diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:37:05 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:37:05 -0700 |
| commit | 8f21ec9227c1c5460c308ab038fb3ebda582ebdf (patch) | |
| tree | 8a97d9d758459408c7fe865d82639ffddfe7220f | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 11500-0.txt | 3531 | ||||
| -rw-r--r-- | 11500-8.txt~ | 3950 | ||||
| -rw-r--r-- | 11500-8.zip~ | bin | 0 -> 80746 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11500.txt~ | 3950 | ||||
| -rw-r--r-- | 11500.zip~ | bin | 0 -> 80633 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11500-8.txt | 3950 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11500-8.zip | bin | 0 -> 80746 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11500.txt | 3950 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11500.zip | bin | 0 -> 80633 bytes |
12 files changed, 19347 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/11500-0.txt b/11500-0.txt new file mode 100644 index 0000000..c1a7ab8 --- /dev/null +++ b/11500-0.txt @@ -0,0 +1,3531 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11500 *** + +DE VAL VAN ANTWERPEN +(10 Oktober 1914) +door Jozef Muls + + + + + +Inhoudstabel + +Bldz. + +I. De Laatste Dagen van den Vrede +II. De Oorlogsverklaring +III. Bij de Burgerwacht +IV. In de Celgevangenis +V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen +VI. In en Om de Forten van Antwerpen +VII. De Zeppelin +VIII. De Verspieder +IX. In de Ambulances +X. De Zelfmoord +XI. Antwerpen Hoofdstad +XII. Het Uitzicht der Straten +XIII. De Stijgende Neerslachtigheid +XIV. De Beschieting der Forten +XV. Inferno +XVI. Rond de Stad +XVII. Op Sint-Michielstoren +XVIII. Een Nare Dag +XIX. De Kardinaal te Antwerpen +XX. De Groote Vooravond +XXI De Aankondiging van het Bombardement +XXII. De Laatste Uren +XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend +XXIV. Op den Weg der Ballingschap + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +door Jozef Muls + + + +I-De Laatste Dagen Van Den Vrede + + + +Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de +hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde +het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het +was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche +ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort +naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij +wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder +de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende +machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken +dooreen gingen woelen als in een maalstroom. + +'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle +torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten. +De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel, +boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver +en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu +den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden +gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui +voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen. +De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep +in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot +deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot +vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet +regelmatig aan huis verwittigd worden. + +Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te +bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke +soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen +zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen, +van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer- +passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw +en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een +drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande +oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel... + +De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het +loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der +Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te +wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen- +gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw +rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne +beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien +hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden +huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve +burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware +pakken naar huis te dragen. + +De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter- +eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe +had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd, +met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden +jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het +onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders +die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe +van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen +in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten +waren vol verschrikking. + +Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is +van alle geweldige dingen die met ons gebeuren. + +Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan +worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met +nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde, +de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle +leven, het stille en zekere wentelen van de dagen. + +En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict +zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo +nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren +wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend +en beschermd? + +Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie +de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons +zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het +lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van +onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De +schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de +bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak +van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig, +tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en, +in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren +bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn +werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van +de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na +het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van +Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers +beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar +literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts, +getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf. + +Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en +Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het +noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner +dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen +glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten +waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik +mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt +uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall +waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens +en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't +midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie +engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en +oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief +van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de +rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit +nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten +boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe +hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en +dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die +alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en +gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms +hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje, +in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige +ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de +grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne +trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken +wellust in de warme gulden zon... + +Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren +aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden +daar voor mij met kommervolle gezichten. + +--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België +zal worden overrompeld." + +Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer +buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit +mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen: +overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting... + +Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken, +bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met +al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de +wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe +goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de +erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn +dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden... + +Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik +voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons +land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote +bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren +maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het +harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van +duister-woelende gedachten en onbestemde angsten. + +Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te +Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang +gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het +was de onvermijdelijke oorlog. + +Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond, +den laatsten avond van den vrede. + + + + +II-De Oorlogsverklaring + + + +Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar +Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De +Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de +militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne. + +Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die +de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik +menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch +Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en +Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat +klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal +aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de +burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir +stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop +met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en +wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen +terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk +verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke +menschen-slachting. + +Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in +de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over +versterkte steden en maanden-lange belegeringen. + +Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam, +geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch +wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De +natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen +geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver +en staag gemurmel van het dennenbosch. + +Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de +koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het +was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch +zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten +wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd +ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en +geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend +zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis +geworden. + +Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij, +als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij +snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor +eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land +werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting. + +Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er +groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor +de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven, +blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald. + +De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu +bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had +gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame +België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer +regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag +op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou +worden afgeweerd. + +Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers +langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog +voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op +vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de +antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische +legers rukten op KÅ“nigsberg af, maar de bezetting van hollandsch +Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven... + +Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch +zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't +gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen +toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der +natuur. + +Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren +droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein +kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten +er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was +dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen +lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het +nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland +vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche +troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten +ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing +gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé. + +Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op +het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de +buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons +Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale +trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan +het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen +herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij +wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de +grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te +verdedigen. + +Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land +en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de +wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te +beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde. +In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche +gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij +nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis +van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren +steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en +heerschzuchtigheden. + +Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten. +Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor +goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die +vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden +op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche +omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de +wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den +reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die +stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den +onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven +voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter +nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het +verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van +die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha, +maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en +Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst +van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had +en nooit ten onder was gegaan. + + + + +III-Bij De Burgerwacht + + + +Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was +ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining +van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden +onder algemeen legerbevel. + +Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er +levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn +leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de +inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de +burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht +deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den +oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken. +Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de +kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen +was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van +de landsverdediging te weten in dezen grooten nood. + +Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de +vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik +voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik +herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren +bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. +De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en +geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den +schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm +omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende +stilte. + +Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire +gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten +verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de +poort de orde handhaven. + +Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de +berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij +gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen +oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment, +die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche +ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner +manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd. +Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere +richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene +eenzame straat, waar het regende... + +Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen +af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der +groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed +neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te +liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van +iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn +ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben +in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim +voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke +misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan +door het halfduister een kloosterzuster voorbij. + +Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren +rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet +veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de +stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de +herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van +Berchem naar de kazerne stappen. + +Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel +een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden +droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange +blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden +opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een +feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der +waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun +zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte +koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland +was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen +half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk +en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te +Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten +werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en +gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende +duitsche huizen. + +Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn +hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren +bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of +daar een post te bezetten. + +Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want +wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen +over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik +keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien, +was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken. +Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan... + +Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had +ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's +probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan +geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag +hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten +dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de +kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt, +in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende +kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht +betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der +genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor +naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de +sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het +deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der +dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen +waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden +roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn +der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger +uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad. +Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen, +tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het +waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen +afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van +de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door +de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange +reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn +voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder. +Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde +de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem. +Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje, +klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen. +Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits. +Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een +geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die +duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze +geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van +een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den +mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen, +laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het +mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen +worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het +licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over +den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij +verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op +wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het +wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren +verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets +kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig +vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de +open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de +hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood +begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval +der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een +loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van +prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen +gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels +op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met +hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den +wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen. +Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten. +Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk +sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen +werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den +rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een +genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik +voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger +en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene +ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het +vaderland dienen? + + + + +IV-In De Celgevangenis + + + +Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou +blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht +om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was +eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis, +waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde. + +Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het +was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de +substituut, een commandant der jagers, een luitenant der +gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen +wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en +weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken +de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van +Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid +in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet +van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn +opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen +verloren in de algemeene ontreddering van de wereld! + +Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't +gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij +dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het +niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na +verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per +speciale trein naar Holland gevoerd. + +Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen +die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer +verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar +huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een +cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties +zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met +den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit +werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne +houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden +moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme +stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende +op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade +riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb +den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er +waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat +hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende +druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo +menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein, +bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat +men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met +vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten +aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp +te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten +reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een +doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en +kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op +zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen +waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte +dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen +gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste +hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne +tranen op mijne vingers. + +Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als +danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit +de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het +tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes +op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele +maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein +borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en- +groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen +gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen. +Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er +medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden +genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis +mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil- +lachend dankten. + +Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te +doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de +groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen +burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers +binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken +verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren +of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al +wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de +vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn +gangen had mogen gaan. + +Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten. +In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn +tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het +minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren +voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen +vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een +die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn +cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling +overhandigde met nog vochtige oogen. + +Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te +onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus +1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het +heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24 +Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden +ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche +linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te +Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd +hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het +gerucht van den val der forten te verspreiden. + +Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit +den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van +Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche +kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal +met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna +het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar +wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij +ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden +verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en +rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe +zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der +salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij +hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog +dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe +eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der +koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen, +met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die +nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder +het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden, +nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren +helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met +verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een +gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling +der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam +het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun +eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te +maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't +gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende +griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie +nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen +bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele +aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post +vervoegen. + +Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant +der gendarmerie: + +--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik, +dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan +het onvermijdelijke dat zou gebeuren. + + + + +V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen + + + +De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene +schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de +wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld? +Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der +stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder +meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die +harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles +in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid +ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar, +schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en +fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle +hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de +Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar. +Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan? +Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de +vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn +dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat +eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet +aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten +huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet +weldra omverwerpen? + +Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't +veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten +waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed +gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo +gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd +van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie- +maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en +kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland +zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte +schade rijkelijk moeten betalen. + +Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst +te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen +keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs +de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige +huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand +in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen: +de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der +Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond +Lemberg en KÅ“nigsberg. Misleid door de al te optimistische +belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar +Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België +en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn, +toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen +langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis +waren... + +Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in +de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk +niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die +Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de +overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de +Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had +gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare +weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk +werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van +Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden +en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld +achterlatend. + +Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen +van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in +werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost +van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons +tijdig hadden moeten ruggesteunen. + +De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe, +daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn +linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die +reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op +18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en +het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te +Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt. +Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de +kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons +leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en +dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet. + +Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er +gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld +worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke +wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de +brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant +en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde +bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de +aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren. +De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van +het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten +ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van +burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes, +moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo +werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van +barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik, +ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en +steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving +of de voortstuwende lava van een vuurberg. + +Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de +menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden +vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van +dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van +de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons, +niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der +duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering +van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets +van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg. +Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn. + +Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien +hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden? +Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden +gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche +aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire +verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger- +vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar +geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg +gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle +waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er +anders over en ons volk bleef onwetend. + +Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche +kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met +verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts +met moeite van de werkelijkheid overtuigen. + +De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de +groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de +Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch +ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het +hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims! +Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar +gingen wij toch heen? + +Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De +vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit +boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen +grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke +vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe +de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10 +rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en +riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad? +Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der +gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de +scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen +kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In +de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht. +Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der +menschen die zongen de "Brabançonne". + + + + +VI-In En Om De Forten Van Antwerpen + + + +Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en +verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij +bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af. + +Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn, +Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de +verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad +overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte +kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere +gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in +verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met +hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde +stellingen toch nog in staat van verweer te brengen. + +Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het +Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het +waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone +boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der +bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt +worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun +uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op +kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige +eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene +reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken +uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land +tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het +andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte, +waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar +een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een +wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog. + +Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste +bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en +weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over +groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er +werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege +tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds +moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge +wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon +men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of +speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten +met gevelde bajonet. + +Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den +buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de +steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag +wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te +Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten +onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee +gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs- +gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar +tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch. + +Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door +de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor +aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de +kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De +prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het +spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en +rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog +nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na +korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een +menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen +het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze +gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo +dacht ik toen... + +Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de +forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote +molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende +takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger +bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand +tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de +wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en +mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de +papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol +kappende, zagende en brandstokende soldaten. + +De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven. +Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij +nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der +weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte +huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de +blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van +een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor +ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam +alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat +men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God +en 't was toch oorlog! + +Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof +openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen. +Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol +zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en +vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje +begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De +zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den +hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het +witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak. +Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord +van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn +en dat hun niet meer toebehoorde... + +Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren, +maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die +gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden +gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote +huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij +plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken. +Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig +in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die +nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten +waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de +vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan. + +Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de +keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij +dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag +nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol +ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen +handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon- +buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te +ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen. + +Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken. +Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven +zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot +Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er +niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit +Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte, +speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op +het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en +pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische +impressie. + + + + +VII-De Zeppelin + + + +De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen. +Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als +ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen. +Zoo was het althans voor mij. + +Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in +mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de +keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort +daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den +marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique +van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons +te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons +land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het +uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden. + +Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij +wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te +lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht +viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele +zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede, +alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood- +mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele +glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der +wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes +in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud- +grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de +mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood +leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest +opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met +mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn +bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en +die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan +beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn +oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik +droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle +rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van +Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling +waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker. + +Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een +onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam +terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten. +Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing +kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik +werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en +liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar +deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende +licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden +der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door +den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken +verdwaasd en verschrikt. + +--"Het is de beschieting!" + +--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten." + +--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers +tegen elkaar rollen in een hand. + +Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien. +Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers +in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een +Zeppelin was. + +Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar +steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als +bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van +bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van +ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten, +waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden. + +Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de +groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde +silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den +vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters +open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de +richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen. + +'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er +was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen +waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de +Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden +gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths +gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den +grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie +straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan +spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10 +menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non- +combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk +was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd +het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar +beneden spoot. + +Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen +waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van +de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek +te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het +koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het +Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven +daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de +jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was +afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun +leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis +had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als +eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid +brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats +naast den Koning in te nemen. + +De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het +ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een +buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en +kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van +het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl +de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in +de straten openkraakten. + +De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings- +middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne +kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen +werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand +werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te +gaan. + +Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in +de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en +werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der +huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door +politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en +pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken +avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die +nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen. + +Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten +nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn +boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren. +De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten +waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende +een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels +hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen +van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als +een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig- +slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de +verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote +gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels +gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels +die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van +rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de +stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange +schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel +geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een +wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter +de huizen in den zwarter wordenden nacht. + +Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme +buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet +zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het +stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van +een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de +donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had +zien aankomen. + +De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime +dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht +naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het +lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een +luchtschip. + +Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het +maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker- +opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen +tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en +cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan- +beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart +over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den +roosachtigen gevel van het stadhuis. + +De beiaard zong niet meer. + + + + +VIII-De Verspieder + + + +Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar +Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek +eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren +aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet +langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne +aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was, +burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij +te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die +verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het +belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door +een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de +hand in dat spel te hebben. + +Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs- +auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde +op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er +onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van +hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?" +kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en +twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn +angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn +onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren +zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood. + +De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter +plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen +bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden +geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een +commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform +en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den +vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn. + +Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie +daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene +onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen +van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en +Eppeghem gevochten had. + +In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij +uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende +stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden +en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw +en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog +op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen +der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden +de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen. + +Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter +wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van +schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige +en machinale van den duitschen krijg. + +Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van +geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en +de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd +werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen +tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval +geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en +de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem. +Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval +niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan +deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met +moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers. + +Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor +ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen +over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische +spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee +een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield +bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig +aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het +getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien +het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was +halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij +nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en +voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden. + +Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het +strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen +weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en +kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en +laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten +delven. + +Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen +wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De +uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te +herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen +van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De +infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen +dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes +van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond +schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden +langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen +met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers +onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken +wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren +liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op +bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den +witten band met het roode kruis rond den arm. + +Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij +nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten +om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen. +In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen, +arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd. + +Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de +wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette +dorpen bedreven. + +In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door +het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger +mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen +voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd +met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig. + +Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar +ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere +verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar +Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre +tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het +begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er +nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de +velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een +rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat +eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren, +O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende +straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als +wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog? + + + + +IX-In De Ambulances + + + +Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte +zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans +college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens +ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van +den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de +huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef +een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der +ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds +herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat +op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van +den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke +stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de +genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime +luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een +meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het +zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen +en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden +aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten +samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren. + +Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en +maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en +de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden +zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel. + +In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles +van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met +de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de +voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes +in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat +ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest- +offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in +geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht +van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal +gekwetsten was in aantocht. + +Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche +bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan +gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om +den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De +Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers +geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op +Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand +werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar +in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en +eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze +troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September +ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de +talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters +konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd. + +Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn, +was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die +behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu +reeds de open poort der ambulance binnengedragen. + +Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond, +wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden +nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend, +beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er +waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten. +Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen +rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte +menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig +verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te +nemen. + +Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been. +Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels. + +Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van +den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De +doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik +ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de +jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond +ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch +kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een +shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde +begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen... + +Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de +berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde +lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die +den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen +gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die +stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die +beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt. + +Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de +zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid +te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun +bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij +vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede, +van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet +meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen +zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij +zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het +was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot +op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn +of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen. + +Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden +vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed +had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel. +Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht +van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen +hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp. +Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en +mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche +stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne +mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze +schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden, +hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste +huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw +begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne +kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in +mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst +als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij +vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden +die niet te lezen stonden in de bladen. + +Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in +het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een +nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de +koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met +stille fluisterstem trachtte te sussen. + + + + +X-De Zelfmoord + + + +Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de +stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg +andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht. +Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn +gevallen. + +En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die +duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van +larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren +achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en +grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als +eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in +zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een +moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk... + +En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van +den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere +lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van +witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof +gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van +den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan. + +Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke +van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een +vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke +dat ik zou ontmoeten. + +De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de +waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood +aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar +doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof? + +Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen +en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat +waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een +donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan +het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende. +Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan +staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht +gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten +woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan +den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten +over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door +een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten +die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was-- +tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de +Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op +vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de +Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht +opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand +aanvielen. + +Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de +Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis. +Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister +der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een +vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die +donkere muren! + +Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De +arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht. +Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als +het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind +huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster. +Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken +nacht? + +Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort, +laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der +Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in +een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het +heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel +van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen +plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht +in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw. + +Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging +op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen +moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg +een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik +vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op +onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met +snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar +huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van +schrik was weg gevlucht. + +"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..." + +Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend +snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan. +De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij +waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij +aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was +een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur +en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht +vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede +lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend +staan bleef. + +--"Boven! Boven" jammerde zij. + + Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen, +op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen +schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de +tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram +moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een +stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met +mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De +man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij +zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op +adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den +dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de +duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als +van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de +donkere huizen langs. + + + + +XI-Antwerpen Hoofdstad + + + +Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad. +Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige +gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën +Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van +ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen, +Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten +geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot, +Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom +verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd +afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons +land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond +Antwerpen. + +Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht +Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af +en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den +stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer +kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren +van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt +van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen +zouden komen te staan. + +Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de +strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De +vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot +verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog +steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare +gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten. +Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te +vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het +geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen +werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht +gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch +Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten. +Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het +burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden. +Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal +voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen. +Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform, +dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde. + +Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het +bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er +een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen +ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en +Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten +luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't +licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten +gaf het uitzicht aan de straten. + +Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht, +van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een +onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het +Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der +regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten. +Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen +genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis +voor den Senaat in te richten. + +Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden +van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne +dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis +bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar +doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de +poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer +de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap +aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef +een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken +dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op +weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten +op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging +bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor, +waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in +het hooge gestoelte van blinkend ouden eik. + +Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op +de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de +hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof +het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn +mond in den milden vierkant-geschoren baard. + +De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche +plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon +men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of +buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag +zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen +zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije +Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte +ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de +winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met +afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een +papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert +erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg. +Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen +van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag +door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den +Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te +plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der +limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en +verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde +Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken. +Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en +had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen +bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden. + +Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St- +Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen +equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de +benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende +dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien +uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van +mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren +door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit +Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland +te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto +te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten +minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in +Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden +ontruimd. + +De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het +natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder +kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats +zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door +de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de +restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in +een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische +lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den +wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of +een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe +rookspiralen door de halle ging zweven. + + + + +XII-Het Uitzicht Der Straten + + + +De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met +kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor +deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van +het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld +waar wat te oogsten viel. + +Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met +vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen, +aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers. + +Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten +voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd +was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op +zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of +tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's +bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij +tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en +de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan +de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op +bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met +voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met +verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke- +drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of +luchtschepen of uniformen der verbonden legers. + +De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze +boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet +meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene +manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte +knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter +het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij +afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen +aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op +den buiten. + +De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters, +apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die +zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht +van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten +neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de +menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of +oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene +bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne +vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de +stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en +gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid +waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de +lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil +van 't land of 't behoud des konings van afhing. + +Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van +volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker +"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon +er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit- +omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het +terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig +was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht +kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al +de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts +gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte. +Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok +een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij +hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij +zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde +op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen +Antwerpen en de kust vrij te houden. + +Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red +Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het +automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden +auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden +opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot- +zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in +betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig +bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden +die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te +midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer +geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier +wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon. +Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was +geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een +auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond +Herenthals. + +Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde +ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat +tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot +voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er +telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten +angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk +om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest +te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen +de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak. + +Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche +landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit +de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen +in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen +dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan +volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers +stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende +de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der +landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde +gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een +buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen +de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en +tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en +uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de +stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde, +waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in +die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé, +Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en +zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten +deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten +balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door +Rome werden gevoerd. + + + + +XIII-De Stijgende Neerslachtigheid + + + +Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was +bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk +uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen +die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe +verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den +overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken, +toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd +genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden +opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht +zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds +omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood +brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende +gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een +dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen +geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester +werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar +Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag, +van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden +vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in +de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de +bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners +en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de +overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of +broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was +gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons +leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare +vesting? + +Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis +te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik +hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden +gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die +kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na +het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne +kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken +van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet +vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren +kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met +schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er +waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten +voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande +beschutting. + +Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig +nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste +gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven. +Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan +troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een +oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten. +De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille +gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in +eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen +worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de +wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van +nog te gebeuren wee niet was te overzien. + +Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan +een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten +en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens +verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen +kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het +leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het +was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet +waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige +wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde, +onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige +te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der +nieuwe tijden zou groeien... + +Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen +onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze +beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden +naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het +sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was, +dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama +van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar +nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest +weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag +hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het +wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten- +curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en +tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester +onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers +de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het +Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat +een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone +lichaam van den Gekruisigde. + +Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag +naderend einde. + + + + +XIV-De Beschieting Der Forten + + + +De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September +hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen. +Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk +geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het +geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht +weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit- +vermoed geweld. + +Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige +leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen +den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van +zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders. +Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan +de uiterste grenzen der antwerpsche vesting. + +Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het +onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet +goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap +en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag +gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer +opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het +gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij +waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten +gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel +door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden +bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste +poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk +oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht... + +Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of +geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze +gepantserde borstweer werden toegebracht. + +Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan +'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers +elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht. + +Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere +advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den +krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche +handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in +hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel +den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de +gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den +algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het +ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij +hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke +dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene +kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien +onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur +van den onwederroepelijken ondergang. + +Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier +was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de +strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot +Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier +en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te +twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur. + +De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er +meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van +het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht, +de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met +de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te +midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote +verslagenheid begon in de stad te heerschen. + +In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de +Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een +bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een +duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch +luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de +vijand mogelijk teruggeslagen? + +Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een +zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die +hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te +verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog +reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis +vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen +had moeten wijken en op 28 September het bombardement van +Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42 +cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog +die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt. + +"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat. +Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op +béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen +neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen +van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij +die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene +verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een +vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode +vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan +overal op de vlucht onder een regen van shrapnels." + +Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend, +voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en +tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten- +verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen +dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig +stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met +verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand +ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid +verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo +moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij +van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan +den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben +om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te +houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers +wel! + +Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs +meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws +als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien +dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd +aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te +denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen? +Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander +nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders +en die moesten worden aangeklaagd. + + + + +XV-Inferno + + + +Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in +de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen. +Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van +hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk +verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag +een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig- +verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal +voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar +soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in +een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog +over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot +keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt. + +Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne +Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met +een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel +onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen +op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van +Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen, +vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een +reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd. + +Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de +tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig- +aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat +alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van +onzeggelijke en gruwzame wildernis. + +Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die +uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne +gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke +dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren +gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie +vervolgde. + +Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog +bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet +meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de +aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een +aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te +midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als +een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm. +Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren +joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts +naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo +begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de +wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo +vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen." +Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve- +betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van +een reusachtigen plethamer. + +Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat +aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten +onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1 +October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk +gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk +genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en +Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen +Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven. + +De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht +bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden +wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken. +Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te +verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der +vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger +overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra +achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig +toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten +te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij +zou weten waar hem aan te klagen. + +Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke +gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu +toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land +kon beslist worden. + +Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met +een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of +ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote +overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van +tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het +vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche +vesting. + + + + +XVI-Rond De Stad + + + +Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te +overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten. + +Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met +een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde, +zuidwest van Antwerpen. + +Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig +nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De +harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch- +groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te +beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van +den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken. + +Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag, +over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto +'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan +volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken +en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen +nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde +aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd. +Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht: +amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten, +aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en +wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering +die dagelijks door een leger verslonden wordt. + +Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege +gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun +burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen +klonken schreeuwerig door de lucht. + +Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de +Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn +witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk +uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de +aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom. +Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een +muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van +morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken +oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de +bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden, +gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar +Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun +leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was +er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden +weerzien. + +Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem, +kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar. +Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten +boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste +ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist +nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden +sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over +de Nethe had gedreven. + +Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In +den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het +Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag +der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten +gemaakt voor den aftocht van het leger. + +Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een +kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door +de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had +van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord +eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten +of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een +zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht. + +Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen +de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik +eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde. +Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden. +Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn +werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het +was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria, +Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen +die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van +goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde... +Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den +vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was +toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote +droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn +verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het +gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens, +over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die +eens toch mijn bezit was? + +Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele +schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water +van den vijver. + +Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds +vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste +treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar +de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was +een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en +met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden +langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis +voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie +bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik +niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik +nam mijn plaats in nevens den voerman. + +In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde- +poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de +kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren +werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren +uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort +van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot +Antwerpen. + +Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was +rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan. + + + + +XVII-Op Sint-Michielstoren + + + +Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen +met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op +het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren +te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den +horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst +dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De +strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede +verdedigingslijn. + +De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en +weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond- +geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen. + +Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde +eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar +tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre +dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht. +Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den +einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en +naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen +van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit, +alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn +vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den +horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van +witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode +lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen +en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel +steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst +ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als +een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef. +Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw. +Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes +der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven, +ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de +belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn. + +Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk +van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het +staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs +gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte. +Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig. + +Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels +opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot +op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk +nu, heel nabij, als het gedreun van orgels. + +De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester- +galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en +naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het +Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver +met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en +het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de +olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten +toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn +redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen +tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam +nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van +den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en +kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van +Sint Anna. + +Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren +afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en +ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die +groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook +eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk +stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan +geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was +van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was. + +Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten +liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met +eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en +nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn +morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met +weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen- +hoopen konden worden neergebeukt. + +Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche +kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer +toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven. +Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op, +de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het +fluisterstille kabinet. + +Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde +hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube +snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden. +Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren +reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen. + +Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl +wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende +wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig +verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien +neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel +onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer +tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur +nog niet gekomen was? + +Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die +onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en +naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over +heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets +bitters meer indien het zoo beschikt was. + +De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en +verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der +hemeldiepten. De kanonnen zwegen. + +Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een +kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten +uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van +Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat +nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten +zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen. + + + +XVIII-Een Nare Dag + + + +Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van +het beleg van Antwerpen. + +Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde +gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen +moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was +nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden! + +Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van +Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere +bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger +waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk +verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier +lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was +in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste +verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft +en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd +verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe +teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn +zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om +de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar +Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen +het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen. +Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele +dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast +mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is +slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren +misschien." + +Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in +twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest +die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke +verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend, +alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond. + +Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten +volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend! +Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de +ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen +heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat +de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de +oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid +als de laatste korrels van den Zandlooper. + +Er was niets meer aan te doen! + +O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier +nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle +werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de +menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude +huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol +oude rust en zekerheid. + +De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en +Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen +vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend +geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de +trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene +pracht en schittering. + +De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van +andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij +is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen +er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en +Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar +gewend. + +Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene +liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was, +heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en, +varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het +scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de +eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede +en kalme Schelde... + +En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet +haar te redden ten koste van hun bloed... + +Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de +Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn +overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare +onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken, +met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van +Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van +een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en +Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen +feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar +heiligdom! + +Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen. + +Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten. +Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met +de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het +ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange +verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die +gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling +der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben. +Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat +onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste +pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als +door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de +hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos +gingen loopen met een borst vol nijpend wee. + +Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn +schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het +Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van +Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust +en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte +komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar +eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre- +koele boomen? + +Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten +door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck, +de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten +der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat +de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht +sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde +karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en +schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en +duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd. +Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het +Westen liepen nog de eenige vrije wegen. + +Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te +geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad. + +Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers +waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid. +De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene +nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen +van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude +trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen +en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner +snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en +geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte. +Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten +toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken +waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en +reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der +Suikerrui. + +Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste +kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen +werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche +admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds +overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere +wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered! + +Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden +van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes. +Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist +dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000 +engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet +voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De +avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de +deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit- +gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde +begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het +aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van +Antwerpen riepen om genade. + + + + +XIX-De Kardinaal Te Antwerpen + + + +O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de +boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele +klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die +luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van +feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor +de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie +maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu +kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en +rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij +die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle +torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere +bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden +schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in +alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde +klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter +om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef +niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een +mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen +ons leed. + +Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke +gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven +het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en +dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus. +Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere +vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en +parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen +die vergaan. + +Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene +verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te +komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die +bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging? + +Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote +straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de +Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en +klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't +rumoer. + +De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst +van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het +meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de +menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te +vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags +de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een +macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't +Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de +orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten +geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de +verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde +weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de +imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen +duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken +die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid +van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte +en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste +zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de +Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven +de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die +Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld. + +Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer +uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene +eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf. +Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht, +die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de +antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het +behoud der stad in haren uitersten nood. + +Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met +moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te +leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven +beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L. +V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit- +marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en +de choralen zongen. + +Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den +Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde. + +Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus +college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar +lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De +oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde +gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe +oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het +vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange +grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden, +goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin. +De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de +mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch +leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere +witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de +zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik +soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte +geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat, +pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen +deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar +mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn +neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens +ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De +Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van +diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans +uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van +het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het +Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven? + +Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste +gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar +heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons... +Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die +hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en +bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van +de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene +smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van +de woede der Noormannen verlos ons Heer! + +Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de +dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen +en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang +van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het +goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht +der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal +met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde +en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven +door de beuken. + +Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de +Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden +van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden +zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde +reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool +street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij +waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de +hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar +de opgetogen wandelaars. + +Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de +deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en- +gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon +speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog +even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den +glorierijk-begloorden Schelde-stroom. + +Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag +in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen? + + + + + +XX-De Groote Vooravond + + + +Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11 +uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een +elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen. + +De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die +liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde, +de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente: +daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de +gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij +vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik +vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend +lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op +de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden +werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter +ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de +toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als +een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het +spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de +blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in +weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten. + +Milde en machtig mededoogen +keert uw onbermhertig oogen +toch niet af +van mijn nietheid die benepen +voelt de dood haar henensiepen +naar het graf. + +Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen +van 't kanon. + +Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu +als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste +dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid +nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de +roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende +Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de +wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen +wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht +en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters +woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het +paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de +onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden +worden gesteld... + +Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de +losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn +lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel +mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte +van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld +leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen +stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en +voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van +den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier +windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen- +drommen oproepen voor het laatste oordeel. + +Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't +centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een +stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker +bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras. +Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een +oogwenk, konden storten in elkaar. + +Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting +van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen. +De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den +stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op +eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar. + +Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen +van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig +dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat +schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder +mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden? +Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen +wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers +alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de +menschen te manen naar hunne kelders te vluchten. + +Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf +scheen te bedaren in de verte. + +Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik +bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van +de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als +door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van +honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een +duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor +heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven. + +Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het +bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op +mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de +paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet +moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd +joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna +onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en +caissons door de dreunende straten reden. + +Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van +een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten +stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar +den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de +balken schokten. + +Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog +heel den nacht door van rollende kanonnen. + + + + +XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement + + + +In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de +bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de +burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen +van het Noorden en het Noord-Westen. + +Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan +hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te +bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting +verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst +de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij +plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement +hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den +oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch +krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de +zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot +verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand +beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche +marine-stukken. + +Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat +hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar +de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig +vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden +sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over +de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen- +Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan +nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en +vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen +stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen. + +Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich +voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten, +andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het +hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden +ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's +moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle +ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij +kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten +de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven +in de stad. + +Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik +een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo +een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren. + +Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken +naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik +nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren +dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het +oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de +onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest +afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand +uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den +onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een +reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef +alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen. + +Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het +plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube +hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de +openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen +donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om +eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der +poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster, +die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken, +bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld +en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort. + +De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de +burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want +bommen werden toen niet geworpen. + +Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden +met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis +overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden, +velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven +van 't gevaar. + +De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van +Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en +ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel +eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel +doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis. + +In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle +winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal +binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en +zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond +naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden +zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die +op paniek geleek. + +Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd +was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen +waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene +verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog +besluiteloos. + +Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle +menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of +een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes +die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een +innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne +vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet. + +Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt, +op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn +donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat +gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze +hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele +lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe +hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke +overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de +glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos +neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld +gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou +zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar. + +In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat +hij zinnens was te doen. + +--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette +"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is +het angst?" + +Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust: + +--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid +en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen +vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles +wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws +over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord, +al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige +genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar, +een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke +menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk +lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de +moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit +geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in +puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige +Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de +antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en +onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in +de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven +die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de +kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de +zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle +enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en +komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons +diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat +eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik, +nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe +de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden +omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden +om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve +land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat. +Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou +mij eer schamen moest het anders wezen." + +Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die +zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen +kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht +hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de +schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te +verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts +de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het +vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien +voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te +gaan en wij namen nog geen besluit. + +Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een +grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was +ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt +naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds +de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze +ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was +nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen, +Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit +stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den +vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche +officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij +zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar +moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste +herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle +mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te +werken? + + + + +XXII-De Laatste Uren + + + +Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde. + +Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik +eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de +onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote +daden. + +Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen +de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de +bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de +kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de +tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand +naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven- +masker. + +Ik voelde weemoed naar boven komen. + +--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe +nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid +het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en +alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de +gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik +met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en +misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en +een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd +en daargelaten. + +--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op +mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de +millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief +geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun +innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting +en verlangens. + +Ik trok de schuiven open. + +--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik +kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen, +niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden? +Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste +te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was +ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou +misschien alles eens terug vinden, wie weet? + +Ik sloot de schuiven en borg den sleutel. + +Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij +zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en +gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde +kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden +van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne +bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen +officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland, +met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar +vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen; +Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting +en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg +gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode +roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding +neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken +bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te +wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor +dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan +misschien in de verwoesting dezer stad! + +Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten +aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een +geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een +duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne +vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude +hallen van Krakow. + +Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre, +een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte. +Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte +weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder +was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar +ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid +en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans. +Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas +in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen +bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon +storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden +zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis. + +Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit +zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets +belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel. +Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van +de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en +uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen +nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even +maar te aarzelen. + +Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer +haar lot beslist is? + +De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen. +De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome +en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende +legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig +om een nieuwe orde in de wereld. + +Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling +van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs +over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en +regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed. + +Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene +drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn +mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de +straat op. + +Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een +vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen +menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar +werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt, +bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met +geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen. + +Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting +van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar +over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur, +over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare +torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs +hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen +en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne, +Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou +de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou +de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland +ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude +gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel. + +Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer, +lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken +avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen +stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om +nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken +stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte +wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging +zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd +als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have +en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor +korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland. + +De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote +vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V. +Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere +avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de +duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was +verzwonden, wij reden de donkere velden in. + +Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het +gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van- +geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de +wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze +bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak. + + + + +XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend + + + +De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin +geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de +werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het +verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't +geweld. + +De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren +met een kloppend hart. + +Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend +rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de +ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en +door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen, +het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend +gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke +blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot +weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van +den donderenden schok. + +Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch +indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid, +alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu +dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als +een klok en de muren daverden. + +En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok +die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien +instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog +gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres +tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en +wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet +mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag, +dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren, +boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder +genade. + +Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons +hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens +rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften, +koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor +ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was +het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was +aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het +zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee +door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het +ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm... + +Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel +ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat +geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de +honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden. +Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar +oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden. + +Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den +onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en +wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept +onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende +runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende +kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of +zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met +vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld +met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een +vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met +krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden +zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. + +Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen +braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die +duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood- +vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood +ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen +zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de +zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde. +Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar +aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen... +boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte +door de lucht. + +Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol +verschrikking, de Godsteistering van een heel volk. + +Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag +een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet +verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van +Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle +dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen. +Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met +trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de +vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen +had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen. +Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier +uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het +bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in +de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten. + +Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin +floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten +in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan +weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de +losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld. +Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de +brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in +volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der +brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar +alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de- +dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van +Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden +jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het +gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven- +regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin +hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een +ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren +eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de +boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de +Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de +onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in +de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene +boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe, +geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het +kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen +brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in +de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort. +Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het +Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en +Zurenborg "lagen al plat". + +Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de +vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, +mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen +kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en +brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de +hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het +was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den +breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die +brandden in de richting van Hoboken. + +Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide +rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was +tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen +kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en +hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De +beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood- +vermoeid. + +Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken. +De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden +werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den +naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed- +geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in +slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf +der zware duitsche kanonnen. + +Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik +op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de +zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie +van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam +voortrollende oorlogswagens. + + + + +XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap + + + +De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer +gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte +hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van +zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te +wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet +scheiden. + +Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag +op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren +stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste +aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen +van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen. + +--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij +maar optrekken." + +Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een +ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons +goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de +grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken +werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan. +Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner + monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik +kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn +zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak. +Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op +en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan. + +Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij +den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug +ging brengen naar zijn huis. + +Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom.... + +--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't +gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop +met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde. + +Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der +honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend +spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een +stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man +bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë +oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd +weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de +snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden +huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder +ophouden, het doffe brommen van 't kanon. + +Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de +Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in +den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn +oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de +Bom... + +Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de +wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de +verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte. + +Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen, +waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen +van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden +aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het +mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen +koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan +een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg +waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet +naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De +kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en +wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze +pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze +monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint +Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed, +langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer +vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats +vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging +dat nieuwe kindje geboren worden? + +Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in +den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte +massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren +soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten +verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem. + +Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan +den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke +aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel +begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde +gezichten zagen rood van het verre vuur. + +Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met +den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug +naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land. + +Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de +dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld +van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde, +die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige +kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen, +onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende +muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen, +neergehurkt in stomme lijdzaamheid. + +Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den +kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de +verre gloeiende stad. + +--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster. + +Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al +wat wij ginder achter lieten. + +--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt +schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad" +zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten. +Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een +auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne +Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar +wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar +het eerste hollandsche stadje. + +Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het +ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land. +Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder +voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den +nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet. + +Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar +Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door +hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de +Lange Delft. + + 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van +vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede +stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog. + +Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar +Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen +goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost +voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude +straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude +ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor +schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen +hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was +de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen, +huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag +gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de +zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland +Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene +weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog +vergeten. Het kon niet lang meer duren toch... + +Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het +rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij +waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de +vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit +den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde +muren. + +Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij +sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven! +De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik +liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen. +Moeder en zuster weenden. + +Antwerpen was gevallen! + +Neuilly-sur-Seine, Lente 1917. + + +Het Einde + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11500 *** diff --git a/11500-8.txt~ b/11500-8.txt~ new file mode 100644 index 0000000..7c723aa --- /dev/null +++ b/11500-8.txt~ @@ -0,0 +1,3950 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Val van Antwerpen + +Author: Jozef Muls + +Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + + + + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +(10 Oktober 1914) +door Jozef Muls + + + + + +Inhoudstabel + +Bldz. + +I. De Laatste Dagen van den Vrede +II. De Oorlogsverklaring +III. Bij de Burgerwacht +IV. In de Celgevangenis +V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen +VI. In en Om de Forten van Antwerpen +VII. De Zeppelin +VIII. De Verspieder +IX. In de Ambulances +X. De Zelfmoord +XI. Antwerpen Hoofdstad +XII. Het Uitzicht der Straten +XIII. De Stijgende Neerslachtigheid +XIV. De Beschieting der Forten +XV. Inferno +XVI. Rond de Stad +XVII. Op Sint-Michielstoren +XVIII. Een Nare Dag +XIX. De Kardinaal te Antwerpen +XX. De Groote Vooravond +XXI De Aankondiging van het Bombardement +XXII. De Laatste Uren +XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend +XXIV. Op den Weg der Ballingschap + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +door Jozef Muls + + + +I-De Laatste Dagen Van Den Vrede + + + +Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de +hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde +het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het +was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche +ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort +naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij +wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder +de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende +machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken +dooreen gingen woelen als in een maalstroom. + +'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle +torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten. +De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel, +boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver +en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu +den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden +gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui +voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen. +De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep +in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot +deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot +vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet +regelmatig aan huis verwittigd worden. + +Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te +bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke +soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen +zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen, +van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer- +passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw +en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een +drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande +oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel... + +De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het +loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der +Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te +wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen- +gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw +rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne +beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien +hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden +huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve +burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware +pakken naar huis te dragen. + +De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter- +eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe +had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd, +met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden +jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het +onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders +die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe +van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen +in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten +waren vol verschrikking. + +Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is +van alle geweldige dingen die met ons gebeuren. + +Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan +worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met +nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde, +de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle +leven, het stille en zekere wentelen van de dagen. + +En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict +zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo +nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren +wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend +en beschermd? + +Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie +de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons +zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het +lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van +onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De +schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de +bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak +van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig, +tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en, +in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren +bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn +werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van +de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na +het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van +Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers +beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar +literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts, +getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf. + +Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en +Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het +noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner +dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen +glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten +waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik +mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt +uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall +waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens +en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't +midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie +engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en +oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief +van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de +rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit +nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten +boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe +hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en +dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die +alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en +gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms +hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje, +in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige +ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de +grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne +trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken +wellust in de warme gulden zon... + +Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren +aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden +daar voor mij met kommervolle gezichten. + +--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België +zal worden overrompeld." + +Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer +buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit +mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen: +overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting... + +Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken, +bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met +al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de +wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe +goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de +erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn +dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden... + +Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik +voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons +land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote +bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren +maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het +harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van +duister-woelende gedachten en onbestemde angsten. + +Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te +Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang +gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het +was de onvermijdelijke oorlog. + +Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond, +den laatsten avond van den vrede. + + + + +II-De Oorlogsverklaring + + + +Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar +Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De +Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de +militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne. + +Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die +de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik +menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch +Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en +Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat +klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal +aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de +burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir +stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop +met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en +wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen +terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk +verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke +menschen-slachting. + +Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in +de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over +versterkte steden en maanden-lange belegeringen. + +Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam, +geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch +wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De +natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen +geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver +en staag gemurmel van het dennenbosch. + +Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de +koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het +was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch +zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten +wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd +ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en +geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend +zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis +geworden. + +Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij, +als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij +snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor +eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land +werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting. + +Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er +groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor +de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven, +blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald. + +De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu +bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had +gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame +België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer +regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag +op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou +worden afgeweerd. + +Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers +langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog +voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op +vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de +antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische +legers rukten op Kœnigsberg af, maar de bezetting van hollandsch +Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven... + +Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch +zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't +gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen +toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der +natuur. + +Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren +droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein +kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten +er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was +dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen +lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het +nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland +vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche +troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten +ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing +gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé. + +Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op +het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de +buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons +Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale +trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan +het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen +herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij +wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de +grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te +verdedigen. + +Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land +en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de +wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te +beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde. +In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche +gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij +nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis +van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren +steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en +heerschzuchtigheden. + +Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten. +Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor +goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die +vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden +op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche +omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de +wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den +reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die +stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den +onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven +voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter +nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het +verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van +die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha, +maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en +Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst +van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had +en nooit ten onder was gegaan. + + + + +III-Bij De Burgerwacht + + + +Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was +ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining +van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden +onder algemeen legerbevel. + +Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er +levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn +leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de +inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de +burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht +deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den +oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken. +Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de +kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen +was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van +de landsverdediging te weten in dezen grooten nood. + +Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de +vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik +voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik +herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren +bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. +De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en +geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den +schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm +omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende +stilte. + +Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire +gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten +verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de +poort de orde handhaven. + +Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de +berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij +gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen +oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment, +die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche +ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner +manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd. +Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere +richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene +eenzame straat, waar het regende... + +Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen +af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der +groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed +neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te +liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van +iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn +ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben +in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim +voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke +misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan +door het halfduister een kloosterzuster voorbij. + +Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren +rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet +veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de +stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de +herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van +Berchem naar de kazerne stappen. + +Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel +een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden +droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange +blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden +opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een +feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der +waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun +zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte +koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland +was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen +half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk +en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te +Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten +werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en +gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende +duitsche huizen. + +Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn +hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren +bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of +daar een post te bezetten. + +Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want +wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen +over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik +keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien, +was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken. +Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan... + +Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had +ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's +probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan +geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag +hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten +dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de +kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt, +in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende +kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht +betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der +genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor +naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de +sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het +deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der +dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen +waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden +roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn +der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger +uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad. +Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen, +tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het +waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen +afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van +de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door +de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange +reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn +voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder. +Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde +de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem. +Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje, +klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen. +Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits. +Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een +geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die +duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze +geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van +een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den +mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen, +laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het +mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen +worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het +licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over +den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij +verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op +wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het +wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren +verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets +kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig +vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de +open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de +hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood +begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval +der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een +loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van +prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen +gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels +op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met +hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den +wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen. +Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten. +Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk +sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen +werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den +rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een +genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik +voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger +en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene +ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het +vaderland dienen? + + + + +IV-In De Celgevangenis + + + +Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou +blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht +om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was +eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis, +waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde. + +Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het +was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de +substituut, een commandant der jagers, een luitenant der +gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen +wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en +weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken +de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van +Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid +in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet +van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn +opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen +verloren in de algemeene ontreddering van de wereld! + +Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't +gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij +dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het +niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na +verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per +speciale trein naar Holland gevoerd. + +Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen +die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer +verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar +huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een +cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties +zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met +den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit +werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne +houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden +moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme +stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende +op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade +riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb +den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er +waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat +hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende +druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo +menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein, +bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat +men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met +vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten +aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp +te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten +reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een +doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en +kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op +zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen +waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte +dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen +gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste +hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne +tranen op mijne vingers. + +Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als +danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit +de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het +tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes +op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele +maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein +borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en- +groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen +gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen. +Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er +medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden +genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis +mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil- +lachend dankten. + +Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te +doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de +groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen +burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers +binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken +verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren +of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al +wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de +vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn +gangen had mogen gaan. + +Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten. +In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn +tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het +minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren +voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen +vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een +die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn +cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling +overhandigde met nog vochtige oogen. + +Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te +onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus +1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het +heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24 +Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden +ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche +linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te +Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd +hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het +gerucht van den val der forten te verspreiden. + +Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit +den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van +Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche +kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal +met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna +het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar +wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij +ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden +verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en +rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe +zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der +salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij +hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog +dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe +eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der +koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen, +met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die +nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder +het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden, +nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren +helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met +verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een +gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling +der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam +het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun +eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te +maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't +gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende +griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie +nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen +bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele +aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post +vervoegen. + +Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant +der gendarmerie: + +--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik, +dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan +het onvermijdelijke dat zou gebeuren. + + + + +V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen + + + +De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene +schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de +wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld? +Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der +stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder +meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die +harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles +in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid +ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar, +schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en +fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle +hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de +Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar. +Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan? +Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de +vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn +dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat +eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet +aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten +huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet +weldra omverwerpen? + +Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't +veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten +waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed +gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo +gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd +van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie- +maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en +kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland +zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte +schade rijkelijk moeten betalen. + +Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst +te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen +keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs +de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige +huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand +in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen: +de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der +Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond +Lemberg en Kœnigsberg. Misleid door de al te optimistische +belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar +Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België +en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn, +toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen +langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis +waren... + +Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in +de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk +niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die +Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de +overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de +Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had +gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare +weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk +werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van +Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden +en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld +achterlatend. + +Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen +van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in +werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost +van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons +tijdig hadden moeten ruggesteunen. + +De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe, +daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn +linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die +reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op +18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en +het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te +Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt. +Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de +kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons +leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en +dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet. + +Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er +gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld +worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke +wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de +brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant +en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde +bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de +aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren. +De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van +het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten +ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van +burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes, +moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo +werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van +barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik, +ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en +steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving +of de voortstuwende lava van een vuurberg. + +Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de +menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden +vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van +dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van +de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons, +niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der +duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering +van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets +van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg. +Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn. + +Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien +hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden? +Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden +gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche +aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire +verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger- +vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar +geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg +gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle +waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er +anders over en ons volk bleef onwetend. + +Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche +kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met +verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts +met moeite van de werkelijkheid overtuigen. + +De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de +groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de +Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch +ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het +hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims! +Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar +gingen wij toch heen? + +Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De +vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit +boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen +grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke +vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe +de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10 +rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en +riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad? +Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der +gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de +scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen +kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In +de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht. +Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der +menschen die zongen de "Brabançonne". + + + + +VI-In En Om De Forten Van Antwerpen + + + +Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en +verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij +bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af. + +Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn, +Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de +verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad +overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte +kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere +gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in +verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met +hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde +stellingen toch nog in staat van verweer te brengen. + +Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het +Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het +waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone +boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der +bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt +worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun +uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op +kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige +eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene +reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken +uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land +tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het +andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte, +waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar +een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een +wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog. + +Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste +bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en +weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over +groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er +werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege +tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds +moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge +wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon +men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of +speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten +met gevelde bajonet. + +Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den +buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de +steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag +wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te +Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten +onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee +gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs- +gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar +tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch. + +Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door +de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor +aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de +kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De +prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het +spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en +rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog +nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na +korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een +menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen +het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze +gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo +dacht ik toen... + +Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de +forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote +molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende +takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger +bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand +tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de +wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en +mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de +papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol +kappende, zagende en brandstokende soldaten. + +De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven. +Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij +nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der +weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte +huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de +blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van +een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor +ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam +alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat +men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God +en 't was toch oorlog! + +Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof +openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen. +Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol +zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en +vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje +begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De +zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den +hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het +witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak. +Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord +van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn +en dat hun niet meer toebehoorde... + +Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren, +maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die +gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden +gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote +huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij +plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken. +Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig +in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die +nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten +waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de +vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan. + +Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de +keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij +dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag +nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol +ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen +handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon- +buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te +ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen. + +Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken. +Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven +zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot +Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er +niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit +Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte, +speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op +het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en +pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische +impressie. + + + + +VII-De Zeppelin + + + +De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen. +Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als +ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen. +Zoo was het althans voor mij. + +Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in +mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de +keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort +daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den +marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique +van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons +te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons +land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het +uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden. + +Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij +wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te +lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht +viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele +zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede, +alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood- +mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele +glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der +wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes +in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud- +grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de +mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood +leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest +opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met +mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn +bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en +die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan +beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn +oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik +droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle +rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van +Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling +waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker. + +Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een +onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam +terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten. +Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing +kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik +werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en +liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar +deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende +licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden +der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door +den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken +verdwaasd en verschrikt. + +--"Het is de beschieting!" + +--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten." + +--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers +tegen elkaar rollen in een hand. + +Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien. +Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers +in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een +Zeppelin was. + +Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar +steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als +bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van +bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van +ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten, +waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden. + +Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de +groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde +silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den +vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters +open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de +richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen. + +'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er +was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen +waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de +Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden +gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths +gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den +grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie +straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan +spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10 +menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non- +combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk +was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd +het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar +beneden spoot. + +Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen +waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van +de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek +te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het +koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het +Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven +daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de +jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was +afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun +leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis +had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als +eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid +brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats +naast den Koning in te nemen. + +De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het +ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een +buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en +kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van +het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl +de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in +de straten openkraakten. + +De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings- +middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne +kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen +werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand +werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te +gaan. + +Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in +de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en +werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der +huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door +politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en +pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken +avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die +nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen. + +Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten +nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn +boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren. +De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten +waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende +een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels +hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen +van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als +een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig- +slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de +verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote +gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels +gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels +die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van +rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de +stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange +schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel +geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een +wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter +de huizen in den zwarter wordenden nacht. + +Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme +buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet +zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het +stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van +een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de +donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had +zien aankomen. + +De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime +dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht +naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het +lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een +luchtschip. + +Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het +maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker- +opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen +tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en +cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan- +beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart +over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den +roosachtigen gevel van het stadhuis. + +De beiaard zong niet meer. + + + + +VIII-De Verspieder + + + +Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar +Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek +eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren +aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet +langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne +aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was, +burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij +te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die +verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het +belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door +een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de +hand in dat spel te hebben. + +Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs- +auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde +op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er +onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van +hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?" +kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en +twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn +angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn +onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren +zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood. + +De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter +plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen +bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden +geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een +commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform +en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den +vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn. + +Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie +daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene +onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen +van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en +Eppeghem gevochten had. + +In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij +uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende +stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden +en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw +en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog +op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen +der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden +de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen. + +Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter +wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van +schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige +en machinale van den duitschen krijg. + +Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van +geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en +de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd +werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen +tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval +geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en +de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem. +Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval +niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan +deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met +moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers. + +Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor +ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen +over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische +spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee +een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield +bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig +aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het +getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien +het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was +halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij +nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en +voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden. + +Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het +strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen +weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en +kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en +laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten +delven. + +Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen +wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De +uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te +herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen +van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De +infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen +dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes +van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond +schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden +langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen +met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers +onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken +wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren +liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op +bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den +witten band met het roode kruis rond den arm. + +Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij +nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten +om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen. +In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen, +arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd. + +Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de +wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette +dorpen bedreven. + +In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door +het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger +mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen +voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd +met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig. + +Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar +ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere +verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar +Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre +tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het +begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er +nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de +velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een +rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat +eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren, +O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende +straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als +wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog? + + + + +IX-In De Ambulances + + + +Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte +zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans +college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens +ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van +den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de +huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef +een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der +ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds +herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat +op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van +den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke +stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de +genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime +luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een +meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het +zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen +en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden +aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten +samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren. + +Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en +maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en +de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden +zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel. + +In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles +van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met +de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de +voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes +in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat +ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest- +offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in +geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht +van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal +gekwetsten was in aantocht. + +Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche +bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan +gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om +den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De +Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers +geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op +Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand +werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar +in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en +eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze +troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September +ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de +talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters +konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd. + +Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn, +was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die +behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu +reeds de open poort der ambulance binnengedragen. + +Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond, +wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden +nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend, +beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er +waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten. +Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen +rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte +menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig +verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te +nemen. + +Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been. +Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels. + +Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van +den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De +doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik +ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de +jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond +ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch +kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een +shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde +begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen... + +Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de +berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde +lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die +den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen +gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die +stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die +beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt. + +Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de +zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid +te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun +bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij +vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede, +van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet +meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen +zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij +zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het +was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot +op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn +of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen. + +Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden +vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed +had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel. +Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht +van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen +hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp. +Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en +mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche +stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne +mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze +schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden, +hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste +huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw +begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne +kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in +mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst +als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij +vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden +die niet te lezen stonden in de bladen. + +Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in +het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een +nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de +koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met +stille fluisterstem trachtte te sussen. + + + + +X-De Zelfmoord + + + +Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de +stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg +andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht. +Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn +gevallen. + +En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die +duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van +larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren +achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en +grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als +eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in +zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een +moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk... + +En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van +den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere +lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van +witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof +gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van +den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan. + +Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke +van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een +vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke +dat ik zou ontmoeten. + +De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de +waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood +aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar +doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof? + +Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen +en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat +waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een +donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan +het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende. +Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan +staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht +gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten +woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan +den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten +over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door +een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten +die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was-- +tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de +Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op +vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de +Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht +opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand +aanvielen. + +Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de +Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis. +Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister +der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een +vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die +donkere muren! + +Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De +arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht. +Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als +het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind +huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster. +Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken +nacht? + +Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort, +laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der +Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in +een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het +heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel +van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen +plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht +in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw. + +Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging +op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen +moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg +een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik +vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op +onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met +snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar +huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van +schrik was weg gevlucht. + +"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..." + +Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend +snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan. +De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij +waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij +aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was +een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur +en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht +vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede +lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend +staan bleef. + +--"Boven! Boven" jammerde zij. + + Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen, +op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen +schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de +tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram +moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een +stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met +mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De +man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij +zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op +adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den +dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de +duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als +van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de +donkere huizen langs. + + + + +XI-Antwerpen Hoofdstad + + + +Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad. +Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige +gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën +Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van +ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen, +Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten +geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot, +Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom +verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd +afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons +land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond +Antwerpen. + +Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht +Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af +en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den +stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer +kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren +van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt +van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen +zouden komen te staan. + +Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de +strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De +vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot +verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog +steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare +gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten. +Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te +vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het +geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen +werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht +gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch +Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten. +Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het +burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden. +Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal +voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen. +Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform, +dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde. + +Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het +bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er +een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen +ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en +Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten +luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't +licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten +gaf het uitzicht aan de straten. + +Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht, +van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een +onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het +Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der +regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten. +Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen +genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis +voor den Senaat in te richten. + +Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden +van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne +dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis +bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar +doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de +poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer +de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap +aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef +een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken +dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op +weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten +op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging +bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor, +waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in +het hooge gestoelte van blinkend ouden eik. + +Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op +de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de +hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof +het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn +mond in den milden vierkant-geschoren baard. + +De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche +plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon +men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of +buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag +zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen +zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije +Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte +ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de +winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met +afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een +papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert +erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg. +Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen +van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag +door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den +Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te +plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der +limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en +verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde +Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken. +Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en +had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen +bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden. + +Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St- +Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen +equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de +benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende +dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien +uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van +mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren +door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit +Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland +te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto +te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten +minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in +Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden +ontruimd. + +De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het +natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder +kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats +zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door +de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de +restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in +een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische +lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den +wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of +een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe +rookspiralen door de halle ging zweven. + + + + +XII-Het Uitzicht Der Straten + + + +De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met +kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor +deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van +het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld +waar wat te oogsten viel. + +Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met +vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen, +aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers. + +Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten +voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd +was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op +zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of +tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's +bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij +tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en +de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan +de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op +bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met +voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met +verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke- +drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of +luchtschepen of uniformen der verbonden legers. + +De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze +boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet +meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene +manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte +knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter +het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij +afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen +aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op +den buiten. + +De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters, +apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die +zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht +van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten +neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de +menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of +oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene +bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne +vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de +stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en +gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid +waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de +lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil +van 't land of 't behoud des konings van afhing. + +Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van +volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker +"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon +er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit- +omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het +terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig +was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht +kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al +de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts +gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte. +Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok +een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij +hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij +zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde +op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen +Antwerpen en de kust vrij te houden. + +Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red +Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het +automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden +auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden +opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot- +zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in +betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig +bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden +die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te +midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer +geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier +wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon. +Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was +geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een +auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond +Herenthals. + +Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde +ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat +tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot +voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er +telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten +angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk +om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest +te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen +de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak. + +Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche +landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit +de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen +in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen +dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan +volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers +stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende +de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der +landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde +gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een +buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen +de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en +tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en +uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de +stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde, +waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in +die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé, +Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en +zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten +deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten +balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door +Rome werden gevoerd. + + + + +XIII-De Stijgende Neerslachtigheid + + + +Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was +bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk +uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen +die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe +verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den +overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken, +toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd +genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden +opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht +zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds +omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood +brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende +gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een +dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen +geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester +werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar +Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag, +van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden +vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in +de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de +bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners +en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de +overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of +broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was +gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons +leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare +vesting? + +Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis +te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik +hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden +gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die +kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na +het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne +kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken +van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet +vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren +kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met +schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er +waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten +voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande +beschutting. + +Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig +nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste +gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven. +Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan +troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een +oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten. +De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille +gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in +eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen +worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de +wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van +nog te gebeuren wee niet was te overzien. + +Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan +een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten +en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens +verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen +kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het +leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het +was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet +waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige +wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde, +onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige +te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der +nieuwe tijden zou groeien... + +Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen +onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze +beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden +naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het +sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was, +dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama +van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar +nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest +weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag +hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het +wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten- +curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en +tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester +onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers +de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het +Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat +een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone +lichaam van den Gekruisigde. + +Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag +naderend einde. + + + + +XIV-De Beschieting Der Forten + + + +De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September +hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen. +Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk +geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het +geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht +weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit- +vermoed geweld. + +Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige +leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen +den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van +zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders. +Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan +de uiterste grenzen der antwerpsche vesting. + +Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het +onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet +goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap +en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag +gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer +opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het +gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij +waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten +gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel +door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden +bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste +poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk +oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht... + +Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of +geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze +gepantserde borstweer werden toegebracht. + +Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan +'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers +elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht. + +Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere +advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den +krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche +handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in +hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel +den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de +gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den +algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het +ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij +hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke +dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene +kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien +onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur +van den onwederroepelijken ondergang. + +Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier +was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de +strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot +Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier +en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te +twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur. + +De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er +meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van +het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht, +de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met +de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te +midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote +verslagenheid begon in de stad te heerschen. + +In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de +Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een +bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een +duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch +luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de +vijand mogelijk teruggeslagen? + +Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een +zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die +hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te +verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog +reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis +vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen +had moeten wijken en op 28 September het bombardement van +Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42 +cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog +die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt. + +"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat. +Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op +béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen +neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen +van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij +die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene +verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een +vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode +vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan +overal op de vlucht onder een regen van shrapnels." + +Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend, +voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en +tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten- +verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen +dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig +stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met +verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand +ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid +verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo +moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij +van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan +den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben +om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te +houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers +wel! + +Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs +meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws +als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien +dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd +aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te +denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen? +Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander +nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders +en die moesten worden aangeklaagd. + + + + +XV-Inferno + + + +Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in +de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen. +Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van +hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk +verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag +een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig- +verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal +voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar +soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in +een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog +over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot +keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt. + +Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne +Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met +een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel +onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen +op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van +Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen, +vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een +reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd. + +Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de +tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig- +aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat +alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van +onzeggelijke en gruwzame wildernis. + +Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die +uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne +gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke +dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren +gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie +vervolgde. + +Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog +bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet +meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de +aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een +aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te +midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als +een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm. +Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren +joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts +naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo +begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de +wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo +vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen." +Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve- +betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van +een reusachtigen plethamer. + +Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat +aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten +onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1 +October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk +gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk +genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en +Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen +Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven. + +De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht +bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden +wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken. +Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te +verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der +vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger +overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra +achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig +toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten +te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij +zou weten waar hem aan te klagen. + +Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke +gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu +toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land +kon beslist worden. + +Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met +een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of +ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote +overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van +tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het +vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche +vesting. + + + + +XVI-Rond De Stad + + + +Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te +overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten. + +Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met +een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde, +zuidwest van Antwerpen. + +Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig +nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De +harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch- +groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te +beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van +den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken. + +Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag, +over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto +'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan +volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken +en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen +nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde +aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd. +Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht: +amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten, +aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en +wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering +die dagelijks door een leger verslonden wordt. + +Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege +gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun +burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen +klonken schreeuwerig door de lucht. + +Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de +Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn +witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk +uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de +aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom. +Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een +muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van +morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken +oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de +bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden, +gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar +Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun +leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was +er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden +weerzien. + +Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem, +kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar. +Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten +boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste +ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist +nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden +sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over +de Nethe had gedreven. + +Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In +den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het +Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag +der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten +gemaakt voor den aftocht van het leger. + +Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een +kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door +de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had +van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord +eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten +of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een +zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht. + +Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen +de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik +eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde. +Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden. +Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn +werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het +was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria, +Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen +die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van +goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde... +Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den +vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was +toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote +droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn +verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het +gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens, +over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die +eens toch mijn bezit was? + +Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele +schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water +van den vijver. + +Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds +vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste +treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar +de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was +een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en +met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden +langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis +voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie +bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik +niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik +nam mijn plaats in nevens den voerman. + +In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde- +poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de +kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren +werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren +uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort +van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot +Antwerpen. + +Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was +rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan. + + + + +XVII-Op Sint-Michielstoren + + + +Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen +met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op +het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren +te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den +horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst +dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De +strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede +verdedigingslijn. + +De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en +weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond- +geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen. + +Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde +eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar +tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre +dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht. +Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den +einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en +naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen +van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit, +alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn +vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den +horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van +witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode +lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen +en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel +steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst +ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als +een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef. +Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw. +Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes +der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven, +ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de +belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn. + +Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk +van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het +staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs +gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte. +Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig. + +Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels +opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot +op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk +nu, heel nabij, als het gedreun van orgels. + +De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester- +galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en +naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het +Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver +met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en +het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de +olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten +toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn +redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen +tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam +nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van +den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en +kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van +Sint Anna. + +Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren +afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en +ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die +groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook +eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk +stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan +geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was +van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was. + +Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten +liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met +eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en +nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn +morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met +weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen- +hoopen konden worden neergebeukt. + +Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche +kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer +toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven. +Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op, +de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het +fluisterstille kabinet. + +Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde +hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube +snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden. +Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren +reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen. + +Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl +wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende +wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig +verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien +neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel +onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer +tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur +nog niet gekomen was? + +Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die +onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en +naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over +heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets +bitters meer indien het zoo beschikt was. + +De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en +verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der +hemeldiepten. De kanonnen zwegen. + +Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een +kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten +uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van +Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat +nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten +zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen. + + + +XVIII-Een Nare Dag + + + +Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van +het beleg van Antwerpen. + +Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde +gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen +moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was +nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden! + +Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van +Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere +bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger +waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk +verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier +lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was +in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste +verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft +en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd +verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe +teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn +zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om +de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar +Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen +het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen. +Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele +dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast +mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is +slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren +misschien." + +Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in +twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest +die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke +verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend, +alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond. + +Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten +volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend! +Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de +ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen +heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat +de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de +oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid +als de laatste korrels van den Zandlooper. + +Er was niets meer aan te doen! + +O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier +nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle +werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de +menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude +huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol +oude rust en zekerheid. + +De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en +Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen +vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend +geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de +trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene +pracht en schittering. + +De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van +andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij +is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen +er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en +Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar +gewend. + +Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene +liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was, +heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en, +varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het +scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de +eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede +en kalme Schelde... + +En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet +haar te redden ten koste van hun bloed... + +Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de +Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn +overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare +onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken, +met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van +Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van +een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en +Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen +feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar +heiligdom! + +Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen. + +Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten. +Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met +de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het +ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange +verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die +gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling +der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben. +Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat +onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste +pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als +door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de +hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos +gingen loopen met een borst vol nijpend wee. + +Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn +schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het +Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van +Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust +en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte +komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar +eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre- +koele boomen? + +Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten +door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck, +de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten +der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat +de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht +sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde +karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en +schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en +duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd. +Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het +Westen liepen nog de eenige vrije wegen. + +Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te +geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad. + +Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers +waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid. +De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene +nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen +van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude +trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen +en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner +snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en +geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte. +Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten +toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken +waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en +reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der +Suikerrui. + +Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste +kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen +werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche +admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds +overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere +wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered! + +Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden +van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes. +Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist +dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000 +engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet +voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De +avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de +deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit- +gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde +begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het +aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van +Antwerpen riepen om genade. + + + + +XIX-De Kardinaal Te Antwerpen + + + +O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de +boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele +klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die +luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van +feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor +de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie +maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu +kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en +rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij +die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle +torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere +bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden +schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in +alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde +klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter +om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef +niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een +mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen +ons leed. + +Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke +gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven +het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en +dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus. +Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere +vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en +parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen +die vergaan. + +Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene +verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te +komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die +bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging? + +Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote +straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de +Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en +klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't +rumoer. + +De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst +van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het +meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de +menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te +vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags +de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een +macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't +Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de +orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten +geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de +verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde +weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de +imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen +duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken +die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid +van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte +en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste +zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de +Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven +de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die +Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld. + +Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer +uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene +eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf. +Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht, +die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de +antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het +behoud der stad in haren uitersten nood. + +Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met +moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te +leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven +beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L. +V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit- +marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en +de choralen zongen. + +Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den +Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde. + +Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus +college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar +lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De +oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde +gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe +oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het +vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange +grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden, +goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin. +De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de +mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch +leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere +witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de +zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik +soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte +geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat, +pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen +deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar +mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn +neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens +ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De +Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van +diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans +uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van +het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het +Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven? + +Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste +gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar +heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons... +Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die +hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en +bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van +de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene +smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van +de woede der Noormannen verlos ons Heer! + +Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de +dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen +en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang +van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het +goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht +der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal +met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde +en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven +door de beuken. + +Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de +Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden +van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden +zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde +reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool +street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij +waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de +hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar +de opgetogen wandelaars. + +Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de +deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en- +gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon +speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog +even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den +glorierijk-begloorden Schelde-stroom. + +Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag +in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen? + + + + + +XX-De Groote Vooravond + + + +Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11 +uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een +elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen. + +De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die +liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde, +de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente: +daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de +gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij +vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik +vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend +lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op +de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden +werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter +ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de +toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als +een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het +spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de +blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in +weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten. + +Milde en machtig mededoogen +keert uw onbermhertig oogen +toch niet af +van mijn nietheid die benepen +voelt de dood haar henensiepen +naar het graf. + +Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen +van 't kanon. + +Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu +als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste +dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid +nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de +roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende +Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de +wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen +wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht +en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters +woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het +paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de +onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden +worden gesteld... + +Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de +losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn +lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel +mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte +van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld +leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen +stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en +voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van +den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier +windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen- +drommen oproepen voor het laatste oordeel. + +Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't +centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een +stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker +bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras. +Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een +oogwenk, konden storten in elkaar. + +Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting +van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen. +De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den +stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op +eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar. + +Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen +van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig +dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat +schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder +mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden? +Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen +wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers +alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de +menschen te manen naar hunne kelders te vluchten. + +Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf +scheen te bedaren in de verte. + +Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik +bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van +de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als +door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van +honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een +duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor +heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven. + +Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het +bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op +mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de +paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet +moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd +joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna +onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en +caissons door de dreunende straten reden. + +Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van +een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten +stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar +den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de +balken schokten. + +Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog +heel den nacht door van rollende kanonnen. + + + + +XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement + + + +In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de +bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de +burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen +van het Noorden en het Noord-Westen. + +Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan +hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te +bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting +verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst +de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij +plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement +hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den +oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch +krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de +zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot +verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand +beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche +marine-stukken. + +Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat +hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar +de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig +vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden +sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over +de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen- +Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan +nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en +vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen +stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen. + +Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich +voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten, +andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het +hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden +ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's +moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle +ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij +kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten +de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven +in de stad. + +Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik +een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo +een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren. + +Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken +naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik +nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren +dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het +oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de +onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest +afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand +uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den +onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een +reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef +alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen. + +Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het +plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube +hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de +openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen +donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om +eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der +poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster, +die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken, +bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld +en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort. + +De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de +burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want +bommen werden toen niet geworpen. + +Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden +met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis +overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden, +velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven +van 't gevaar. + +De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van +Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en +ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel +eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel +doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis. + +In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle +winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal +binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en +zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond +naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden +zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die +op paniek geleek. + +Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd +was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen +waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene +verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog +besluiteloos. + +Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle +menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of +een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes +die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een +innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne +vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet. + +Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt, +op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn +donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat +gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze +hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele +lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe +hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke +overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de +glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos +neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld +gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou +zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar. + +In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat +hij zinnens was te doen. + +--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette +"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is +het angst?" + +Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust: + +--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid +en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen +vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles +wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws +over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord, +al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige +genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar, +een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke +menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk +lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de +moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit +geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in +puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige +Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de +antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en +onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in +de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven +die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de +kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de +zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle +enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en +komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons +diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat +eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik, +nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe +de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden +omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden +om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve +land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat. +Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou +mij eer schamen moest het anders wezen." + +Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die +zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen +kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht +hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de +schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te +verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts +de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het +vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien +voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te +gaan en wij namen nog geen besluit. + +Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een +grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was +ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt +naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds +de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze +ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was +nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen, +Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit +stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den +vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche +officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij +zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar +moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste +herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle +mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te +werken? + + + + +XXII-De Laatste Uren + + + +Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde. + +Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik +eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de +onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote +daden. + +Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen +de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de +bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de +kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de +tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand +naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven- +masker. + +Ik voelde weemoed naar boven komen. + +--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe +nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid +het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en +alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de +gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik +met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en +misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en +een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd +en daargelaten. + +--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op +mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de +millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief +geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun +innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting +en verlangens. + +Ik trok de schuiven open. + +--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik +kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen, +niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden? +Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste +te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was +ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou +misschien alles eens terug vinden, wie weet? + +Ik sloot de schuiven en borg den sleutel. + +Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij +zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en +gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde +kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden +van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne +bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen +officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland, +met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar +vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen; +Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting +en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg +gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode +roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding +neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken +bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te +wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor +dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan +misschien in de verwoesting dezer stad! + +Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten +aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een +geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een +duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne +vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude +hallen van Krakow. + +Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre, +een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte. +Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte +weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder +was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar +ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid +en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans. +Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas +in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen +bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon +storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden +zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis. + +Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit +zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets +belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel. +Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van +de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en +uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen +nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even +maar te aarzelen. + +Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer +haar lot beslist is? + +De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen. +De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome +en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende +legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig +om een nieuwe orde in de wereld. + +Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling +van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs +over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en +regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed. + +Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene +drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn +mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de +straat op. + +Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een +vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen +menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar +werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt, +bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met +geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen. + +Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting +van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar +over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur, +over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare +torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs +hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen +en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne, +Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou +de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou +de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland +ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude +gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel. + +Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer, +lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken +avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen +stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om +nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken +stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte +wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging +zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd +als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have +en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor +korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland. + +De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote +vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V. +Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere +avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de +duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was +verzwonden, wij reden de donkere velden in. + +Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het +gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van- +geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de +wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze +bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak. + + + + +XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend + + + +De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin +geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de +werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het +verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't +geweld. + +De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren +met een kloppend hart. + +Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend +rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de +ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en +door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen, +het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend +gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke +blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot +weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van +den donderenden schok. + +Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch +indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid, +alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu +dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als +een klok en de muren daverden. + +En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok +die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien +instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog +gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres +tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en +wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet +mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag, +dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren, +boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder +genade. + +Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons +hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens +rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften, +koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor +ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was +het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was +aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het +zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee +door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het +ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm... + +Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel +ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat +geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de +honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden. +Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar +oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden. + +Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den +onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en +wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept +onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende +runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende +kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of +zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met +vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld +met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een +vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met +krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden +zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. + +Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen +braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die +duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood- +vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood +ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen +zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de +zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde. +Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar +aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen... +boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte +door de lucht. + +Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol +verschrikking, de Godsteistering van een heel volk. + +Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag +een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet +verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van +Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle +dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen. +Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met +trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de +vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen +had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen. +Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier +uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het +bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in +de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten. + +Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin +floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten +in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan +weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de +losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld. +Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de +brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in +volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der +brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar +alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de- +dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van +Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden +jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het +gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven- +regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin +hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een +ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren +eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de +boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de +Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de +onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in +de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene +boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe, +geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het +kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen +brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in +de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort. +Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het +Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en +Zurenborg "lagen al plat". + +Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de +vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, +mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen +kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en +brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de +hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het +was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den +breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die +brandden in de richting van Hoboken. + +Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide +rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was +tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen +kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en +hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De +beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood- +vermoeid. + +Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken. +De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden +werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den +naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed- +geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in +slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf +der zware duitsche kanonnen. + +Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik +op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de +zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie +van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam +voortrollende oorlogswagens. + + + + +XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap + + + +De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer +gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte +hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van +zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te +wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet +scheiden. + +Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag +op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren +stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste +aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen +van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen. + +--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij +maar optrekken." + +Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een +ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons +goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de +grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken +werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan. +Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner + monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik +kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn +zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak. +Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op +en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan. + +Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij +den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug +ging brengen naar zijn huis. + +Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom.... + +--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't +gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop +met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde. + +Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der +honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend +spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een +stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man +bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë +oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd +weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de +snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden +huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder +ophouden, het doffe brommen van 't kanon. + +Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de +Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in +den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn +oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de +Bom... + +Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de +wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de +verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte. + +Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen, +waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen +van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden +aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het +mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen +koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan +een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg +waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet +naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De +kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en +wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze +pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze +monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint +Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed, +langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer +vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats +vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging +dat nieuwe kindje geboren worden? + +Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in +den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte +massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren +soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten +verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem. + +Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan +den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke +aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel +begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde +gezichten zagen rood van het verre vuur. + +Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met +den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug +naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land. + +Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de +dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld +van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde, +die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige +kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen, +onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende +muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen, +neergehurkt in stomme lijdzaamheid. + +Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den +kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de +verre gloeiende stad. + +--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster. + +Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al +wat wij ginder achter lieten. + +--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt +schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad" +zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten. +Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een +auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne +Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar +wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar +het eerste hollandsche stadje. + +Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het +ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land. +Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder +voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den +nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet. + +Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar +Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door +hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de +Lange Delft. + + 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van +vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede +stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog. + +Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar +Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen +goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost +voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude +straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude +ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor +schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen +hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was +de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen, +huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag +gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de +zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland +Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene +weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog +vergeten. Het kon niet lang meer duren toch... + +Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het +rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij +waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de +vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit +den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde +muren. + +Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij +sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven! +De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik +liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen. +Moeder en zuster weenden. + +Antwerpen was gevallen! + +Neuilly-sur-Seine, Lente 1917. + + +Het Einde + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + +***** This file should be named 11500-8.txt or 11500-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/ + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. For example: + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/11500-8.zip~ b/11500-8.zip~ Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c699ff5 --- /dev/null +++ b/11500-8.zip~ diff --git a/11500.txt~ b/11500.txt~ new file mode 100644 index 0000000..e38de31 --- /dev/null +++ b/11500.txt~ @@ -0,0 +1,3950 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Val van Antwerpen + +Author: Jozef Muls + +Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + + + + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +(10 Oktober 1914) +door Jozef Muls + + + + + +Inhoudstabel + +Bldz. + +I. De Laatste Dagen van den Vrede +II. De Oorlogsverklaring +III. Bij de Burgerwacht +IV. In de Celgevangenis +V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen +VI. In en Om de Forten van Antwerpen +VII. De Zeppelin +VIII. De Verspieder +IX. In de Ambulances +X. De Zelfmoord +XI. Antwerpen Hoofdstad +XII. Het Uitzicht der Straten +XIII. De Stijgende Neerslachtigheid +XIV. De Beschieting der Forten +XV. Inferno +XVI. Rond de Stad +XVII. Op Sint-Michielstoren +XVIII. Een Nare Dag +XIX. De Kardinaal te Antwerpen +XX. De Groote Vooravond +XXI De Aankondiging van het Bombardement +XXII. De Laatste Uren +XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend +XXIV. Op den Weg der Ballingschap + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +door Jozef Muls + + + +I-De Laatste Dagen Van Den Vrede + + + +Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de +hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde +het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het +was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche +ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort +naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij +wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder +de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende +machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken +dooreen gingen woelen als in een maalstroom. + +'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle +torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten. +De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel, +boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver +en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu +den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden +gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui +voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen. +De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep +in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot +deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot +vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet +regelmatig aan huis verwittigd worden. + +Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te +bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke +soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen +zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen, +van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer- +passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw +en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een +drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande +oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel... + +De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het +loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der +Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te +wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen- +gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw +rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne +beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien +hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden +huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve +burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeen, zware +pakken naar huis te dragen. + +De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbie en achter- +eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe +had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd, +met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden +jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het +onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders +die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe +van den moord op Jaures. Ging er misschien revolutie ontvlammen +in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten +waren vol verschrikking. + +Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is +van alle geweldige dingen die met ons gebeuren. + +Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan +worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met +nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde, +de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle +leven, het stille en zekere wentelen van de dagen. + +En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict +zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo +nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren +wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend +en beschermd? + +Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie +de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons +zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het +lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van +onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De +schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de +bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak +van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig, +tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en, +in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren +bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn +werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van +de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na +het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van +Leon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers +beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar +literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts, +getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf. + +Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en +Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het +noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner +dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen +glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten +waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik +mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt +uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall +waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens +en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't +midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie +engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en +oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief +van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de +rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit +nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten +boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe +hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en +dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die +alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en +gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms +hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje, +in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige +ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de +grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne +trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken +wellust in de warme gulden zon... + +Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren +aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden +daar voor mij met kommervolle gezichten. + +--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of Belgie +zal worden overrompeld." + +Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer +buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit +mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen: +overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting... + +Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken, +bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met +al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de +wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe +goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de +erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn +dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden... + +Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik +voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons +land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote +bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren +maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het +harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van +duister-woelende gedachten en onbestemde angsten. + +Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te +Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang +gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het +was de onvermijdelijke oorlog. + +Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond, +den laatsten avond van den vrede. + + + + +II-De Oorlogsverklaring + + + +Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar +Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De +Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de +militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne. + +Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die +de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik +menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch +Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en +Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat +klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal +aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de +burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir +stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop +met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en +wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen +terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk +verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke +menschen-slachting. + +Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in +de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over +versterkte steden en maanden-lange belegeringen. + +Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam, +geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch +wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De +natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen +geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver +en staag gemurmel van het dennenbosch. + +Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de +koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het +was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch +zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten +wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd +ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en +geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend +zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis +geworden. + +Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij, +als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij +snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor +eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land +werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting. + +Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er +groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor +de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven, +blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald. + +De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu +bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had +gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame +Belgie. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer +regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag +op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou +worden afgeweerd. + +Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers +langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog +voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op +vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de +antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische +legers rukten op Koenigsberg af, maar de bezetting van hollandsch +Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven... + +Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch +zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't +gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen +toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der +natuur. + +Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren +droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein +kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten +er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was +dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen +lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het +nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland +vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche +troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten +ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing +gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Vise. + +Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op +het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de +buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons +Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale +trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan +het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen +herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroisch want wij +wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de +grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te +verdedigen. + +Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land +en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de +wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te +beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde. +In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche +gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij +nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis +van Burgondie, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren +steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en +heerschzuchtigheden. + +Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten. +Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor +goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die +vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden +op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche +omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de +wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den +reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die +stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den +onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven +voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter +nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het +verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van +die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha, +maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en +Namen, der hertogen van Brabant en Burgondie. Hij werd de vorst +van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had +en nooit ten onder was gegaan. + + + + +III-Bij De Burgerwacht + + + +Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was +ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining +van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden +onder algemeen legerbevel. + +Het militarisme bestond niet in Belgie. Maar de militaire geest was er +levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn +leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de +inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de +burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht +deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den +oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken. +Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de +kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen +was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van +de landsverdediging te weten in dezen grooten nood. + +Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de +vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik +voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik +herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren +bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. +De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en +geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den +schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm +omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende +stilte. + +Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire +gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten +verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de +poort de orde handhaven. + +Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de +berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij +gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen +oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment, +die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche +ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner +manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd. +Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere +richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene +eenzame straat, waar het regende... + +Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen +af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der +groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed +neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te +liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van +iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn +ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben +in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim +voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke +miseres die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan +door het halfduister een kloosterzuster voorbij. + +Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren +rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet +veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de +stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de +herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van +Berchem naar de kazerne stappen. + +Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel +een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden +droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange +blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden +opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een +feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der +waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun +zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte +koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland +was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen +half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk +en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te +Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten +werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en +gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende +duitsche huizen. + +Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn +hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren +bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of +daar een post te bezetten. + +Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want +wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen +over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik +keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien, +was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken. +Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan... + +Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had +ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's +probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan +geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag +hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten +dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de +kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt, +in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende +kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht +betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der +genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor +naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de +sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het +deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der +dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen +waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden +roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn +der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger +uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad. +Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen, +tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het +waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen +afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van +de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door +de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange +reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn +voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder. +Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde +de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem. +Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje, +klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen. +Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits. +Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een +geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die +duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze +geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van +een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den +mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen, +laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het +mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen +worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het +licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over +den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij +verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op +wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het +wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren +verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets +kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig +vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de +open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de +hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood +begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval +der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een +loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van +prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen +gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels +op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met +hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den +wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen. +Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten. +Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk +sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen +werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den +rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een +genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik +voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger +en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene +ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het +vaderland dienen? + + + + +IV-In De Celgevangenis + + + +Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou +blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht +om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was +eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis, +waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde. + +Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het +was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de +substituut, een commandant der jagers, een luitenant der +gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen +wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en +weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken +de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van +Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid +in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet +van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn +opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen +verloren in de algemeene ontreddering van de wereld! + +Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't +gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij +dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het +niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na +verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per +speciale trein naar Holland gevoerd. + +Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen +die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer +verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar +huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een +cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties +zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met +den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit +werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne +houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden +moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme +stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende +op hunne knieen vielen en met biddende handen om genade +riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb +den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er +waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat +hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende +druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo +menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein, +bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat +men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met +vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten +aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp +te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten +reepels geschreven, die de Israelieten, tweemaal 's daags, in een +doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en +kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op +zijn knieen, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen +waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte +dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen +gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste +hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne +tranen op mijne vingers. + +Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als +danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit +de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het +tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes +op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele +maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein +borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en- +groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen +gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen. +Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er +medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden +genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis +mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil- +lachend dankten. + +Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te +doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de +groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen +burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers +binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken +verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren +of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al +wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de +vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn +gangen had mogen gaan. + +Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten. +In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn +tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het +minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren +voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen +vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een +die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn +cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling +overhandigde met nog vochtige oogen. + +Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te +onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus +1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het +heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24 +Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden +ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche +linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te +Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd +hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het +gerucht van den val der forten te verspreiden. + +Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit +den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van +Chaudfontaine, Evegnee, Barchon en Pontisse door de duitsche +kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal +met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna +het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar +wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij +ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden +verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en +rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe +zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der +salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij +hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog +dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe +eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der +koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen, +met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die +nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder +het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden, +nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren +helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met +verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een +gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling +der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam +het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun +eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te +maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't +gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende +griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie +nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen +bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele +aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post +vervoegen. + +Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant +der gendarmerie: + +--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik, +dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan +het onvermijdelijke dat zou gebeuren. + + + + +V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen + + + +De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene +schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de +wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld? +Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der +stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder +meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die +harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles +in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid +ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar, +schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en +fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle +hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de +Japanners, de Serbiers en de Montenegrijnen waren immers daar. +Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan? +Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de +vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn +dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat +eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet +aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten +huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet +weldra omverwerpen? + +Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't +veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten +waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed +gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo +gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd +van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie- +maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en +kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland +zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte +schade rijkelijk moeten betalen. + +Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst +te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen +keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs +de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige +huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand +in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen: +de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der +Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond +Lemberg en Koenigsberg. Misleid door de al te optimistische +belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar +Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij Belgie +en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn, +toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen +langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis +waren... + +Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in +de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk +niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die +Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de +overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de +Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had +gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare +weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk +werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van +Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden +en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld +achterlatend. + +Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen +van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in +werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost +van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons +tijdig hadden moeten ruggesteunen. + +De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe, +daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn +linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die +reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op +18 Augustus de Maas-bruggen van Hastiere tot Namen bezetten en +het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te +Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt. +Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de +kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons +leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en +dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet. + +Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er +gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld +worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke +wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de +brandstichting te Vise, de menschenslachtingen van Dinant +en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde +bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de +aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren. +De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van +het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten +ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van +burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes, +moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo +werd de oorlog van Duitschland tegen Belgie als een inval van +barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik, +ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en +steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving +of de voortstuwende lava van een vuurberg. + +Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de +menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden +vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van +dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van +de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons, +niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der +duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering +van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets +van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg. +Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn. + +Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien +hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden? +Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden +gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche +aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire +verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger- +vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar +geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg +gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle +waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er +anders over en ons volk bleef onwetend. + +Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche +kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met +verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts +met moeite van de werkelijkheid overtuigen. + +De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de +groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de +Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch +ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het +hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims! +Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar +gingen wij toch heen? + +Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De +vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit +boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen +grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke +vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe +de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10 +rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en +riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad? +Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der +gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de +scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen +kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In +de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht. +Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der +menschen die zongen de "Brabanconne". + + + + +VI-In En Om De Forten Van Antwerpen + + + +Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en +verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij +bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af. + +Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn, +Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de +verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad +overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte +kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere +gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in +verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met +hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde +stellingen toch nog in staat van verweer te brengen. + +Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het +Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het +waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone +boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der +bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt +worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun +uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op +kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige +eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene +reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken +uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land +tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het +andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte, +waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar +een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een +wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog. + +Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste +bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en +weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over +groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er +werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege +tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds +moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge +wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon +men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of +speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten +met gevelde bajonet. + +Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den +buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de +steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag +wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te +Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten +onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee +gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs- +gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar +tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch. + +Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door +de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor +aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de +kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De +prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het +spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en +rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog +nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na +korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een +menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen +het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze +gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo +dacht ik toen... + +Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de +forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote +molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende +takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger +bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand +tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de +wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en +mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de +papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol +kappende, zagende en brandstokende soldaten. + +De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven. +Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij +nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der +weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte +huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de +blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van +een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor +ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam +alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat +men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God +en 't was toch oorlog! + +Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof +openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen. +Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol +zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en +vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje +begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De +zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den +hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het +witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak. +Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord +van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn +en dat hun niet meer toebehoorde... + +Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren, +maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die +gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden +gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote +huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij +plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken. +Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig +in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die +nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten +waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de +vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan. + +Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de +keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij +dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag +nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol +ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen +handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon- +buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te +ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen. + +Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken. +Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven +zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot +Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er +niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit +Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte, +speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op +het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en +pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische +impressie. + + + + +VII-De Zeppelin + + + +De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen. +Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als +ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen. +Zoo was het althans voor mij. + +Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in +mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de +keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort +daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den +marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique +van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons +te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons +land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het +uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden. + +Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij +wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te +lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht +viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele +zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede, +alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood- +mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele +glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der +wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes +in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud- +grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de +mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood +leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest +opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met +mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn +bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en +die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan +beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn +oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik +droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle +rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van +Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling +waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker. + +Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een +onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam +terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten. +Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing +kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik +werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en +liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar +deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende +licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden +der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door +den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken +verdwaasd en verschrikt. + +--"Het is de beschieting!" + +--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten." + +--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers +tegen elkaar rollen in een hand. + +Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien. +Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers +in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een +Zeppelin was. + +Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar +steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als +bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van +bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde een gekletter van +ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten, +waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden. + +Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de +groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde +silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den +vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters +open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de +richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen. + +'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er +was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen +waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de +Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden +gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths +gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den +grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie +straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan +spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10 +menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non- +combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk +was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd +het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar +beneden spoot. + +Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen +waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van +de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek +te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het +koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het +Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven +daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de +jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-Jose. Het was +afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun +leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis +had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als +eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid +brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats +naast den Koning in te nemen. + +De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het +ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een +buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en +kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van +het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl +de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in +de straten openkraakten. + +De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings- +middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne +kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen +werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand +werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te +gaan. + +Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in +de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en +werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der +huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door +politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en +pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken +avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die +nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen. + +Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten +nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn +boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren. +De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten +waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende +een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels +hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen +van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als +een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig- +slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de +verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote +gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels +gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels +die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van +rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de +stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange +schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel +geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een +wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter +de huizen in den zwarter wordenden nacht. + +Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme +buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet +zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het +stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van +een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de +donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had +zien aankomen. + +De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime +dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht +naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het +lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een +luchtschip. + +Met het wassen van de maan werd de stad eene betoovering. Het +maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker- +opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen +tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en +cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan- +beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart +over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den +roosachtigen gevel van het stadhuis. + +De beiaard zong niet meer. + + + + +VIII-De Verspieder + + + +Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar +Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek +eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren +aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet +langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne +aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was, +burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij +te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die +verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het +belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door +een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de +hand in dat spel te hebben. + +Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs- +auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde +op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er +onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van +hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre aeltern noch?" +kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en +twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn +angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn +onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren +zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood. + +De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter +plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen +bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden +geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een +commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform +en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den +vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn. + +Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie +daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene +onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen +van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en +Eppeghem gevochten had. + +In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij +uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende +stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden +en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw +en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog +op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen +der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden +de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen. + +Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter +wereld waar de oorlog de heroische beteekenis behouden had van +schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige +en machinale van den duitschen krijg. + +Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van +geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en +de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd +werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen +tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval +geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en +de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem. +Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval +niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan +deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met +moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers. + +Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor +ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen +over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische +spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee +een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield +bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig +aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het +getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien +het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was +halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij +nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en +voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden. + +Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het +strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen +weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en +kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en +laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten +delven. + +Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen +wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De +uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te +herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen +van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De +infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen +dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes +van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond +schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden +langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen +met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers +onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken +wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren +liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op +bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den +witten band met het roode kruis rond den arm. + +Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij +nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten +om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen. +In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen, +arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd. + +Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de +wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette +dorpen bedreven. + +In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door +het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger +mooie dames en heeren in soiree-kleeren naar de schouwburgen +voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd +met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig. + +Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar +ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere +verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar +Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre +tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het +begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er +nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de +velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een +rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat +eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren, +O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende +straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als +wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog? + + + + +IX-In De Ambulances + + + +Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte +zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans +college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens +ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van +den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de +huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef +een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der +ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds +herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat +op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van +den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke +stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de +genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime +luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een +meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het +zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen +en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden +aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten +samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren. + +Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en +maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en +de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden +zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel. + +In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles +van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met +de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de +voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes +in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat +ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest- +offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in +geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht +van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal +gekwetsten was in aantocht. + +Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche +bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan +gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om +den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De +Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers +geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op +Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand +werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar +in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en +eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze +troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September +ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de +talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters +konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd. + +Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn, +was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die +behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu +reeds de open poort der ambulance binnengedragen. + +Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond, +wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden +nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend, +beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er +waren er die bewustloos lagen met toee oogen en vale gezichten. +Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen +rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte +menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig +verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te +nemen. + +Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been. +Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels. + +Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van +den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De +doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik +ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de +jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond +ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch +kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een +shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde +begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen... + +Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de +berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde +lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die +den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen +gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die +stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die +beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt. + +Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de +zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid +te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun +bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij +vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede, +van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet +meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen +zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij +zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het +was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot +op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn +of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen. + +Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden +vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed +had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel. +Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht +van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen +hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp. +Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en +mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche +stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne +mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze +schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden, +hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste +huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw +begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne +kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in +mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst +als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij +vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden +die niet te lezen stonden in de bladen. + +Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in +het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een +nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de +koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met +stille fluisterstem trachtte te sussen. + + + + +X-De Zelfmoord + + + +Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de +stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg +andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht. +Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn +gevallen. + +En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die +duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van +larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren +achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en +grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als +eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in +zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een +moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk... + +En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van +den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere +lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van +witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof +gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van +den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan. + +Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke +van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een +vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke +dat ik zou ontmoeten. + +De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de +waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood +aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar +doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof? + +Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen +en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat +waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een +donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan +het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende. +Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan +staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht +gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten +woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan +den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten +over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door +een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten +die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was-- +tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de +Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op +vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de +Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht +opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand +aanvielen. + +Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de +Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis. +Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister +der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een +vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die +donkere muren! + +Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De +arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht. +Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als +het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind +huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster. +Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken +nacht? + +Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort, +laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der +Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in +een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het +heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel +van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen +plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht +in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw. + +Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging +op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen +moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg +een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik +vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op +onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met +snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar +huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van +schrik was weg gevlucht. + +"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..." + +Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend +snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan. +De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij +waren nog met ons tweeen, een duistere man en ik, toen wij +aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was +een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur +en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht +vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede +lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend +staan bleef. + +--"Boven! Boven" jammerde zij. + + Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen, +op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen +schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de +tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram +moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een +stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met +mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De +man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij +zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op +adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den +dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de +duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als +van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de +donkere huizen langs. + + + + +XI-Antwerpen Hoofdstad + + + +Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad. +Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige +gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provincien +Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van +ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen, +Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten +geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot, +Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom +verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd +afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons +land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond +Antwerpen. + +Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht +Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af +en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den +stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer +kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren +van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt +van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen +zouden komen te staan. + +Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de +strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De +vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot +verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog +steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare +gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten. +Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te +vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het +geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen +werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht +gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch +Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten. +Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het +burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden. +Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal +voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen. +Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform, +dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde. + +Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het +bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er +een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen +ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en +Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten +luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't +licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten +gaf het uitzicht aan de straten. + +Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht, +van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een +onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het +Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der +regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten. +Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen +genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis +voor den Senaat in te richten. + +Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden +van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne +dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis +bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar +doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de +poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer +de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap +aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef +een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken +dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op +weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten +op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging +bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor, +waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in +het hooge gestoelte van blinkend ouden eik. + +Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op +de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de +hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof +het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn +mond in den milden vierkant-geschoren baard. + +De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche +plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon +men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of +buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag +zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen +zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije +Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte +ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de +winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met +afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een +papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert +erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg. +Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen +van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag +door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den +Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te +plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der +limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en +verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde +Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken. +Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en +had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen +bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden. + +Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St- +Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen +equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de +benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende +dat iemand een russisch of engelsch militair attache daar had zien +uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van +mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren +door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit +Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland +te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto +te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten +minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in +Frankrijk waren teruggeslagen en weldra Belgie zou worden +ontruimd. + +De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het +natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder +kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats +zag men heeren in rok en dames in soiree-kleeren bewegen door +de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de +restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in +een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische +lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den +wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of +een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe +rookspiralen door de halle ging zweven. + + + + +XII-Het Uitzicht Der Straten + + + +De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met +kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor +deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van +het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld +waar wat te oogsten viel. + +Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met +vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen, +aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers. + +Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten +voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd +was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op +zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of +tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's +bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij +tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en +de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan +de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op +bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met +voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met +verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke- +drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of +luchtschepen of uniformen der verbonden legers. + +De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze +boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet +meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene +manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte +knieen. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter +het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij +afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen +aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op +den buiten. + +De terrassen der cafe's zaten vol officieren, krijgsdokters, +apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die +zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht +van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten +neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de +menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of +oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene +bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne +vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de +stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en +gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid +waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de +lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil +van 't land of 't behoud des konings van afhing. + +Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van +volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker +"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon +er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit- +omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het +terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig +was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht +kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al +de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts +gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte. +Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok +een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij +hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij +zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde +op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen +Antwerpen en de kust vrij te houden. + +Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red +Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het +automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden +auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden +opgeeischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot- +zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in +betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig +bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden +die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te +midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer +geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier +wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon. +Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was +geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een +auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond +Herenthals. + +Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde +ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat +tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot +voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er +telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten +angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk +om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest +te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen +de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak. + +Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche +landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit +de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen +in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen +dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan +volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers +stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende +de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der +landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde +gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een +buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen +de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en +tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en +uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de +stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde, +waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in +die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Vise, +Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en +zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten +deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten +balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door +Rome werden gevoerd. + + + + +XIII-De Stijgende Neerslachtigheid + + + +Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was +bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk +uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen +die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe +verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den +overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken, +toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd +genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden +opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht +zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds +omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood +brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende +gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een +dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen +geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester +werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar +Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag, +van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden +vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in +de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de +bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners +en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de +overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of +broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was +gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons +leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare +vesting? + +Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis +te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik +hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden +gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die +kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na +het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne +kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken +van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet +vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren +kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met +schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er +waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten +voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande +beschutting. + +Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig +nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste +gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven. +Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan +troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een +oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten. +De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille +gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in +eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen +worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de +wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van +nog te gebeuren wee niet was te overzien. + +Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan +een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten +en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens +verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen +kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het +leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het +was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet +waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige +wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde, +onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige +te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der +nieuwe tijden zou groeien... + +Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen +onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze +beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden +naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het +sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was, +dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama +van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar +nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest +weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag +hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het +wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten- +curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en +tastende vingertoppen de empatementen van den grooten meester +onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers +de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het +Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat +een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone +lichaam van den Gekruisigde. + +Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag +naderend einde. + + + + +XIV-De Beschieting Der Forten + + + +De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September +hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen. +Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk +geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het +geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht +weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit- +vermoed geweld. + +Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige +leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen +den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van +zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders. +Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan +de uiterste grenzen der antwerpsche vesting. + +Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het +onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet +goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap +en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag +gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer +opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het +gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij +waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten +gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel +door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden +bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste +poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk +oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht... + +Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of +geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze +gepantserde borstweer werden toegebracht. + +Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan +'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers +elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht. + +Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere +advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den +krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche +handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in +hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel +den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de +gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den +algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het +ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij +hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke +dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene +kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien +onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur +van den onwederroepelijken ondergang. + +Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier +was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de +strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot +Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier +en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te +twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur. + +De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er +meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van +het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht, +de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met +de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te +midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote +verslagenheid begon in de stad te heerschen. + +In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de +Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een +bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een +duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch +luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de +vijand mogelijk teruggeslagen? + +Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een +zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die +hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te +verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog +reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis +vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen +had moeten wijken en op 28 September het bombardement van +Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42 +cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog +die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt. + +"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat. +Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op +beton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen +neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen +van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij +die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene +verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een +vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode +vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan +overal op de vlucht onder een regen van shrapnels." + +Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend, +voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en +tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten- +verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen +dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig +stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met +verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand +ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid +verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo +moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij +van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan +den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben +om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te +houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers +wel! + +Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs +meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws +als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien +dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd +aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te +denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen? +Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander +nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders +en die moesten worden aangeklaagd. + + + + +XV-Inferno + + + +Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in +de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen. +Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van +hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk +verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag +een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig- +verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal +voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar +soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in +een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog +over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot +keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt. + +Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne +Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met +een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel +onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen +op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van +Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen, +vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een +reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd. + +Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de +tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig- +aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat +alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van +onzeggelijke en gruwzame wildernis. + +Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die +uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne +gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke +dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren +gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie +vervolgde. + +Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog +bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet +meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de +aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een +aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te +midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als +een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm. +Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren +joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts +naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo +begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de +wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo +vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen." +Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve- +betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van +een reusachtigen plethamer. + +Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat +aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten +onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1 +October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk +gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk +genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en +Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen +Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven. + +De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht +bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden +wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken. +Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te +verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der +vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger +overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra +achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig +toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten +te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij +zou weten waar hem aan te klagen. + +Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke +gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu +toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land +kon beslist worden. + +Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met +een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of +ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote +overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van +tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het +vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche +vesting. + + + + +XVI-Rond De Stad + + + +Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te +overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten. + +Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met +een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde, +zuidwest van Antwerpen. + +Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig +nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De +harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch- +groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te +beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van +den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken. + +Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag, +over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto +'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan +volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken +en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen +nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde +aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd. +Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht: +amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten, +aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en +wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering +die dagelijks door een leger verslonden wordt. + +Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege +gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun +burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen +klonken schreeuwerig door de lucht. + +Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de +Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn +witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk +uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de +aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom. +Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een +muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van +morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken +oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de +bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden, +gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar +Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun +leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was +er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden +weerzien. + +Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem, +kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar. +Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten +boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste +ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist +nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden +sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over +de Nethe had gedreven. + +Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In +den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het +Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag +der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten +gemaakt voor den aftocht van het leger. + +Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een +kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door +de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had +van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord +eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten +of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een +zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht. + +Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen +de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik +eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde. +Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden. +Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn +werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het +was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria, +Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen +die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van +goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde... +Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den +vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was +toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote +droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn +verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het +gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens, +over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die +eens toch mijn bezit was? + +Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele +schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water +van den vijver. + +Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds +vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste +treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar +de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was +een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en +met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden +langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis +voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie +bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik +niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik +nam mijn plaats in nevens den voerman. + +In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde- +poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de +kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren +werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren +uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort +van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot +Antwerpen. + +Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was +rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan. + + + + +XVII-Op Sint-Michielstoren + + + +Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen +met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op +het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren +te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den +horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst +dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De +strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede +verdedigingslijn. + +De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en +weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond- +geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen. + +Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde +eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar +tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre +dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht. +Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den +einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en +naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen +van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit, +alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn +vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den +horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van +witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode +lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen +en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel +steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst +ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als +een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef. +Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw. +Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes +der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven, +ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de +belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn. + +Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk +van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het +staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs +gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte. +Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig. + +Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels +opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot +op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk +nu, heel nabij, als het gedreun van orgels. + +De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester- +galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en +naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het +Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver +met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en +het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de +olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten +toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn +redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen +tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam +nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van +den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en +kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van +Sint Anna. + +Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren +afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en +ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die +groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook +eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk +stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan +geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was +van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was. + +Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten +liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met +eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en +nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn +morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met +weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen- +hoopen konden worden neergebeukt. + +Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche +kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer +toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven. +Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op, +de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het +fluisterstille kabinet. + +Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde +hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube +snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden. +Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren +reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen. + +Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl +wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende +wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig +verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien +neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel +onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer +tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur +nog niet gekomen was? + +Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die +onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en +naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over +heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets +bitters meer indien het zoo beschikt was. + +De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en +verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der +hemeldiepten. De kanonnen zwegen. + +Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een +kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten +uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van +Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat +nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten +zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen. + + + +XVIII-Een Nare Dag + + + +Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van +het beleg van Antwerpen. + +Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde +gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen +moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was +nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden! + +Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van +Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere +bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger +waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk +verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier +lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was +in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste +verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft +en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd +verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe +teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn +zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om +de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar +Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen +het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen. +Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele +dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast +mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is +slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren +misschien." + +Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in +twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest +die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke +verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend, +alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond. + +Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten +volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend! +Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de +ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen +heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat +de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de +oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid +als de laatste korrels van den Zandlooper. + +Er was niets meer aan te doen! + +O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier +nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle +werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de +menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude +huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol +oude rust en zekerheid. + +De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en +Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen +vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend +geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de +trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene +pracht en schittering. + +De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van +andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij +is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeen loopen +er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en +Valparaiso, uit New-York en Shanghai hielden den steven naar haar +gewend. + +Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene +liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was, +heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en, +varend over vreemde zeeen, hoorde ik haar roemen door het +scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de +eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede +en kalme Schelde... + +En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet +haar te redden ten koste van hun bloed... + +Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de +Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn +overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare +onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken, +met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van +Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van +een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en +Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen +feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar +heiligdom! + +Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen. + +Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten. +Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met +de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het +ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange +verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die +gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling +der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben. +Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat +onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste +pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als +door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de +hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos +gingen loopen met een borst vol nijpend wee. + +Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn +schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het +Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van +Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust +en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte +komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar +eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre- +koele boomen? + +Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten +door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck, +de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten +der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat +de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht +sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde +karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en +schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en +duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd. +Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het +Westen liepen nog de eenige vrije wegen. + +Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te +geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad. + +Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers +waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid. +De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene +nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen +van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude +trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen +en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner +snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en +geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte. +Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten +toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken +waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en +reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der +Suikerrui. + +Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste +kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen +werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche +admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds +overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere +wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered! + +Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden +van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes. +Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist +dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000 +engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet +voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De +avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de +deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit- +gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde +begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het +aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van +Antwerpen riepen om genade. + + + + +XIX-De Kardinaal Te Antwerpen + + + +O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de +boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele +klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die +luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van +feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor +de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie +maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu +kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en +rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij +die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle +torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere +bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden +schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in +alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde +klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter +om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef +niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een +mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen +ons leed. + +Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke +gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven +het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en +dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus. +Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere +vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en +parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen +die vergaan. + +Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene +verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te +komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die +bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging? + +Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote +straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de +Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en +klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't +rumoer. + +De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst +van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het +meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de +menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te +vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags +de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een +macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't +Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de +orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten +geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de +verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde +weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de +imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen +duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken +die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid +van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte +en platgetrapte Belgie, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste +zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de +Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven +de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die +Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld. + +Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer +uit Italie, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene +eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf. +Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht, +die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de +antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het +behoud der stad in haren uitersten nood. + +Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met +moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te +leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven +beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L. +V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit- +marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en +de choralen zongen. + +Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den +Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde. + +Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus +college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar +lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De +oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde +gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe +oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het +vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange +grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden, +goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin. +De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de +mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch +leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere +witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de +zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik +soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte +geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat, +pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen +deed van Peladan en Leon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar +mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn +neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens +ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De +Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van +diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans +uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van +het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het +Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven? + +Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste +gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar +heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons... +Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die +hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en +bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van +de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene +smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van +de woede der Noormannen verlos ons Heer! + +Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de +dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen +en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang +van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het +goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht +der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal +met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde +en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven +door de beuken. + +Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de +Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden +van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden +zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde +reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool +street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij +waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de +hooge imperiales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar +de opgetogen wandelaars. + +Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de +deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en- +gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon +speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog +even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den +glorierijk-begloorden Schelde-stroom. + +Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag +in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen? + + + + + +XX-De Groote Vooravond + + + +Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11 +uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een +elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen. + +De seizoenen van Viaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die +liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde, +de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente: +daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de +gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij +vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik +vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend +lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op +de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden +werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter +ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de +toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als +een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het +spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de +blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in +weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten. + +Milde en machtig mededoogen +keert uw onbermhertig oogen +toch niet af +van mijn nietheid die benepen +voelt de dood haar henensiepen +naar het graf. + +Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen +van 't kanon. + +Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu +als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste +dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid +nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de +roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende +Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de +wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen +wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht +en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters +woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het +paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de +onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden +worden gesteld... + +Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de +losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn +lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel +mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte +van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld +leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen +stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en +voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van +den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier +windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen- +drommen oproepen voor het laatste oordeel. + +Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't +centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een +stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker +bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras. +Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een +oogwenk, konden storten in elkaar. + +Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting +van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen. +De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den +stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op +eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar. + +Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen +van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig +dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat +schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder +mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden? +Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen +wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers +alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de +menschen te manen naar hunne kelders te vluchten. + +Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf +scheen te bedaren in de verte. + +Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik +bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van +de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als +door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van +honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een +duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor +heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven. + +Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het +bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op +mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de +paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet +moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd +joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna +onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en +caissons door de dreunende straten reden. + +Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van +een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten +stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar +den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de +balken schokten. + +Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog +heel den nacht door van rollende kanonnen. + + + + +XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement + + + +In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de +bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de +burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen +van het Noorden en het Noord-Westen. + +Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan +hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te +bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting +verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst +de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij +plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement +hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den +oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch +krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de +zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot +verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand +beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche +marine-stukken. + +Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat +hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar +de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig +vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden +sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over +de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen- +Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan +nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en +vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen +stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen. + +Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich +voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten, +andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het +hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden +ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's +moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle +ziekten en miseres op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij +kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten +de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven +in de stad. + +Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik +een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo +een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren. + +Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken +naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik +nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren +dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het +oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de +onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest +afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand +uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den +onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een +reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef +alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen. + +Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het +plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube +hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de +openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen +donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om +eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der +poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster, +die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken, +bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld +en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort. + +De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de +burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want +bommen werden toen niet geworpen. + +Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden +met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis +overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden, +velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven +van 't gevaar. + +De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van +Baron Chasse in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en +ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel +eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel +doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis. + +In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle +winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal +binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en +zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond +naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden +zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die +op paniek geleek. + +Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd +was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen +waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene +verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog +besluiteloos. + +Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle +menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of +een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes +die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een +innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne +vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet. + +Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt, +op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn +donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat +gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze +hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele +lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe +hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke +overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de +glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos +neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld +gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou +zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar. + +In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat +hij zinnens was te doen. + +--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette +"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is +het angst?" + +Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust: + +--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid +en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen +vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles +wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws +over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord, +al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige +genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar, +een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke +menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk +lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de +moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit +geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in +puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige +Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de +antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en +onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in +de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven +die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de +kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de +zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle +enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en +komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons +diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat +eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik, +nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe +de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden +omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden +om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve +land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat. +Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou +mij eer schamen moest het anders wezen." + +Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die +zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen +kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht +hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de +schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te +verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts +de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het +vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien +voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te +gaan en wij namen nog geen besluit. + +Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een +grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was +ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt +naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds +de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze +ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was +nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen, +Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit +stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den +vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche +officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij +zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar +moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste +herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle +mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te +werken? + + + + +XXII-De Laatste Uren + + + +Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde. + +Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik +eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de +onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote +daden. + +Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen +de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de +bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de +kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de +tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand +naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven- +masker. + +Ik voelde weemoed naar boven komen. + +--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe +nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid +het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en +alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de +gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik +met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en +misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en +een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd +en daargelaten. + +--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op +mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de +millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief +geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun +innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting +en verlangens. + +Ik trok de schuiven open. + +--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik +kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen, +niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden? +Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste +te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was +ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou +misschien alles eens terug vinden, wie weet? + +Ik sloot de schuiven en borg den sleutel. + +Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij +zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en +gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde +kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden +van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne +bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen +officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland, +met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar +vader vocht in 't verre Indie en zij was vroeg verlaten en alleen; +Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting +en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg +gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode +roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding +neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken +bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te +wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor +dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan +misschien in de verwoesting dezer stad! + +Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten +aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een +geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een +duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne +vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude +hallen van Krakow. + +Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre, +een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte. +Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte +weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder +was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar +ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid +en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans. +Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas +in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen +bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon +storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden +zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis. + +Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit +zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets +belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel. +Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van +de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en +uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen +nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even +maar te aarzelen. + +Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer +haar lot beslist is? + +De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen. +De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome +en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende +legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig +om een nieuwe orde in de wereld. + +Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling +van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs +over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en +regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed. + +Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene +drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn +mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de +straat op. + +Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een +vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen +menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar +werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt, +bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met +geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen. + +Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting +van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar +over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur, +over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare +torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs +hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen +en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne, +Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou +de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou +de orgieen zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland +ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude +gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel. + +Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer, +lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken +avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen +stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om +nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken +stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte +wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging +zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd +als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have +en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor +korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland. + +De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote +vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V. +Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere +avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de +duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was +verzwonden, wij reden de donkere velden in. + +Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het +gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van- +geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de +wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze +bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak. + + + + +XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend + + + +De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin +geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de +werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het +verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't +geweld. + +De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren +met een kloppend hart. + +Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend +rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de +ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en +door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen, +het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend +gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke +blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot +weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van +den donderenden schok. + +Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch +indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid, +alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu +dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als +een klok en de muren daverden. + +En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok +die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien +instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog +gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres +tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en +wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet +mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag, +dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren, +boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder +genade. + +Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons +hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens +rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften, +koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor +ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was +het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was +aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het +zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee +door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het +ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm... + +Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel +ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat +geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de +honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden. +Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar +oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden. + +Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den +onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en +wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept +onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende +runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende +kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of +zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met +vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld +met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een +vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met +krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden +zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. + +Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen +braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die +duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood- +vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood +ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen +zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de +zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde. +Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar +aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen... +boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte +door de lucht. + +Het was een visioen van Isaias! Het was een Dies irae vol +verschrikking, de Godsteistering van een heel volk. + +Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag +een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet +verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van +Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle +dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen. +Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met +trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de +vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen +had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen. +Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier +uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het +bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in +de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten. + +Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin +floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten +in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan +weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de +losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld. +Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de +brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in +volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der +brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar +alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de- +dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van +Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden +jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het +gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven- +regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin +hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een +ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren +eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de +boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de +Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de +onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in +de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene +boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe, +geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het +kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen +brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in +de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort. +Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het +Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en +Zurenborg "lagen al plat". + +Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de +vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, +mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen +kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en +brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de +hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het +was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den +breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die +brandden in de richting van Hoboken. + +Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide +rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was +tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen +kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en +hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De +beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood- +vermoeid. + +Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken. +De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden +werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den +naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed- +geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in +slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf +der zware duitsche kanonnen. + +Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik +op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de +zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie +van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam +voortrollende oorlogswagens. + + + + +XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap + + + +De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer +gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte +hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van +zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te +wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet +scheiden. + +Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag +op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren +stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste +aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen +van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen. + +--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij +maar optrekken." + +Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een +ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons +goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de +grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken +werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan. +Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner + monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik +kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn +zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak. +Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op +en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan. + +Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij +den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug +ging brengen naar zijn huis. + +Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom.... + +--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't +gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop +met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde. + +Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der +honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend +spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een +stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man +bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toee +oogen. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd +weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de +snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden +huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder +ophouden, het doffe brommen van 't kanon. + +Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de +Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in +den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn +oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de +Bom... + +Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de +wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de +verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte. + +Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen, +waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen +van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden +aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het +mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen +koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan +een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg +waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet +naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De +kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en +wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze +pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze +monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint +Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed, +langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer +vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats +vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging +dat nieuwe kindje geboren worden? + +Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in +den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte +massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren +soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten +verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem. + +Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan +den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke +aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel +begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde +gezichten zagen rood van het verre vuur. + +Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met +den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug +naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land. + +Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de +dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld +van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde, +die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige +kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen, +onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende +muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen, +neergehurkt in stomme lijdzaamheid. + +Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den +kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de +verre gloeiende stad. + +--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster. + +Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al +wat wij ginder achter lieten. + +--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt +schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad" +zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten. +Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een +auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne +Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar +wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar +het eerste hollandsche stadje. + +Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het +ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land. +Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder +voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den +nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet. + +Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar +Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door +hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de +Lange Delft. + + 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van +vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede +stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog. + +Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar +Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen +goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost +voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude +straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude +ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor +schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen +hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was +de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen, +huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag +gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de +zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland +Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene +weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog +vergeten. Het kon niet lang meer duren toch... + +Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het +rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij +waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de +vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit +den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde +muren. + +Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij +sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven! +De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik +liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen. +Moeder en zuster weenden. + +Antwerpen was gevallen! + +Neuilly-sur-Seine, Lente 1917. + + +Het Einde + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + +***** This file should be named 11500.txt or 11500.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/ + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. For example: + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/11500.zip~ b/11500.zip~ Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..142328d --- /dev/null +++ b/11500.zip~ diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..025898e --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #11500 (https://www.gutenberg.org/ebooks/11500) diff --git a/old/11500-8.txt b/old/11500-8.txt new file mode 100644 index 0000000..7c723aa --- /dev/null +++ b/old/11500-8.txt @@ -0,0 +1,3950 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Val van Antwerpen + +Author: Jozef Muls + +Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + + + + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +(10 Oktober 1914) +door Jozef Muls + + + + + +Inhoudstabel + +Bldz. + +I. De Laatste Dagen van den Vrede +II. De Oorlogsverklaring +III. Bij de Burgerwacht +IV. In de Celgevangenis +V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen +VI. In en Om de Forten van Antwerpen +VII. De Zeppelin +VIII. De Verspieder +IX. In de Ambulances +X. De Zelfmoord +XI. Antwerpen Hoofdstad +XII. Het Uitzicht der Straten +XIII. De Stijgende Neerslachtigheid +XIV. De Beschieting der Forten +XV. Inferno +XVI. Rond de Stad +XVII. Op Sint-Michielstoren +XVIII. Een Nare Dag +XIX. De Kardinaal te Antwerpen +XX. De Groote Vooravond +XXI De Aankondiging van het Bombardement +XXII. De Laatste Uren +XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend +XXIV. Op den Weg der Ballingschap + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +door Jozef Muls + + + +I-De Laatste Dagen Van Den Vrede + + + +Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de +hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde +het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het +was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche +ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort +naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij +wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder +de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende +machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken +dooreen gingen woelen als in een maalstroom. + +'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle +torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten. +De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel, +boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver +en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu +den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden +gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui +voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen. +De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep +in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot +deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot +vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet +regelmatig aan huis verwittigd worden. + +Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te +bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke +soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen +zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen, +van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer- +passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw +en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een +drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande +oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel... + +De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het +loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der +Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te +wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen- +gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw +rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne +beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien +hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden +huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve +burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeën, zware +pakken naar huis te dragen. + +De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbië en achter- +eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe +had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd, +met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden +jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het +onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders +die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe +van den moord op Jaurès. Ging er misschien revolutie ontvlammen +in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten +waren vol verschrikking. + +Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is +van alle geweldige dingen die met ons gebeuren. + +Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan +worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met +nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde, +de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle +leven, het stille en zekere wentelen van de dagen. + +En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict +zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo +nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren +wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend +en beschermd? + +Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie +de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons +zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het +lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van +onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De +schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de +bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak +van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig, +tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en, +in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren +bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn +werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van +de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na +het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van +Léon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers +beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar +literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts, +getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf. + +Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en +Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het +noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner +dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen +glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten +waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik +mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt +uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall +waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens +en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't +midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie +engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en +oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief +van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de +rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit +nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten +boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe +hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en +dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die +alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en +gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms +hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje, +in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige +ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de +grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne +trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken +wellust in de warme gulden zon... + +Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren +aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden +daar voor mij met kommervolle gezichten. + +--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of België +zal worden overrompeld." + +Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer +buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit +mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen: +overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting... + +Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken, +bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met +al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de +wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe +goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de +erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn +dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden... + +Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik +voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons +land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote +bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren +maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het +harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van +duister-woelende gedachten en onbestemde angsten. + +Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te +Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang +gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het +was de onvermijdelijke oorlog. + +Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond, +den laatsten avond van den vrede. + + + + +II-De Oorlogsverklaring + + + +Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar +Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De +Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de +militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne. + +Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die +de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik +menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch +Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en +Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat +klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal +aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de +burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir +stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop +met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en +wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen +terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk +verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke +menschen-slachting. + +Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in +de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over +versterkte steden en maanden-lange belegeringen. + +Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam, +geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch +wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De +natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen +geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver +en staag gemurmel van het dennenbosch. + +Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de +koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het +was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch +zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten +wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd +ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en +geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend +zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis +geworden. + +Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij, +als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij +snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor +eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land +werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting. + +Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er +groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor +de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven, +blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald. + +De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu +bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had +gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame +België. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer +regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag +op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou +worden afgeweerd. + +Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers +langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog +voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op +vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de +antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische +legers rukten op Kœnigsberg af, maar de bezetting van hollandsch +Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven... + +Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch +zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't +gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen +toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der +natuur. + +Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren +droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein +kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten +er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was +dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen +lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het +nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland +vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche +troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten +ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing +gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Visé. + +Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op +het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de +buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons +Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale +trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan +het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen +herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroïsch want wij +wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de +grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te +verdedigen. + +Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land +en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de +wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te +beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde. +In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche +gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij +nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis +van Burgondië, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren +steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en +heerschzuchtigheden. + +Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten. +Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor +goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die +vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden +op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche +omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de +wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den +reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die +stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den +onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven +voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter +nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het +verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van +die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha, +maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en +Namen, der hertogen van Brabant en Burgondië. Hij werd de vorst +van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had +en nooit ten onder was gegaan. + + + + +III-Bij De Burgerwacht + + + +Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was +ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining +van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden +onder algemeen legerbevel. + +Het militarisme bestond niet in België. Maar de militaire geest was er +levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn +leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de +inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de +burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht +deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den +oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken. +Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de +kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen +was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van +de landsverdediging te weten in dezen grooten nood. + +Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de +vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik +voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik +herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren +bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. +De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en +geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den +schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm +omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende +stilte. + +Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire +gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten +verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de +poort de orde handhaven. + +Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de +berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij +gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen +oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment, +die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche +ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner +manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd. +Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere +richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene +eenzame straat, waar het regende... + +Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen +af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der +groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed +neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te +liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van +iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn +ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben +in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim +voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke +misères die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan +door het halfduister een kloosterzuster voorbij. + +Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren +rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet +veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de +stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de +herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van +Berchem naar de kazerne stappen. + +Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel +een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden +droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange +blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden +opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een +feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der +waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun +zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte +koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland +was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen +half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk +en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te +Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten +werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en +gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende +duitsche huizen. + +Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn +hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren +bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of +daar een post te bezetten. + +Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want +wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen +over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik +keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien, +was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken. +Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan... + +Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had +ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's +probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan +geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag +hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten +dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de +kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt, +in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende +kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht +betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der +genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor +naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de +sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het +deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der +dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen +waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden +roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn +der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger +uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad. +Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen, +tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het +waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen +afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van +de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door +de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange +reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn +voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder. +Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde +de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem. +Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje, +klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen. +Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits. +Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een +geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die +duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze +geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van +een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den +mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen, +laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het +mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen +worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het +licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over +den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij +verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op +wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het +wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren +verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets +kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig +vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de +open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de +hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood +begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval +der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een +loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van +prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen +gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels +op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met +hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den +wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen. +Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten. +Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk +sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen +werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den +rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een +genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik +voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger +en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene +ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het +vaderland dienen? + + + + +IV-In De Celgevangenis + + + +Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou +blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht +om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was +eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis, +waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde. + +Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het +was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de +substituut, een commandant der jagers, een luitenant der +gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen +wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en +weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken +de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van +Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid +in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet +van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn +opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen +verloren in de algemeene ontreddering van de wereld! + +Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't +gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij +dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het +niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na +verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per +speciale trein naar Holland gevoerd. + +Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen +die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer +verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar +huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een +cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties +zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met +den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit +werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne +houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden +moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme +stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende +op hunne knieën vielen en met biddende handen om genade +riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb +den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er +waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat +hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende +druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo +menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein, +bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat +men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met +vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten +aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp +te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten +reepels geschreven, die de Israëlieten, tweemaal 's daags, in een +doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en +kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op +zijn knieën, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen +waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte +dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen +gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste +hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne +tranen op mijne vingers. + +Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als +danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit +de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het +tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes +op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele +maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein +borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en- +groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen +gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen. +Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er +medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden +genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis +mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil- +lachend dankten. + +Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te +doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de +groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen +burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers +binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken +verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren +of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al +wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de +vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn +gangen had mogen gaan. + +Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten. +In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn +tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het +minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren +voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen +vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een +die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn +cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling +overhandigde met nog vochtige oogen. + +Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te +onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus +1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het +heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24 +Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden +ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche +linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te +Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd +hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het +gerucht van den val der forten te verspreiden. + +Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit +den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van +Chaudfontaine, Evegnée, Barchon en Pontisse door de duitsche +kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal +met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna +het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar +wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij +ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden +verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en +rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe +zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der +salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij +hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog +dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe +eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der +koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen, +met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die +nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder +het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden, +nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren +helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met +verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een +gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling +der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam +het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun +eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te +maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't +gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende +griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie +nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen +bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele +aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post +vervoegen. + +Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant +der gendarmerie: + +--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik, +dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan +het onvermijdelijke dat zou gebeuren. + + + + +V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen + + + +De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene +schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de +wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld? +Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der +stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder +meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die +harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles +in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid +ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar, +schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en +fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle +hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de +Japanners, de Serbiërs en de Montenegrijnen waren immers daar. +Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan? +Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de +vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn +dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat +eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet +aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten +huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet +weldra omverwerpen? + +Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't +veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten +waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed +gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo +gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd +van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie- +maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en +kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland +zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte +schade rijkelijk moeten betalen. + +Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst +te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen +keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs +de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige +huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand +in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen: +de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der +Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond +Lemberg en Kœnigsberg. Misleid door de al te optimistische +belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar +Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij België +en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn, +toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen +langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis +waren... + +Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in +de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk +niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die +Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de +overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de +Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had +gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare +weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk +werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van +Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden +en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld +achterlatend. + +Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen +van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in +werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost +van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons +tijdig hadden moeten ruggesteunen. + +De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe, +daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn +linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die +reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op +18 Augustus de Maas-bruggen van Hastière tot Namen bezetten en +het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te +Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt. +Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de +kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons +leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en +dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet. + +Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er +gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld +worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke +wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de +brandstichting te Visé, de menschenslachtingen van Dinant +en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde +bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de +aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren. +De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van +het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten +ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van +burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes, +moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo +werd de oorlog van Duitschland tegen België als een inval van +barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik, +ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en +steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving +of de voortstuwende lava van een vuurberg. + +Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de +menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden +vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van +dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van +de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons, +niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der +duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering +van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets +van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg. +Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn. + +Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien +hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden? +Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden +gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche +aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire +verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger- +vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar +geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg +gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle +waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er +anders over en ons volk bleef onwetend. + +Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche +kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met +verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts +met moeite van de werkelijkheid overtuigen. + +De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de +groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de +Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch +ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het +hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims! +Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar +gingen wij toch heen? + +Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De +vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit +boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen +grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke +vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe +de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10 +rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en +riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad? +Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der +gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de +scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen +kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In +de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht. +Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der +menschen die zongen de "Brabançonne". + + + + +VI-In En Om De Forten Van Antwerpen + + + +Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en +verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij +bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af. + +Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn, +Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de +verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad +overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte +kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere +gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in +verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met +hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde +stellingen toch nog in staat van verweer te brengen. + +Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het +Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het +waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone +boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der +bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt +worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun +uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op +kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige +eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene +reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken +uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land +tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het +andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte, +waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar +een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een +wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog. + +Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste +bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en +weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over +groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er +werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege +tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds +moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge +wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon +men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of +speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten +met gevelde bajonet. + +Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den +buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de +steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag +wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te +Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten +onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee +gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs- +gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar +tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch. + +Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door +de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor +aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de +kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De +prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het +spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en +rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog +nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na +korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een +menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen +het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze +gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo +dacht ik toen... + +Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de +forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote +molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende +takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger +bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand +tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de +wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en +mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de +papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol +kappende, zagende en brandstokende soldaten. + +De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven. +Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij +nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der +weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte +huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de +blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van +een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor +ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam +alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat +men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God +en 't was toch oorlog! + +Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof +openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen. +Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol +zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en +vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje +begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De +zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den +hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het +witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak. +Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord +van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn +en dat hun niet meer toebehoorde... + +Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren, +maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die +gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden +gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote +huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij +plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken. +Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig +in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die +nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten +waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de +vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan. + +Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de +keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij +dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag +nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol +ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen +handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon- +buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te +ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen. + +Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken. +Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven +zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot +Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er +niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit +Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte, +speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op +het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en +pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische +impressie. + + + + +VII-De Zeppelin + + + +De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen. +Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als +ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen. +Zoo was het althans voor mij. + +Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in +mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de +keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort +daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den +marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique +van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons +te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons +land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het +uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden. + +Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij +wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te +lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht +viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele +zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede, +alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood- +mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele +glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der +wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes +in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud- +grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de +mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood +leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest +opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met +mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn +bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en +die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan +beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn +oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik +droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle +rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van +Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling +waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker. + +Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een +onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam +terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten. +Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing +kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik +werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en +liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar +deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende +licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden +der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door +den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken +verdwaasd en verschrikt. + +--"Het is de beschieting!" + +--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten." + +--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers +tegen elkaar rollen in een hand. + +Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien. +Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers +in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een +Zeppelin was. + +Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar +steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als +bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van +bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde èen gekletter van +ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten, +waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden. + +Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de +groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde +silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den +vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters +open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de +richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen. + +'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er +was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen +waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de +Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden +gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths +gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den +grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie +straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan +spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10 +menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non- +combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk +was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd +het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar +beneden spoot. + +Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen +waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van +de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek +te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het +koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het +Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven +daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de +jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-José. Het was +afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun +leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis +had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als +eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid +brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats +naast den Koning in te nemen. + +De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het +ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een +buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en +kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van +het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl +de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in +de straten openkraakten. + +De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings- +middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne +kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen +werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand +werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te +gaan. + +Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in +de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en +werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der +huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door +politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en +pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken +avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die +nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen. + +Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten +nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn +boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren. +De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten +waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende +een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels +hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen +van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als +een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig- +slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de +verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote +gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels +gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels +die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van +rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de +stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange +schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel +geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een +wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter +de huizen in den zwarter wordenden nacht. + +Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme +buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet +zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het +stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van +een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de +donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had +zien aankomen. + +De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime +dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht +naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het +lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een +luchtschip. + +Met het wassen van de maan werd de stad éene betoovering. Het +maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker- +opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen +tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en +cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan- +beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart +over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den +roosachtigen gevel van het stadhuis. + +De beiaard zong niet meer. + + + + +VIII-De Verspieder + + + +Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar +Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek +eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren +aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet +langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne +aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was, +burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij +te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die +verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het +belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door +een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de +hand in dat spel te hebben. + +Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs- +auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde +op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er +onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van +hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre ältern noch?" +kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en +twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn +angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn +onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren +zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood. + +De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter +plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen +bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden +geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een +commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform +en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den +vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn. + +Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie +daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene +onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen +van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en +Eppeghem gevochten had. + +In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij +uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende +stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden +en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw +en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog +op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen +der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden +de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen. + +Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter +wereld waar de oorlog de heroïsche beteekenis behouden had van +schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige +en machinale van den duitschen krijg. + +Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van +geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en +de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd +werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen +tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval +geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en +de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem. +Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval +niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan +deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met +moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers. + +Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor +ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen +over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische +spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee +een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield +bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig +aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het +getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien +het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was +halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij +nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en +voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden. + +Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het +strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen +weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en +kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en +laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten +delven. + +Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen +wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De +uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te +herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen +van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De +infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen +dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes +van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond +schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden +langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen +met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers +onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken +wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren +liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op +bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den +witten band met het roode kruis rond den arm. + +Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij +nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten +om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen. +In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen, +arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd. + +Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de +wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette +dorpen bedreven. + +In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door +het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger +mooie dames en heeren in soirée-kleeren naar de schouwburgen +voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd +met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig. + +Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar +ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere +verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar +Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre +tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het +begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er +nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de +velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een +rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat +eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren, +O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende +straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als +wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog? + + + + +IX-In De Ambulances + + + +Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte +zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans +college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens +ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van +den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de +huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef +een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der +ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds +herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat +op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van +den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke +stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de +genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime +luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een +meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het +zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen +en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden +aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten +samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren. + +Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en +maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en +de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden +zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel. + +In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles +van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met +de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de +voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes +in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat +ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest- +offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in +geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht +van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal +gekwetsten was in aantocht. + +Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche +bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan +gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om +den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De +Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers +geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op +Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand +werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar +in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en +eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze +troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September +ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de +talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters +konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd. + +Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn, +was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die +behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu +reeds de open poort der ambulance binnengedragen. + +Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond, +wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden +nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend, +beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er +waren er die bewustloos lagen met toeë oogen en vale gezichten. +Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen +rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte +menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig +verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te +nemen. + +Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been. +Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels. + +Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van +den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De +doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik +ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de +jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond +ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch +kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een +shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde +begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen... + +Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de +berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde +lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die +den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen +gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die +stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die +beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt. + +Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de +zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid +te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun +bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij +vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede, +van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet +meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen +zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij +zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het +was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot +op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn +of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen. + +Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden +vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed +had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel. +Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht +van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen +hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp. +Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en +mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche +stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne +mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze +schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden, +hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste +huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw +begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne +kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in +mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst +als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij +vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden +die niet te lezen stonden in de bladen. + +Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in +het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een +nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de +koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met +stille fluisterstem trachtte te sussen. + + + + +X-De Zelfmoord + + + +Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de +stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg +andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht. +Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn +gevallen. + +En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die +duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van +larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren +achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en +grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als +eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in +zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een +moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk... + +En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van +den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere +lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van +witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof +gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van +den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan. + +Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke +van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een +vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke +dat ik zou ontmoeten. + +De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de +waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood +aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar +doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof? + +Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen +en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat +waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een +donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan +het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende. +Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan +staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht +gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten +woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan +den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten +over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door +een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten +die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was-- +tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de +Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op +vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de +Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht +opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand +aanvielen. + +Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de +Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis. +Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister +der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een +vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die +donkere muren! + +Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De +arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht. +Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als +het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind +huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster. +Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken +nacht? + +Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort, +laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der +Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in +een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het +heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel +van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen +plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht +in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw. + +Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging +op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen +moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg +een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik +vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op +onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met +snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar +huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van +schrik was weg gevlucht. + +"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..." + +Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend +snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan. +De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij +waren nog met ons tweeën, een duistere man en ik, toen wij +aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was +een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur +en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht +vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede +lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend +staan bleef. + +--"Boven! Boven" jammerde zij. + + Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen, +op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen +schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de +tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram +moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een +stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met +mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De +man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij +zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op +adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den +dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de +duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als +van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de +donkere huizen langs. + + + + +XI-Antwerpen Hoofdstad + + + +Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad. +Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige +gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provinciën +Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van +ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen, +Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten +geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot, +Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom +verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd +afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons +land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond +Antwerpen. + +Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht +Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af +en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den +stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer +kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren +van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt +van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen +zouden komen te staan. + +Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de +strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De +vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot +verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog +steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare +gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten. +Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te +vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het +geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen +werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht +gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch +Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten. +Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het +burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden. +Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal +voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen. +Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform, +dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde. + +Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het +bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er +een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen +ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en +Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten +luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't +licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten +gaf het uitzicht aan de straten. + +Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht, +van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een +onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het +Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der +regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten. +Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen +genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis +voor den Senaat in te richten. + +Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden +van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne +dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis +bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar +doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de +poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer +de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap +aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef +een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken +dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op +weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten +op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging +bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor, +waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in +het hooge gestoelte van blinkend ouden eik. + +Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op +de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de +hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof +het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn +mond in den milden vierkant-geschoren baard. + +De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche +plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon +men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of +buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag +zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen +zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije +Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte +ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de +winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met +afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een +papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert +erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg. +Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen +van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag +door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den +Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te +plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der +limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en +verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde +Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken. +Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en +had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen +bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden. + +Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St- +Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen +equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de +benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende +dat iemand een russisch of engelsch militair attaché daar had zien +uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van +mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren +door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit +Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland +te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto +te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten +minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in +Frankrijk waren teruggeslagen en weldra België zou worden +ontruimd. + +De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het +natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder +kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats +zag men heeren in rok en dames in soirée-kleeren bewegen door +de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de +restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in +een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische +lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den +wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of +een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe +rookspiralen door de halle ging zweven. + + + + +XII-Het Uitzicht Der Straten + + + +De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met +kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor +deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van +het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld +waar wat te oogsten viel. + +Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met +vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen, +aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers. + +Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten +voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd +was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op +zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of +tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's +bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij +tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en +de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan +de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op +bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met +voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met +verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke- +drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of +luchtschepen of uniformen der verbonden legers. + +De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze +boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet +meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene +manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte +knieën. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter +het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij +afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen +aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op +den buiten. + +De terrassen der café's zaten vol officieren, krijgsdokters, +apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die +zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht +van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten +neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de +menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of +oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene +bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne +vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de +stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en +gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid +waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de +lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil +van 't land of 't behoud des konings van afhing. + +Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van +volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker +"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon +er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit- +omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het +terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig +was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht +kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al +de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts +gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte. +Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok +een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij +hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij +zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde +op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen +Antwerpen en de kust vrij te houden. + +Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red +Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het +automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden +auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden +opgeëischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot- +zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in +betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig +bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden +die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te +midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer +geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier +wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon. +Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was +geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een +auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond +Herenthals. + +Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde +ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat +tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot +voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er +telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten +angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk +om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest +te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen +de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak. + +Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche +landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit +de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen +in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen +dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan +volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers +stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende +de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der +landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde +gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een +buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen +de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en +tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en +uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de +stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde, +waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in +die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Visé, +Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en +zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten +deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten +balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door +Rome werden gevoerd. + + + + +XIII-De Stijgende Neerslachtigheid + + + +Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was +bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk +uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen +die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe +verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den +overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken, +toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd +genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden +opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht +zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds +omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood +brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende +gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een +dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen +geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester +werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar +Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag, +van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden +vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in +de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de +bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners +en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de +overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of +broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was +gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons +leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare +vesting? + +Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis +te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik +hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden +gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die +kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na +het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne +kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken +van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet +vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren +kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met +schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er +waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten +voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande +beschutting. + +Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig +nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste +gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven. +Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan +troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een +oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten. +De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille +gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in +eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen +worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de +wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van +nog te gebeuren wee niet was te overzien. + +Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan +een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten +en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens +verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen +kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het +leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het +was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet +waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige +wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde, +onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige +te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der +nieuwe tijden zou groeien... + +Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen +onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze +beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden +naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het +sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was, +dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama +van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar +nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest +weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag +hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het +wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten- +curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en +tastende vingertoppen de empâtementen van den grooten meester +onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers +de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het +Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat +een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone +lichaam van den Gekruisigde. + +Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag +naderend einde. + + + + +XIV-De Beschieting Der Forten + + + +De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September +hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen. +Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk +geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het +geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht +weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit- +vermoed geweld. + +Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige +leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen +den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van +zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders. +Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan +de uiterste grenzen der antwerpsche vesting. + +Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het +onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet +goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap +en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag +gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer +opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het +gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij +waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten +gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel +door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden +bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste +poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk +oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht... + +Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of +geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze +gepantserde borstweer werden toegebracht. + +Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan +'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers +elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht. + +Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere +advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den +krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche +handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in +hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel +den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de +gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den +algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het +ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij +hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke +dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene +kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien +onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur +van den onwederroepelijken ondergang. + +Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier +was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de +strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot +Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier +en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te +twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur. + +De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er +meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van +het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht, +de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met +de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te +midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote +verslagenheid begon in de stad te heerschen. + +In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de +Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een +bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een +duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch +luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de +vijand mogelijk teruggeslagen? + +Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een +zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die +hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te +verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog +reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis +vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen +had moeten wijken en op 28 September het bombardement van +Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42 +cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog +die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt. + +"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat. +Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op +béton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen +neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen +van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij +die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene +verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een +vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode +vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan +overal op de vlucht onder een regen van shrapnels." + +Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend, +voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en +tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten- +verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen +dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig +stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met +verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand +ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid +verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo +moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij +van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan +den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben +om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te +houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers +wel! + +Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs +meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws +als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien +dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd +aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te +denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen? +Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander +nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders +en die moesten worden aangeklaagd. + + + + +XV-Inferno + + + +Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in +de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen. +Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van +hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk +verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag +een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig- +verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal +voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar +soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in +een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog +over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot +keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt. + +Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne +Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met +een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel +onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen +op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van +Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen, +vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een +reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd. + +Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de +tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig- +aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat +alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van +onzeggelijke en gruwzame wildernis. + +Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die +uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne +gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke +dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren +gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie +vervolgde. + +Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog +bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet +meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de +aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een +aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te +midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als +een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm. +Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren +joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts +naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo +begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de +wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo +vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen." +Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve- +betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van +een reusachtigen plethamer. + +Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat +aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten +onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1 +October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk +gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk +genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en +Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen +Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven. + +De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht +bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden +wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken. +Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te +verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der +vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger +overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra +achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig +toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten +te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij +zou weten waar hem aan te klagen. + +Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke +gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu +toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land +kon beslist worden. + +Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met +een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of +ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote +overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van +tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het +vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche +vesting. + + + + +XVI-Rond De Stad + + + +Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te +overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten. + +Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met +een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde, +zuidwest van Antwerpen. + +Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig +nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De +harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch- +groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te +beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van +den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken. + +Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag, +over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto +'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan +volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken +en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen +nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde +aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd. +Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht: +amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten, +aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en +wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering +die dagelijks door een leger verslonden wordt. + +Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege +gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun +burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen +klonken schreeuwerig door de lucht. + +Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de +Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn +witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk +uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de +aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom. +Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een +muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van +morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken +oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de +bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden, +gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar +Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun +leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was +er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden +weerzien. + +Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem, +kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar. +Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten +boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste +ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist +nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden +sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over +de Nethe had gedreven. + +Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In +den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het +Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag +der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten +gemaakt voor den aftocht van het leger. + +Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een +kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door +de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had +van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord +eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten +of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een +zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht. + +Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen +de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik +eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde. +Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden. +Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn +werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het +was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria, +Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen +die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van +goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde... +Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den +vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was +toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote +droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn +verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het +gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens, +over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die +eens toch mijn bezit was? + +Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele +schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water +van den vijver. + +Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds +vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste +treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar +de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was +een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en +met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden +langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis +voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie +bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik +niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik +nam mijn plaats in nevens den voerman. + +In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde- +poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de +kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren +werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren +uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort +van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot +Antwerpen. + +Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was +rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan. + + + + +XVII-Op Sint-Michielstoren + + + +Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen +met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op +het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren +te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den +horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst +dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De +strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede +verdedigingslijn. + +De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en +weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond- +geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen. + +Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde +eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar +tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre +dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht. +Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den +einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en +naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen +van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit, +alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn +vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den +horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van +witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode +lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen +en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel +steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst +ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als +een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef. +Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw. +Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes +der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven, +ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de +belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn. + +Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk +van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het +staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs +gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte. +Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig. + +Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels +opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot +op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk +nu, heel nabij, als het gedreun van orgels. + +De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester- +galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en +naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het +Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver +met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en +het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de +olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten +toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn +redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen +tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam +nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van +den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en +kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van +Sint Anna. + +Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren +afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en +ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die +groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook +eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk +stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan +geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was +van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was. + +Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten +liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met +eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en +nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn +morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met +weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen- +hoopen konden worden neergebeukt. + +Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche +kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer +toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven. +Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op, +de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het +fluisterstille kabinet. + +Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde +hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube +snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden. +Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren +reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen. + +Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl +wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende +wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig +verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien +neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel +onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer +tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur +nog niet gekomen was? + +Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die +onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en +naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over +heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets +bitters meer indien het zoo beschikt was. + +De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en +verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der +hemeldiepten. De kanonnen zwegen. + +Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een +kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten +uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van +Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat +nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten +zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen. + + + +XVIII-Een Nare Dag + + + +Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van +het beleg van Antwerpen. + +Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde +gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen +moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was +nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden! + +Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van +Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere +bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger +waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk +verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier +lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was +in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste +verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft +en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd +verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe +teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn +zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om +de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar +Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen +het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen. +Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele +dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast +mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is +slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren +misschien." + +Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in +twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest +die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke +verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend, +alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond. + +Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten +volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend! +Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de +ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen +heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat +de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de +oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid +als de laatste korrels van den Zandlooper. + +Er was niets meer aan te doen! + +O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier +nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle +werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de +menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude +huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol +oude rust en zekerheid. + +De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en +Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen +vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend +geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de +trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene +pracht en schittering. + +De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van +andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij +is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeën loopen +er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en +Valparaiso, uit New-York en Shanghaï hielden den steven naar haar +gewend. + +Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene +liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was, +heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en, +varend over vreemde zeeën, hoorde ik haar roemen door het +scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de +eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede +en kalme Schelde... + +En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet +haar te redden ten koste van hun bloed... + +Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de +Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn +overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare +onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken, +met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van +Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van +een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en +Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen +feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar +heiligdom! + +Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen. + +Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten. +Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met +de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het +ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange +verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die +gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling +der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben. +Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat +onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste +pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als +door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de +hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos +gingen loopen met een borst vol nijpend wee. + +Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn +schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het +Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van +Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust +en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte +komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar +eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre- +koele boomen? + +Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten +door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck, +de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten +der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat +de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht +sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde +karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en +schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en +duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd. +Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het +Westen liepen nog de eenige vrije wegen. + +Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te +geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad. + +Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers +waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid. +De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene +nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen +van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude +trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen +en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner +snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en +geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte. +Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten +toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken +waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en +reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der +Suikerrui. + +Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste +kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen +werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche +admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds +overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere +wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered! + +Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden +van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes. +Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist +dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000 +engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet +voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De +avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de +deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit- +gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde +begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het +aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van +Antwerpen riepen om genade. + + + + +XIX-De Kardinaal Te Antwerpen + + + +O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de +boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele +klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die +luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van +feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor +de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie +maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu +kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en +rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij +die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle +torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere +bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden +schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in +alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde +klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter +om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef +niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een +mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen +ons leed. + +Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke +gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven +het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en +dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus. +Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere +vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en +parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen +die vergaan. + +Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene +verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te +komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die +bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging? + +Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote +straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de +Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en +klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't +rumoer. + +De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst +van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het +meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de +menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te +vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags +de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een +macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't +Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de +orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten +geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de +verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde +weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de +imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen +duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken +die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid +van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte +en platgetrapte België, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste +zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de +Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven +de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die +Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld. + +Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer +uit Italië, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene +eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf. +Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht, +die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de +antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het +behoud der stad in haren uitersten nood. + +Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met +moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te +leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven +beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L. +V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit- +marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en +de choralen zongen. + +Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den +Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde. + +Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus +college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar +lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De +oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde +gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe +oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het +vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange +grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden, +goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin. +De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de +mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch +leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere +witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de +zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik +soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte +geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat, +pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen +deed van Péladan en Léon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar +mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn +neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens +ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De +Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van +diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans +uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van +het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het +Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven? + +Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste +gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar +heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons... +Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die +hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en +bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van +de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene +smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van +de woede der Noormannen verlos ons Heer! + +Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de +dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen +en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang +van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het +goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht +der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal +met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde +en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven +door de beuken. + +Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de +Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden +van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden +zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde +reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool +street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij +waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de +hooge impériales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar +de opgetogen wandelaars. + +Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de +deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en- +gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon +speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog +even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den +glorierijk-begloorden Schelde-stroom. + +Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag +in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen? + + + + + +XX-De Groote Vooravond + + + +Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11 +uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een +elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen. + +De seizoenen van Vïaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die +liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde, +de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente: +daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de +gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij +vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik +vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend +lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op +de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden +werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter +ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de +toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als +een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het +spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de +blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in +weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten. + +Milde en machtig mededoogen +keert uw onbermhertig oogen +toch niet af +van mijn nietheid die benepen +voelt de dood haar henensiepen +naar het graf. + +Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen +van 't kanon. + +Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu +als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste +dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid +nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de +roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende +Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de +wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen +wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht +en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters +woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het +paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de +onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden +worden gesteld... + +Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de +losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn +lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel +mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte +van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld +leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen +stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en +voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van +den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier +windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen- +drommen oproepen voor het laatste oordeel. + +Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't +centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een +stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker +bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras. +Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een +oogwenk, konden storten in elkaar. + +Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting +van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen. +De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den +stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op +eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar. + +Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen +van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig +dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat +schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder +mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden? +Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen +wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers +alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de +menschen te manen naar hunne kelders te vluchten. + +Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf +scheen te bedaren in de verte. + +Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik +bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van +de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als +door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van +honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een +duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor +heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven. + +Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het +bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op +mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de +paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet +moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd +joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna +onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en +caissons door de dreunende straten reden. + +Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van +een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten +stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar +den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de +balken schokten. + +Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog +heel den nacht door van rollende kanonnen. + + + + +XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement + + + +In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de +bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de +burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen +van het Noorden en het Noord-Westen. + +Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan +hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te +bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting +verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst +de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij +plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement +hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den +oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch +krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de +zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot +verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand +beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche +marine-stukken. + +Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat +hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar +de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig +vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden +sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over +de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen- +Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan +nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en +vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen +stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen. + +Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich +voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten, +andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het +hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden +ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's +moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle +ziekten en misères op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij +kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten +de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven +in de stad. + +Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik +een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo +een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren. + +Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken +naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik +nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren +dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het +oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de +onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest +afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand +uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den +onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een +reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef +alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen. + +Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het +plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube +hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de +openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen +donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om +eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der +poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster, +die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken, +bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld +en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort. + +De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de +burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want +bommen werden toen niet geworpen. + +Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden +met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis +overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden, +velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven +van 't gevaar. + +De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van +Baron Chassé in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en +ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel +eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel +doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis. + +In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle +winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal +binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en +zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond +naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden +zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die +op paniek geleek. + +Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd +was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen +waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene +verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog +besluiteloos. + +Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle +menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of +een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes +die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een +innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne +vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet. + +Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt, +op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn +donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat +gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze +hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele +lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe +hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke +overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de +glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos +neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld +gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou +zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar. + +In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat +hij zinnens was te doen. + +--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette +"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is +het angst?" + +Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust: + +--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid +en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen +vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles +wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws +over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord, +al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige +genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar, +een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke +menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk +lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de +moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit +geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in +puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige +Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de +antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en +onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in +de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven +die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de +kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de +zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle +enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en +komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons +diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat +eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik, +nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe +de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden +omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden +om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve +land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat. +Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou +mij eer schamen moest het anders wezen." + +Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die +zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen +kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht +hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de +schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te +verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts +de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het +vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien +voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te +gaan en wij namen nog geen besluit. + +Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een +grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was +ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt +naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds +de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze +ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was +nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen, +Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit +stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den +vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche +officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij +zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar +moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste +herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle +mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te +werken? + + + + +XXII-De Laatste Uren + + + +Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde. + +Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik +eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de +onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote +daden. + +Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen +de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de +bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de +kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de +tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand +naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven- +masker. + +Ik voelde weemoed naar boven komen. + +--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe +nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid +het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en +alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de +gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik +met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en +misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en +een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd +en daargelaten. + +--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op +mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de +millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief +geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun +innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting +en verlangens. + +Ik trok de schuiven open. + +--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik +kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen, +niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden? +Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste +te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was +ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou +misschien alles eens terug vinden, wie weet? + +Ik sloot de schuiven en borg den sleutel. + +Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij +zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en +gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde +kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden +van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne +bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen +officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland, +met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar +vader vocht in 't verre Indië en zij was vroeg verlaten en alleen; +Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting +en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg +gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode +roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding +neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken +bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te +wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor +dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan +misschien in de verwoesting dezer stad! + +Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten +aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een +geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een +duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne +vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude +hallen van Krakow. + +Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre, +een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte. +Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte +weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder +was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar +ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid +en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans. +Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas +in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen +bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon +storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden +zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis. + +Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit +zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets +belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel. +Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van +de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en +uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen +nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even +maar te aarzelen. + +Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer +haar lot beslist is? + +De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen. +De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome +en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende +legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig +om een nieuwe orde in de wereld. + +Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling +van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs +over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en +regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed. + +Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene +drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn +mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de +straat op. + +Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een +vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen +menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar +werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt, +bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met +geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen. + +Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting +van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar +over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur, +over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare +torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs +hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen +en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne, +Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou +de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou +de orgieën zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland +ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude +gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel. + +Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer, +lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken +avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen +stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om +nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken +stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte +wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging +zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd +als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have +en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor +korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland. + +De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote +vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V. +Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere +avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de +duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was +verzwonden, wij reden de donkere velden in. + +Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het +gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van- +geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de +wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze +bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak. + + + + +XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend + + + +De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin +geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de +werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het +verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't +geweld. + +De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren +met een kloppend hart. + +Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend +rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de +ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en +door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen, +het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend +gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke +blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot +weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van +den donderenden schok. + +Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch +indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid, +alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu +dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als +een klok en de muren daverden. + +En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok +die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien +instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog +gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres +tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en +wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet +mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag, +dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren, +boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder +genade. + +Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons +hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens +rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften, +koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor +ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was +het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was +aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het +zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee +door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het +ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm... + +Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel +ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat +geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de +honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden. +Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar +oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden. + +Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den +onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en +wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept +onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende +runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende +kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of +zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met +vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld +met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een +vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met +krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden +zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. + +Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen +braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die +duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood- +vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood +ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen +zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de +zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde. +Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar +aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen... +boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte +door de lucht. + +Het was een visioen van Isaïas! Het was een Dies irae vol +verschrikking, de Godsteistering van een heel volk. + +Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag +een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet +verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van +Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle +dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen. +Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met +trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de +vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen +had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen. +Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier +uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het +bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in +de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten. + +Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin +floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten +in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan +weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de +losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld. +Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de +brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in +volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der +brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar +alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de- +dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van +Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden +jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het +gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven- +regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin +hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een +ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren +eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de +boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de +Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de +onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in +de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene +boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe, +geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het +kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen +brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in +de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort. +Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het +Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en +Zurenborg "lagen al plat". + +Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de +vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, +mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen +kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en +brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de +hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het +was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den +breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die +brandden in de richting van Hoboken. + +Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide +rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was +tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen +kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en +hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De +beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood- +vermoeid. + +Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken. +De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden +werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den +naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed- +geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in +slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf +der zware duitsche kanonnen. + +Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik +op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de +zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie +van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam +voortrollende oorlogswagens. + + + + +XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap + + + +De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer +gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte +hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van +zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te +wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet +scheiden. + +Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag +op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren +stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste +aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen +van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen. + +--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij +maar optrekken." + +Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een +ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons +goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de +grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken +werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan. +Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner + monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik +kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn +zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak. +Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op +en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan. + +Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij +den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug +ging brengen naar zijn huis. + +Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom.... + +--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't +gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop +met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde. + +Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der +honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend +spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een +stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man +bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toeë +oogën. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd +weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de +snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden +huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder +ophouden, het doffe brommen van 't kanon. + +Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de +Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in +den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn +oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de +Bom... + +Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de +wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de +verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte. + +Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen, +waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen +van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden +aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het +mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen +koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan +een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg +waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet +naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De +kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en +wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze +pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze +monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint +Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed, +langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer +vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats +vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging +dat nieuwe kindje geboren worden? + +Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in +den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte +massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren +soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten +verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem. + +Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan +den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke +aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel +begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde +gezichten zagen rood van het verre vuur. + +Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met +den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug +naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land. + +Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de +dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld +van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde, +die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige +kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen, +onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende +muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen, +neergehurkt in stomme lijdzaamheid. + +Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den +kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de +verre gloeiende stad. + +--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster. + +Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al +wat wij ginder achter lieten. + +--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt +schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad" +zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten. +Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een +auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne +Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar +wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar +het eerste hollandsche stadje. + +Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het +ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land. +Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder +voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den +nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet. + +Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar +Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door +hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de +Lange Delft. + + 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van +vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede +stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog. + +Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar +Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen +goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost +voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude +straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude +ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor +schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen +hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was +de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen, +huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag +gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de +zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland +Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene +weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog +vergeten. Het kon niet lang meer duren toch... + +Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het +rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij +waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de +vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit +den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde +muren. + +Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij +sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven! +De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik +liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen. +Moeder en zuster weenden. + +Antwerpen was gevallen! + +Neuilly-sur-Seine, Lente 1917. + + +Het Einde + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + +***** This file should be named 11500-8.txt or 11500-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/ + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. For example: + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/11500-8.zip b/old/11500-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c699ff5 --- /dev/null +++ b/old/11500-8.zip diff --git a/old/11500.txt b/old/11500.txt new file mode 100644 index 0000000..e38de31 --- /dev/null +++ b/old/11500.txt @@ -0,0 +1,3950 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Val van Antwerpen + +Author: Jozef Muls + +Release Date: March 16, 2004 [EBook #11500] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + + + + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +(10 Oktober 1914) +door Jozef Muls + + + + + +Inhoudstabel + +Bldz. + +I. De Laatste Dagen van den Vrede +II. De Oorlogsverklaring +III. Bij de Burgerwacht +IV. In de Celgevangenis +V. Wat Wij van den Oorlog Vernamen +VI. In en Om de Forten van Antwerpen +VII. De Zeppelin +VIII. De Verspieder +IX. In de Ambulances +X. De Zelfmoord +XI. Antwerpen Hoofdstad +XII. Het Uitzicht der Straten +XIII. De Stijgende Neerslachtigheid +XIV. De Beschieting der Forten +XV. Inferno +XVI. Rond de Stad +XVII. Op Sint-Michielstoren +XVIII. Een Nare Dag +XIX. De Kardinaal te Antwerpen +XX. De Groote Vooravond +XXI De Aankondiging van het Bombardement +XXII. De Laatste Uren +XXIII. De Vlucht der Honderd-Duizend +XXIV. Op den Weg der Ballingschap + + + + +DE VAL VAN ANTWERPEN +door Jozef Muls + + + +I-De Laatste Dagen Van Den Vrede + + + +Tegen het einde van Juli 1914 ging eenieder gedrukt onder de +hevige spanning die over heel Europa was gekomen. Men voelde +het naderen van de verschrikkelijke orkaan die ging losbarsten. Het +was ontstellend grootsch en tragisch die algemeen-europeesche +ontroering. De menschen wilden niet den oorlog maar gingen voort +naar het onvermijdelijke met den stijgenden angst in hun hart. Wij +wisten op ons machten wegen, zwaarder dan de blokken waaronder +de helden van Aischulos gebogen gingen. Die duister-werkende +machten zouden, fataal, den oorlog ontketenen waarin alle volken +dooreen gingen woelen als in een maalstroom. + +'s Vrijdags, in den nacht van 31 Juli, hadden de klokken van alle +torens in Belgie storm geluid, als in de tijden der oude Gemeenten. +De groote klok, Carolus, bromde een uur lang, hoog in den hemel, +boven het donkere Antwerpen en alle klokken van alle kerken, ver +en bij in de stad, beantwoordden de zware en sombere stem die nu +den nood verkondde. Tusschen twee fakkeldragers, in den rooden +gloed hunner brandende toortsen, had een politie-officier, op de pui +voor het stadhuis, het bevel tot de algemeene mobilisatie afgelezen. +De nachtelijke straten zagen zwart van 't krielende volk dat rondliep +in groote opgewondenheid. De politie-agenten gingen van deur tot +deur en riepen overal: "Met of zonder brief eenieder moet zijn depot +vervoegen"--Want er was haast bij en alle soldaten konnen niet +regelmatig aan huis verwittigd worden. + +Maar die algemeene mobilisatie was toch maar om de grenzen te +bewaken, om, als in 't jaar 70, de overloopende vijandelijke +soldaten te ontwapenen en onze onzijdigheid te doen eerbiedigen +zoo dachten we toen nog... Het was wel hard in den vroegen morgen, +van zaterdag, al die reeds bejaarde mannen in hunne vaak-niet-meer- +passende militaire uniformen afscheid te zien nemen van vrouw +en kinders, maar gevaar zouden zij toch niet lijden. Het was een +drukte aan alle stations. Ik zag moeders weerkeeren met betraande +oogen als van een laatst en hopeloos vaarwel... + +De angst der menschen uitte zich te Antwerpen, lijk overal, door het +loopen naar de winkels om hun noodrust, door het bestormen der +Banken voor hun geld. Honderden en honderden stonden te +wachten voor de gesloten poort der Nationale Bank en de opeen- +gepakte drom slingerde weldra, langs het voetpad, heel het gebouw +rond. Aan de deuren der kruideniers wachtten de koopers hunne +beurt af en stonden in lange rijen tot op de straat. Het was te zien +hoe vooral de rijken nu met zich zelf bekommerd waren; zij reden +huiswaarts in met eetwaren-volgestapelde koetsen en deftige stijve +burger-vrouwen waren niet verlegen om, met zijn tweeen, zware +pakken naar huis te dragen. + +De oorlog was verklaard door Oostenrijk aan Serbie en achter- +eenvolgens ook door Duitschland aan Rusland en Frankrijk. Hoe +had die oude vermolmde Habsburger, Frans-Jozef, het aangedurfd, +met een voet in 't graf, nog te bevelen dat honderd-duizenden +jonge menschen voor hem zouden sterven! Ik hoor nog het +onheilspellende roepen "la guerre! la guerre!" van de gazetleurders +die langs mijn vensters draafden. Tegelijk kwam ons het nieuws toe +van den moord op Jaures. Ging er misschien revolutie ontvlammen +in Frankrijk, na al wat er in de laatste dagen voorviel. Alle horizonten +waren vol verschrikking. + +Ik voelde seffens die beklemdheid om het hart die de voorbode is +van alle geweldige dingen die met ons gebeuren. + +Verantwoordelijkheden schoten wakker. Wat moest er gedaan +worden? Kommernissen kwamen op. Wat ging er met ons land, met +nabestaanden en vrienden niet gebeuren? Het was uit met de orde, +de rust, het schoone harmonische bewegen van het vredevolle +leven, het stille en zekere wentelen van de dagen. + +En toch bleef er hoop dat wij in Belgie buiten het groot conflict +zouden zijn gebleven. Het was wel beangstigend de orkaan zoo +nabij te weten, maar wij voelden ons nog veilig in ons land. Waren +wij geen onzijdige staat, door de oorlogvoerenden plechtig erkend +en beschermd? + +Ik herdenk nog altijd dien zondag, 2 Augustus. Wij genoten in Belgie +de laatste uren van den vrede... Ik was met mijn gezin in ons +zomerhuisje te Capellenbosch. Door de groote spiegelruit van het +lange lage raam der leefkamer, lag het schoone landschap van +onzen hof, open, in al zijne groene zomersche pracht. De +schildering der kamer in oranje-roze kleur, de antieke meubels, de +bloemen die de kamer versierden, alles rondom ons sprak +van geruste weelde. De groene muziekkamer lag zoo stemmig, +tusschen de opengeschoven, rood-gebloemde zijden gordijnen en, +in de kleur-ramen boven het klavier, droomden donkere populieren +bij spiegelend water. Door het kleine venstertje dat van mijn +werkplaats op de leefkamer uitzicht geeft, kwam een roze schijn van +de donker-rood geschilderde muren. Wonderbaar samentreffen, na +het middagmaal, bij de koffie, had ik voorgelezen uit het boek van +Leon Bloy, "Sueur de Sang," waarin de baldadigheid der Duitschers +beschreven staat in 't jaar '70. Wij dachten toen nog dat het maar +literatuur was. Hoe rap zouden wij leeren dat het slechts, +getemperd, de afschuwelijkste werkelijkheid weergaf. + +Ik ging daarna in den gang zitten in een ligstoel met Oorlog en +Vrede van Tolstoj, open op mijn knieen. Maar ik las niet. Is het +noodig te lezen wanneer je eigen gedachten bewegen schooner +dan je ze in een boek kunt vinden? Ik zag alles in een wonderen +glans. Het was of ik het waarlijk met weemoed,--te veel angsten +waren reeds geboren,--voor het laatst zoo rustig zien zou. Ik +mijmerde op een tekst uit het evangelie van den dag: "Gij hebt +uwen vrede niet gekend..." De purper-blauwe muren van den hall +waren rondom mij, ginder hoog was een fries van oranje rooskens +en boven mijn hoofd de kleurige koepel met een roode bloem in 't +midden. Boven de groote openstaande huisdeur waren drie +engelen in geschilderd gebrand glas, met amethisten vleugels en +oranje bloemen aan hunne voeten. Achter mij wist ik het perspektief +van ronde bogen die den gang vormen en uitzicht geven op de +rosse stammen en het grijze groen van ons mastenbosch, waaruit +nu bij poozen een zacht gemurmel werd vernomen. In den grooten +boog der open poort, als in een kader, lag de hof en de blauwe +hemel daar boven, als een wonderschoon schilderij. Het had nu en +dan zoo wat geregend, van dien zilveren zachten zomerregen die +alles nog schooner maakt. Het regende nu niet meer. De witte en +gouden wolken dreven lijk schepen door de blauwe lucht. Soms +hoopten zij te samen achter en boven de boomen van het eilandje, +in den vijver voor het huis, tot hooge ontzaglijke bergen en reuzige +ijstoppen. Er kwam een windje door de witte berken, in de +grasvlakte, en er regenden blinkende druppeltjes van de fijne +trillende blaadjes. Het was of de boomen rilden van een heimelijken +wellust in de warme gulden zon... + +Over den weg, van aan de verre hof-poort, kwamen toen buren +aangewandeld. Ik dacht aan een gewoon bezoek, maar zij stonden +daar voor mij met kommervolle gezichten. + +--"Luxemburg is bezet! Weet ge 't al? ... Het lijdt geen twijfel of Belgie +zal worden overrompeld." + +Zij vroegen om raad wat ze doen moesten. Zij dorsten niet meer +buiten te blijven, zij waren bezorgd voor hun meisje. Ik ontwaakte uit +mijn droom en werd daar, opeens, gesteld voor een oorlogsvizioen: +overrompeling, brandstichting, moord, plundering, verkrachting... + +Mijn huisgenooten kwamen toen ook buiten en er werd gesproken, +bekommerd en vertrouwend dooreen. Mijn oude vader lachte "met +al dien ongewettigden schrik" zooals hij 't noemde. Zijn hof was de +wereld en hij zag hoe rustig de blauwe hemel er boven stond, hoe +goed de perzikken rijpten op zijne fruitboomen, hoe weelderig de +erwten en de boonen oprankten langs de staken. Het kon niet zijn +dat de Duitschers onze onzijdigheid zouden schenden... + +Maar van af dat oogenblik was alle rust uit mij heen en ik +voorvoelde, vaag en onduidelijk, al de ellenden die over ons +land en ons zelf gingen komen. Het is zoo altijd met groote +bekommernissen. Je weet niet juist wat het is of wat zal gebeuren +maar je hart wordt zwaar van drukkend en nijpend wee en het +harmonische bewegen van den geest verzwindt in een chaos van +duister-woelende gedachten en onbestemde angsten. + +Dienzelfden avond, om 7 uur, overhandigde de duitsche gezant te +Brussel eene nota aan onze Regeering waarbij vrije doorgang +gevraagd werd voor het duitsche leger op ons grondgebied. Het +was de onvermijdelijke oorlog. + +Maar dat wisten wij toen nog niet, dien zachten schoonen avond, +den laatsten avond van den vrede. + + + + +II-De Oorlogsverklaring + + + +Ik reed 's anderdaags, 3 Augustus, als naar gewoonte naar +Antwerpen met den morgentrein. De stad was vol soldaten. De +Kipdorpvest werd door linietroepen afgesloten. Generaal Dufour, de +militaire gouverneur, had er zijn hoofdkwartier in de kazerne. + +Al voortstappende door de straten, ontmoette ik de trommelaars die +de burgerwachten opriepen en, op de hoeken, hier en daar, zag ik +menschen samenscholen om een wit plakkaat te lezen: Hollandsch +Limburg was, zoo gezegd, reeds bezet door de Duitschers en +Antwerpen werd in staat van beleg verklaard. "Staat van beleg!" Dat +klonk zoo akelig in de ooren. Wij gingen dan toch heelemaal +aan den dans komen. Overal reeds zag ik de shako's van de +burgerwachten opdagen. Voor het paleis van den koning op de Meir +stonden zij in gelid. De belgische driekleur woei boven den geveltop +met zijn bloemenslingers en vazen. Ja het was de oorlog en +wanneer ik terug trok, naar het station, kon ik met moeite de tranen +terugdringen die uit mijn oogen wilden breken. Ik was innerlijk +verlegen om mijne gevoeligheid. Wij moesten mee in de ontzaglijke +menschen-slachting. + +Wat te doen? Ik vond het voor mijn huisgenooten toch geruster in +de stad, binnen de vesten. Wij hadden toen nog onze illuzie's over +versterkte steden en maanden-lange belegeringen. + +Toen ik met den middagtrein, om een uur op den buiten kwam, +geraakte mijn gemoed weer eenigzins tot kalmte. Was het dan toch +wel oorlog? Wij zaten zoo rustig aan tafel bij het open raam. De +natuur was toch zoo schoon en zoo vreedzaam rondom ons. Geen +geluid dan het zacht geruisch der berken in de grasvlakte en het ver +en staag gemurmel van het dennenbosch. + +Waarom de menschen uit dien vrede weghalen en brengen in de +koorts en de opwinding der groote stad. Maar toch het moest, het +was beter, voorzichtiger, allen meenden 't zoo. Alles scheen toch +zoo verschrikkelijk snel te zullen toegaan. Wie kon vandaag weten +wat morgen zou gebeuren? Geen tijd mocht verloren. Alles werd +ingepakt. De tapijten werden opgerold, naar den zolder gesleurd en +geborgen onder de balken. Wij sloten de luiken. Ons lachend +zomerverblijf scheen in enkele oogenblikken een doodenhuis +geworden. + +Over den anders-zoo-rustigen steenweg, voor ons hof, zagen wij, +als in waanzinnige vlucht, auto's en rijtuigen van alle slag voorbij +snellen, volgeladen met kisten en pakken. De stad scheen voor +eenieder het zekere toevluchtsoord. Het vreedzame platte land +werd verlