rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was
+tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen
+kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en
+hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De
+beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood-
+vermoeid.
+
+Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken.
+De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden
+werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den
+naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed-
+geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in
+slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf
+der zware duitsche kanonnen.
+
+Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik
+op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de
+zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie
+van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam
+voortrollende oorlogswagens.
+
+
+
+
+XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap
+
+
+
+De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer
+gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte
+hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van
+zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te
+wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet
+scheiden.
+
+Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag
+op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren
+stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste
+aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen
+van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen.
+
+--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij
+maar optrekken."
+
+Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een
+ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons
+goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de
+grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken
+werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan.
+Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner
+ monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik
+kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn
+zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak.
+Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op
+en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan.
+
+Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij
+den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug
+ging brengen naar zijn huis.
+
+Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom....
+
+--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't
+gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop
+met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde.
+
+Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der
+honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend
+spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een
+stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man
+bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë
+oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd
+weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de
+snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden
+huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder
+ophouden, het doffe brommen van 't kanon.
+
+Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de
+Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in
+den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn
+oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de
+Bom...
+
+Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de
+wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de
+verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte.
+
+Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen,
+waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen
+van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden
+aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het
+mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen
+koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan
+een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg
+waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet
+naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De
+kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en
+wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze
+pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze
+monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint
+Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed,
+langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer
+vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats
+vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging
+dat nieuwe kindje geboren worden?
+
+Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in
+den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte
+massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren
+soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten
+verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem.
+
+Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan
+den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke
+aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel
+begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde
+gezichten zagen rood van het verre vuur.
+
+Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met
+den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug
+naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land.
+
+Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de
+dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld
+van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde,
+die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige
+kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen,
+onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende
+muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen,
+neergehurkt in stomme lijdzaamheid.
+
+Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den
+kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de
+verre gloeiende stad.
+
+--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster.
+
+Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al
+wat wij ginder achter lieten.
+
+--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt
+schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad"
+zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten.
+Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een
+auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne
+Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar
+wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar
+het eerste hollandsche stadje.
+
+Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het
+ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land.
+Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder
+voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den
+nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet.
+
+Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar
+Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door
+hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de
+Lange Delft.
+
+ 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van
+vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede
+stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog.
+
+Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar
+Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen
+goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost
+voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude
+straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude
+ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor
+schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen
+hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was
+de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen,
+huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag
+gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de
+zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland
+Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene
+weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog
+vergeten. Het kon niet lang meer duren toch...
+
+Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het
+rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij
+waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de
+vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit
+den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde
+muren.
+
+Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij
+sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven!
+De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik
+liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen.
+Moeder en zuster weenden.
+
+Antwerpen was gevallen!
+
+Neuilly-sur-Seine, Lente 1917.
+
+
+Het Einde
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11500 ***
diff --git a/11500-8.txt~ b/11500-8.txt~
new file mode 100644
index 0000000..7c723aa
--- /dev/null
+++ b/11500-8.txt~
@@ -0,0 +1,3950 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Val van Antwerpen
+
+Author: Jozef Muls
+
+Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+
+
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+(10 Oktober 1914)
+door Jozef Muls
+
+
+
+
+
+Inhoudstabel
+
+Bldz.
+
+I. De Laatste Dagen van den Vrede
+II. De Oorlogsverklaring
+III. Bij de Burgerwacht
+IV. In de Celgevangenis
+V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen
+VI. In en Om de Forten van Antwerpen
+VII. De Zeppelin
+VIII. De Verspieder
+IX. In de Ambulances
+X. De Zelfmoord
+XI. Antwerpen Hoofdstad
+XII. Het Uitzicht der Straten
+XIII. De Stijgende Neerslachtigheid
+XIV. De Beschieting der Forten
+XV. Inferno
+XVI. Rond de Stad
+XVII. Op Sint-Michielstoren
+XVIII. Een Nare Dag
+XIX. De Kardinaal te Antwerpen
+XX. De Groote Vooravond
+XXI De Aankondiging van het Bombardement
+XXII. De Laatste Uren
+XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend
+XXIV. Op den Weg der Ballingschap
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+door Jozef Muls
+
+
+
+I-De Laatste Dagen Van Den Vrede
+
+
+
+Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de
+hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde
+het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het
+was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche
+ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort
+naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij
+wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder
+de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende
+machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken
+dooreen gingen woelen als in een maalstroom.
+
+'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle
+torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten.
+De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel,
+boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver
+en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu
+den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden
+gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui
+voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen.
+De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep
+in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot
+deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot
+vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet
+regelmatig aan huis verwittigd worden.
+
+Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te
+bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke
+soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen
+zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen,
+van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer-
+passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw
+en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een
+drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande
+oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel...
+
+De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het
+loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der
+Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te
+wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen-
+gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw
+rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne
+beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien
+hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden
+huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve
+burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware
+pakken naar huis te dragen.
+
+De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter-
+eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe
+had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd,
+met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden
+jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het
+onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders
+die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe
+van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen
+in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten
+waren vol verschrikking.
+
+Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is
+van alle geweldige dingen die met ons gebeuren.
+
+Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan
+worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met
+nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde,
+de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle
+leven, het stille en zekere wentelen van de dagen.
+
+En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict
+zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo
+nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren
+wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend
+en beschermd?
+
+Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie
+de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons
+zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het
+lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van
+onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De
+schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de
+bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak
+van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig,
+tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en,
+in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren
+bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn
+werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van
+de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na
+het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van
+Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers
+beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar
+literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts,
+getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf.
+
+Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en
+Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het
+noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner
+dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen
+glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten
+waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik
+mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt
+uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall
+waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens
+en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't
+midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie
+engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en
+oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief
+van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de
+rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit
+nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten
+boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe
+hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en
+dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die
+alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en
+gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms
+hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje,
+in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige
+ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de
+grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne
+trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken
+wellust in de warme gulden zon...
+
+Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren
+aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden
+daar voor mij met kommervolle gezichten.
+
+--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België
+zal worden overrompeld."
+
+Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer
+buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit
+mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen:
+overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting...
+
+Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken,
+bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met
+al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de
+wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe
+goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de
+erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn
+dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden...
+
+Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik
+voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons
+land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote
+bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren
+maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het
+harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van
+duister-woelende gedachten en onbestemde angsten.
+
+Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te
+Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang
+gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het
+was de onvermijdelijke oorlog.
+
+Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond,
+den laatsten avond van den vrede.
+
+
+
+
+II-De Oorlogsverklaring
+
+
+
+Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar
+Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De
+Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de
+militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne.
+
+Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die
+de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik
+menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch
+Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en
+Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat
+klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal
+aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de
+burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir
+stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop
+met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en
+wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen
+terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk
+verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke
+menschen-slachting.
+
+Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in
+de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over
+versterkte steden en maanden-lange belegeringen.
+
+Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam,
+geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch
+wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De
+natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen
+geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver
+en staag gemurmel van het dennenbosch.
+
+Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de
+koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het
+was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch
+zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten
+wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd
+ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en
+geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend
+zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis
+geworden.
+
+Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij,
+als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij
+snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor
+eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land
+werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting.
+
+Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er
+groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor
+de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven,
+blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald.
+
+De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu
+bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had
+gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame
+België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer
+regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag
+op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou
+worden afgeweerd.
+
+Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers
+langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog
+voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op
+vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de
+antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische
+legers rukten op Kœnigsberg af, maar de bezetting van hollandsch
+Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven...
+
+Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch
+zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't
+gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen
+toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der
+natuur.
+
+Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren
+droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein
+kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten
+er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was
+dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen
+lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het
+nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland
+vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche
+troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten
+ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing
+gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé.
+
+Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op
+het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de
+buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons
+Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale
+trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan
+het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen
+herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij
+wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de
+grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te
+verdedigen.
+
+Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land
+en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de
+wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te
+beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde.
+In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche
+gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij
+nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis
+van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren
+steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en
+heerschzuchtigheden.
+
+Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten.
+Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor
+goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die
+vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden
+op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche
+omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de
+wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den
+reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die
+stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den
+onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven
+voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter
+nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het
+verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van
+die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha,
+maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en
+Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst
+van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had
+en nooit ten onder was gegaan.
+
+
+
+
+III-Bij De Burgerwacht
+
+
+
+Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was
+ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining
+van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden
+onder algemeen legerbevel.
+
+Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er
+levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn
+leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de
+inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de
+burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht
+deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den
+oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken.
+Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de
+kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen
+was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van
+de landsverdediging te weten in dezen grooten nood.
+
+Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de
+vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik
+voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik
+herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren
+bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren.
+De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en
+geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den
+schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm
+omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende
+stilte.
+
+Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire
+gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten
+verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de
+poort de orde handhaven.
+
+Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de
+berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij
+gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen
+oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment,
+die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche
+ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner
+manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd.
+Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere
+richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene
+eenzame straat, waar het regende...
+
+Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen
+af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der
+groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed
+neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te
+liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van
+iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn
+ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben
+in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim
+voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke
+misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan
+door het halfduister een kloosterzuster voorbij.
+
+Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren
+rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet
+veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de
+stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de
+herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van
+Berchem naar de kazerne stappen.
+
+Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel
+een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden
+droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange
+blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden
+opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een
+feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der
+waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun
+zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte
+koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland
+was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen
+half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk
+en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te
+Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten
+werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en
+gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende
+duitsche huizen.
+
+Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn
+hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren
+bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of
+daar een post te bezetten.
+
+Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want
+wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen
+over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik
+keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien,
+was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken.
+Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan...
+
+Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had
+ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's
+probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan
+geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag
+hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten
+dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de
+kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt,
+in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende
+kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht
+betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der
+genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor
+naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de
+sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het
+deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der
+dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen
+waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden
+roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn
+der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger
+uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad.
+Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen,
+tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het
+waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen
+afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van
+de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door
+de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange
+reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn
+voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder.
+Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde
+de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem.
+Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje,
+klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen.
+Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits.
+Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een
+geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die
+duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze
+geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van
+een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den
+mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen,
+laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het
+mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen
+worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het
+licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over
+den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij
+verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op
+wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het
+wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren
+verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets
+kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig
+vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de
+open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de
+hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood
+begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval
+der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een
+loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van
+prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen
+gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels
+op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met
+hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den
+wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen.
+Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten.
+Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk
+sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen
+werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den
+rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een
+genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik
+voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger
+en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene
+ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het
+vaderland dienen?
+
+
+
+
+IV-In De Celgevangenis
+
+
+
+Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou
+blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht
+om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was
+eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis,
+waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde.
+
+Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het
+was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de
+substituut, een commandant der jagers, een luitenant der
+gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen
+wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en
+weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken
+de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van
+Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid
+in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet
+van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn
+opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen
+verloren in de algemeene ontreddering van de wereld!
+
+Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't
+gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij
+dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het
+niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na
+verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per
+speciale trein naar Holland gevoerd.
+
+Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen
+die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer
+verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar
+huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een
+cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties
+zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met
+den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit
+werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne
+houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden
+moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme
+stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende
+op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade
+riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb
+den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er
+waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat
+hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende
+druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo
+menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein,
+bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat
+men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met
+vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten
+aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp
+te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten
+reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een
+doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en
+kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op
+zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen
+waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte
+dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen
+gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste
+hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne
+tranen op mijne vingers.
+
+Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als
+danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit
+de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het
+tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes
+op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele
+maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein
+borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en-
+groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen
+gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen.
+Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er
+medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden
+genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis
+mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil-
+lachend dankten.
+
+Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te
+doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de
+groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen
+burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers
+binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken
+verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren
+of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al
+wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de
+vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn
+gangen had mogen gaan.
+
+Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten.
+In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn
+tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het
+minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren
+voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen
+vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een
+die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn
+cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling
+overhandigde met nog vochtige oogen.
+
+Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te
+onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus
+1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het
+heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24
+Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden
+ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche
+linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te
+Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd
+hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het
+gerucht van den val der forten te verspreiden.
+
+Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit
+den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van
+Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche
+kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal
+met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna
+het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar
+wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij
+ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden
+verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en
+rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe
+zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der
+salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij
+hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog
+dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe
+eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der
+koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen,
+met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die
+nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder
+het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden,
+nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren
+helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met
+verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een
+gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling
+der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam
+het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun
+eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te
+maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't
+gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende
+griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie
+nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen
+bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele
+aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post
+vervoegen.
+
+Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant
+der gendarmerie:
+
+--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik,
+dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan
+het onvermijdelijke dat zou gebeuren.
+
+
+
+
+V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen
+
+
+
+De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene
+schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de
+wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld?
+Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der
+stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder
+meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die
+harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles
+in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid
+ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar,
+schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en
+fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle
+hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de
+Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar.
+Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan?
+Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de
+vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn
+dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat
+eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet
+aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten
+huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet
+weldra omverwerpen?
+
+Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't
+veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten
+waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed
+gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo
+gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd
+van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie-
+maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en
+kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland
+zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte
+schade rijkelijk moeten betalen.
+
+Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst
+te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen
+keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs
+de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige
+huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand
+in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen:
+de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der
+Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond
+Lemberg en Kœnigsberg. Misleid door de al te optimistische
+belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar
+Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België
+en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn,
+toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen
+langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis
+waren...
+
+Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in
+de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk
+niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die
+Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de
+overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de
+Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had
+gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare
+weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk
+werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van
+Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden
+en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld
+achterlatend.
+
+Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen
+van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in
+werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost
+van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons
+tijdig hadden moeten ruggesteunen.
+
+De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe,
+daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn
+linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die
+reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op
+18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en
+het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te
+Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt.
+Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de
+kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons
+leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en
+dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet.
+
+Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er
+gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld
+worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke
+wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de
+brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant
+en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde
+bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de
+aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren.
+De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van
+het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten
+ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van
+burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes,
+moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo
+werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van
+barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik,
+ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en
+steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving
+of de voortstuwende lava van een vuurberg.
+
+Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de
+menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden
+vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van
+dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van
+de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons,
+niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der
+duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering
+van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets
+van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg.
+Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn.
+
+Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien
+hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden?
+Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden
+gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche
+aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire
+verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger-
+vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar
+geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg
+gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle
+waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er
+anders over en ons volk bleef onwetend.
+
+Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche
+kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met
+verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts
+met moeite van de werkelijkheid overtuigen.
+
+De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de
+groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de
+Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch
+ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het
+hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims!
+Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar
+gingen wij toch heen?
+
+Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De
+vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit
+boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen
+grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke
+vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe
+de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10
+rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en
+riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad?
+Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der
+gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de
+scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen
+kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In
+de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht.
+Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der
+menschen die zongen de "Brabançonne".
+
+
+
+
+VI-In En Om De Forten Van Antwerpen
+
+
+
+Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en
+verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij
+bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af.
+
+Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn,
+Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de
+verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad
+overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte
+kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere
+gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in
+verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met
+hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde
+stellingen toch nog in staat van verweer te brengen.
+
+Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het
+Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het
+waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone
+boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der
+bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt
+worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun
+uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op
+kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige
+eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene
+reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken
+uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land
+tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het
+andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte,
+waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar
+een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een
+wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog.
+
+Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste
+bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en
+weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over
+groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er
+werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege
+tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds
+moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge
+wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon
+men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of
+speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten
+met gevelde bajonet.
+
+Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den
+buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de
+steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag
+wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te
+Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten
+onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee
+gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs-
+gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar
+tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch.
+
+Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door
+de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor
+aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de
+kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De
+prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het
+spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en
+rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog
+nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na
+korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een
+menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen
+het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze
+gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo
+dacht ik toen...
+
+Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de
+forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote
+molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende
+takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger
+bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand
+tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de
+wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en
+mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de
+papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol
+kappende, zagende en brandstokende soldaten.
+
+De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven.
+Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij
+nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der
+weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte
+huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de
+blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van
+een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor
+ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam
+alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat
+men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God
+en 't was toch oorlog!
+
+Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof
+openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen.
+Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol
+zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en
+vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje
+begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De
+zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den
+hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het
+witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak.
+Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord
+van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn
+en dat hun niet meer toebehoorde...
+
+Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren,
+maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die
+gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden
+gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote
+huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij
+plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken.
+Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig
+in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die
+nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten
+waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de
+vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan.
+
+Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de
+keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij
+dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag
+nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol
+ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen
+handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon-
+buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te
+ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen.
+
+Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken.
+Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven
+zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot
+Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er
+niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit
+Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte,
+speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op
+het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en
+pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische
+impressie.
+
+
+
+
+VII-De Zeppelin
+
+
+
+De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen.
+Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als
+ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen.
+Zoo was het althans voor mij.
+
+Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in
+mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de
+keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort
+daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den
+marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique
+van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons
+te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons
+land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het
+uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden.
+
+Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij
+wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te
+lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht
+viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele
+zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede,
+alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood-
+mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele
+glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der
+wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes
+in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud-
+grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de
+mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood
+leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest
+opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met
+mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn
+bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en
+die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan
+beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn
+oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik
+droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle
+rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van
+Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling
+waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker.
+
+Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een
+onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam
+terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten.
+Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing
+kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik
+werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en
+liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar
+deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende
+licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden
+der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door
+den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken
+verdwaasd en verschrikt.
+
+--"Het is de beschieting!"
+
+--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten."
+
+--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers
+tegen elkaar rollen in een hand.
+
+Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien.
+Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers
+in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een
+Zeppelin was.
+
+Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar
+steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als
+bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van
+bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van
+ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten,
+waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden.
+
+Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de
+groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde
+silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den
+vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters
+open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de
+richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen.
+
+'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er
+was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen
+waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de
+Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden
+gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths
+gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den
+grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie
+straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan
+spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10
+menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non-
+combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk
+was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd
+het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar
+beneden spoot.
+
+Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen
+waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van
+de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek
+te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het
+koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het
+Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven
+daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de
+jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was
+afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun
+leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis
+had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als
+eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid
+brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats
+naast den Koning in te nemen.
+
+De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het
+ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een
+buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en
+kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van
+het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl
+de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in
+de straten openkraakten.
+
+De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings-
+middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne
+kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen
+werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand
+werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te
+gaan.
+
+Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in
+de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en
+werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der
+huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door
+politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en
+pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken
+avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die
+nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen.
+
+Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten
+nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn
+boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren.
+De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten
+waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende
+een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels
+hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen
+van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als
+een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig-
+slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de
+verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote
+gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels
+gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels
+die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van
+rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de
+stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange
+schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel
+geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een
+wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter
+de huizen in den zwarter wordenden nacht.
+
+Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme
+buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet
+zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het
+stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van
+een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de
+donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had
+zien aankomen.
+
+De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime
+dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht
+naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het
+lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een
+luchtschip.
+
+Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het
+maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker-
+opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen
+tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en
+cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan-
+beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart
+over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den
+roosachtigen gevel van het stadhuis.
+
+De beiaard zong niet meer.
+
+
+
+
+VIII-De Verspieder
+
+
+
+Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar
+Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek
+eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren
+aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet
+langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne
+aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was,
+burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij
+te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die
+verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het
+belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door
+een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de
+hand in dat spel te hebben.
+
+Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs-
+auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde
+op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er
+onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van
+hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?"
+kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en
+twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn
+angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn
+onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren
+zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood.
+
+De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter
+plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen
+bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden
+geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een
+commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform
+en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den
+vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn.
+
+Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie
+daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene
+onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen
+van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en
+Eppeghem gevochten had.
+
+In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij
+uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende
+stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden
+en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw
+en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog
+op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen
+der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden
+de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen.
+
+Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter
+wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van
+schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige
+en machinale van den duitschen krijg.
+
+Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van
+geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en
+de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd
+werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen
+tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval
+geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en
+de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem.
+Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval
+niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan
+deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met
+moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers.
+
+Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor
+ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen
+over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische
+spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee
+een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield
+bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig
+aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het
+getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien
+het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was
+halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij
+nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en
+voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden.
+
+Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het
+strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen
+weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en
+kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en
+laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten
+delven.
+
+Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen
+wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De
+uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te
+herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen
+van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De
+infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen
+dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes
+van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond
+schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden
+langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen
+met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers
+onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken
+wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren
+liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op
+bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den
+witten band met het roode kruis rond den arm.
+
+Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij
+nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten
+om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen.
+In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen,
+arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd.
+
+Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de
+wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette
+dorpen bedreven.
+
+In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door
+het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger
+mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen
+voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd
+met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig.
+
+Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar
+ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere
+verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar
+Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre
+tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het
+begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er
+nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de
+velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een
+rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat
+eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren,
+O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende
+straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als
+wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog?
+
+
+
+
+IX-In De Ambulances
+
+
+
+Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte
+zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans
+college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens
+ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van
+den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de
+huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef
+een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der
+ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds
+herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat
+op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van
+den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke
+stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de
+genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime
+luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een
+meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het
+zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen
+en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden
+aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten
+samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren.
+
+Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en
+maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en
+de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden
+zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel.
+
+In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles
+van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met
+de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de
+voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes
+in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat
+ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest-
+offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in
+geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht
+van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal
+gekwetsten was in aantocht.
+
+Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche
+bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan
+gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om
+den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De
+Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers
+geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op
+Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand
+werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar
+in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en
+eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze
+troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September
+ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de
+talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters
+konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd.
+
+Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn,
+was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die
+behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu
+reeds de open poort der ambulance binnengedragen.
+
+Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond,
+wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden
+nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend,
+beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er
+waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten.
+Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen
+rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte
+menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig
+verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te
+nemen.
+
+Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been.
+Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels.
+
+Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van
+den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De
+doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik
+ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de
+jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond
+ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch
+kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een
+shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde
+begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen...
+
+Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de
+berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde
+lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die
+den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen
+gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die
+stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die
+beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt.
+
+Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de
+zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid
+te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun
+bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij
+vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede,
+van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet
+meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen
+zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij
+zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het
+was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot
+op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn
+of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen.
+
+Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden
+vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed
+had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel.
+Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht
+van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen
+hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp.
+Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en
+mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche
+stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne
+mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze
+schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden,
+hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste
+huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw
+begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne
+kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in
+mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst
+als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij
+vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden
+die niet te lezen stonden in de bladen.
+
+Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in
+het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een
+nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de
+koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met
+stille fluisterstem trachtte te sussen.
+
+
+
+
+X-De Zelfmoord
+
+
+
+Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de
+stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg
+andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht.
+Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn
+gevallen.
+
+En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die
+duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van
+larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren
+achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en
+grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als
+eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in
+zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een
+moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk...
+
+En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van
+den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere
+lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van
+witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof
+gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van
+den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan.
+
+Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke
+van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een
+vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke
+dat ik zou ontmoeten.
+
+De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de
+waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood
+aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar
+doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof?
+
+Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen
+en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat
+waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een
+donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan
+het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende.
+Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan
+staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht
+gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten
+woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan
+den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten
+over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door
+een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten
+die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was--
+tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de
+Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op
+vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de
+Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht
+opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand
+aanvielen.
+
+Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de
+Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis.
+Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister
+der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een
+vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die
+donkere muren!
+
+Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De
+arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht.
+Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als
+het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind
+huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster.
+Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken
+nacht?
+
+Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort,
+laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der
+Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in
+een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het
+heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel
+van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen
+plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht
+in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw.
+
+Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging
+op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen
+moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg
+een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik
+vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op
+onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met
+snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar
+huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van
+schrik was weg gevlucht.
+
+"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..."
+
+Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend
+snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan.
+De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij
+waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij
+aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was
+een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur
+en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht
+vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede
+lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend
+staan bleef.
+
+--"Boven! Boven" jammerde zij.
+
+ Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen,
+op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen
+schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de
+tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram
+moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een
+stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met
+mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De
+man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij
+zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op
+adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den
+dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de
+duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als
+van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de
+donkere huizen langs.
+
+
+
+
+XI-Antwerpen Hoofdstad
+
+
+
+Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad.
+Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige
+gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën
+Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van
+ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen,
+Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten
+geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot,
+Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom
+verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd
+afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons
+land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond
+Antwerpen.
+
+Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht
+Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af
+en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den
+stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer
+kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren
+van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt
+van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen
+zouden komen te staan.
+
+Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de
+strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De
+vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot
+verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog
+steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare
+gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten.
+Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te
+vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het
+geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen
+werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht
+gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch
+Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten.
+Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het
+burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden.
+Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal
+voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen.
+Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform,
+dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde.
+
+Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het
+bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er
+een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen
+ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en
+Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten
+luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't
+licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten
+gaf het uitzicht aan de straten.
+
+Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht,
+van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een
+onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het
+Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der
+regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten.
+Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen
+genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis
+voor den Senaat in te richten.
+
+Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden
+van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne
+dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis
+bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar
+doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de
+poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer
+de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap
+aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef
+een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken
+dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op
+weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten
+op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging
+bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor,
+waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in
+het hooge gestoelte van blinkend ouden eik.
+
+Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op
+de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de
+hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof
+het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn
+mond in den milden vierkant-geschoren baard.
+
+De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche
+plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon
+men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of
+buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag
+zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen
+zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije
+Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte
+ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de
+winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met
+afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een
+papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert
+erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg.
+Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen
+van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag
+door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den
+Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te
+plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der
+limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en
+verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde
+Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken.
+Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en
+had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen
+bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden.
+
+Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St-
+Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen
+equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de
+benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende
+dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien
+uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van
+mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren
+door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit
+Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland
+te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto
+te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten
+minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in
+Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden
+ontruimd.
+
+De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het
+natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder
+kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats
+zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door
+de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de
+restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in
+een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische
+lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den
+wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of
+een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe
+rookspiralen door de halle ging zweven.
+
+
+
+
+XII-Het Uitzicht Der Straten
+
+
+
+De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met
+kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor
+deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van
+het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld
+waar wat te oogsten viel.
+
+Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met
+vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen,
+aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers.
+
+Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten
+voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd
+was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op
+zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of
+tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's
+bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij
+tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en
+de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan
+de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op
+bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met
+voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met
+verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke-
+drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of
+luchtschepen of uniformen der verbonden legers.
+
+De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze
+boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet
+meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene
+manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte
+knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter
+het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij
+afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen
+aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op
+den buiten.
+
+De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters,
+apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die
+zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht
+van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten
+neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de
+menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of
+oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene
+bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne
+vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de
+stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en
+gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid
+waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de
+lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil
+van 't land of 't behoud des konings van afhing.
+
+Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van
+volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker
+"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon
+er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit-
+omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het
+terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig
+was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht
+kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al
+de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts
+gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte.
+Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok
+een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij
+hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij
+zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde
+op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen
+Antwerpen en de kust vrij te houden.
+
+Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red
+Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het
+automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden
+auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden
+opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot-
+zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in
+betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig
+bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden
+die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te
+midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer
+geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier
+wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon.
+Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was
+geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een
+auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond
+Herenthals.
+
+Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde
+ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat
+tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot
+voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er
+telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten
+angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk
+om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest
+te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen
+de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak.
+
+Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche
+landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit
+de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen
+in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen
+dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan
+volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers
+stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende
+de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der
+landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde
+gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een
+buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen
+de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en
+tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en
+uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de
+stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde,
+waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in
+die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé,
+Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en
+zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten
+deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten
+balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door
+Rome werden gevoerd.
+
+
+
+
+XIII-De Stijgende Neerslachtigheid
+
+
+
+Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was
+bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk
+uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen
+die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe
+verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den
+overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken,
+toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd
+genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden
+opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht
+zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds
+omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood
+brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende
+gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een
+dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen
+geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester
+werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar
+Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag,
+van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden
+vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in
+de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de
+bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners
+en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de
+overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of
+broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was
+gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons
+leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare
+vesting?
+
+Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis
+te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik
+hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden
+gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die
+kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na
+het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne
+kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken
+van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet
+vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren
+kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met
+schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er
+waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten
+voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande
+beschutting.
+
+Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig
+nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste
+gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven.
+Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan
+troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een
+oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten.
+De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille
+gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in
+eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen
+worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de
+wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van
+nog te gebeuren wee niet was te overzien.
+
+Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan
+een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten
+en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens
+verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen
+kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het
+leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het
+was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet
+waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige
+wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde,
+onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige
+te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der
+nieuwe tijden zou groeien...
+
+Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen
+onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze
+beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden
+naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het
+sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was,
+dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama
+van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar
+nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest
+weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag
+hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het
+wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten-
+curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en
+tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester
+onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers
+de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het
+Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat
+een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone
+lichaam van den Gekruisigde.
+
+Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag
+naderend einde.
+
+
+
+
+XIV-De Beschieting Der Forten
+
+
+
+De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September
+hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen.
+Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk
+geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het
+geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht
+weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit-
+vermoed geweld.
+
+Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige
+leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen
+den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van
+zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders.
+Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan
+de uiterste grenzen der antwerpsche vesting.
+
+Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het
+onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet
+goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap
+en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag
+gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer
+opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het
+gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij
+waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten
+gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel
+door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden
+bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste
+poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk
+oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht...
+
+Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of
+geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze
+gepantserde borstweer werden toegebracht.
+
+Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan
+'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers
+elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht.
+
+Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere
+advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den
+krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche
+handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in
+hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel
+den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de
+gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den
+algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het
+ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij
+hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke
+dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene
+kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien
+onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur
+van den onwederroepelijken ondergang.
+
+Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier
+was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de
+strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot
+Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier
+en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te
+twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur.
+
+De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er
+meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van
+het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht,
+de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met
+de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te
+midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote
+verslagenheid begon in de stad te heerschen.
+
+In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de
+Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een
+bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een
+duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch
+luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de
+vijand mogelijk teruggeslagen?
+
+Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een
+zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die
+hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te
+verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog
+reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis
+vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen
+had moeten wijken en op 28 September het bombardement van
+Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42
+cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog
+die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt.
+
+"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat.
+Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op
+béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen
+neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen
+van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij
+die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene
+verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een
+vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode
+vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan
+overal op de vlucht onder een regen van shrapnels."
+
+Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend,
+voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en
+tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten-
+verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen
+dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig
+stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met
+verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand
+ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid
+verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo
+moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij
+van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan
+den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben
+om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te
+houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers
+wel!
+
+Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs
+meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws
+als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien
+dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd
+aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te
+denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen?
+Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander
+nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders
+en die moesten worden aangeklaagd.
+
+
+
+
+XV-Inferno
+
+
+
+Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in
+de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen.
+Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van
+hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk
+verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag
+een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig-
+verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal
+voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar
+soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in
+een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog
+over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot
+keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt.
+
+Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne
+Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met
+een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel
+onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen
+op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van
+Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen,
+vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een
+reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd.
+
+Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de
+tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig-
+aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat
+alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van
+onzeggelijke en gruwzame wildernis.
+
+Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die
+uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne
+gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke
+dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren
+gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie
+vervolgde.
+
+Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog
+bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet
+meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de
+aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een
+aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te
+midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als
+een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm.
+Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren
+joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts
+naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo
+begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de
+wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo
+vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen."
+Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve-
+betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van
+een reusachtigen plethamer.
+
+Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat
+aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten
+onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1
+October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk
+gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk
+genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en
+Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen
+Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven.
+
+De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht
+bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden
+wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken.
+Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te
+verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der
+vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger
+overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra
+achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig
+toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten
+te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij
+zou weten waar hem aan te klagen.
+
+Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke
+gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu
+toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land
+kon beslist worden.
+
+Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met
+een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of
+ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote
+overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van
+tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het
+vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche
+vesting.
+
+
+
+
+XVI-Rond De Stad
+
+
+
+Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te
+overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten.
+
+Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met
+een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde,
+zuidwest van Antwerpen.
+
+Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig
+nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De
+harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch-
+groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te
+beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van
+den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken.
+
+Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag,
+over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto
+'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan
+volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken
+en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen
+nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde
+aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd.
+Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht:
+amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten,
+aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en
+wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering
+die dagelijks door een leger verslonden wordt.
+
+Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege
+gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun
+burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen
+klonken schreeuwerig door de lucht.
+
+Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de
+Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn
+witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk
+uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de
+aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom.
+Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een
+muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van
+morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken
+oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de
+bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden,
+gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar
+Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun
+leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was
+er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden
+weerzien.
+
+Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem,
+kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar.
+Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten
+boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste
+ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist
+nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden
+sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over
+de Nethe had gedreven.
+
+Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In
+den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het
+Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag
+der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten
+gemaakt voor den aftocht van het leger.
+
+Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een
+kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door
+de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had
+van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord
+eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten
+of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een
+zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht.
+
+Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen
+de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik
+eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde.
+Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden.
+Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn
+werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het
+was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria,
+Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen
+die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van
+goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde...
+Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den
+vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was
+toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote
+droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn
+verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het
+gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens,
+over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die
+eens toch mijn bezit was?
+
+Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele
+schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water
+van den vijver.
+
+Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds
+vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste
+treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar
+de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was
+een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en
+met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden
+langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis
+voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie
+bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik
+niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik
+nam mijn plaats in nevens den voerman.
+
+In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde-
+poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de
+kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren
+werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren
+uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort
+van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot
+Antwerpen.
+
+Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was
+rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan.
+
+
+
+
+XVII-Op Sint-Michielstoren
+
+
+
+Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen
+met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op
+het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren
+te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den
+horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst
+dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De
+strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede
+verdedigingslijn.
+
+De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en
+weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond-
+geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen.
+
+Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde
+eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar
+tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre
+dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht.
+Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den
+einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en
+naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen
+van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit,
+alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn
+vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den
+horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van
+witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode
+lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen
+en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel
+steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst
+ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als
+een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef.
+Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw.
+Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes
+der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven,
+ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de
+belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn.
+
+Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk
+van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het
+staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs
+gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte.
+Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig.
+
+Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels
+opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot
+op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk
+nu, heel nabij, als het gedreun van orgels.
+
+De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester-
+galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en
+naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het
+Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver
+met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en
+het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de
+olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten
+toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn
+redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen
+tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam
+nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van
+den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en
+kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van
+Sint Anna.
+
+Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren
+afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en
+ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die
+groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook
+eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk
+stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan
+geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was
+van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was.
+
+Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten
+liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met
+eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en
+nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn
+morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met
+weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen-
+hoopen konden worden neergebeukt.
+
+Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche
+kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer
+toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven.
+Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op,
+de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het
+fluisterstille kabinet.
+
+Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde
+hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube
+snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden.
+Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren
+reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen.
+
+Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl
+wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende
+wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig
+verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien
+neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel
+onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer
+tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur
+nog niet gekomen was?
+
+Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die
+onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en
+naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over
+heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets
+bitters meer indien het zoo beschikt was.
+
+De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en
+verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der
+hemeldiepten. De kanonnen zwegen.
+
+Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een
+kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten
+uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van
+Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat
+nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten
+zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen.
+
+
+
+XVIII-Een Nare Dag
+
+
+
+Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van
+het beleg van Antwerpen.
+
+Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde
+gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen
+moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was
+nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden!
+
+Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van
+Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere
+bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger
+waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk
+verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier
+lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was
+in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste
+verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft
+en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd
+verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe
+teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn
+zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om
+de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar
+Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen
+het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen.
+Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele
+dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast
+mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is
+slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren
+misschien."
+
+Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in
+twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest
+die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke
+verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend,
+alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond.
+
+Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten
+volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend!
+Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de
+ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen
+heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat
+de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de
+oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid
+als de laatste korrels van den Zandlooper.
+
+Er was niets meer aan te doen!
+
+O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier
+nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle
+werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de
+menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude
+huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol
+oude rust en zekerheid.
+
+De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en
+Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen
+vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend
+geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de
+trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene
+pracht en schittering.
+
+De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van
+andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij
+is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen
+er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en
+Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar
+gewend.
+
+Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene
+liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was,
+heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en,
+varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het
+scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de
+eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede
+en kalme Schelde...
+
+En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet
+haar te redden ten koste van hun bloed...
+
+Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de
+Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn
+overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare
+onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken,
+met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van
+Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van
+een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en
+Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen
+feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar
+heiligdom!
+
+Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen.
+
+Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten.
+Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met
+de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het
+ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange
+verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die
+gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling
+der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben.
+Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat
+onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste
+pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als
+door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de
+hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos
+gingen loopen met een borst vol nijpend wee.
+
+Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn
+schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het
+Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van
+Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust
+en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte
+komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar
+eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre-
+koele boomen?
+
+Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten
+door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck,
+de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten
+der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat
+de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht
+sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde
+karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en
+schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en
+duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd.
+Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het
+Westen liepen nog de eenige vrije wegen.
+
+Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te
+geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad.
+
+Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers
+waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid.
+De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene
+nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen
+van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude
+trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen
+en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner
+snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en
+geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte.
+Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten
+toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken
+waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en
+reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der
+Suikerrui.
+
+Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste
+kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen
+werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche
+admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds
+overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere
+wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered!
+
+Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden
+van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes.
+Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist
+dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000
+engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet
+voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De
+avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de
+deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit-
+gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde
+begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het
+aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van
+Antwerpen riepen om genade.
+
+
+
+
+XIX-De Kardinaal Te Antwerpen
+
+
+
+O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de
+boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele
+klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die
+luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van
+feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor
+de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie
+maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu
+kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en
+rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij
+die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle
+torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere
+bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden
+schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in
+alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde
+klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter
+om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef
+niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een
+mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen
+ons leed.
+
+Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke
+gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven
+het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en
+dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus.
+Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere
+vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en
+parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen
+die vergaan.
+
+Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene
+verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te
+komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die
+bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging?
+
+Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote
+straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de
+Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en
+klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't
+rumoer.
+
+De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst
+van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het
+meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de
+menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te
+vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags
+de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een
+macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't
+Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de
+orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten
+geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de
+verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde
+weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de
+imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen
+duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken
+die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid
+van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte
+en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste
+zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de
+Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven
+de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die
+Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld.
+
+Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer
+uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene
+eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf.
+Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht,
+die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de
+antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het
+behoud der stad in haren uitersten nood.
+
+Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met
+moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te
+leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven
+beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L.
+V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit-
+marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en
+de choralen zongen.
+
+Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den
+Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde.
+
+Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus
+college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar
+lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De
+oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde
+gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe
+oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het
+vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange
+grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden,
+goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin.
+De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de
+mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch
+leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere
+witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de
+zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik
+soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte
+geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat,
+pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen
+deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar
+mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn
+neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens
+ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De
+Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van
+diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans
+uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van
+het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het
+Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven?
+
+Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste
+gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar
+heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons...
+Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die
+hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en
+bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van
+de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene
+smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van
+de woede der Noormannen verlos ons Heer!
+
+Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de
+dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen
+en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang
+van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het
+goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht
+der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal
+met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde
+en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven
+door de beuken.
+
+Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de
+Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden
+van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden
+zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde
+reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool
+street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij
+waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de
+hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar
+de opgetogen wandelaars.
+
+Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de
+deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en-
+gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon
+speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog
+even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den
+glorierijk-begloorden Schelde-stroom.
+
+Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag
+in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen?
+
+
+
+
+
+XX-De Groote Vooravond
+
+
+
+Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11
+uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een
+elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen.
+
+De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die
+liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde,
+de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente:
+daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de
+gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij
+vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik
+vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend
+lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op
+de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden
+werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter
+ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de
+toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als
+een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het
+spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de
+blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in
+weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten.
+
+Milde en machtig mededoogen
+keert uw onbermhertig oogen
+toch niet af
+van mijn nietheid die benepen
+voelt de dood haar henensiepen
+naar het graf.
+
+Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen
+van 't kanon.
+
+Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu
+als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste
+dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid
+nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de
+roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende
+Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de
+wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen
+wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht
+en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters
+woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het
+paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de
+onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden
+worden gesteld...
+
+Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de
+losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn
+lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel
+mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte
+van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld
+leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen
+stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en
+voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van
+den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier
+windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen-
+drommen oproepen voor het laatste oordeel.
+
+Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't
+centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een
+stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker
+bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras.
+Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een
+oogwenk, konden storten in elkaar.
+
+Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting
+van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen.
+De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den
+stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op
+eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar.
+
+Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen
+van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig
+dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat
+schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder
+mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden?
+Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen
+wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers
+alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de
+menschen te manen naar hunne kelders te vluchten.
+
+Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf
+scheen te bedaren in de verte.
+
+Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik
+bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van
+de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als
+door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van
+honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een
+duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor
+heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven.
+
+Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het
+bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op
+mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de
+paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet
+moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd
+joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna
+onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en
+caissons door de dreunende straten reden.
+
+Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van
+een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten
+stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar
+den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de
+balken schokten.
+
+Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog
+heel den nacht door van rollende kanonnen.
+
+
+
+
+XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement
+
+
+
+In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de
+bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de
+burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen
+van het Noorden en het Noord-Westen.
+
+Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan
+hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te
+bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting
+verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst
+de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij
+plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement
+hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den
+oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch
+krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de
+zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot
+verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand
+beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche
+marine-stukken.
+
+Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat
+hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar
+de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig
+vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden
+sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over
+de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen-
+Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan
+nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en
+vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen
+stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen.
+
+Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich
+voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten,
+andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het
+hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden
+ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's
+moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle
+ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij
+kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten
+de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven
+in de stad.
+
+Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik
+een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo
+een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren.
+
+Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken
+naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik
+nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren
+dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het
+oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de
+onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest
+afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand
+uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den
+onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een
+reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef
+alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen.
+
+Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het
+plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube
+hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de
+openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen
+donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om
+eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der
+poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster,
+die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken,
+bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld
+en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort.
+
+De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de
+burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want
+bommen werden toen niet geworpen.
+
+Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden
+met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis
+overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden,
+velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven
+van 't gevaar.
+
+De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van
+Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en
+ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel
+eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel
+doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis.
+
+In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle
+winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal
+binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en
+zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond
+naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden
+zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die
+op paniek geleek.
+
+Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd
+was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen
+waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene
+verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog
+besluiteloos.
+
+Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle
+menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of
+een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes
+die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een
+innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne
+vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet.
+
+Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt,
+op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn
+donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat
+gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze
+hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele
+lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe
+hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke
+overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de
+glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos
+neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld
+gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou
+zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar.
+
+In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat
+hij zinnens was te doen.
+
+--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette
+"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is
+het angst?"
+
+Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust:
+
+--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid
+en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen
+vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles
+wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws
+over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord,
+al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige
+genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar,
+een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke
+menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk
+lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de
+moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit
+geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in
+puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige
+Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de
+antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en
+onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in
+de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven
+die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de
+kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de
+zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle
+enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en
+komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons
+diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat
+eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik,
+nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe
+de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden
+omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden
+om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve
+land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat.
+Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou
+mij eer schamen moest het anders wezen."
+
+Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die
+zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen
+kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht
+hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de
+schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te
+verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts
+de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het
+vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien
+voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te
+gaan en wij namen nog geen besluit.
+
+Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een
+grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was
+ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt
+naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds
+de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze
+ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was
+nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen,
+Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit
+stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den
+vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche
+officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij
+zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar
+moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste
+herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle
+mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te
+werken?
+
+
+
+
+XXII-De Laatste Uren
+
+
+
+Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde.
+
+Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik
+eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de
+onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote
+daden.
+
+Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen
+de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de
+bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de
+kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de
+tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand
+naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven-
+masker.
+
+Ik voelde weemoed naar boven komen.
+
+--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe
+nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid
+het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en
+alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de
+gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik
+met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en
+misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en
+een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd
+en daargelaten.
+
+--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op
+mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de
+millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief
+geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun
+innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting
+en verlangens.
+
+Ik trok de schuiven open.
+
+--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik
+kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen,
+niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden?
+Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste
+te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was
+ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou
+misschien alles eens terug vinden, wie weet?
+
+Ik sloot de schuiven en borg den sleutel.
+
+Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij
+zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en
+gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde
+kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden
+van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne
+bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen
+officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland,
+met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar
+vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen;
+Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting
+en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg
+gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode
+roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding
+neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken
+bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te
+wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor
+dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan
+misschien in de verwoesting dezer stad!
+
+Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten
+aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een
+geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een
+duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne
+vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude
+hallen van Krakow.
+
+Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre,
+een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte.
+Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte
+weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder
+was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar
+ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid
+en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans.
+Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas
+in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen
+bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon
+storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden
+zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis.
+
+Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit
+zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets
+belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel.
+Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van
+de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en
+uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen
+nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even
+maar te aarzelen.
+
+Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer
+haar lot beslist is?
+
+De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen.
+De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome
+en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende
+legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig
+om een nieuwe orde in de wereld.
+
+Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling
+van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs
+over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en
+regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed.
+
+Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene
+drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn
+mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de
+straat op.
+
+Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een
+vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen
+menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar
+werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt,
+bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met
+geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen.
+
+Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting
+van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar
+over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur,
+over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare
+torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs
+hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen
+en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne,
+Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou
+de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou
+de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland
+ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude
+gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel.
+
+Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer,
+lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken
+avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen
+stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om
+nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken
+stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte
+wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging
+zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd
+als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have
+en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor
+korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland.
+
+De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote
+vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V.
+Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere
+avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de
+duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was
+verzwonden, wij reden de donkere velden in.
+
+Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het
+gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van-
+geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de
+wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze
+bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak.
+
+
+
+
+XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend
+
+
+
+De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin
+geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de
+werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het
+verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't
+geweld.
+
+De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren
+met een kloppend hart.
+
+Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend
+rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de
+ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en
+door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen,
+het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend
+gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke
+blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot
+weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van
+den donderenden schok.
+
+Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch
+indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid,
+alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu
+dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als
+een klok en de muren daverden.
+
+En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok
+die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien
+instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog
+gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres
+tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en
+wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet
+mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag,
+dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren,
+boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder
+genade.
+
+Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons
+hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens
+rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften,
+koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor
+ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was
+het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was
+aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het
+zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee
+door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het
+ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm...
+
+Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel
+ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat
+geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de
+honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden.
+Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar
+oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden.
+
+Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den
+onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en
+wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept
+onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende
+runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende
+kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of
+zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met
+vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld
+met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een
+vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met
+krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden
+zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd.
+
+Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen
+braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die
+duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-
+vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood
+ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen
+zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de
+zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde.
+Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar
+aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen...
+boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte
+door de lucht.
+
+Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol
+verschrikking, de Godsteistering van een heel volk.
+
+Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag
+een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet
+verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van
+Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle
+dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen.
+Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met
+trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de
+vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen
+had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen.
+Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier
+uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het
+bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in
+de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten.
+
+Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin
+floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten
+in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan
+weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de
+losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld.
+Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de
+brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in
+volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der
+brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar
+alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de-
+dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van
+Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden
+jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het
+gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven-
+regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin
+hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een
+ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren
+eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de
+boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de
+Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de
+onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in
+de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene
+boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe,
+geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het
+kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen
+brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in
+de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort.
+Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het
+Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en
+Zurenborg "lagen al plat".
+
+Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de
+vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten,
+mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen
+kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en
+brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de
+hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het
+was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den
+breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die
+brandden in de richting van Hoboken.
+
+Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide
+rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was
+tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen
+kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en
+hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De
+beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood-
+vermoeid.
+
+Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken.
+De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden
+werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den
+naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed-
+geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in
+slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf
+der zware duitsche kanonnen.
+
+Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik
+op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de
+zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie
+van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam
+voortrollende oorlogswagens.
+
+
+
+
+XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap
+
+
+
+De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer
+gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte
+hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van
+zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te
+wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet
+scheiden.
+
+Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag
+op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren
+stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste
+aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen
+van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen.
+
+--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij
+maar optrekken."
+
+Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een
+ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons
+goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de
+grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken
+werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan.
+Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner
+ monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik
+kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn
+zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak.
+Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op
+en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan.
+
+Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij
+den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug
+ging brengen naar zijn huis.
+
+Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom....
+
+--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't
+gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop
+met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde.
+
+Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der
+honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend
+spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een
+stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man
+bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë
+oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd
+weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de
+snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden
+huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder
+ophouden, het doffe brommen van 't kanon.
+
+Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de
+Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in
+den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn
+oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de
+Bom...
+
+Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de
+wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de
+verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte.
+
+Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen,
+waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen
+van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden
+aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het
+mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen
+koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan
+een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg
+waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet
+naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De
+kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en
+wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze
+pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze
+monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint
+Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed,
+langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer
+vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats
+vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging
+dat nieuwe kindje geboren worden?
+
+Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in
+den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte
+massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren
+soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten
+verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem.
+
+Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan
+den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke
+aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel
+begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde
+gezichten zagen rood van het verre vuur.
+
+Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met
+den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug
+naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land.
+
+Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de
+dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld
+van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde,
+die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige
+kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen,
+onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende
+muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen,
+neergehurkt in stomme lijdzaamheid.
+
+Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den
+kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de
+verre gloeiende stad.
+
+--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster.
+
+Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al
+wat wij ginder achter lieten.
+
+--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt
+schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad"
+zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten.
+Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een
+auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne
+Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar
+wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar
+het eerste hollandsche stadje.
+
+Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het
+ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land.
+Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder
+voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den
+nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet.
+
+Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar
+Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door
+hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de
+Lange Delft.
+
+ 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van
+vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede
+stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog.
+
+Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar
+Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen
+goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost
+voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude
+straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude
+ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor
+schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen
+hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was
+de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen,
+huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag
+gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de
+zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland
+Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene
+weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog
+vergeten. Het kon niet lang meer duren toch...
+
+Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het
+rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij
+waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de
+vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit
+den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde
+muren.
+
+Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij
+sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven!
+De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik
+liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen.
+Moeder en zuster weenden.
+
+Antwerpen was gevallen!
+
+Neuilly-sur-Seine, Lente 1917.
+
+
+Het Einde
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+***** This file should be named 11500-8.txt or 11500-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year. For example:
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/11500-8.zip~ b/11500-8.zip~
new file mode 100644
index 0000000..c699ff5
--- /dev/null
+++ b/11500-8.zip~
Binary files differ
diff --git a/11500.txt~ b/11500.txt~
new file mode 100644
index 0000000..e38de31
--- /dev/null
+++ b/11500.txt~
@@ -0,0 +1,3950 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Val van Antwerpen
+
+Author: Jozef Muls
+
+Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+
+
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+(10 Oktober 1914)
+door Jozef Muls
+
+
+
+
+
+Inhoudstabel
+
+Bldz.
+
+I. De Laatste Dagen van den Vrede
+II. De Oorlogsverklaring
+III. Bij de Burgerwacht
+IV. In de Celgevangenis
+V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen
+VI. In en Om de Forten van Antwerpen
+VII. De Zeppelin
+VIII. De Verspieder
+IX. In de Ambulances
+X. De Zelfmoord
+XI. Antwerpen Hoofdstad
+XII. Het Uitzicht der Straten
+XIII. De Stijgende Neerslachtigheid
+XIV. De Beschieting der Forten
+XV. Inferno
+XVI. Rond de Stad
+XVII. Op Sint-Michielstoren
+XVIII. Een Nare Dag
+XIX. De Kardinaal te Antwerpen
+XX. De Groote Vooravond
+XXI De Aankondiging van het Bombardement
+XXII. De Laatste Uren
+XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend
+XXIV. Op den Weg der Ballingschap
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+door Jozef Muls
+
+
+
+I-De Laatste Dagen Van Den Vrede
+
+
+
+Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de
+hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde
+het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het
+was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche
+ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort
+naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij
+wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder
+de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende
+machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken
+dooreen gingen woelen als in een maalstroom.
+
+'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle
+torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten.
+De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel,
+boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver
+en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu
+den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden
+gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui
+voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen.
+De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep
+in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot
+deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot
+vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet
+regelmatig aan huis verwittigd worden.
+
+Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te
+bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke
+soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen
+zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen,
+van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer-
+passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw
+en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een
+drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande
+oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel...
+
+De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het
+loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der
+Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te
+wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen-
+gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw
+rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne
+beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien
+hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden
+huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve
+burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeen, zware
+pakken naar huis te dragen.
+
+De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbie en achter-
+eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe
+had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd,
+met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden
+jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het
+onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders
+die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe
+van den moord op Jaures. Ging er misschien revolutie ontvlammen
+in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten
+waren vol verschrikking.
+
+Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is
+van alle geweldige dingen die met ons gebeuren.
+
+Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan
+worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met
+nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde,
+de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle
+leven, het stille en zekere wentelen van de dagen.
+
+En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict
+zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo
+nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren
+wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend
+en beschermd?
+
+Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie
+de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons
+zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het
+lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van
+onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De
+schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de
+bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak
+van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig,
+tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en,
+in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren
+bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn
+werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van
+de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na
+het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van
+Leon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers
+beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar
+literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts,
+getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf.
+
+Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en
+Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het
+noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner
+dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen
+glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten
+waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik
+mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt
+uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall
+waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens
+en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't
+midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie
+engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en
+oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief
+van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de
+rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit
+nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten
+boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe
+hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en
+dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die
+alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en
+gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms
+hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje,
+in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige
+ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de
+grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne
+trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken
+wellust in de warme gulden zon...
+
+Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren
+aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden
+daar voor mij met kommervolle gezichten.
+
+--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of Belgie
+zal worden overrompeld."
+
+Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer
+buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit
+mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen:
+overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting...
+
+Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken,
+bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met
+al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de
+wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe
+goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de
+erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn
+dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden...
+
+Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik
+voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons
+land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote
+bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren
+maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het
+harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van
+duister-woelende gedachten en onbestemde angsten.
+
+Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te
+Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang
+gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het
+was de onvermijdelijke oorlog.
+
+Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond,
+den laatsten avond van den vrede.
+
+
+
+
+II-De Oorlogsverklaring
+
+
+
+Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar
+Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De
+Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de
+militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne.
+
+Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die
+de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik
+menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch
+Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en
+Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat
+klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal
+aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de
+burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir
+stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop
+met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en
+wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen
+terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk
+verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke
+menschen-slachting.
+
+Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in
+de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over
+versterkte steden en maanden-lange belegeringen.
+
+Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam,
+geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch
+wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De
+natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen
+geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver
+en staag gemurmel van het dennenbosch.
+
+Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de
+koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het
+was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch
+zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten
+wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd
+ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en
+geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend
+zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis
+geworden.
+
+Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij,
+als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij
+snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor
+eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land
+werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting.
+
+Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er
+groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor
+de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven,
+blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald.
+
+De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu
+bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had
+gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame
+Belgie. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer
+regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag
+op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou
+worden afgeweerd.
+
+Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers
+langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog
+voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op
+vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de
+antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische
+legers rukten op Koenigsberg af, maar de bezetting van hollandsch
+Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven...
+
+Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch
+zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't
+gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen
+toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der
+natuur.
+
+Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren
+droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein
+kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten
+er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was
+dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen
+lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het
+nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland
+vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche
+troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten
+ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing
+gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Vise.
+
+Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op
+het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de
+buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons
+Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale
+trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan
+het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen
+herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroisch want wij
+wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de
+grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te
+verdedigen.
+
+Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land
+en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de
+wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te
+beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde.
+In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche
+gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij
+nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis
+van Burgondie, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren
+steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en
+heerschzuchtigheden.
+
+Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten.
+Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor
+goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die
+vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden
+op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche
+omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de
+wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den
+reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die
+stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den
+onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven
+voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter
+nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het
+verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van
+die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha,
+maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en
+Namen, der hertogen van Brabant en Burgondie. Hij werd de vorst
+van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had
+en nooit ten onder was gegaan.
+
+
+
+
+III-Bij De Burgerwacht
+
+
+
+Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was
+ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining
+van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden
+onder algemeen legerbevel.
+
+Het militarisme bestond niet in Belgie. Maar de militaire geest was er
+levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn
+leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de
+inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de
+burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht
+deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den
+oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken.
+Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de
+kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen
+was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van
+de landsverdediging te weten in dezen grooten nood.
+
+Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de
+vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik
+voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik
+herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren
+bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren.
+De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en
+geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den
+schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm
+omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende
+stilte.
+
+Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire
+gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten
+verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de
+poort de orde handhaven.
+
+Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de
+berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij
+gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen
+oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment,
+die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche
+ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner
+manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd.
+Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere
+richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene
+eenzame straat, waar het regende...
+
+Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen
+af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der
+groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed
+neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te
+liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van
+iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn
+ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben
+in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim
+voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke
+miseres die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan
+door het halfduister een kloosterzuster voorbij.
+
+Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren
+rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet
+veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de
+stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de
+herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van
+Berchem naar de kazerne stappen.
+
+Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel
+een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden
+droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange
+blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden
+opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een
+feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der
+waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun
+zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte
+koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland
+was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen
+half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk
+en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te
+Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten
+werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en
+gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende
+duitsche huizen.
+
+Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn
+hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren
+bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of
+daar een post te bezetten.
+
+Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want
+wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen
+over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik
+keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien,
+was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken.
+Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan...
+
+Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had
+ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's
+probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan
+geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag
+hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten
+dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de
+kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt,
+in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende
+kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht
+betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der
+genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor
+naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de
+sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het
+deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der
+dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen
+waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden
+roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn
+der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger
+uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad.
+Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen,
+tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het
+waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen
+afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van
+de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door
+de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange
+reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn
+voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder.
+Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde
+de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem.
+Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje,
+klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen.
+Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits.
+Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een
+geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die
+duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze
+geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van
+een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den
+mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen,
+laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het
+mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen
+worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het
+licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over
+den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij
+verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op
+wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het
+wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren
+verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets
+kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig
+vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de
+open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de
+hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood
+begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval
+der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een
+loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van
+prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen
+gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels
+op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met
+hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den
+wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen.
+Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten.
+Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk
+sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen
+werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den
+rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een
+genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik
+voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger
+en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene
+ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het
+vaderland dienen?
+
+
+
+
+IV-In De Celgevangenis
+
+
+
+Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou
+blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht
+om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was
+eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis,
+waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde.
+
+Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het
+was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de
+substituut, een commandant der jagers, een luitenant der
+gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen
+wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en
+weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken
+de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van
+Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid
+in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet
+van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn
+opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen
+verloren in de algemeene ontreddering van de wereld!
+
+Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't
+gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij
+dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het
+niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na
+verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per
+speciale trein naar Holland gevoerd.
+
+Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen
+die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer
+verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar
+huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een
+cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties
+zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met
+den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit
+werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne
+houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden
+moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme
+stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende
+op hunne knieen vielen en met biddende handen om genade
+riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb
+den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er
+waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat
+hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende
+druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo
+menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein,
+bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat
+men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met
+vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten
+aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp
+te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten
+reepels geschreven, die de Israelieten, tweemaal 's daags, in een
+doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en
+kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op
+zijn knieen, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen
+waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte
+dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen
+gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste
+hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne
+tranen op mijne vingers.
+
+Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als
+danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit
+de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het
+tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes
+op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele
+maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein
+borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en-
+groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen
+gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen.
+Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er
+medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden
+genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis
+mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil-
+lachend dankten.
+
+Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te
+doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de
+groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen
+burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers
+binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken
+verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren
+of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al
+wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de
+vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn
+gangen had mogen gaan.
+
+Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten.
+In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn
+tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het
+minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren
+voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen
+vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een
+die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn
+cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling
+overhandigde met nog vochtige oogen.
+
+Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te
+onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus
+1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het
+heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24
+Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden
+ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche
+linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te
+Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd
+hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het
+gerucht van den val der forten te verspreiden.
+
+Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit
+den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van
+Chaudfontaine, Evegnee, Barchon en Pontisse door de duitsche
+kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal
+met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna
+het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar
+wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij
+ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden
+verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en
+rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe
+zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der
+salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij
+hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog
+dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe
+eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der
+koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen,
+met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die
+nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder
+het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden,
+nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren
+helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met
+verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een
+gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling
+der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam
+het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun
+eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te
+maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't
+gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende
+griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie
+nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen
+bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele
+aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post
+vervoegen.
+
+Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant
+der gendarmerie:
+
+--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik,
+dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan
+het onvermijdelijke dat zou gebeuren.
+
+
+
+
+V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen
+
+
+
+De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene
+schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de
+wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld?
+Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der
+stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder
+meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die
+harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles
+in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid
+ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar,
+schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en
+fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle
+hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de
+Japanners, de Serbiers en de Montenegrijnen waren immers daar.
+Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan?
+Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de
+vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn
+dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat
+eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet
+aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten
+huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet
+weldra omverwerpen?
+
+Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't
+veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten
+waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed
+gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo
+gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd
+van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie-
+maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en
+kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland
+zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte
+schade rijkelijk moeten betalen.
+
+Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst
+te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen
+keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs
+de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige
+huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand
+in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen:
+de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der
+Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond
+Lemberg en Koenigsberg. Misleid door de al te optimistische
+belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar
+Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij Belgie
+en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn,
+toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen
+langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis
+waren...
+
+Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in
+de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk
+niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die
+Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de
+overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de
+Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had
+gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare
+weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk
+werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van
+Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden
+en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld
+achterlatend.
+
+Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen
+van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in
+werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost
+van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons
+tijdig hadden moeten ruggesteunen.
+
+De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe,
+daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn
+linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die
+reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op
+18 Augustus de Maas-bruggen van Hastiere tot Namen bezetten en
+het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te
+Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt.
+Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de
+kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons
+leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en
+dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet.
+
+Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er
+gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld
+worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke
+wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de
+brandstichting te Vise, de menschenslachtingen van Dinant
+en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde
+bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de
+aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren.
+De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van
+het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten
+ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van
+burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes,
+moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo
+werd de oorlog van Duitschland tegen Belgie als een inval van
+barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik,
+ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en
+steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving
+of de voortstuwende lava van een vuurberg.
+
+Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de
+menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden
+vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van
+dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van
+de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons,
+niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der
+duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering
+van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets
+van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg.
+Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn.
+
+Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien
+hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden?
+Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden
+gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche
+aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire
+verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger-
+vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar
+geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg
+gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle
+waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er
+anders over en ons volk bleef onwetend.
+
+Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche
+kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met
+verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts
+met moeite van de werkelijkheid overtuigen.
+
+De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de
+groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de
+Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch
+ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het
+hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims!
+Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar
+gingen wij toch heen?
+
+Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De
+vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit
+boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen
+grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke
+vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe
+de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10
+rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en
+riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad?
+Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der
+gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de
+scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen
+kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In
+de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht.
+Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der
+menschen die zongen de "Brabanconne".
+
+
+
+
+VI-In En Om De Forten Van Antwerpen
+
+
+
+Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en
+verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij
+bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af.
+
+Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn,
+Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de
+verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad
+overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte
+kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere
+gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in
+verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met
+hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde
+stellingen toch nog in staat van verweer te brengen.
+
+Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het
+Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het
+waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone
+boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der
+bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt
+worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun
+uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op
+kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige
+eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene
+reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken
+uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land
+tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het
+andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte,
+waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar
+een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een
+wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog.
+
+Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste
+bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en
+weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over
+groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er
+werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege
+tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds
+moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge
+wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon
+men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of
+speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten
+met gevelde bajonet.
+
+Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den
+buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de
+steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag
+wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te
+Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten
+onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee
+gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs-
+gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar
+tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch.
+
+Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door
+de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor
+aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de
+kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De
+prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het
+spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en
+rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog
+nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na
+korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een
+menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen
+het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze
+gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo
+dacht ik toen...
+
+Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de
+forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote
+molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende
+takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger
+bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand
+tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de
+wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en
+mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de
+papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol
+kappende, zagende en brandstokende soldaten.
+
+De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven.
+Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij
+nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der
+weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte
+huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de
+blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van
+een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor
+ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam
+alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat
+men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God
+en 't was toch oorlog!
+
+Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof
+openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen.
+Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol
+zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en
+vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje
+begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De
+zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den
+hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het
+witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak.
+Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord
+van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn
+en dat hun niet meer toebehoorde...
+
+Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren,
+maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die
+gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden
+gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote
+huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij
+plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken.
+Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig
+in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die
+nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten
+waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de
+vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan.
+
+Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de
+keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij
+dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag
+nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol
+ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen
+handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon-
+buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te
+ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen.
+
+Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken.
+Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven
+zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot
+Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er
+niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit
+Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte,
+speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op
+het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en
+pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische
+impressie.
+
+
+
+
+VII-De Zeppelin
+
+
+
+De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen.
+Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als
+ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen.
+Zoo was het althans voor mij.
+
+Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in
+mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de
+keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort
+daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den
+marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique
+van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons
+te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons
+land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het
+uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden.
+
+Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij
+wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te
+lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht
+viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele
+zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede,
+alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood-
+mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele
+glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der
+wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes
+in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud-
+grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de
+mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood
+leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest
+opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met
+mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn
+bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en
+die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan
+beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn
+oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik
+droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle
+rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van
+Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling
+waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker.
+
+Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een
+onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam
+terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten.
+Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing
+kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik
+werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en
+liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar
+deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende
+licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden
+der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door
+den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken
+verdwaasd en verschrikt.
+
+--"Het is de beschieting!"
+
+--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten."
+
+--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers
+tegen elkaar rollen in een hand.
+
+Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien.
+Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers
+in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een
+Zeppelin was.
+
+Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar
+steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als
+bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van
+bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde een gekletter van
+ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten,
+waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden.
+
+Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de
+groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde
+silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den
+vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters
+open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de
+richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen.
+
+'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er
+was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen
+waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de
+Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden
+gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths
+gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den
+grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie
+straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan
+spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10
+menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non-
+combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk
+was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd
+het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar
+beneden spoot.
+
+Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen
+waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van
+de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek
+te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het
+koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het
+Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven
+daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de
+jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-Jose. Het was
+afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun
+leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis
+had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als
+eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid
+brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats
+naast den Koning in te nemen.
+
+De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het
+ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een
+buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en
+kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van
+het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl
+de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in
+de straten openkraakten.
+
+De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings-
+middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne
+kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen
+werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand
+werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te
+gaan.
+
+Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in
+de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en
+werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der
+huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door
+politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en
+pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken
+avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die
+nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen.
+
+Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten
+nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn
+boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren.
+De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten
+waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende
+een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels
+hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen
+van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als
+een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig-
+slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de
+verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote
+gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels
+gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels
+die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van
+rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de
+stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange
+schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel
+geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een
+wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter
+de huizen in den zwarter wordenden nacht.
+
+Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme
+buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet
+zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het
+stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van
+een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de
+donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had
+zien aankomen.
+
+De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime
+dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht
+naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het
+lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een
+luchtschip.
+
+Met het wassen van de maan werd de stad eene betoovering. Het
+maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker-
+opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen
+tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en
+cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan-
+beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart
+over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den
+roosachtigen gevel van het stadhuis.
+
+De beiaard zong niet meer.
+
+
+
+
+VIII-De Verspieder
+
+
+
+Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar
+Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek
+eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren
+aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet
+langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne
+aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was,
+burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij
+te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die
+verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het
+belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door
+een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de
+hand in dat spel te hebben.
+
+Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs-
+auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde
+op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er
+onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van
+hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre aeltern noch?"
+kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en
+twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn
+angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn
+onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren
+zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood.
+
+De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter
+plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen
+bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden
+geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een
+commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform
+en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den
+vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn.
+
+Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie
+daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene
+onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen
+van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en
+Eppeghem gevochten had.
+
+In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij
+uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende
+stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden
+en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw
+en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog
+op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen
+der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden
+de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen.
+
+Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter
+wereld waar de oorlog de heroische beteekenis behouden had van
+schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige
+en machinale van den duitschen krijg.
+
+Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van
+geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en
+de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd
+werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen
+tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval
+geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en
+de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem.
+Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval
+niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan
+deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met
+moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers.
+
+Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor
+ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen
+over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische
+spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee
+een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield
+bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig
+aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het
+getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien
+het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was
+halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij
+nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en
+voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden.
+
+Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het
+strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen
+weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en
+kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en
+laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten
+delven.
+
+Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen
+wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De
+uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te
+herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen
+van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De
+infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen
+dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes
+van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond
+schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden
+langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen
+met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers
+onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken
+wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren
+liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op
+bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den
+witten band met het roode kruis rond den arm.
+
+Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij
+nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten
+om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen.
+In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen,
+arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd.
+
+Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de
+wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette
+dorpen bedreven.
+
+In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door
+het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger
+mooie dames en heeren in soiree-kleeren naar de schouwburgen
+voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd
+met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig.
+
+Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar
+ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere
+verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar
+Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre
+tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het
+begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er
+nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de
+velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een
+rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat
+eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren,
+O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende
+straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als
+wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog?
+
+
+
+
+IX-In De Ambulances
+
+
+
+Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte
+zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans
+college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens
+ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van
+den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de
+huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef
+een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der
+ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds
+herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat
+op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van
+den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke
+stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de
+genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime
+luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een
+meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het
+zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen
+en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden
+aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten
+samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren.
+
+Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en
+maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en
+de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden
+zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel.
+
+In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles
+van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met
+de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de
+voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes
+in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat
+ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest-
+offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in
+geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht
+van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal
+gekwetsten was in aantocht.
+
+Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche
+bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan
+gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om
+den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De
+Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers
+geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op
+Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand
+werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar
+in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en
+eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze
+troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September
+ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de
+talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters
+konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd.
+
+Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn,
+was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die
+behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu
+reeds de open poort der ambulance binnengedragen.
+
+Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond,
+wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden
+nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend,
+beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er
+waren er die bewustloos lagen met toee oogen en vale gezichten.
+Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen
+rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte
+menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig
+verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te
+nemen.
+
+Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been.
+Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels.
+
+Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van
+den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De
+doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik
+ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de
+jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond
+ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch
+kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een
+shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde
+begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen...
+
+Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de
+berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde
+lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die
+den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen
+gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die
+stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die
+beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt.
+
+Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de
+zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid
+te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun
+bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij
+vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede,
+van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet
+meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen
+zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij
+zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het
+was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot
+op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn
+of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen.
+
+Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden
+vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed
+had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel.
+Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht
+van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen
+hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp.
+Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en
+mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche
+stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne
+mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze
+schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden,
+hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste
+huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw
+begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne
+kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in
+mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst
+als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij
+vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden
+die niet te lezen stonden in de bladen.
+
+Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in
+het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een
+nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de
+koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met
+stille fluisterstem trachtte te sussen.
+
+
+
+
+X-De Zelfmoord
+
+
+
+Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de
+stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg
+andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht.
+Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn
+gevallen.
+
+En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die
+duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van
+larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren
+achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en
+grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als
+eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in
+zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een
+moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk...
+
+En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van
+den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere
+lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van
+witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof
+gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van
+den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan.
+
+Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke
+van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een
+vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke
+dat ik zou ontmoeten.
+
+De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de
+waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood
+aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar
+doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof?
+
+Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen
+en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat
+waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een
+donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan
+het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende.
+Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan
+staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht
+gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten
+woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan
+den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten
+over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door
+een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten
+die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was--
+tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de
+Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op
+vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de
+Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht
+opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand
+aanvielen.
+
+Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de
+Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis.
+Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister
+der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een
+vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die
+donkere muren!
+
+Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De
+arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht.
+Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als
+het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind
+huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster.
+Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken
+nacht?
+
+Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort,
+laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der
+Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in
+een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het
+heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel
+van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen
+plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht
+in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw.
+
+Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging
+op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen
+moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg
+een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik
+vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op
+onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met
+snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar
+huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van
+schrik was weg gevlucht.
+
+"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..."
+
+Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend
+snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan.
+De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij
+waren nog met ons tweeen, een duistere man en ik, toen wij
+aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was
+een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur
+en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht
+vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede
+lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend
+staan bleef.
+
+--"Boven! Boven" jammerde zij.
+
+ Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen,
+op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen
+schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de
+tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram
+moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een
+stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met
+mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De
+man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij
+zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op
+adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den
+dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de
+duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als
+van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de
+donkere huizen langs.
+
+
+
+
+XI-Antwerpen Hoofdstad
+
+
+
+Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad.
+Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige
+gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provincien
+Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van
+ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen,
+Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten
+geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot,
+Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom
+verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd
+afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons
+land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond
+Antwerpen.
+
+Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht
+Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af
+en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den
+stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer
+kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren
+van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt
+van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen
+zouden komen te staan.
+
+Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de
+strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De
+vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot
+verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog
+steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare
+gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten.
+Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te
+vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het
+geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen
+werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht
+gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch
+Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten.
+Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het
+burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden.
+Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal
+voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen.
+Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform,
+dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde.
+
+Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het
+bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er
+een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen
+ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en
+Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten
+luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't
+licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten
+gaf het uitzicht aan de straten.
+
+Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht,
+van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een
+onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het
+Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der
+regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten.
+Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen
+genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis
+voor den Senaat in te richten.
+
+Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden
+van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne
+dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis
+bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar
+doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de
+poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer
+de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap
+aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef
+een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken
+dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op
+weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten
+op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging
+bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor,
+waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in
+het hooge gestoelte van blinkend ouden eik.
+
+Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op
+de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de
+hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof
+het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn
+mond in den milden vierkant-geschoren baard.
+
+De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche
+plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon
+men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of
+buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag
+zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen
+zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije
+Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte
+ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de
+winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met
+afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een
+papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert
+erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg.
+Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen
+van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag
+door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den
+Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te
+plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der
+limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en
+verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde
+Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken.
+Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en
+had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen
+bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden.
+
+Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St-
+Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen
+equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de
+benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende
+dat iemand een russisch of engelsch militair attache daar had zien
+uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van
+mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren
+door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit
+Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland
+te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto
+te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten
+minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in
+Frankrijk waren teruggeslagen en weldra Belgie zou worden
+ontruimd.
+
+De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het
+natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder
+kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats
+zag men heeren in rok en dames in soiree-kleeren bewegen door
+de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de
+restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in
+een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische
+lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den
+wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of
+een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe
+rookspiralen door de halle ging zweven.
+
+
+
+
+XII-Het Uitzicht Der Straten
+
+
+
+De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met
+kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor
+deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van
+het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld
+waar wat te oogsten viel.
+
+Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met
+vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen,
+aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers.
+
+Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten
+voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd
+was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op
+zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of
+tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's
+bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij
+tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en
+de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan
+de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op
+bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met
+voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met
+verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke-
+drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of
+luchtschepen of uniformen der verbonden legers.
+
+De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze
+boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet
+meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene
+manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte
+knieen. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter
+het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij
+afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen
+aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op
+den buiten.
+
+De terrassen der cafe's zaten vol officieren, krijgsdokters,
+apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die
+zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht
+van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten
+neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de
+menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of
+oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene
+bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne
+vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de
+stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en
+gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid
+waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de
+lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil
+van 't land of 't behoud des konings van afhing.
+
+Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van
+volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker
+"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon
+er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit-
+omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het
+terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig
+was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht
+kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al
+de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts
+gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte.
+Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok
+een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij
+hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij
+zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde
+op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen
+Antwerpen en de kust vrij te houden.
+
+Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red
+Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het
+automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden
+auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden
+opgeeischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot-
+zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in
+betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig
+bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden
+die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te
+midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer
+geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier
+wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon.
+Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was
+geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een
+auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond
+Herenthals.
+
+Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde
+ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat
+tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot
+voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er
+telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten
+angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk
+om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest
+te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen
+de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak.
+
+Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche
+landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit
+de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen
+in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen
+dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan
+volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers
+stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende
+de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der
+landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde
+gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een
+buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen
+de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en
+tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en
+uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de
+stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde,
+waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in
+die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Vise,
+Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en
+zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten
+deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten
+balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door
+Rome werden gevoerd.
+
+
+
+
+XIII-De Stijgende Neerslachtigheid
+
+
+
+Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was
+bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk
+uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen
+die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe
+verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den
+overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken,
+toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd
+genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden
+opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht
+zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds
+omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood
+brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende
+gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een
+dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen
+geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester
+werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar
+Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag,
+van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden
+vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in
+de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de
+bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners
+en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de
+overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of
+broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was
+gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons
+leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare
+vesting?
+
+Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis
+te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik
+hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden
+gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die
+kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na
+het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne
+kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken
+van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet
+vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren
+kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met
+schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er
+waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten
+voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande
+beschutting.
+
+Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig
+nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste
+gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven.
+Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan
+troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een
+oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten.
+De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille
+gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in
+eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen
+worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de
+wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van
+nog te gebeuren wee niet was te overzien.
+
+Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan
+een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten
+en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens
+verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen
+kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het
+leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het
+was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet
+waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige
+wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde,
+onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige
+te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der
+nieuwe tijden zou groeien...
+
+Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen
+onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze
+beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden
+naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het
+sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was,
+dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama
+van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar
+nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest
+weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag
+hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het
+wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten-
+curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en
+tastende vingertoppen de empatementen van den grooten meester
+onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers
+de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het
+Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat
+een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone
+lichaam van den Gekruisigde.
+
+Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag
+naderend einde.
+
+
+
+
+XIV-De Beschieting Der Forten
+
+
+
+De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September
+hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen.
+Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk
+geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het
+geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht
+weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit-
+vermoed geweld.
+
+Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige
+leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen
+den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van
+zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders.
+Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan
+de uiterste grenzen der antwerpsche vesting.
+
+Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het
+onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet
+goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap
+en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag
+gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer
+opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het
+gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij
+waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten
+gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel
+door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden
+bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste
+poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk
+oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht...
+
+Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of
+geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze
+gepantserde borstweer werden toegebracht.
+
+Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan
+'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers
+elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht.
+
+Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere
+advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den
+krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche
+handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in
+hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel
+den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de
+gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den
+algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het
+ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij
+hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke
+dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene
+kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien
+onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur
+van den onwederroepelijken ondergang.
+
+Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier
+was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de
+strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot
+Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier
+en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te
+twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur.
+
+De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er
+meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van
+het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht,
+de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met
+de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te
+midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote
+verslagenheid begon in de stad te heerschen.
+
+In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de
+Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een
+bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een
+duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch
+luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de
+vijand mogelijk teruggeslagen?
+
+Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een
+zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die
+hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te
+verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog
+reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis
+vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen
+had moeten wijken en op 28 September het bombardement van
+Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42
+cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog
+die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt.
+
+"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat.
+Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op
+beton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen
+neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen
+van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij
+die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene
+verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een
+vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode
+vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan
+overal op de vlucht onder een regen van shrapnels."
+
+Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend,
+voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en
+tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten-
+verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen
+dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig
+stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met
+verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand
+ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid
+verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo
+moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij
+van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan
+den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben
+om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te
+houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers
+wel!
+
+Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs
+meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws
+als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien
+dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd
+aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te
+denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen?
+Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander
+nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders
+en die moesten worden aangeklaagd.
+
+
+
+
+XV-Inferno
+
+
+
+Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in
+de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen.
+Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van
+hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk
+verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag
+een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig-
+verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal
+voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar
+soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in
+een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog
+over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot
+keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt.
+
+Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne
+Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met
+een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel
+onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen
+op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van
+Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen,
+vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een
+reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd.
+
+Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de
+tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig-
+aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat
+alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van
+onzeggelijke en gruwzame wildernis.
+
+Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die
+uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne
+gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke
+dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren
+gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie
+vervolgde.
+
+Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog
+bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet
+meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de
+aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een
+aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te
+midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als
+een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm.
+Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren
+joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts
+naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo
+begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de
+wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo
+vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen."
+Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve-
+betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van
+een reusachtigen plethamer.
+
+Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat
+aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten
+onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1
+October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk
+gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk
+genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en
+Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen
+Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven.
+
+De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht
+bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden
+wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken.
+Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te
+verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der
+vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger
+overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra
+achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig
+toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten
+te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij
+zou weten waar hem aan te klagen.
+
+Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke
+gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu
+toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land
+kon beslist worden.
+
+Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met
+een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of
+ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote
+overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van
+tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het
+vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche
+vesting.
+
+
+
+
+XVI-Rond De Stad
+
+
+
+Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te
+overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten.
+
+Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met
+een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde,
+zuidwest van Antwerpen.
+
+Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig
+nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De
+harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch-
+groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te
+beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van
+den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken.
+
+Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag,
+over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto
+'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan
+volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken
+en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen
+nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde
+aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd.
+Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht:
+amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten,
+aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en
+wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering
+die dagelijks door een leger verslonden wordt.
+
+Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege
+gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun
+burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen
+klonken schreeuwerig door de lucht.
+
+Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de
+Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn
+witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk
+uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de
+aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom.
+Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een
+muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van
+morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken
+oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de
+bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden,
+gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar
+Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun
+leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was
+er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden
+weerzien.
+
+Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem,
+kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar.
+Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten
+boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste
+ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist
+nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden
+sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over
+de Nethe had gedreven.
+
+Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In
+den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het
+Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag
+der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten
+gemaakt voor den aftocht van het leger.
+
+Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een
+kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door
+de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had
+van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord
+eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten
+of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een
+zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht.
+
+Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen
+de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik
+eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde.
+Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden.
+Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn
+werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het
+was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria,
+Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen
+die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van
+goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde...
+Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den
+vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was
+toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote
+droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn
+verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het
+gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens,
+over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die
+eens toch mijn bezit was?
+
+Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele
+schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water
+van den vijver.
+
+Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds
+vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste
+treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar
+de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was
+een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en
+met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden
+langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis
+voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie
+bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik
+niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik
+nam mijn plaats in nevens den voerman.
+
+In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde-
+poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de
+kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren
+werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren
+uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort
+van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot
+Antwerpen.
+
+Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was
+rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan.
+
+
+
+
+XVII-Op Sint-Michielstoren
+
+
+
+Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen
+met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op
+het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren
+te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den
+horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst
+dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De
+strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede
+verdedigingslijn.
+
+De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en
+weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond-
+geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen.
+
+Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde
+eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar
+tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre
+dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht.
+Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den
+einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en
+naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen
+van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit,
+alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn
+vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den
+horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van
+witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode
+lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen
+en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel
+steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst
+ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als
+een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef.
+Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw.
+Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes
+der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven,
+ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de
+belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn.
+
+Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk
+van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het
+staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs
+gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte.
+Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig.
+
+Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels
+opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot
+op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk
+nu, heel nabij, als het gedreun van orgels.
+
+De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester-
+galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en
+naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het
+Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver
+met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en
+het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de
+olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten
+toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn
+redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen
+tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam
+nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van
+den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en
+kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van
+Sint Anna.
+
+Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren
+afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en
+ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die
+groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook
+eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk
+stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan
+geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was
+van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was.
+
+Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten
+liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met
+eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en
+nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn
+morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met
+weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen-
+hoopen konden worden neergebeukt.
+
+Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche
+kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer
+toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven.
+Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op,
+de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het
+fluisterstille kabinet.
+
+Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde
+hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube
+snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden.
+Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren
+reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen.
+
+Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl
+wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende
+wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig
+verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien
+neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel
+onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer
+tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur
+nog niet gekomen was?
+
+Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die
+onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en
+naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over
+heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets
+bitters meer indien het zoo beschikt was.
+
+De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en
+verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der
+hemeldiepten. De kanonnen zwegen.
+
+Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een
+kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten
+uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van
+Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat
+nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten
+zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen.
+
+
+
+XVIII-Een Nare Dag
+
+
+
+Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van
+het beleg van Antwerpen.
+
+Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde
+gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen
+moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was
+nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden!
+
+Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van
+Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere
+bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger
+waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk
+verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier
+lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was
+in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste
+verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft
+en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd
+verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe
+teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn
+zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om
+de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar
+Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen
+het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen.
+Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele
+dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast
+mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is
+slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren
+misschien."
+
+Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in
+twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest
+die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke
+verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend,
+alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond.
+
+Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten
+volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend!
+Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de
+ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen
+heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat
+de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de
+oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid
+als de laatste korrels van den Zandlooper.
+
+Er was niets meer aan te doen!
+
+O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier
+nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle
+werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de
+menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude
+huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol
+oude rust en zekerheid.
+
+De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en
+Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen
+vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend
+geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de
+trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene
+pracht en schittering.
+
+De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van
+andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij
+is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeen loopen
+er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en
+Valparaiso, uit New-York en Shanghai hielden den steven naar haar
+gewend.
+
+Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene
+liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was,
+heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en,
+varend over vreemde zeeen, hoorde ik haar roemen door het
+scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de
+eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede
+en kalme Schelde...
+
+En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet
+haar te redden ten koste van hun bloed...
+
+Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de
+Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn
+overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare
+onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken,
+met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van
+Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van
+een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en
+Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen
+feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar
+heiligdom!
+
+Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen.
+
+Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten.
+Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met
+de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het
+ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange
+verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die
+gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling
+der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben.
+Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat
+onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste
+pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als
+door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de
+hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos
+gingen loopen met een borst vol nijpend wee.
+
+Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn
+schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het
+Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van
+Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust
+en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte
+komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar
+eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre-
+koele boomen?
+
+Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten
+door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck,
+de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten
+der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat
+de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht
+sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde
+karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en
+schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en
+duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd.
+Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het
+Westen liepen nog de eenige vrije wegen.
+
+Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te
+geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad.
+
+Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers
+waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid.
+De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene
+nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen
+van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude
+trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen
+en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner
+snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en
+geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte.
+Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten
+toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken
+waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en
+reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der
+Suikerrui.
+
+Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste
+kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen
+werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche
+admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds
+overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere
+wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered!
+
+Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden
+van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes.
+Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist
+dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000
+engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet
+voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De
+avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de
+deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit-
+gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde
+begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het
+aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van
+Antwerpen riepen om genade.
+
+
+
+
+XIX-De Kardinaal Te Antwerpen
+
+
+
+O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de
+boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele
+klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die
+luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van
+feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor
+de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie
+maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu
+kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en
+rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij
+die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle
+torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere
+bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden
+schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in
+alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde
+klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter
+om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef
+niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een
+mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen
+ons leed.
+
+Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke
+gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven
+het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en
+dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus.
+Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere
+vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en
+parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen
+die vergaan.
+
+Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene
+verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te
+komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die
+bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging?
+
+Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote
+straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de
+Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en
+klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't
+rumoer.
+
+De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst
+van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het
+meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de
+menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te
+vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags
+de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een
+macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't
+Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de
+orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten
+geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de
+verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde
+weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de
+imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen
+duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken
+die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid
+van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte
+en platgetrapte Belgie, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste
+zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de
+Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven
+de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die
+Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld.
+
+Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer
+uit Italie, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene
+eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf.
+Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht,
+die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de
+antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het
+behoud der stad in haren uitersten nood.
+
+Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met
+moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te
+leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven
+beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L.
+V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit-
+marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en
+de choralen zongen.
+
+Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den
+Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde.
+
+Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus
+college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar
+lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De
+oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde
+gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe
+oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het
+vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange
+grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden,
+goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin.
+De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de
+mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch
+leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere
+witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de
+zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik
+soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte
+geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat,
+pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen
+deed van Peladan en Leon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar
+mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn
+neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens
+ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De
+Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van
+diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans
+uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van
+het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het
+Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven?
+
+Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste
+gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar
+heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons...
+Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die
+hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en
+bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van
+de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene
+smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van
+de woede der Noormannen verlos ons Heer!
+
+Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de
+dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen
+en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang
+van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het
+goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht
+der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal
+met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde
+en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven
+door de beuken.
+
+Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de
+Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden
+van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden
+zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde
+reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool
+street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij
+waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de
+hooge imperiales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar
+de opgetogen wandelaars.
+
+Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de
+deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en-
+gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon
+speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog
+even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den
+glorierijk-begloorden Schelde-stroom.
+
+Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag
+in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen?
+
+
+
+
+
+XX-De Groote Vooravond
+
+
+
+Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11
+uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een
+elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen.
+
+De seizoenen van Viaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die
+liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde,
+de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente:
+daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de
+gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij
+vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik
+vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend
+lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op
+de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden
+werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter
+ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de
+toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als
+een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het
+spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de
+blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in
+weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten.
+
+Milde en machtig mededoogen
+keert uw onbermhertig oogen
+toch niet af
+van mijn nietheid die benepen
+voelt de dood haar henensiepen
+naar het graf.
+
+Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen
+van 't kanon.
+
+Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu
+als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste
+dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid
+nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de
+roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende
+Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de
+wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen
+wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht
+en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters
+woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het
+paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de
+onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden
+worden gesteld...
+
+Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de
+losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn
+lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel
+mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte
+van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld
+leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen
+stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en
+voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van
+den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier
+windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen-
+drommen oproepen voor het laatste oordeel.
+
+Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't
+centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een
+stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker
+bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras.
+Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een
+oogwenk, konden storten in elkaar.
+
+Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting
+van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen.
+De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den
+stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op
+eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar.
+
+Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen
+van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig
+dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat
+schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder
+mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden?
+Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen
+wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers
+alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de
+menschen te manen naar hunne kelders te vluchten.
+
+Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf
+scheen te bedaren in de verte.
+
+Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik
+bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van
+de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als
+door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van
+honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een
+duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor
+heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven.
+
+Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het
+bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op
+mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de
+paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet
+moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd
+joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna
+onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en
+caissons door de dreunende straten reden.
+
+Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van
+een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten
+stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar
+den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de
+balken schokten.
+
+Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog
+heel den nacht door van rollende kanonnen.
+
+
+
+
+XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement
+
+
+
+In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de
+bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de
+burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen
+van het Noorden en het Noord-Westen.
+
+Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan
+hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te
+bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting
+verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst
+de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij
+plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement
+hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den
+oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch
+krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de
+zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot
+verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand
+beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche
+marine-stukken.
+
+Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat
+hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar
+de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig
+vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden
+sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over
+de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen-
+Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan
+nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en
+vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen
+stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen.
+
+Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich
+voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten,
+andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het
+hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden
+ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's
+moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle
+ziekten en miseres op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij
+kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten
+de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven
+in de stad.
+
+Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik
+een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo
+een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren.
+
+Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken
+naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik
+nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren
+dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het
+oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de
+onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest
+afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand
+uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den
+onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een
+reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef
+alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen.
+
+Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het
+plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube
+hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de
+openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen
+donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om
+eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der
+poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster,
+die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken,
+bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld
+en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort.
+
+De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de
+burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want
+bommen werden toen niet geworpen.
+
+Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden
+met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis
+overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden,
+velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven
+van 't gevaar.
+
+De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van
+Baron Chasse in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en
+ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel
+eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel
+doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis.
+
+In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle
+winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal
+binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en
+zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond
+naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden
+zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die
+op paniek geleek.
+
+Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd
+was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen
+waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene
+verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog
+besluiteloos.
+
+Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle
+menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of
+een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes
+die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een
+innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne
+vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet.
+
+Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt,
+op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn
+donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat
+gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze
+hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele
+lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe
+hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke
+overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de
+glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos
+neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld
+gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou
+zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar.
+
+In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat
+hij zinnens was te doen.
+
+--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette
+"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is
+het angst?"
+
+Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust:
+
+--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid
+en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen
+vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles
+wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws
+over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord,
+al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige
+genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar,
+een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke
+menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk
+lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de
+moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit
+geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in
+puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige
+Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de
+antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en
+onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in
+de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven
+die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de
+kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de
+zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle
+enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en
+komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons
+diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat
+eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik,
+nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe
+de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden
+omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden
+om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve
+land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat.
+Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou
+mij eer schamen moest het anders wezen."
+
+Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die
+zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen
+kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht
+hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de
+schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te
+verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts
+de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het
+vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien
+voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te
+gaan en wij namen nog geen besluit.
+
+Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een
+grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was
+ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt
+naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds
+de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze
+ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was
+nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen,
+Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit
+stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den
+vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche
+officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij
+zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar
+moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste
+herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle
+mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te
+werken?
+
+
+
+
+XXII-De Laatste Uren
+
+
+
+Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde.
+
+Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik
+eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de
+onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote
+daden.
+
+Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen
+de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de
+bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de
+kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de
+tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand
+naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven-
+masker.
+
+Ik voelde weemoed naar boven komen.
+
+--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe
+nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid
+het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en
+alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de
+gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik
+met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en
+misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en
+een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd
+en daargelaten.
+
+--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op
+mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de
+millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief
+geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun
+innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting
+en verlangens.
+
+Ik trok de schuiven open.
+
+--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik
+kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen,
+niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden?
+Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste
+te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was
+ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou
+misschien alles eens terug vinden, wie weet?
+
+Ik sloot de schuiven en borg den sleutel.
+
+Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij
+zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en
+gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde
+kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden
+van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne
+bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen
+officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland,
+met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar
+vader vocht in 't verre Indie en zij was vroeg verlaten en alleen;
+Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting
+en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg
+gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode
+roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding
+neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken
+bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te
+wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor
+dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan
+misschien in de verwoesting dezer stad!
+
+Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten
+aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een
+geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een
+duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne
+vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude
+hallen van Krakow.
+
+Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre,
+een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte.
+Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte
+weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder
+was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar
+ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid
+en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans.
+Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas
+in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen
+bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon
+storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden
+zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis.
+
+Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit
+zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets
+belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel.
+Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van
+de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en
+uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen
+nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even
+maar te aarzelen.
+
+Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer
+haar lot beslist is?
+
+De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen.
+De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome
+en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende
+legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig
+om een nieuwe orde in de wereld.
+
+Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling
+van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs
+over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en
+regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed.
+
+Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene
+drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn
+mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de
+straat op.
+
+Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een
+vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen
+menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar
+werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt,
+bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met
+geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen.
+
+Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting
+van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar
+over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur,
+over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare
+torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs
+hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen
+en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne,
+Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou
+de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou
+de orgieen zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland
+ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude
+gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel.
+
+Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer,
+lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken
+avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen
+stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om
+nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken
+stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte
+wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging
+zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd
+als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have
+en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor
+korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland.
+
+De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote
+vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V.
+Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere
+avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de
+duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was
+verzwonden, wij reden de donkere velden in.
+
+Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het
+gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van-
+geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de
+wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze
+bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak.
+
+
+
+
+XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend
+
+
+
+De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin
+geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de
+werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het
+verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't
+geweld.
+
+De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren
+met een kloppend hart.
+
+Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend
+rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de
+ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en
+door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen,
+het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend
+gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke
+blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot
+weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van
+den donderenden schok.
+
+Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch
+indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid,
+alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu
+dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als
+een klok en de muren daverden.
+
+En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok
+die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien
+instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog
+gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres
+tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en
+wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet
+mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag,
+dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren,
+boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder
+genade.
+
+Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons
+hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens
+rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften,
+koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor
+ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was
+het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was
+aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het
+zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee
+door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het
+ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm...
+
+Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel
+ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat
+geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de
+honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden.
+Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar
+oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden.
+
+Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den
+onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en
+wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept
+onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende
+runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende
+kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of
+zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met
+vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld
+met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een
+vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met
+krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden
+zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd.
+
+Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen
+braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die
+duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-
+vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood
+ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen
+zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de
+zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde.
+Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar
+aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen...
+boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte
+door de lucht.
+
+Het was een visioen van Isaias! Het was een Dies irae vol
+verschrikking, de Godsteistering van een heel volk.
+
+Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag
+een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet
+verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van
+Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle
+dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen.
+Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met
+trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de
+vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen
+had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen.
+Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier
+uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het
+bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in
+de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten.
+
+Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin
+floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten
+in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan
+weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de
+losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld.
+Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de
+brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in
+volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der
+brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar
+alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de-
+dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van
+Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden
+jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het
+gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven-
+regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin
+hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een
+ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren
+eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de
+boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de
+Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de
+onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in
+de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene
+boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe,
+geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het
+kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen
+brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in
+de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort.
+Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het
+Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en
+Zurenborg "lagen al plat".
+
+Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de
+vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten,
+mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen
+kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en
+brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de
+hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het
+was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den
+breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die
+brandden in de richting van Hoboken.
+
+Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide
+rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was
+tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen
+kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en
+hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De
+beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood-
+vermoeid.
+
+Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken.
+De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden
+werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den
+naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed-
+geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in
+slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf
+der zware duitsche kanonnen.
+
+Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik
+op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de
+zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie
+van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam
+voortrollende oorlogswagens.
+
+
+
+
+XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap
+
+
+
+De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer
+gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte
+hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van
+zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te
+wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet
+scheiden.
+
+Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag
+op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren
+stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste
+aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen
+van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen.
+
+--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij
+maar optrekken."
+
+Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een
+ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons
+goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de
+grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken
+werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan.
+Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner
+ monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik
+kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn
+zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak.
+Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op
+en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan.
+
+Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij
+den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug
+ging brengen naar zijn huis.
+
+Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom....
+
+--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't
+gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop
+met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde.
+
+Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der
+honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend
+spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een
+stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man
+bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toee
+oogen. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd
+weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de
+snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden
+huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder
+ophouden, het doffe brommen van 't kanon.
+
+Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de
+Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in
+den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn
+oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de
+Bom...
+
+Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de
+wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de
+verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte.
+
+Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen,
+waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen
+van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden
+aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het
+mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen
+koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan
+een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg
+waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet
+naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De
+kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en
+wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze
+pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze
+monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint
+Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed,
+langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer
+vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats
+vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging
+dat nieuwe kindje geboren worden?
+
+Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in
+den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte
+massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren
+soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten
+verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem.
+
+Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan
+den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke
+aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel
+begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde
+gezichten zagen rood van het verre vuur.
+
+Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met
+den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug
+naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land.
+
+Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de
+dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld
+van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde,
+die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige
+kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen,
+onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende
+muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen,
+neergehurkt in stomme lijdzaamheid.
+
+Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den
+kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de
+verre gloeiende stad.
+
+--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster.
+
+Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al
+wat wij ginder achter lieten.
+
+--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt
+schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad"
+zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten.
+Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een
+auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne
+Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar
+wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar
+het eerste hollandsche stadje.
+
+Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het
+ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land.
+Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder
+voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den
+nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet.
+
+Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar
+Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door
+hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de
+Lange Delft.
+
+ 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van
+vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede
+stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog.
+
+Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar
+Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen
+goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost
+voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude
+straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude
+ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor
+schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen
+hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was
+de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen,
+huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag
+gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de
+zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland
+Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene
+weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog
+vergeten. Het kon niet lang meer duren toch...
+
+Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het
+rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij
+waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de
+vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit
+den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde
+muren.
+
+Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij
+sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven!
+De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik
+liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen.
+Moeder en zuster weenden.
+
+Antwerpen was gevallen!
+
+Neuilly-sur-Seine, Lente 1917.
+
+
+Het Einde
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+***** This file should be named 11500.txt or 11500.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year. For example:
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/11500.zip~ b/11500.zip~
new file mode 100644
index 0000000..142328d
--- /dev/null
+++ b/11500.zip~
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..025898e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #11500 (https://www.gutenberg.org/ebooks/11500)
diff --git a/old/11500-8.txt b/old/11500-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..7c723aa
--- /dev/null
+++ b/old/11500-8.txt
@@ -0,0 +1,3950 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Val van Antwerpen
+
+Author: Jozef Muls
+
+Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+
+
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+(10 Oktober 1914)
+door Jozef Muls
+
+
+
+
+
+Inhoudstabel
+
+Bldz.
+
+I. De Laatste Dagen van den Vrede
+II. De Oorlogsverklaring
+III. Bij de Burgerwacht
+IV. In de Celgevangenis
+V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen
+VI. In en Om de Forten van Antwerpen
+VII. De Zeppelin
+VIII. De Verspieder
+IX. In de Ambulances
+X. De Zelfmoord
+XI. Antwerpen Hoofdstad
+XII. Het Uitzicht der Straten
+XIII. De Stijgende Neerslachtigheid
+XIV. De Beschieting der Forten
+XV. Inferno
+XVI. Rond de Stad
+XVII. Op Sint-Michielstoren
+XVIII. Een Nare Dag
+XIX. De Kardinaal te Antwerpen
+XX. De Groote Vooravond
+XXI De Aankondiging van het Bombardement
+XXII. De Laatste Uren
+XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend
+XXIV. Op den Weg der Ballingschap
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+door Jozef Muls
+
+
+
+I-De Laatste Dagen Van Den Vrede
+
+
+
+Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de
+hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde
+het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het
+was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche
+ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort
+naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij
+wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder
+de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende
+machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken
+dooreen gingen woelen als in een maalstroom.
+
+'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle
+torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten.
+De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel,
+boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver
+en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu
+den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden
+gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui
+voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen.
+De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep
+in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot
+deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot
+vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet
+regelmatig aan huis verwittigd worden.
+
+Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te
+bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke
+soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen
+zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen,
+van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer-
+passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw
+en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een
+drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande
+oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel...
+
+De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het
+loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der
+Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te
+wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen-
+gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw
+rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne
+beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien
+hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden
+huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve
+burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware
+pakken naar huis te dragen.
+
+De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter-
+eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe
+had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd,
+met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden
+jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het
+onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders
+die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe
+van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen
+in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten
+waren vol verschrikking.
+
+Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is
+van alle geweldige dingen die met ons gebeuren.
+
+Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan
+worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met
+nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde,
+de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle
+leven, het stille en zekere wentelen van de dagen.
+
+En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict
+zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo
+nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren
+wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend
+en beschermd?
+
+Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie
+de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons
+zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het
+lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van
+onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De
+schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de
+bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak
+van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig,
+tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en,
+in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren
+bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn
+werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van
+de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na
+het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van
+Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers
+beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar
+literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts,
+getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf.
+
+Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en
+Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het
+noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner
+dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen
+glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten
+waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik
+mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt
+uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall
+waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens
+en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't
+midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie
+engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en
+oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief
+van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de
+rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit
+nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten
+boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe
+hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en
+dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die
+alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en
+gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms
+hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje,
+in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige
+ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de
+grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne
+trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken
+wellust in de warme gulden zon...
+
+Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren
+aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden
+daar voor mij met kommervolle gezichten.
+
+--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België
+zal worden overrompeld."
+
+Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer
+buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit
+mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen:
+overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting...
+
+Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken,
+bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met
+al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de
+wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe
+goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de
+erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn
+dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden...
+
+Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik
+voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons
+land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote
+bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren
+maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het
+harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van
+duister-woelende gedachten en onbestemde angsten.
+
+Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te
+Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang
+gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het
+was de onvermijdelijke oorlog.
+
+Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond,
+den laatsten avond van den vrede.
+
+
+
+
+II-De Oorlogsverklaring
+
+
+
+Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar
+Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De
+Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de
+militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne.
+
+Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die
+de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik
+menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch
+Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en
+Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat
+klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal
+aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de
+burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir
+stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop
+met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en
+wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen
+terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk
+verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke
+menschen-slachting.
+
+Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in
+de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over
+versterkte steden en maanden-lange belegeringen.
+
+Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam,
+geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch
+wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De
+natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen
+geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver
+en staag gemurmel van het dennenbosch.
+
+Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de
+koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het
+was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch
+zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten
+wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd
+ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en
+geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend
+zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis
+geworden.
+
+Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij,
+als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij
+snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor
+eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land
+werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting.
+
+Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er
+groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor
+de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven,
+blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald.
+
+De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu
+bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had
+gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame
+België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer
+regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag
+op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou
+worden afgeweerd.
+
+Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers
+langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog
+voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op
+vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de
+antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische
+legers rukten op Kœnigsberg af, maar de bezetting van hollandsch
+Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven...
+
+Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch
+zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't
+gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen
+toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der
+natuur.
+
+Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren
+droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein
+kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten
+er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was
+dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen
+lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het
+nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland
+vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche
+troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten
+ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing
+gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé.
+
+Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op
+het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de
+buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons
+Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale
+trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan
+het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen
+herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij
+wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de
+grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te
+verdedigen.
+
+Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land
+en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de
+wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te
+beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde.
+In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche
+gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij
+nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis
+van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren
+steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en
+heerschzuchtigheden.
+
+Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten.
+Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor
+goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die
+vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden
+op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche
+omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de
+wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den
+reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die
+stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den
+onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven
+voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter
+nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het
+verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van
+die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha,
+maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en
+Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst
+van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had
+en nooit ten onder was gegaan.
+
+
+
+
+III-Bij De Burgerwacht
+
+
+
+Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was
+ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining
+van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden
+onder algemeen legerbevel.
+
+Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er
+levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn
+leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de
+inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de
+burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht
+deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den
+oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken.
+Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de
+kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen
+was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van
+de landsverdediging te weten in dezen grooten nood.
+
+Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de
+vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik
+voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik
+herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren
+bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren.
+De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en
+geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den
+schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm
+omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende
+stilte.
+
+Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire
+gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten
+verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de
+poort de orde handhaven.
+
+Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de
+berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij
+gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen
+oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment,
+die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche
+ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner
+manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd.
+Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere
+richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene
+eenzame straat, waar het regende...
+
+Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen
+af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der
+groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed
+neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te
+liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van
+iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn
+ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben
+in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim
+voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke
+misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan
+door het halfduister een kloosterzuster voorbij.
+
+Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren
+rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet
+veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de
+stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de
+herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van
+Berchem naar de kazerne stappen.
+
+Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel
+een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden
+droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange
+blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden
+opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een
+feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der
+waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun
+zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte
+koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland
+was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen
+half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk
+en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te
+Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten
+werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en
+gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende
+duitsche huizen.
+
+Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn
+hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren
+bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of
+daar een post te bezetten.
+
+Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want
+wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen
+over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik
+keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien,
+was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken.
+Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan...
+
+Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had
+ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's
+probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan
+geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag
+hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten
+dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de
+kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt,
+in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende
+kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht
+betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der
+genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor
+naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de
+sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het
+deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der
+dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen
+waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden
+roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn
+der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger
+uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad.
+Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen,
+tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het
+waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen
+afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van
+de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door
+de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange
+reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn
+voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder.
+Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde
+de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem.
+Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje,
+klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen.
+Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits.
+Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een
+geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die
+duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze
+geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van
+een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den
+mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen,
+laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het
+mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen
+worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het
+licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over
+den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij
+verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op
+wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het
+wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren
+verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets
+kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig
+vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de
+open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de
+hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood
+begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval
+der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een
+loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van
+prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen
+gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels
+op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met
+hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den
+wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen.
+Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten.
+Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk
+sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen
+werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den
+rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een
+genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik
+voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger
+en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene
+ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het
+vaderland dienen?
+
+
+
+
+IV-In De Celgevangenis
+
+
+
+Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou
+blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht
+om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was
+eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis,
+waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde.
+
+Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het
+was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de
+substituut, een commandant der jagers, een luitenant der
+gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen
+wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en
+weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken
+de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van
+Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid
+in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet
+van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn
+opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen
+verloren in de algemeene ontreddering van de wereld!
+
+Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't
+gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij
+dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het
+niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na
+verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per
+speciale trein naar Holland gevoerd.
+
+Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen
+die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer
+verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar
+huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een
+cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties
+zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met
+den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit
+werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne
+houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden
+moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme
+stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende
+op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade
+riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb
+den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er
+waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat
+hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende
+druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo
+menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein,
+bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat
+men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met
+vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten
+aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp
+te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten
+reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een
+doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en
+kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op
+zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen
+waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte
+dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen
+gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste
+hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne
+tranen op mijne vingers.
+
+Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als
+danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit
+de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het
+tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes
+op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele
+maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein
+borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en-
+groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen
+gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen.
+Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er
+medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden
+genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis
+mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil-
+lachend dankten.
+
+Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te
+doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de
+groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen
+burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers
+binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken
+verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren
+of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al
+wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de
+vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn
+gangen had mogen gaan.
+
+Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten.
+In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn
+tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het
+minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren
+voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen
+vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een
+die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn
+cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling
+overhandigde met nog vochtige oogen.
+
+Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te
+onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus
+1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het
+heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24
+Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden
+ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche
+linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te
+Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd
+hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het
+gerucht van den val der forten te verspreiden.
+
+Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit
+den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van
+Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche
+kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal
+met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna
+het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar
+wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij
+ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden
+verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en
+rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe
+zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der
+salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij
+hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog
+dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe
+eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der
+koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen,
+met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die
+nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder
+het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden,
+nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren
+helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met
+verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een
+gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling
+der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam
+het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun
+eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te
+maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't
+gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende
+griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie
+nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen
+bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele
+aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post
+vervoegen.
+
+Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant
+der gendarmerie:
+
+--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik,
+dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan
+het onvermijdelijke dat zou gebeuren.
+
+
+
+
+V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen
+
+
+
+De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene
+schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de
+wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld?
+Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der
+stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder
+meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die
+harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles
+in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid
+ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar,
+schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en
+fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle
+hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de
+Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar.
+Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan?
+Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de
+vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn
+dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat
+eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet
+aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten
+huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet
+weldra omverwerpen?
+
+Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't
+veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten
+waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed
+gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo
+gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd
+van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie-
+maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en
+kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland
+zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte
+schade rijkelijk moeten betalen.
+
+Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst
+te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen
+keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs
+de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige
+huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand
+in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen:
+de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der
+Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond
+Lemberg en Kœnigsberg. Misleid door de al te optimistische
+belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar
+Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België
+en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn,
+toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen
+langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis
+waren...
+
+Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in
+de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk
+niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die
+Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de
+overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de
+Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had
+gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare
+weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk
+werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van
+Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden
+en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld
+achterlatend.
+
+Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen
+van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in
+werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost
+van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons
+tijdig hadden moeten ruggesteunen.
+
+De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe,
+daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn
+linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die
+reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op
+18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en
+het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te
+Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt.
+Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de
+kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons
+leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en
+dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet.
+
+Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er
+gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld
+worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke
+wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de
+brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant
+en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde
+bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de
+aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren.
+De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van
+het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten
+ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van
+burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes,
+moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo
+werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van
+barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik,
+ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en
+steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving
+of de voortstuwende lava van een vuurberg.
+
+Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de
+menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden
+vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van
+dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van
+de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons,
+niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der
+duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering
+van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets
+van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg.
+Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn.
+
+Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien
+hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden?
+Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden
+gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche
+aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire
+verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger-
+vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar
+geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg
+gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle
+waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er
+anders over en ons volk bleef onwetend.
+
+Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche
+kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met
+verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts
+met moeite van de werkelijkheid overtuigen.
+
+De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de
+groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de
+Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch
+ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het
+hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims!
+Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar
+gingen wij toch heen?
+
+Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De
+vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit
+boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen
+grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke
+vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe
+de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10
+rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en
+riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad?
+Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der
+gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de
+scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen
+kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In
+de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht.
+Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der
+menschen die zongen de "Brabançonne".
+
+
+
+
+VI-In En Om De Forten Van Antwerpen
+
+
+
+Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en
+verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij
+bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af.
+
+Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn,
+Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de
+verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad
+overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte
+kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere
+gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in
+verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met
+hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde
+stellingen toch nog in staat van verweer te brengen.
+
+Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het
+Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het
+waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone
+boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der
+bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt
+worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun
+uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op
+kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige
+eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene
+reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken
+uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land
+tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het
+andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte,
+waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar
+een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een
+wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog.
+
+Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste
+bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en
+weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over
+groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er
+werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege
+tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds
+moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge
+wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon
+men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of
+speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten
+met gevelde bajonet.
+
+Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den
+buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de
+steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag
+wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te
+Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten
+onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee
+gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs-
+gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar
+tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch.
+
+Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door
+de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor
+aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de
+kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De
+prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het
+spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en
+rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog
+nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na
+korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een
+menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen
+het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze
+gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo
+dacht ik toen...
+
+Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de
+forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote
+molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende
+takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger
+bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand
+tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de
+wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en
+mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de
+papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol
+kappende, zagende en brandstokende soldaten.
+
+De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven.
+Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij
+nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der
+weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte
+huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de
+blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van
+een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor
+ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam
+alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat
+men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God
+en 't was toch oorlog!
+
+Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof
+openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen.
+Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol
+zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en
+vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje
+begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De
+zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den
+hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het
+witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak.
+Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord
+van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn
+en dat hun niet meer toebehoorde...
+
+Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren,
+maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die
+gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden
+gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote
+huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij
+plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken.
+Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig
+in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die
+nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten
+waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de
+vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan.
+
+Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de
+keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij
+dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag
+nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol
+ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen
+handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon-
+buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te
+ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen.
+
+Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken.
+Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven
+zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot
+Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er
+niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit
+Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte,
+speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op
+het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en
+pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische
+impressie.
+
+
+
+
+VII-De Zeppelin
+
+
+
+De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen.
+Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als
+ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen.
+Zoo was het althans voor mij.
+
+Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in
+mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de
+keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort
+daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den
+marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique
+van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons
+te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons
+land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het
+uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden.
+
+Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij
+wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te
+lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht
+viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele
+zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede,
+alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood-
+mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele
+glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der
+wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes
+in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud-
+grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de
+mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood
+leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest
+opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met
+mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn
+bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en
+die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan
+beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn
+oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik
+droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle
+rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van
+Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling
+waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker.
+
+Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een
+onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam
+terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten.
+Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing
+kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik
+werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en
+liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar
+deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende
+licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden
+der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door
+den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken
+verdwaasd en verschrikt.
+
+--"Het is de beschieting!"
+
+--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten."
+
+--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers
+tegen elkaar rollen in een hand.
+
+Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien.
+Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers
+in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een
+Zeppelin was.
+
+Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar
+steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als
+bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van
+bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van
+ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten,
+waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden.
+
+Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de
+groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde
+silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den
+vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters
+open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de
+richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen.
+
+'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er
+was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen
+waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de
+Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden
+gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths
+gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den
+grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie
+straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan
+spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10
+menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non-
+combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk
+was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd
+het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar
+beneden spoot.
+
+Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen
+waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van
+de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek
+te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het
+koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het
+Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven
+daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de
+jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was
+afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun
+leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis
+had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als
+eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid
+brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats
+naast den Koning in te nemen.
+
+De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het
+ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een
+buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en
+kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van
+het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl
+de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in
+de straten openkraakten.
+
+De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings-
+middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne
+kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen
+werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand
+werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te
+gaan.
+
+Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in
+de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en
+werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der
+huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door
+politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en
+pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken
+avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die
+nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen.
+
+Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten
+nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn
+boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren.
+De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten
+waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende
+een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels
+hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen
+van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als
+een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig-
+slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de
+verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote
+gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels
+gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels
+die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van
+rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de
+stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange
+schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel
+geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een
+wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter
+de huizen in den zwarter wordenden nacht.
+
+Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme
+buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet
+zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het
+stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van
+een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de
+donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had
+zien aankomen.
+
+De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime
+dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht
+naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het
+lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een
+luchtschip.
+
+Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het
+maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker-
+opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen
+tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en
+cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan-
+beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart
+over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den
+roosachtigen gevel van het stadhuis.
+
+De beiaard zong niet meer.
+
+
+
+
+VIII-De Verspieder
+
+
+
+Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar
+Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek
+eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren
+aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet
+langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne
+aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was,
+burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij
+te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die
+verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het
+belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door
+een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de
+hand in dat spel te hebben.
+
+Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs-
+auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde
+op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er
+onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van
+hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?"
+kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en
+twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn
+angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn
+onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren
+zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood.
+
+De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter
+plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen
+bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden
+geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een
+commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform
+en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den
+vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn.
+
+Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie
+daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene
+onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen
+van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en
+Eppeghem gevochten had.
+
+In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij
+uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende
+stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden
+en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw
+en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog
+op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen
+der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden
+de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen.
+
+Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter
+wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van
+schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige
+en machinale van den duitschen krijg.
+
+Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van
+geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en
+de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd
+werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen
+tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval
+geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en
+de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem.
+Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval
+niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan
+deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met
+moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers.
+
+Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor
+ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen
+over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische
+spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee
+een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield
+bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig
+aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het
+getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien
+het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was
+halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij
+nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en
+voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden.
+
+Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het
+strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen
+weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en
+kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en
+laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten
+delven.
+
+Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen
+wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De
+uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te
+herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen
+van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De
+infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen
+dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes
+van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond
+schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden
+langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen
+met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers
+onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken
+wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren
+liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op
+bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den
+witten band met het roode kruis rond den arm.
+
+Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij
+nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten
+om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen.
+In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen,
+arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd.
+
+Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de
+wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette
+dorpen bedreven.
+
+In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door
+het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger
+mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen
+voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd
+met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig.
+
+Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar
+ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere
+verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar
+Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre
+tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het
+begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er
+nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de
+velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een
+rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat
+eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren,
+O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende
+straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als
+wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog?
+
+
+
+
+IX-In De Ambulances
+
+
+
+Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte
+zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans
+college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens
+ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van
+den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de
+huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef
+een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der
+ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds
+herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat
+op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van
+den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke
+stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de
+genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime
+luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een
+meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het
+zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen
+en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden
+aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten
+samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren.
+
+Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en
+maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en
+de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden
+zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel.
+
+In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles
+van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met
+de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de
+voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes
+in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat
+ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest-
+offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in
+geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht
+van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal
+gekwetsten was in aantocht.
+
+Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche
+bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan
+gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om
+den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De
+Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers
+geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op
+Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand
+werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar
+in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en
+eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze
+troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September
+ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de
+talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters
+konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd.
+
+Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn,
+was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die
+behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu
+reeds de open poort der ambulance binnengedragen.
+
+Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond,
+wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden
+nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend,
+beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er
+waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten.
+Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen
+rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte
+menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig
+verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te
+nemen.
+
+Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been.
+Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels.
+
+Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van
+den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De
+doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik
+ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de
+jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond
+ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch
+kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een
+shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde
+begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen...
+
+Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de
+berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde
+lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die
+den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen
+gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die
+stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die
+beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt.
+
+Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de
+zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid
+te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun
+bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij
+vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede,
+van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet
+meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen
+zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij
+zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het
+was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot
+op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn
+of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen.
+
+Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden
+vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed
+had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel.
+Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht
+van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen
+hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp.
+Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en
+mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche
+stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne
+mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze
+schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden,
+hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste
+huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw
+begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne
+kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in
+mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst
+als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij
+vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden
+die niet te lezen stonden in de bladen.
+
+Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in
+het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een
+nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de
+koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met
+stille fluisterstem trachtte te sussen.
+
+
+
+
+X-De Zelfmoord
+
+
+
+Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de
+stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg
+andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht.
+Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn
+gevallen.
+
+En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die
+duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van
+larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren
+achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en
+grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als
+eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in
+zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een
+moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk...
+
+En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van
+den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere
+lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van
+witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof
+gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van
+den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan.
+
+Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke
+van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een
+vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke
+dat ik zou ontmoeten.
+
+De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de
+waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood
+aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar
+doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof?
+
+Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen
+en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat
+waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een
+donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan
+het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende.
+Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan
+staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht
+gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten
+woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan
+den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten
+over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door
+een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten
+die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was--
+tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de
+Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op
+vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de
+Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht
+opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand
+aanvielen.
+
+Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de
+Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis.
+Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister
+der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een
+vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die
+donkere muren!
+
+Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De
+arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht.
+Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als
+het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind
+huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster.
+Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken
+nacht?
+
+Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort,
+laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der
+Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in
+een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het
+heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel
+van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen
+plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht
+in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw.
+
+Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging
+op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen
+moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg
+een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik
+vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op
+onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met
+snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar
+huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van
+schrik was weg gevlucht.
+
+"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..."
+
+Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend
+snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan.
+De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij
+waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij
+aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was
+een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur
+en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht
+vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede
+lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend
+staan bleef.
+
+--"Boven! Boven" jammerde zij.
+
+ Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen,
+op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen
+schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de
+tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram
+moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een
+stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met
+mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De
+man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij
+zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op
+adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den
+dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de
+duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als
+van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de
+donkere huizen langs.
+
+
+
+
+XI-Antwerpen Hoofdstad
+
+
+
+Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad.
+Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige
+gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën
+Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van
+ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen,
+Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten
+geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot,
+Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom
+verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd
+afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons
+land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond
+Antwerpen.
+
+Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht
+Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af
+en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den
+stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer
+kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren
+van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt
+van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen
+zouden komen te staan.
+
+Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de
+strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De
+vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot
+verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog
+steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare
+gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten.
+Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te
+vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het
+geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen
+werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht
+gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch
+Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten.
+Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het
+burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden.
+Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal
+voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen.
+Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform,
+dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde.
+
+Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het
+bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er
+een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen
+ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en
+Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten
+luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't
+licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten
+gaf het uitzicht aan de straten.
+
+Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht,
+van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een
+onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het
+Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der
+regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten.
+Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen
+genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis
+voor den Senaat in te richten.
+
+Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden
+van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne
+dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis
+bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar
+doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de
+poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer
+de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap
+aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef
+een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken
+dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op
+weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten
+op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging
+bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor,
+waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in
+het hooge gestoelte van blinkend ouden eik.
+
+Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op
+de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de
+hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof
+het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn
+mond in den milden vierkant-geschoren baard.
+
+De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche
+plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon
+men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of
+buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag
+zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen
+zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije
+Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte
+ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de
+winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met
+afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een
+papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert
+erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg.
+Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen
+van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag
+door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den
+Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te
+plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der
+limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en
+verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde
+Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken.
+Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en
+had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen
+bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden.
+
+Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St-
+Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen
+equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de
+benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende
+dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien
+uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van
+mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren
+door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit
+Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland
+te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto
+te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten
+minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in
+Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden
+ontruimd.
+
+De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het
+natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder
+kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats
+zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door
+de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de
+restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in
+een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische
+lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den
+wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of
+een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe
+rookspiralen door de halle ging zweven.
+
+
+
+
+XII-Het Uitzicht Der Straten
+
+
+
+De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met
+kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor
+deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van
+het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld
+waar wat te oogsten viel.
+
+Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met
+vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen,
+aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers.
+
+Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten
+voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd
+was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op
+zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of
+tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's
+bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij
+tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en
+de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan
+de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op
+bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met
+voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met
+verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke-
+drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of
+luchtschepen of uniformen der verbonden legers.
+
+De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze
+boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet
+meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene
+manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte
+knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter
+het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij
+afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen
+aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op
+den buiten.
+
+De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters,
+apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die
+zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht
+van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten
+neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de
+menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of
+oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene
+bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne
+vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de
+stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en
+gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid
+waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de
+lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil
+van 't land of 't behoud des konings van afhing.
+
+Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van
+volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker
+"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon
+er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit-
+omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het
+terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig
+was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht
+kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al
+de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts
+gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte.
+Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok
+een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij
+hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij
+zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde
+op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen
+Antwerpen en de kust vrij te houden.
+
+Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red
+Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het
+automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden
+auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden
+opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot-
+zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in
+betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig
+bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden
+die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te
+midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer
+geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier
+wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon.
+Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was
+geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een
+auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond
+Herenthals.
+
+Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde
+ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat
+tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot
+voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er
+telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten
+angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk
+om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest
+te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen
+de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak.
+
+Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche
+landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit
+de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen
+in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen
+dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan
+volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers
+stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende
+de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der
+landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde
+gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een
+buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen
+de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en
+tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en
+uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de
+stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde,
+waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in
+die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé,
+Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en
+zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten
+deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten
+balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door
+Rome werden gevoerd.
+
+
+
+
+XIII-De Stijgende Neerslachtigheid
+
+
+
+Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was
+bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk
+uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen
+die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe
+verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den
+overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken,
+toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd
+genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden
+opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht
+zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds
+omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood
+brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende
+gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een
+dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen
+geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester
+werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar
+Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag,
+van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden
+vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in
+de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de
+bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners
+en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de
+overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of
+broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was
+gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons
+leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare
+vesting?
+
+Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis
+te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik
+hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden
+gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die
+kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na
+het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne
+kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken
+van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet
+vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren
+kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met
+schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er
+waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten
+voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande
+beschutting.
+
+Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig
+nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste
+gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven.
+Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan
+troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een
+oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten.
+De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille
+gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in
+eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen
+worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de
+wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van
+nog te gebeuren wee niet was te overzien.
+
+Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan
+een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten
+en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens
+verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen
+kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het
+leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het
+was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet
+waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige
+wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde,
+onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige
+te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der
+nieuwe tijden zou groeien...
+
+Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen
+onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze
+beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden
+naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het
+sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was,
+dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama
+van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar
+nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest
+weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag
+hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het
+wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten-
+curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en
+tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester
+onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers
+de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het
+Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat
+een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone
+lichaam van den Gekruisigde.
+
+Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag
+naderend einde.
+
+
+
+
+XIV-De Beschieting Der Forten
+
+
+
+De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September
+hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen.
+Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk
+geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het
+geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht
+weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit-
+vermoed geweld.
+
+Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige
+leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen
+den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van
+zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders.
+Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan
+de uiterste grenzen der antwerpsche vesting.
+
+Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het
+onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet
+goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap
+en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag
+gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer
+opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het
+gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij
+waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten
+gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel
+door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden
+bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste
+poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk
+oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht...
+
+Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of
+geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze
+gepantserde borstweer werden toegebracht.
+
+Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan
+'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers
+elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht.
+
+Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere
+advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den
+krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche
+handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in
+hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel
+den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de
+gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den
+algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het
+ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij
+hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke
+dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene
+kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien
+onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur
+van den onwederroepelijken ondergang.
+
+Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier
+was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de
+strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot
+Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier
+en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te
+twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur.
+
+De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er
+meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van
+het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht,
+de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met
+de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te
+midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote
+verslagenheid begon in de stad te heerschen.
+
+In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de
+Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een
+bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een
+duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch
+luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de
+vijand mogelijk teruggeslagen?
+
+Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een
+zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die
+hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te
+verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog
+reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis
+vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen
+had moeten wijken en op 28 September het bombardement van
+Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42
+cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog
+die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt.
+
+"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat.
+Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op
+béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen
+neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen
+van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij
+die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene
+verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een
+vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode
+vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan
+overal op de vlucht onder een regen van shrapnels."
+
+Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend,
+voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en
+tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten-
+verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen
+dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig
+stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met
+verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand
+ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid
+verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo
+moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij
+van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan
+den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben
+om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te
+houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers
+wel!
+
+Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs
+meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws
+als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien
+dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd
+aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te
+denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen?
+Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander
+nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders
+en die moesten worden aangeklaagd.
+
+
+
+
+XV-Inferno
+
+
+
+Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in
+de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen.
+Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van
+hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk
+verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag
+een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig-
+verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal
+voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar
+soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in
+een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog
+over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot
+keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt.
+
+Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne
+Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met
+een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel
+onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen
+op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van
+Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen,
+vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een
+reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd.
+
+Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de
+tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig-
+aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat
+alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van
+onzeggelijke en gruwzame wildernis.
+
+Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die
+uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne
+gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke
+dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren
+gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie
+vervolgde.
+
+Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog
+bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet
+meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de
+aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een
+aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te
+midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als
+een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm.
+Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren
+joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts
+naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo
+begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de
+wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo
+vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen."
+Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve-
+betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van
+een reusachtigen plethamer.
+
+Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat
+aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten
+onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1
+October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk
+gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk
+genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en
+Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen
+Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven.
+
+De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht
+bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden
+wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken.
+Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te
+verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der
+vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger
+overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra
+achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig
+toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten
+te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij
+zou weten waar hem aan te klagen.
+
+Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke
+gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu
+toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land
+kon beslist worden.
+
+Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met
+een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of
+ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote
+overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van
+tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het
+vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche
+vesting.
+
+
+
+
+XVI-Rond De Stad
+
+
+
+Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te
+overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten.
+
+Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met
+een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde,
+zuidwest van Antwerpen.
+
+Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig
+nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De
+harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch-
+groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te
+beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van
+den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken.
+
+Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag,
+over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto
+'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan
+volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken
+en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen
+nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde
+aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd.
+Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht:
+amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten,
+aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en
+wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering
+die dagelijks door een leger verslonden wordt.
+
+Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege
+gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun
+burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen
+klonken schreeuwerig door de lucht.
+
+Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de
+Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn
+witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk
+uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de
+aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom.
+Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een
+muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van
+morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken
+oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de
+bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden,
+gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar
+Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun
+leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was
+er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden
+weerzien.
+
+Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem,
+kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar.
+Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten
+boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste
+ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist
+nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden
+sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over
+de Nethe had gedreven.
+
+Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In
+den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het
+Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag
+der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten
+gemaakt voor den aftocht van het leger.
+
+Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een
+kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door
+de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had
+van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord
+eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten
+of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een
+zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht.
+
+Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen
+de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik
+eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde.
+Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden.
+Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn
+werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het
+was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria,
+Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen
+die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van
+goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde...
+Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den
+vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was
+toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote
+droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn
+verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het
+gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens,
+over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die
+eens toch mijn bezit was?
+
+Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele
+schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water
+van den vijver.
+
+Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds
+vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste
+treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar
+de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was
+een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en
+met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden
+langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis
+voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie
+bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik
+niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik
+nam mijn plaats in nevens den voerman.
+
+In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde-
+poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de
+kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren
+werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren
+uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort
+van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot
+Antwerpen.
+
+Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was
+rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan.
+
+
+
+
+XVII-Op Sint-Michielstoren
+
+
+
+Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen
+met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op
+het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren
+te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den
+horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst
+dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De
+strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede
+verdedigingslijn.
+
+De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en
+weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond-
+geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen.
+
+Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde
+eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar
+tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre
+dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht.
+Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den
+einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en
+naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen
+van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit,
+alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn
+vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den
+horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van
+witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode
+lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen
+en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel
+steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst
+ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als
+een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef.
+Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw.
+Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes
+der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven,
+ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de
+belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn.
+
+Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk
+van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het
+staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs
+gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte.
+Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig.
+
+Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels
+opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot
+op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk
+nu, heel nabij, als het gedreun van orgels.
+
+De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester-
+galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en
+naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het
+Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver
+met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en
+het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de
+olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten
+toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn
+redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen
+tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam
+nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van
+den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en
+kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van
+Sint Anna.
+
+Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren
+afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en
+ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die
+groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook
+eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk
+stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan
+geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was
+van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was.
+
+Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten
+liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met
+eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en
+nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn
+morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met
+weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen-
+hoopen konden worden neergebeukt.
+
+Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche
+kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer
+toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven.
+Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op,
+de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het
+fluisterstille kabinet.
+
+Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde
+hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube
+snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden.
+Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren
+reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen.
+
+Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl
+wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende
+wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig
+verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien
+neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel
+onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer
+tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur
+nog niet gekomen was?
+
+Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die
+onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en
+naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over
+heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets
+bitters meer indien het zoo beschikt was.
+
+De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en
+verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der
+hemeldiepten. De kanonnen zwegen.
+
+Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een
+kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten
+uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van
+Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat
+nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten
+zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen.
+
+
+
+XVIII-Een Nare Dag
+
+
+
+Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van
+het beleg van Antwerpen.
+
+Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde
+gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen
+moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was
+nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden!
+
+Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van
+Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere
+bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger
+waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk
+verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier
+lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was
+in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste
+verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft
+en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd
+verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe
+teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn
+zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om
+de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar
+Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen
+het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen.
+Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele
+dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast
+mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is
+slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren
+misschien."
+
+Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in
+twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest
+die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke
+verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend,
+alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond.
+
+Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten
+volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend!
+Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de
+ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen
+heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat
+de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de
+oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid
+als de laatste korrels van den Zandlooper.
+
+Er was niets meer aan te doen!
+
+O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier
+nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle
+werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de
+menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude
+huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol
+oude rust en zekerheid.
+
+De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en
+Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen
+vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend
+geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de
+trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene
+pracht en schittering.
+
+De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van
+andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij
+is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen
+er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en
+Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar
+gewend.
+
+Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene
+liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was,
+heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en,
+varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het
+scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de
+eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede
+en kalme Schelde...
+
+En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet
+haar te redden ten koste van hun bloed...
+
+Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de
+Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn
+overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare
+onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken,
+met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van
+Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van
+een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en
+Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen
+feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar
+heiligdom!
+
+Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen.
+
+Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten.
+Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met
+de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het
+ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange
+verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die
+gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling
+der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben.
+Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat
+onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste
+pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als
+door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de
+hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos
+gingen loopen met een borst vol nijpend wee.
+
+Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn
+schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het
+Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van
+Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust
+en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte
+komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar
+eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre-
+koele boomen?
+
+Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten
+door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck,
+de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten
+der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat
+de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht
+sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde
+karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en
+schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en
+duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd.
+Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het
+Westen liepen nog de eenige vrije wegen.
+
+Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te
+geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad.
+
+Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers
+waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid.
+De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene
+nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen
+van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude
+trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen
+en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner
+snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en
+geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte.
+Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten
+toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken
+waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en
+reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der
+Suikerrui.
+
+Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste
+kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen
+werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche
+admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds
+overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere
+wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered!
+
+Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden
+van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes.
+Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist
+dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000
+engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet
+voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De
+avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de
+deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit-
+gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde
+begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het
+aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van
+Antwerpen riepen om genade.
+
+
+
+
+XIX-De Kardinaal Te Antwerpen
+
+
+
+O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de
+boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele
+klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die
+luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van
+feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor
+de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie
+maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu
+kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en
+rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij
+die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle
+torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere
+bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden
+schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in
+alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde
+klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter
+om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef
+niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een
+mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen
+ons leed.
+
+Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke
+gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven
+het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en
+dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus.
+Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere
+vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en
+parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen
+die vergaan.
+
+Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene
+verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te
+komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die
+bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging?
+
+Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote
+straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de
+Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en
+klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't
+rumoer.
+
+De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst
+van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het
+meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de
+menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te
+vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags
+de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een
+macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't
+Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de
+orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten
+geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de
+verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde
+weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de
+imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen
+duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken
+die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid
+van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte
+en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste
+zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de
+Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven
+de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die
+Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld.
+
+Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer
+uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene
+eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf.
+Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht,
+die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de
+antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het
+behoud der stad in haren uitersten nood.
+
+Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met
+moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te
+leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven
+beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L.
+V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit-
+marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en
+de choralen zongen.
+
+Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den
+Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde.
+
+Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus
+college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar
+lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De
+oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde
+gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe
+oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het
+vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange
+grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden,
+goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin.
+De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de
+mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch
+leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere
+witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de
+zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik
+soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte
+geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat,
+pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen
+deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar
+mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn
+neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens
+ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De
+Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van
+diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans
+uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van
+het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het
+Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven?
+
+Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste
+gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar
+heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons...
+Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die
+hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en
+bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van
+de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene
+smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van
+de woede der Noormannen verlos ons Heer!
+
+Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de
+dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen
+en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang
+van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het
+goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht
+der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal
+met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde
+en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven
+door de beuken.
+
+Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de
+Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden
+van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden
+zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde
+reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool
+street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij
+waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de
+hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar
+de opgetogen wandelaars.
+
+Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de
+deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en-
+gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon
+speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog
+even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den
+glorierijk-begloorden Schelde-stroom.
+
+Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag
+in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen?
+
+
+
+
+
+XX-De Groote Vooravond
+
+
+
+Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11
+uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een
+elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen.
+
+De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die
+liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde,
+de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente:
+daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de
+gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij
+vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik
+vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend
+lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op
+de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden
+werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter
+ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de
+toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als
+een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het
+spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de
+blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in
+weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten.
+
+Milde en machtig mededoogen
+keert uw onbermhertig oogen
+toch niet af
+van mijn nietheid die benepen
+voelt de dood haar henensiepen
+naar het graf.
+
+Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen
+van 't kanon.
+
+Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu
+als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste
+dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid
+nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de
+roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende
+Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de
+wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen
+wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht
+en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters
+woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het
+paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de
+onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden
+worden gesteld...
+
+Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de
+losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn
+lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel
+mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte
+van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld
+leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen
+stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en
+voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van
+den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier
+windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen-
+drommen oproepen voor het laatste oordeel.
+
+Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't
+centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een
+stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker
+bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras.
+Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een
+oogwenk, konden storten in elkaar.
+
+Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting
+van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen.
+De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den
+stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op
+eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar.
+
+Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen
+van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig
+dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat
+schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder
+mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden?
+Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen
+wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers
+alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de
+menschen te manen naar hunne kelders te vluchten.
+
+Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf
+scheen te bedaren in de verte.
+
+Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik
+bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van
+de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als
+door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van
+honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een
+duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor
+heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven.
+
+Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het
+bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op
+mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de
+paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet
+moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd
+joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna
+onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en
+caissons door de dreunende straten reden.
+
+Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van
+een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten
+stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar
+den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de
+balken schokten.
+
+Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog
+heel den nacht door van rollende kanonnen.
+
+
+
+
+XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement
+
+
+
+In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de
+bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de
+burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen
+van het Noorden en het Noord-Westen.
+
+Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan
+hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te
+bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting
+verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst
+de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij
+plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement
+hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den
+oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch
+krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de
+zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot
+verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand
+beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche
+marine-stukken.
+
+Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat
+hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar
+de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig
+vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden
+sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over
+de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen-
+Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan
+nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en
+vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen
+stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen.
+
+Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich
+voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten,
+andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het
+hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden
+ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's
+moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle
+ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij
+kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten
+de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven
+in de stad.
+
+Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik
+een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo
+een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren.
+
+Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken
+naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik
+nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren
+dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het
+oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de
+onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest
+afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand
+uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den
+onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een
+reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef
+alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen.
+
+Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het
+plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube
+hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de
+openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen
+donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om
+eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der
+poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster,
+die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken,
+bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld
+en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort.
+
+De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de
+burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want
+bommen werden toen niet geworpen.
+
+Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden
+met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis
+overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden,
+velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven
+van 't gevaar.
+
+De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van
+Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en
+ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel
+eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel
+doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis.
+
+In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle
+winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal
+binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en
+zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond
+naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden
+zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die
+op paniek geleek.
+
+Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd
+was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen
+waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene
+verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog
+besluiteloos.
+
+Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle
+menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of
+een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes
+die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een
+innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne
+vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet.
+
+Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt,
+op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn
+donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat
+gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze
+hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele
+lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe
+hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke
+overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de
+glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos
+neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld
+gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou
+zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar.
+
+In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat
+hij zinnens was te doen.
+
+--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette
+"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is
+het angst?"
+
+Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust:
+
+--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid
+en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen
+vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles
+wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws
+over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord,
+al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige
+genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar,
+een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke
+menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk
+lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de
+moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit
+geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in
+puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige
+Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de
+antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en
+onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in
+de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven
+die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de
+kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de
+zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle
+enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en
+komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons
+diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat
+eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik,
+nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe
+de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden
+omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden
+om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve
+land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat.
+Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou
+mij eer schamen moest het anders wezen."
+
+Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die
+zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen
+kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht
+hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de
+schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te
+verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts
+de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het
+vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien
+voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te
+gaan en wij namen nog geen besluit.
+
+Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een
+grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was
+ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt
+naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds
+de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze
+ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was
+nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen,
+Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit
+stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den
+vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche
+officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij
+zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar
+moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste
+herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle
+mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te
+werken?
+
+
+
+
+XXII-De Laatste Uren
+
+
+
+Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde.
+
+Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik
+eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de
+onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote
+daden.
+
+Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen
+de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de
+bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de
+kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de
+tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand
+naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven-
+masker.
+
+Ik voelde weemoed naar boven komen.
+
+--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe
+nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid
+het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en
+alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de
+gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik
+met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en
+misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en
+een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd
+en daargelaten.
+
+--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op
+mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de
+millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief
+geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun
+innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting
+en verlangens.
+
+Ik trok de schuiven open.
+
+--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik
+kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen,
+niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden?
+Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste
+te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was
+ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou
+misschien alles eens terug vinden, wie weet?
+
+Ik sloot de schuiven en borg den sleutel.
+
+Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij
+zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en
+gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde
+kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden
+van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne
+bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen
+officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland,
+met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar
+vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen;
+Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting
+en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg
+gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode
+roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding
+neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken
+bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te
+wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor
+dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan
+misschien in de verwoesting dezer stad!
+
+Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten
+aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een
+geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een
+duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne
+vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude
+hallen van Krakow.
+
+Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre,
+een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte.
+Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte
+weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder
+was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar
+ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid
+en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans.
+Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas
+in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen
+bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon
+storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden
+zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis.
+
+Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit
+zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets
+belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel.
+Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van
+de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en
+uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen
+nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even
+maar te aarzelen.
+
+Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer
+haar lot beslist is?
+
+De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen.
+De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome
+en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende
+legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig
+om een nieuwe orde in de wereld.
+
+Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling
+van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs
+over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en
+regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed.
+
+Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene
+drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn
+mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de
+straat op.
+
+Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een
+vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen
+menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar
+werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt,
+bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met
+geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen.
+
+Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting
+van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar
+over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur,
+over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare
+torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs
+hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen
+en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne,
+Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou
+de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou
+de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland
+ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude
+gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel.
+
+Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer,
+lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken
+avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen
+stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om
+nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken
+stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte
+wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging
+zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd
+als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have
+en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor
+korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland.
+
+De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote
+vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V.
+Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere
+avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de
+duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was
+verzwonden, wij reden de donkere velden in.
+
+Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het
+gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van-
+geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de
+wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze
+bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak.
+
+
+
+
+XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend
+
+
+
+De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin
+geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de
+werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het
+verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't
+geweld.
+
+De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren
+met een kloppend hart.
+
+Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend
+rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de
+ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en
+door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen,
+het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend
+gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke
+blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot
+weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van
+den donderenden schok.
+
+Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch
+indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid,
+alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu
+dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als
+een klok en de muren daverden.
+
+En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok
+die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien
+instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog
+gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres
+tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en
+wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet
+mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag,
+dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren,
+boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder
+genade.
+
+Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons
+hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens
+rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften,
+koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor
+ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was
+het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was
+aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het
+zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee
+door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het
+ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm...
+
+Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel
+ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat
+geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de
+honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden.
+Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar
+oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden.
+
+Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den
+onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en
+wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept
+onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende
+runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende
+kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of
+zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met
+vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld
+met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een
+vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met
+krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden
+zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd.
+
+Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen
+braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die
+duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-
+vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood
+ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen
+zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de
+zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde.
+Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar
+aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen...
+boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte
+door de lucht.
+
+Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol
+verschrikking, de Godsteistering van een heel volk.
+
+Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag
+een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet
+verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van
+Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle
+dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen.
+Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met
+trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de
+vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen
+had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen.
+Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier
+uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het
+bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in
+de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten.
+
+Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin
+floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten
+in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan
+weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de
+losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld.
+Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de
+brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in
+volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der
+brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar
+alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de-
+dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van
+Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden
+jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het
+gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven-
+regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin
+hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een
+ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren
+eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de
+boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de
+Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de
+onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in
+de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene
+boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe,
+geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het
+kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen
+brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in
+de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort.
+Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het
+Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en
+Zurenborg "lagen al plat".
+
+Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de
+vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten,
+mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen
+kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en
+brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de
+hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het
+was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den
+breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die
+brandden in de richting van Hoboken.
+
+Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide
+rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was
+tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen
+kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en
+hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De
+beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood-
+vermoeid.
+
+Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken.
+De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden
+werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den
+naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed-
+geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in
+slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf
+der zware duitsche kanonnen.
+
+Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik
+op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de
+zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie
+van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam
+voortrollende oorlogswagens.
+
+
+
+
+XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap
+
+
+
+De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer
+gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte
+hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van
+zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te
+wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet
+scheiden.
+
+Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag
+op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren
+stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste
+aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen
+van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen.
+
+--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij
+maar optrekken."
+
+Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een
+ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons
+goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de
+grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken
+werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan.
+Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner
+ monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik
+kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn
+zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak.
+Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op
+en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan.
+
+Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij
+den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug
+ging brengen naar zijn huis.
+
+Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom....
+
+--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't
+gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop
+met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde.
+
+Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der
+honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend
+spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een
+stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man
+bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë
+oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd
+weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de
+snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden
+huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder
+ophouden, het doffe brommen van 't kanon.
+
+Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de
+Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in
+den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn
+oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de
+Bom...
+
+Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de
+wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de
+verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte.
+
+Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen,
+waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen
+van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden
+aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het
+mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen
+koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan
+een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg
+waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet
+naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De
+kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en
+wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze
+pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze
+monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint
+Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed,
+langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer
+vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats
+vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging
+dat nieuwe kindje geboren worden?
+
+Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in
+den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte
+massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren
+soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten
+verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem.
+
+Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan
+den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke
+aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel
+begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde
+gezichten zagen rood van het verre vuur.
+
+Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met
+den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug
+naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land.
+
+Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de
+dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld
+van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde,
+die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige
+kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen,
+onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende
+muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen,
+neergehurkt in stomme lijdzaamheid.
+
+Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den
+kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de
+verre gloeiende stad.
+
+--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster.
+
+Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al
+wat wij ginder achter lieten.
+
+--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt
+schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad"
+zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten.
+Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een
+auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne
+Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar
+wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar
+het eerste hollandsche stadje.
+
+Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het
+ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land.
+Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder
+voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den
+nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet.
+
+Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar
+Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door
+hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de
+Lange Delft.
+
+ 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van
+vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede
+stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog.
+
+Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar
+Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen
+goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost
+voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude
+straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude
+ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor
+schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen
+hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was
+de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen,
+huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag
+gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de
+zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland
+Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene
+weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog
+vergeten. Het kon niet lang meer duren toch...
+
+Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het
+rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij
+waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de
+vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit
+den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde
+muren.
+
+Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij
+sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven!
+De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik
+liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen.
+Moeder en zuster weenden.
+
+Antwerpen was gevallen!
+
+Neuilly-sur-Seine, Lente 1917.
+
+
+Het Einde
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+***** This file should be named 11500-8.txt or 11500-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year. For example:
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/11500-8.zip b/old/11500-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c699ff5
--- /dev/null
+++ b/old/11500-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/11500.txt b/old/11500.txt
new file mode 100644
index 0000000..e38de31
--- /dev/null
+++ b/old/11500.txt
@@ -0,0 +1,3950 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Val van Antwerpen
+
+Author: Jozef Muls
+
+Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+
+
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+(10 Oktober 1914)
+door Jozef Muls
+
+
+
+
+
+Inhoudstabel
+
+Bldz.
+
+I. De Laatste Dagen van den Vrede
+II. De Oorlogsverklaring
+III. Bij de Burgerwacht
+IV. In de Celgevangenis
+V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen
+VI. In en Om de Forten van Antwerpen
+VII. De Zeppelin
+VIII. De Verspieder
+IX. In de Ambulances
+X. De Zelfmoord
+XI. Antwerpen Hoofdstad
+XII. Het Uitzicht der Straten
+XIII. De Stijgende Neerslachtigheid
+XIV. De Beschieting der Forten
+XV. Inferno
+XVI. Rond de Stad
+XVII. Op Sint-Michielstoren
+XVIII. Een Nare Dag
+XIX. De Kardinaal te Antwerpen
+XX. De Groote Vooravond
+XXI De Aankondiging van het Bombardement
+XXII. De Laatste Uren
+XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend
+XXIV. Op den Weg der Ballingschap
+
+
+
+
+DE VAL VAN ANTWERPEN
+door Jozef Muls
+
+
+
+I-De Laatste Dagen Van Den Vrede
+
+
+
+Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de
+hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde
+het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het
+was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche
+ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort
+naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij
+wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder
+de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende
+machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken
+dooreen gingen woelen als in een maalstroom.
+
+'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle
+torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten.
+De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel,
+boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver
+en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu
+den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden
+gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui
+voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen.
+De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep
+in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot
+deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot
+vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet
+regelmatig aan huis verwittigd worden.
+
+Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te
+bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke
+soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen
+zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen,
+van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer-
+passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw
+en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een
+drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande
+oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel...
+
+De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het
+loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der
+Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te
+wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen-
+gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw
+rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne
+beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien
+hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden
+huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve
+burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeen, zware
+pakken naar huis te dragen.
+
+De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbie en achter-
+eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe
+had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd,
+met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden
+jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het
+onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders
+die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe
+van den moord op Jaures. Ging er misschien revolutie ontvlammen
+in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten
+waren vol verschrikking.
+
+Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is
+van alle geweldige dingen die met ons gebeuren.
+
+Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan
+worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met
+nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde,
+de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle
+leven, het stille en zekere wentelen van de dagen.
+
+En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict
+zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo
+nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren
+wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend
+en beschermd?
+
+Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie
+de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons
+zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het
+lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van
+onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De
+schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de
+bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak
+van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig,
+tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en,
+in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren
+bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn
+werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van
+de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na
+het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van
+Leon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers
+beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar
+literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts,
+getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf.
+
+Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en
+Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het
+noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner
+dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen
+glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten
+waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik
+mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt
+uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall
+waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens
+en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't
+midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie
+engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en
+oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief
+van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de
+rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit
+nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten
+boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe
+hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en
+dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die
+alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en
+gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms
+hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje,
+in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige
+ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de
+grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne
+trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken
+wellust in de warme gulden zon...
+
+Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren
+aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden
+daar voor mij met kommervolle gezichten.
+
+--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of Belgie
+zal worden overrompeld."
+
+Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer
+buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit
+mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen:
+overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting...
+
+Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken,
+bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met
+al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de
+wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe
+goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de
+erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn
+dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden...
+
+Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik
+voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons
+land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote
+bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren
+maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het
+harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van
+duister-woelende gedachten en onbestemde angsten.
+
+Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te
+Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang
+gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het
+was de onvermijdelijke oorlog.
+
+Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond,
+den laatsten avond van den vrede.
+
+
+
+
+II-De Oorlogsverklaring
+
+
+
+Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar
+Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De
+Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de
+militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne.
+
+Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die
+de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik
+menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch
+Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en
+Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat
+klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal
+aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de
+burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir
+stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop
+met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en
+wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen
+terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk
+verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke
+menschen-slachting.
+
+Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in
+de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over
+versterkte steden en maanden-lange belegeringen.
+
+Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam,
+geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch
+wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De
+natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen
+geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver
+en staag gemurmel van het dennenbosch.
+
+Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de
+koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het
+was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch
+zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten
+wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd
+ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en
+geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend
+zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis
+geworden.
+
+Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij,
+als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij
+snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor
+eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land
+werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting.
+
+Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er
+groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor
+de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven,
+blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald.
+
+De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu
+bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had
+gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame
+Belgie. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer
+regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag
+op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou
+worden afgeweerd.
+
+Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers
+langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog
+voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op
+vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de
+antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische
+legers rukten op Koenigsberg af, maar de bezetting van hollandsch
+Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven...
+
+Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch
+zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't
+gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen
+toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der
+natuur.
+
+Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren
+droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein
+kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten
+er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was
+dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen
+lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het
+nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland
+vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche
+troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten
+ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing
+gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Vise.
+
+Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op
+het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de
+buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons
+Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale
+trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan
+het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen
+herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroisch want wij
+wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de
+grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te
+verdedigen.
+
+Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land
+en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de
+wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te
+beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde.
+In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche
+gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij
+nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis
+van Burgondie, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren
+steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en
+heerschzuchtigheden.
+
+Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten.
+Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor
+goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die
+vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden
+op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche
+omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de
+wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den
+reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die
+stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den
+onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven
+voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter
+nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het
+verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van
+die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha,
+maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en
+Namen, der hertogen van Brabant en Burgondie. Hij werd de vorst
+van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had
+en nooit ten onder was gegaan.
+
+
+
+
+III-Bij De Burgerwacht
+
+
+
+Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was
+ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining
+van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden
+onder algemeen legerbevel.
+
+Het militarisme bestond niet in Belgie. Maar de militaire geest was er
+levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn
+leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de
+inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de
+burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht
+deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den
+oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken.
+Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de
+kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen
+was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van
+de landsverdediging te weten in dezen grooten nood.
+
+Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de
+vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik
+voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik
+herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren
+bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren.
+De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en
+geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den
+schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm
+omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende
+stilte.
+
+Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire
+gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten
+verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de
+poort de orde handhaven.
+
+Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de
+berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij
+gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen
+oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment,
+die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche
+ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner
+manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd.
+Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere
+richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene
+eenzame straat, waar het regende...
+
+Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen
+af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der
+groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed
+neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te
+liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van
+iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn
+ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben
+in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim
+voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke
+miseres die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan
+door het halfduister een kloosterzuster voorbij.
+
+Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren
+rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet
+veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de
+stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de
+herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van
+Berchem naar de kazerne stappen.
+
+Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel
+een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden
+droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange
+blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden
+opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een
+feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der
+waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun
+zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte
+koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland
+was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen
+half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk
+en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te
+Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten
+werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en
+gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende
+duitsche huizen.
+
+Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn
+hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren
+bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of
+daar een post te bezetten.
+
+Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want
+wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen
+over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik
+keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien,
+was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken.
+Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan...
+
+Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had
+ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's
+probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan
+geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag
+hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten
+dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de
+kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt,
+in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende
+kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht
+betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der
+genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor
+naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de
+sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het
+deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der
+dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen
+waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden
+roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn
+der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger
+uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad.
+Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen,
+tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het
+waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen
+afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van
+de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door
+de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange
+reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn
+voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder.
+Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde
+de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem.
+Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje,
+klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen.
+Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits.
+Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een
+geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die
+duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze
+geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van
+een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den
+mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen,
+laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het
+mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen
+worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het
+licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over
+den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij
+verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op
+wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het
+wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren
+verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets
+kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig
+vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de
+open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de
+hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood
+begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval
+der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een
+loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van
+prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen
+gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels
+op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met
+hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den
+wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen.
+Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten.
+Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk
+sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen
+werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den
+rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een
+genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik
+voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger
+en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene
+ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het
+vaderland dienen?
+
+
+
+
+IV-In De Celgevangenis
+
+
+
+Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou
+blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht
+om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was
+eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis,
+waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde.
+
+Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het
+was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de
+substituut, een commandant der jagers, een luitenant der
+gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen
+wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en
+weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken
+de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van
+Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid
+in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet
+van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn
+opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen
+verloren in de algemeene ontreddering van de wereld!
+
+Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't
+gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij
+dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het
+niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na
+verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per
+speciale trein naar Holland gevoerd.
+
+Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen
+die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer
+verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar
+huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een
+cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties
+zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met
+den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit
+werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne
+houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden
+moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme
+stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende
+op hunne knieen vielen en met biddende handen om genade
+riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb
+den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er
+waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat
+hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende
+druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo
+menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein,
+bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat
+men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met
+vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten
+aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp
+te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten
+reepels geschreven, die de Israelieten, tweemaal 's daags, in een
+doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en
+kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op
+zijn knieen, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen
+waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte
+dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen
+gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste
+hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne
+tranen op mijne vingers.
+
+Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als
+danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit
+de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het
+tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes
+op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele
+maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein
+borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en-
+groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen
+gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen.
+Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er
+medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden
+genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis
+mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil-
+lachend dankten.
+
+Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te
+doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de
+groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen
+burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers
+binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken
+verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren
+of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al
+wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de
+vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn
+gangen had mogen gaan.
+
+Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten.
+In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn
+tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het
+minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren
+voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen
+vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een
+die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn
+cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling
+overhandigde met nog vochtige oogen.
+
+Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te
+onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus
+1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het
+heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24
+Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden
+ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche
+linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te
+Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd
+hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het
+gerucht van den val der forten te verspreiden.
+
+Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit
+den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van
+Chaudfontaine, Evegnee, Barchon en Pontisse door de duitsche
+kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal
+met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna
+het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar
+wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij
+ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden
+verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en
+rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe
+zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der
+salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij
+hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog
+dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe
+eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der
+koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen,
+met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die
+nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder
+het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden,
+nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren
+helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met
+verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een
+gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling
+der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam
+het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun
+eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te
+maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't
+gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende
+griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie
+nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen
+bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele
+aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post
+vervoegen.
+
+Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant
+der gendarmerie:
+
+--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik,
+dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan
+het onvermijdelijke dat zou gebeuren.
+
+
+
+
+V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen
+
+
+
+De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene
+schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de
+wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld?
+Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der
+stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder
+meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die
+harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles
+in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid
+ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar,
+schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en
+fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle
+hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de
+Japanners, de Serbiers en de Montenegrijnen waren immers daar.
+Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan?
+Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de
+vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn
+dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat
+eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet
+aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten
+huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet
+weldra omverwerpen?
+
+Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't
+veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten
+waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed
+gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo
+gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd
+van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie-
+maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en
+kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland
+zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte
+schade rijkelijk moeten betalen.
+
+Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst
+te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen
+keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs
+de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige
+huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand
+in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen:
+de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der
+Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond
+Lemberg en Koenigsberg. Misleid door de al te optimistische
+belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar
+Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij Belgie
+en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn,
+toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen
+langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis
+waren...
+
+Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in
+de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk
+niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die
+Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de
+overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de
+Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had
+gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare
+weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk
+werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van
+Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden
+en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld
+achterlatend.
+
+Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen
+van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in
+werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost
+van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons
+tijdig hadden moeten ruggesteunen.
+
+De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe,
+daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn
+linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die
+reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op
+18 Augustus de Maas-bruggen van Hastiere tot Namen bezetten en
+het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te
+Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt.
+Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de
+kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons
+leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en
+dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet.
+
+Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er
+gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld
+worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke
+wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de
+brandstichting te Vise, de menschenslachtingen van Dinant
+en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde
+bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de
+aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren.
+De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van
+het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten
+ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van
+burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes,
+moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo
+werd de oorlog van Duitschland tegen Belgie als een inval van
+barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik,
+ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en
+steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving
+of de voortstuwende lava van een vuurberg.
+
+Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de
+menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden
+vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van
+dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van
+de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons,
+niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der
+duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering
+van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets
+van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg.
+Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn.
+
+Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien
+hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden?
+Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden
+gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche
+aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire
+verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger-
+vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar
+geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg
+gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle
+waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er
+anders over en ons volk bleef onwetend.
+
+Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche
+kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met
+verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts
+met moeite van de werkelijkheid overtuigen.
+
+De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de
+groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de
+Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch
+ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het
+hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims!
+Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar
+gingen wij toch heen?
+
+Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De
+vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit
+boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen
+grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke
+vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe
+de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10
+rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en
+riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad?
+Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der
+gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de
+scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen
+kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In
+de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht.
+Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der
+menschen die zongen de "Brabanconne".
+
+
+
+
+VI-In En Om De Forten Van Antwerpen
+
+
+
+Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en
+verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij
+bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af.
+
+Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn,
+Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de
+verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad
+overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte
+kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere
+gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in
+verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met
+hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde
+stellingen toch nog in staat van verweer te brengen.
+
+Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het
+Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het
+waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone
+boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der
+bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt
+worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun
+uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op
+kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige
+eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene
+reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken
+uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land
+tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het
+andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte,
+waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar
+een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een
+wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog.
+
+Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste
+bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en
+weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over
+groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er
+werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege
+tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds
+moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge
+wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon
+men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of
+speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten
+met gevelde bajonet.
+
+Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den
+buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de
+steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag
+wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te
+Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten
+onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee
+gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs-
+gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar
+tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch.
+
+Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door
+de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor
+aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de
+kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De
+prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het
+spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en
+rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog
+nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na
+korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een
+menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen
+het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze
+gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo
+dacht ik toen...
+
+Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de
+forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote
+molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende
+takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger
+bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand
+tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de
+wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en
+mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de
+papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol
+kappende, zagende en brandstokende soldaten.
+
+De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven.
+Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij
+nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der
+weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte
+huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de
+blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van
+een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor
+ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam
+alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat
+men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God
+en 't was toch oorlog!
+
+Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof
+openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen.
+Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol
+zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en
+vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje
+begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De
+zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den
+hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het
+witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak.
+Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord
+van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn
+en dat hun niet meer toebehoorde...
+
+Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren,
+maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die
+gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden
+gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote
+huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij
+plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken.
+Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig
+in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die
+nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten
+waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de
+vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan.
+
+Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de
+keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij
+dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag
+nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol
+ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen
+handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon-
+buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te
+ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen.
+
+Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken.
+Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven
+zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot
+Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er
+niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit
+Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte,
+speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op
+het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en
+pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische
+impressie.
+
+
+
+
+VII-De Zeppelin
+
+
+
+De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen.
+Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als
+ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen.
+Zoo was het althans voor mij.
+
+Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in
+mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de
+keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort
+daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den
+marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique
+van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons
+te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons
+land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het
+uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden.
+
+Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij
+wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te
+lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht
+viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele
+zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede,
+alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood-
+mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele
+glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der
+wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes
+in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud-
+grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de
+mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood
+leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest
+opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met
+mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn
+bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en
+die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan
+beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn
+oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik
+droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle
+rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van
+Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling
+waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker.
+
+Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een
+onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam
+terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten.
+Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing
+kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik
+werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en
+liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar
+deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende
+licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden
+der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door
+den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken
+verdwaasd en verschrikt.
+
+--"Het is de beschieting!"
+
+--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten."
+
+--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers
+tegen elkaar rollen in een hand.
+
+Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien.
+Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers
+in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een
+Zeppelin was.
+
+Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar
+steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als
+bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van
+bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde een gekletter van
+ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten,
+waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden.
+
+Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de
+groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde
+silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den
+vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters
+open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de
+richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen.
+
+'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er
+was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen
+waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de
+Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden
+gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths
+gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den
+grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie
+straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan
+spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10
+menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non-
+combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk
+was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd
+het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar
+beneden spoot.
+
+Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen
+waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van
+de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek
+te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het
+koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het
+Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven
+daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de
+jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-Jose. Het was
+afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun
+leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis
+had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als
+eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid
+brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats
+naast den Koning in te nemen.
+
+De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het
+ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een
+buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en
+kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van
+het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl
+de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in
+de straten openkraakten.
+
+De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings-
+middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne
+kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen
+werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand
+werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te
+gaan.
+
+Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in
+de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en
+werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der
+huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door
+politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en
+pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken
+avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die
+nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen.
+
+Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten
+nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn
+boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren.
+De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten
+waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende
+een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels
+hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen
+van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als
+een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig-
+slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de
+verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote
+gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels
+gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels
+die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van
+rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de
+stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange
+schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel
+geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een
+wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter
+de huizen in den zwarter wordenden nacht.
+
+Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme
+buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet
+zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het
+stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van
+een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de
+donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had
+zien aankomen.
+
+De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime
+dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht
+naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het
+lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een
+luchtschip.
+
+Met het wassen van de maan werd de stad eene betoovering. Het
+maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker-
+opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen
+tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en
+cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan-
+beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart
+over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den
+roosachtigen gevel van het stadhuis.
+
+De beiaard zong niet meer.
+
+
+
+
+VIII-De Verspieder
+
+
+
+Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar
+Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek
+eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren
+aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet
+langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne
+aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was,
+burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij
+te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die
+verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het
+belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door
+een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de
+hand in dat spel te hebben.
+
+Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs-
+auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde
+op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er
+onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van
+hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre aeltern noch?"
+kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en
+twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn
+angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn
+onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren
+zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood.
+
+De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter
+plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen
+bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden
+geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een
+commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform
+en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den
+vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn.
+
+Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie
+daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene
+onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen
+van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en
+Eppeghem gevochten had.
+
+In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij
+uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende
+stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden
+en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw
+en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog
+op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen
+der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden
+de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen.
+
+Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter
+wereld waar de oorlog de heroische beteekenis behouden had van
+schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige
+en machinale van den duitschen krijg.
+
+Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van
+geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en
+de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd
+werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen
+tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval
+geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en
+de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem.
+Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval
+niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan
+deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met
+moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers.
+
+Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor
+ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen
+over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische
+spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee
+een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield
+bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig
+aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het
+getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien
+het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was
+halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij
+nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en
+voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden.
+
+Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het
+strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen
+weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en
+kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en
+laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten
+delven.
+
+Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen
+wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De
+uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te
+herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen
+van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De
+infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen
+dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes
+van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond
+schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden
+langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen
+met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers
+onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken
+wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren
+liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op
+bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den
+witten band met het roode kruis rond den arm.
+
+Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij
+nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten
+om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen.
+In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen,
+arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd.
+
+Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de
+wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette
+dorpen bedreven.
+
+In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door
+het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger
+mooie dames en heeren in soiree-kleeren naar de schouwburgen
+voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd
+met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig.
+
+Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar
+ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere
+verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar
+Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre
+tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het
+begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er
+nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de
+velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een
+rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat
+eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren,
+O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende
+straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als
+wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog?
+
+
+
+
+IX-In De Ambulances
+
+
+
+Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte
+zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans
+college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens
+ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van
+den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de
+huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef
+een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der
+ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds
+herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat
+op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van
+den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke
+stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de
+genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime
+luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een
+meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het
+zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen
+en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden
+aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten
+samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren.
+
+Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en
+maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en
+de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden
+zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel.
+
+In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles
+van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met
+de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de
+voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes
+in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat
+ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest-
+offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in
+geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht
+van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal
+gekwetsten was in aantocht.
+
+Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche
+bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan
+gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om
+den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De
+Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers
+geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op
+Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand
+werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar
+in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en
+eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze
+troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September
+ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de
+talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters
+konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd.
+
+Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn,
+was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die
+behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu
+reeds de open poort der ambulance binnengedragen.
+
+Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond,
+wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden
+nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend,
+beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er
+waren er die bewustloos lagen met toee oogen en vale gezichten.
+Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen
+rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte
+menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig
+verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te
+nemen.
+
+Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been.
+Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels.
+
+Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van
+den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De
+doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik
+ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de
+jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond
+ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch
+kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een
+shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde
+begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen...
+
+Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de
+berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde
+lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die
+den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen
+gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die
+stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die
+beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt.
+
+Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de
+zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid
+te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun
+bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij
+vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede,
+van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet
+meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen
+zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij
+zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het
+was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot
+op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn
+of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen.
+
+Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden
+vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed
+had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel.
+Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht
+van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen
+hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp.
+Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en
+mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche
+stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne
+mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze
+schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden,
+hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste
+huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw
+begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne
+kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in
+mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst
+als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij
+vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden
+die niet te lezen stonden in de bladen.
+
+Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in
+het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een
+nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de
+koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met
+stille fluisterstem trachtte te sussen.
+
+
+
+
+X-De Zelfmoord
+
+
+
+Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de
+stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg
+andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht.
+Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn
+gevallen.
+
+En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die
+duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van
+larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren
+achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en
+grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als
+eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in
+zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een
+moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk...
+
+En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van
+den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere
+lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van
+witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof
+gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van
+den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan.
+
+Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke
+van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een
+vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke
+dat ik zou ontmoeten.
+
+De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de
+waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood
+aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar
+doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof?
+
+Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen
+en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat
+waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een
+donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan
+het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende.
+Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan
+staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht
+gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten
+woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan
+den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten
+over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door
+een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten
+die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was--
+tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de
+Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op
+vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de
+Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht
+opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand
+aanvielen.
+
+Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de
+Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis.
+Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister
+der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een
+vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die
+donkere muren!
+
+Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De
+arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht.
+Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als
+het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind
+huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster.
+Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken
+nacht?
+
+Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort,
+laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der
+Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in
+een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het
+heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel
+van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen
+plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht
+in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw.
+
+Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging
+op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen
+moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg
+een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik
+vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op
+onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met
+snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar
+huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van
+schrik was weg gevlucht.
+
+"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..."
+
+Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend
+snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan.
+De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij
+waren nog met ons tweeen, een duistere man en ik, toen wij
+aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was
+een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur
+en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht
+vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede
+lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend
+staan bleef.
+
+--"Boven! Boven" jammerde zij.
+
+ Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen,
+op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen
+schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de
+tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram
+moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een
+stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met
+mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De
+man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij
+zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op
+adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den
+dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de
+duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als
+van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de
+donkere huizen langs.
+
+
+
+
+XI-Antwerpen Hoofdstad
+
+
+
+Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad.
+Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige
+gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provincien
+Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van
+ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen,
+Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten
+geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot,
+Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom
+verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd
+afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons
+land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond
+Antwerpen.
+
+Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht
+Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af
+en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den
+stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer
+kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren
+van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt
+van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen
+zouden komen te staan.
+
+Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de
+strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De
+vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot
+verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog
+steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare
+gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten.
+Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te
+vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het
+geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen
+werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht
+gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch
+Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten.
+Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het
+burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden.
+Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal
+voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen.
+Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform,
+dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde.
+
+Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het
+bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er
+een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen
+ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en
+Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten
+luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't
+licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten
+gaf het uitzicht aan de straten.
+
+Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht,
+van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een
+onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het
+Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der
+regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten.
+Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen
+genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis
+voor den Senaat in te richten.
+
+Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden
+van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne
+dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis
+bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar
+doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de
+poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer
+de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap
+aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef
+een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken
+dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op
+weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten
+op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging
+bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor,
+waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in
+het hooge gestoelte van blinkend ouden eik.
+
+Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op
+de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de
+hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof
+het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn
+mond in den milden vierkant-geschoren baard.
+
+De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche
+plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon
+men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of
+buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag
+zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen
+zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije
+Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte
+ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de
+winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met
+afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een
+papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert
+erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg.
+Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen
+van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag
+door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den
+Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te
+plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der
+limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en
+verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde
+Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken.
+Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en
+had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen
+bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden.
+
+Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St-
+Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen
+equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de
+benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende
+dat iemand een russisch of engelsch militair attache daar had zien
+uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van
+mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren
+door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit
+Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland
+te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto
+te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten
+minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in
+Frankrijk waren teruggeslagen en weldra Belgie zou worden
+ontruimd.
+
+De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het
+natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder
+kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats
+zag men heeren in rok en dames in soiree-kleeren bewegen door
+de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de
+restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in
+een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische
+lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den
+wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of
+een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe
+rookspiralen door de halle ging zweven.
+
+
+
+
+XII-Het Uitzicht Der Straten
+
+
+
+De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met
+kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor
+deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van
+het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld
+waar wat te oogsten viel.
+
+Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met
+vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen,
+aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers.
+
+Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten
+voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd
+was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op
+zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of
+tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's
+bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij
+tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en
+de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan
+de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op
+bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met
+voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met
+verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke-
+drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of
+luchtschepen of uniformen der verbonden legers.
+
+De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze
+boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet
+meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene
+manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte
+knieen. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter
+het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij
+afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen
+aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op
+den buiten.
+
+De terrassen der cafe's zaten vol officieren, krijgsdokters,
+apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die
+zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht
+van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten
+neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de
+menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of
+oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene
+bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne
+vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de
+stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en
+gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid
+waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de
+lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil
+van 't land of 't behoud des konings van afhing.
+
+Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van
+volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker
+"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon
+er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit-
+omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het
+terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig
+was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht
+kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al
+de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts
+gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte.
+Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok
+een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij
+hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij
+zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde
+op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen
+Antwerpen en de kust vrij te houden.
+
+Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red
+Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het
+automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden
+auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden
+opgeeischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot-
+zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in
+betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig
+bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden
+die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te
+midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer
+geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier
+wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon.
+Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was
+geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een
+auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond
+Herenthals.
+
+Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde
+ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat
+tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot
+voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er
+telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten
+angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk
+om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest
+te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen
+de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak.
+
+Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche
+landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit
+de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen
+in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen
+dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan
+volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers
+stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende
+de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der
+landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde
+gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een
+buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen
+de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en
+tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en
+uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de
+stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde,
+waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in
+die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Vise,
+Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en
+zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten
+deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten
+balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door
+Rome werden gevoerd.
+
+
+
+
+XIII-De Stijgende Neerslachtigheid
+
+
+
+Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was
+bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk
+uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen
+die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe
+verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den
+overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken,
+toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd
+genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden
+opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht
+zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds
+omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood
+brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende
+gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een
+dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen
+geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester
+werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar
+Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag,
+van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden
+vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in
+de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de
+bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners
+en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de
+overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of
+broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was
+gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons
+leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare
+vesting?
+
+Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis
+te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik
+hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden
+gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die
+kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na
+het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne
+kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken
+van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet
+vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren
+kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met
+schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er
+waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten
+voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande
+beschutting.
+
+Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig
+nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste
+gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven.
+Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan
+troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een
+oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten.
+De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille
+gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in
+eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen
+worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de
+wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van
+nog te gebeuren wee niet was te overzien.
+
+Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan
+een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten
+en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens
+verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen
+kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het
+leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het
+was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet
+waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige
+wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde,
+onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige
+te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der
+nieuwe tijden zou groeien...
+
+Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen
+onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze
+beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden
+naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het
+sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was,
+dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama
+van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar
+nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest
+weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag
+hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het
+wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten-
+curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en
+tastende vingertoppen de empatementen van den grooten meester
+onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers
+de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het
+Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat
+een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone
+lichaam van den Gekruisigde.
+
+Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag
+naderend einde.
+
+
+
+
+XIV-De Beschieting Der Forten
+
+
+
+De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September
+hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen.
+Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk
+geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het
+geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht
+weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit-
+vermoed geweld.
+
+Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige
+leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen
+den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van
+zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders.
+Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan
+de uiterste grenzen der antwerpsche vesting.
+
+Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het
+onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet
+goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap
+en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag
+gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer
+opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het
+gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij
+waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten
+gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel
+door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden
+bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste
+poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk
+oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht...
+
+Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of
+geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze
+gepantserde borstweer werden toegebracht.
+
+Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan
+'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers
+elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht.
+
+Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere
+advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den
+krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche
+handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in
+hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel
+den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de
+gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den
+algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het
+ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij
+hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke
+dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene
+kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien
+onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur
+van den onwederroepelijken ondergang.
+
+Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier
+was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de
+strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot
+Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier
+en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te
+twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur.
+
+De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er
+meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van
+het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht,
+de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met
+de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te
+midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote
+verslagenheid begon in de stad te heerschen.
+
+In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de
+Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een
+bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een
+duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch
+luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de
+vijand mogelijk teruggeslagen?
+
+Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een
+zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die
+hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te
+verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog
+reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis
+vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen
+had moeten wijken en op 28 September het bombardement van
+Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42
+cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog
+die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt.
+
+"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat.
+Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op
+beton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen
+neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen
+van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij
+die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene
+verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een
+vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode
+vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan
+overal op de vlucht onder een regen van shrapnels."
+
+Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend,
+voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en
+tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten-
+verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen
+dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig
+stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met
+verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand
+ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid
+verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo
+moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij
+van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan
+den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben
+om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te
+houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers
+wel!
+
+Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs
+meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws
+als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien
+dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd
+aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te
+denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen?
+Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander
+nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders
+en die moesten worden aangeklaagd.
+
+
+
+
+XV-Inferno
+
+
+
+Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in
+de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen.
+Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van
+hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk
+verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag
+een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig-
+verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal
+voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar
+soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in
+een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog
+over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot
+keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt.
+
+Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne
+Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met
+een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel
+onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen
+op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van
+Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen,
+vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een
+reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd.
+
+Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de
+tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig-
+aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat
+alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van
+onzeggelijke en gruwzame wildernis.
+
+Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die
+uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne
+gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke
+dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren
+gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie
+vervolgde.
+
+Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog
+bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet
+meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de
+aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een
+aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te
+midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als
+een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm.
+Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren
+joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts
+naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo
+begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de
+wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo
+vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen."
+Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve-
+betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van
+een reusachtigen plethamer.
+
+Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat
+aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten
+onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1
+October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk
+gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk
+genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en
+Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen
+Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven.
+
+De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht
+bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden
+wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken.
+Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te
+verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der
+vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger
+overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra
+achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig
+toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten
+te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij
+zou weten waar hem aan te klagen.
+
+Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke
+gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu
+toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land
+kon beslist worden.
+
+Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met
+een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of
+ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote
+overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van
+tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het
+vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche
+vesting.
+
+
+
+
+XVI-Rond De Stad
+
+
+
+Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te
+overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten.
+
+Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met
+een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde,
+zuidwest van Antwerpen.
+
+Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig
+nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De
+harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch-
+groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te
+beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van
+den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken.
+
+Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag,
+over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto
+'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan
+volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken
+en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen
+nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde
+aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd.
+Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht:
+amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten,
+aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en
+wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering
+die dagelijks door een leger verslonden wordt.
+
+Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege
+gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun
+burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen
+klonken schreeuwerig door de lucht.
+
+Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de
+Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn
+witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk
+uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de
+aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom.
+Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een
+muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van
+morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken
+oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de
+bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden,
+gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar
+Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun
+leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was
+er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden
+weerzien.
+
+Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem,
+kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar.
+Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten
+boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste
+ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist
+nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden
+sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over
+de Nethe had gedreven.
+
+Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In
+den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het
+Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag
+der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten
+gemaakt voor den aftocht van het leger.
+
+Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een
+kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door
+de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had
+van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord
+eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten
+of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een
+zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht.
+
+Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen
+de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik
+eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde.
+Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden.
+Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn
+werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het
+was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria,
+Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen
+die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van
+goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde...
+Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den
+vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was
+toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote
+droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn
+verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het
+gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens,
+over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die
+eens toch mijn bezit was?
+
+Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele
+schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water
+van den vijver.
+
+Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds
+vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste
+treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar
+de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was
+een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en
+met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden
+langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis
+voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie
+bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik
+niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik
+nam mijn plaats in nevens den voerman.
+
+In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde-
+poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de
+kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren
+werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren
+uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort
+van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot
+Antwerpen.
+
+Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was
+rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan.
+
+
+
+
+XVII-Op Sint-Michielstoren
+
+
+
+Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen
+met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op
+het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren
+te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den
+horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst
+dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De
+strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede
+verdedigingslijn.
+
+De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en
+weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond-
+geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen.
+
+Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde
+eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar
+tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre
+dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht.
+Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den
+einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en
+naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen
+van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit,
+alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn
+vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den
+horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van
+witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode
+lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen
+en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel
+steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst
+ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als
+een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef.
+Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw.
+Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes
+der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven,
+ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de
+belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn.
+
+Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk
+van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het
+staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs
+gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte.
+Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig.
+
+Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels
+opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot
+op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk
+nu, heel nabij, als het gedreun van orgels.
+
+De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester-
+galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en
+naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het
+Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver
+met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en
+het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de
+olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten
+toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn
+redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen
+tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam
+nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van
+den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en
+kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van
+Sint Anna.
+
+Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren
+afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en
+ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die
+groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook
+eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk
+stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan
+geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was
+van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was.
+
+Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten
+liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met
+eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en
+nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn
+morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met
+weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen-
+hoopen konden worden neergebeukt.
+
+Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche
+kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer
+toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven.
+Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op,
+de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het
+fluisterstille kabinet.
+
+Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde
+hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube
+snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden.
+Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren
+reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen.
+
+Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl
+wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende
+wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig
+verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien
+neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel
+onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer
+tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur
+nog niet gekomen was?
+
+Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die
+onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en
+naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over
+heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets
+bitters meer indien het zoo beschikt was.
+
+De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en
+verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der
+hemeldiepten. De kanonnen zwegen.
+
+Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een
+kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten
+uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van
+Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat
+nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten
+zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen.
+
+
+
+XVIII-Een Nare Dag
+
+
+
+Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van
+het beleg van Antwerpen.
+
+Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde
+gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen
+moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was
+nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden!
+
+Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van
+Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere
+bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger
+waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk
+verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier
+lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was
+in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste
+verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft
+en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd
+verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe
+teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn
+zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om
+de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar
+Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen
+het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen.
+Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele
+dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast
+mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is
+slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren
+misschien."
+
+Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in
+twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest
+die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke
+verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend,
+alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond.
+
+Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten
+volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend!
+Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de
+ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen
+heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat
+de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de
+oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid
+als de laatste korrels van den Zandlooper.
+
+Er was niets meer aan te doen!
+
+O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier
+nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle
+werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de
+menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude
+huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol
+oude rust en zekerheid.
+
+De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en
+Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen
+vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend
+geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de
+trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene
+pracht en schittering.
+
+De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van
+andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij
+is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeen loopen
+er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en
+Valparaiso, uit New-York en Shanghai hielden den steven naar haar
+gewend.
+
+Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene
+liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was,
+heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en,
+varend over vreemde zeeen, hoorde ik haar roemen door het
+scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de
+eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede
+en kalme Schelde...
+
+En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet
+haar te redden ten koste van hun bloed...
+
+Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de
+Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn
+overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare
+onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken,
+met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van
+Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van
+een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en
+Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen
+feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar
+heiligdom!
+
+Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen.
+
+Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten.
+Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met
+de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het
+ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange
+verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die
+gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling
+der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben.
+Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat
+onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste
+pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als
+door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de
+hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos
+gingen loopen met een borst vol nijpend wee.
+
+Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn
+schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het
+Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van
+Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust
+en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte
+komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar
+eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre-
+koele boomen?
+
+Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten
+door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck,
+de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten
+der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat
+de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht
+sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde
+karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en
+schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en
+duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd.
+Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het
+Westen liepen nog de eenige vrije wegen.
+
+Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te
+geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad.
+
+Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers
+waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid.
+De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene
+nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen
+van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude
+trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen
+en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner
+snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en
+geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte.
+Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten
+toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken
+waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en
+reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der
+Suikerrui.
+
+Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste
+kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen
+werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche
+admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds
+overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere
+wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered!
+
+Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden
+van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes.
+Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist
+dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000
+engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet
+voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De
+avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de
+deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit-
+gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde
+begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het
+aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van
+Antwerpen riepen om genade.
+
+
+
+
+XIX-De Kardinaal Te Antwerpen
+
+
+
+O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de
+boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele
+klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die
+luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van
+feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor
+de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie
+maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu
+kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en
+rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij
+die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle
+torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere
+bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden
+schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in
+alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde
+klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter
+om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef
+niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een
+mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen
+ons leed.
+
+Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke
+gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven
+het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en
+dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus.
+Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere
+vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en
+parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen
+die vergaan.
+
+Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene
+verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te
+komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die
+bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging?
+
+Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote
+straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de
+Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en
+klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't
+rumoer.
+
+De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst
+van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het
+meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de
+menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te
+vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags
+de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een
+macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't
+Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de
+orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten
+geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de
+verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde
+weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de
+imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen
+duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken
+die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid
+van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte
+en platgetrapte Belgie, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste
+zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de
+Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven
+de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die
+Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld.
+
+Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer
+uit Italie, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene
+eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf.
+Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht,
+die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de
+antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het
+behoud der stad in haren uitersten nood.
+
+Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met
+moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te
+leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven
+beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L.
+V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit-
+marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en
+de choralen zongen.
+
+Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den
+Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde.
+
+Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus
+college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar
+lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De
+oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde
+gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe
+oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het
+vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange
+grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden,
+goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin.
+De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de
+mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch
+leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere
+witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de
+zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik
+soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte
+geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat,
+pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen
+deed van Peladan en Leon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar
+mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn
+neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens
+ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De
+Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van
+diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans
+uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van
+het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het
+Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven?
+
+Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste
+gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar
+heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons...
+Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die
+hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en
+bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van
+de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene
+smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van
+de woede der Noormannen verlos ons Heer!
+
+Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de
+dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen
+en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang
+van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het
+goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht
+der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal
+met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde
+en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven
+door de beuken.
+
+Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de
+Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden
+van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden
+zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde
+reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool
+street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij
+waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de
+hooge imperiales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar
+de opgetogen wandelaars.
+
+Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de
+deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en-
+gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon
+speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog
+even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den
+glorierijk-begloorden Schelde-stroom.
+
+Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag
+in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen?
+
+
+
+
+
+XX-De Groote Vooravond
+
+
+
+Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11
+uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een
+elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen.
+
+De seizoenen van Viaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die
+liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde,
+de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente:
+daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de
+gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij
+vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik
+vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend
+lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op
+de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden
+werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter
+ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de
+toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als
+een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het
+spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de
+blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in
+weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten.
+
+Milde en machtig mededoogen
+keert uw onbermhertig oogen
+toch niet af
+van mijn nietheid die benepen
+voelt de dood haar henensiepen
+naar het graf.
+
+Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen
+van 't kanon.
+
+Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu
+als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste
+dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid
+nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de
+roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende
+Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de
+wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen
+wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht
+en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters
+woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het
+paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de
+onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden
+worden gesteld...
+
+Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de
+losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn
+lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel
+mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte
+van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld
+leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen
+stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en
+voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van
+den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier
+windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen-
+drommen oproepen voor het laatste oordeel.
+
+Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't
+centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een
+stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker
+bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras.
+Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een
+oogwenk, konden storten in elkaar.
+
+Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting
+van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen.
+De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den
+stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op
+eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar.
+
+Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen
+van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig
+dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat
+schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder
+mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden?
+Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen
+wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers
+alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de
+menschen te manen naar hunne kelders te vluchten.
+
+Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf
+scheen te bedaren in de verte.
+
+Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik
+bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van
+de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als
+door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van
+honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een
+duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor
+heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven.
+
+Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het
+bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op
+mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de
+paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet
+moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd
+joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna
+onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en
+caissons door de dreunende straten reden.
+
+Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van
+een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten
+stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar
+den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de
+balken schokten.
+
+Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog
+heel den nacht door van rollende kanonnen.
+
+
+
+
+XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement
+
+
+
+In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de
+bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de
+burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen
+van het Noorden en het Noord-Westen.
+
+Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan
+hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te
+bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting
+verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst
+de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij
+plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement
+hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den
+oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch
+krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de
+zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot
+verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand
+beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche
+marine-stukken.
+
+Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat
+hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar
+de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig
+vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden
+sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over
+de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen-
+Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan
+nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en
+vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen
+stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen.
+
+Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich
+voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten,
+andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het
+hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden
+ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's
+moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle
+ziekten en miseres op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij
+kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten
+de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven
+in de stad.
+
+Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik
+een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo
+een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren.
+
+Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken
+naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik
+nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren
+dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het
+oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de
+onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest
+afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand
+uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den
+onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een
+reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef
+alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen.
+
+Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het
+plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube
+hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de
+openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen
+donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om
+eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der
+poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster,
+die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken,
+bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld
+en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort.
+
+De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de
+burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want
+bommen werden toen niet geworpen.
+
+Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden
+met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis
+overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden,
+velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven
+van 't gevaar.
+
+De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van
+Baron Chasse in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en
+ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel
+eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel
+doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis.
+
+In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle
+winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal
+binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en
+zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond
+naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden
+zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die
+op paniek geleek.
+
+Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd
+was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen
+waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene
+verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog
+besluiteloos.
+
+Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle
+menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of
+een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes
+die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een
+innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne
+vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet.
+
+Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt,
+op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn
+donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat
+gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze
+hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele
+lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe
+hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke
+overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de
+glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos
+neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld
+gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou
+zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar.
+
+In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat
+hij zinnens was te doen.
+
+--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette
+"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is
+het angst?"
+
+Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust:
+
+--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid
+en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen
+vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles
+wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws
+over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord,
+al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige
+genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar,
+een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke
+menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk
+lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de
+moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit
+geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in
+puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige
+Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de
+antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en
+onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in
+de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven
+die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de
+kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de
+zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle
+enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en
+komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons
+diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat
+eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik,
+nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe
+de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden
+omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden
+om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve
+land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat.
+Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou
+mij eer schamen moest het anders wezen."
+
+Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die
+zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen
+kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht
+hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de
+schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te
+verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts
+de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het
+vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien
+voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te
+gaan en wij namen nog geen besluit.
+
+Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een
+grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was
+ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt
+naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds
+de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze
+ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was
+nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen,
+Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit
+stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den
+vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche
+officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij
+zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar
+moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste
+herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle
+mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te
+werken?
+
+
+
+
+XXII-De Laatste Uren
+
+
+
+Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde.
+
+Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik
+eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de
+onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote
+daden.
+
+Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen
+de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de
+bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de
+kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de
+tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand
+naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven-
+masker.
+
+Ik voelde weemoed naar boven komen.
+
+--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe
+nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid
+het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en
+alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de
+gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik
+met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en
+misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en
+een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd
+en daargelaten.
+
+--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op
+mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de
+millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief
+geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun
+innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting
+en verlangens.
+
+Ik trok de schuiven open.
+
+--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik
+kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen,
+niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden?
+Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste
+te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was
+ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou
+misschien alles eens terug vinden, wie weet?
+
+Ik sloot de schuiven en borg den sleutel.
+
+Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij
+zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en
+gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde
+kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden
+van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne
+bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen
+officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland,
+met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar
+vader vocht in 't verre Indie en zij was vroeg verlaten en alleen;
+Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting
+en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg
+gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode
+roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding
+neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken
+bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te
+wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor
+dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan
+misschien in de verwoesting dezer stad!
+
+Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten
+aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een
+geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een
+duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne
+vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude
+hallen van Krakow.
+
+Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre,
+een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte.
+Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte
+weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder
+was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar
+ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid
+en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans.
+Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas
+in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen
+bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon
+storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden
+zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis.
+
+Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit
+zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets
+belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel.
+Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van
+de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en
+uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen
+nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even
+maar te aarzelen.
+
+Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer
+haar lot beslist is?
+
+De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen.
+De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome
+en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende
+legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig
+om een nieuwe orde in de wereld.
+
+Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling
+van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs
+over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en
+regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed.
+
+Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene
+drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn
+mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de
+straat op.
+
+Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een
+vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen
+menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar
+werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt,
+bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met
+geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen.
+
+Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting
+van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar
+over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur,
+over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare
+torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs
+hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen
+en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne,
+Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou
+de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou
+de orgieen zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland
+ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude
+gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel.
+
+Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer,
+lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken
+avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen
+stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om
+nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken
+stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte
+wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging
+zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd
+als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have
+en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor
+korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland.
+
+De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote
+vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V.
+Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere
+avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de
+duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was
+verzwonden, wij reden de donkere velden in.
+
+Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het
+gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van-
+geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de
+wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze
+bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak.
+
+
+
+
+XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend
+
+
+
+De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin
+geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de
+werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het
+verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't
+geweld.
+
+De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren
+met een kloppend hart.
+
+Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend
+rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de
+ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en
+door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen,
+het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend
+gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke
+blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot
+weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van
+den donderenden schok.
+
+Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch
+indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid,
+alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu
+dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als
+een klok en de muren daverden.
+
+En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok
+die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien
+instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog
+gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres
+tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en
+wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet
+mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag,
+dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren,
+boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder
+genade.
+
+Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons
+hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens
+rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften,
+koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor
+ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was
+het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was
+aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het
+zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee
+door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het
+ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm...
+
+Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel
+ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat
+geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de
+honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden.
+Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar
+oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden.
+
+Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den
+onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en
+wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept
+onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende
+runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende
+kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of
+zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met
+vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld
+met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een
+vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met
+krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden
+zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd.
+
+Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen
+braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die
+duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood-
+vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood
+ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen
+zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de
+zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde.
+Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar
+aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen...
+boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte
+door de lucht.
+
+Het was een visioen van Isaias! Het was een Dies irae vol
+verschrikking, de Godsteistering van een heel volk.
+
+Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag
+een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet
+verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van
+Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle
+dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen.
+Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met
+trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de
+vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen
+had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen.
+Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier
+uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het
+bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in
+de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten.
+
+Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin
+floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten
+in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan
+weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de
+losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld.
+Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de
+brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in
+volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der
+brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar
+alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de-
+dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van
+Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden
+jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het
+gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven-
+regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin
+hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een
+ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren
+eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de
+boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de
+Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de
+onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in
+de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene
+boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe,
+geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het
+kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen
+brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in
+de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort.
+Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het
+Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en
+Zurenborg "lagen al plat".
+
+Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de
+vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten,
+mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen
+kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en
+brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de
+hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het
+was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den
+breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die
+brandden in de richting van Hoboken.
+
+Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide
+rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was
+tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen
+kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en
+hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De
+beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood-
+vermoeid.
+
+Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken.
+De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden
+werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den
+naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed-
+geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in
+slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf
+der zware duitsche kanonnen.
+
+Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik
+op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de
+zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie
+van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam
+voortrollende oorlogswagens.
+
+
+
+
+XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap
+
+
+
+De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer
+gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte
+hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van
+zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te
+wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet
+scheiden.
+
+Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag
+op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren
+stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste
+aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen
+van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen.
+
+--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij
+maar optrekken."
+
+Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een
+ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons
+goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de
+grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken
+werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan.
+Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner
+ monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik
+kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn
+zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak.
+Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op
+en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan.
+
+Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij
+den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug
+ging brengen naar zijn huis.
+
+Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom....
+
+--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't
+gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop
+met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde.
+
+Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der
+honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend
+spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een
+stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man
+bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toee
+oogen. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd
+weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de
+snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden
+huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder
+ophouden, het doffe brommen van 't kanon.
+
+Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de
+Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in
+den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn
+oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de
+Bom...
+
+Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de
+wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de
+verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte.
+
+Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen,
+waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen
+van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden
+aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het
+mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen
+koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan
+een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg
+waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet
+naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De
+kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en
+wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze
+pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze
+monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint
+Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed,
+langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer
+vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats
+vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging
+dat nieuwe kindje geboren worden?
+
+Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in
+den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte
+massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren
+soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten
+verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem.
+
+Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan
+den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke
+aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel
+begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde
+gezichten zagen rood van het verre vuur.
+
+Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met
+den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug
+naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land.
+
+Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de
+dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld
+van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde,
+die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige
+kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen,
+onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende
+muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen,
+neergehurkt in stomme lijdzaamheid.
+
+Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den
+kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de
+verre gloeiende stad.
+
+--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster.
+
+Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al
+wat wij ginder achter lieten.
+
+--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt
+schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad"
+zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten.
+Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een
+auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne
+Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar
+wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar
+het eerste hollandsche stadje.
+
+Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het
+ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land.
+Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder
+voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den
+nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet.
+
+Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar
+Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door
+hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de
+Lange Delft.
+
+ 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van
+vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede
+stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog.
+
+Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar
+Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen
+goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost
+voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude
+straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude
+ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor
+schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen
+hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was
+de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen,
+huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag
+gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de
+zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland
+Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene
+weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog
+vergeten. Het kon niet lang meer duren toch...
+
+Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het
+rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij
+waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de
+vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit
+den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde
+muren.
+
+Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij
+sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven!
+De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik
+liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen.
+Moeder en zuster weenden.
+
+Antwerpen was gevallen!
+
+Neuilly-sur-Seine, Lente 1917.
+
+
+Het Einde
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN ***
+
+***** This file should be named 11500.txt or 11500.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/
+
+Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year. For example:
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/11500.zip b/old/11500.zip
new file mode 100644
index 0000000..142328d
--- /dev/null
+++ b/old/11500.zip
Binary files differ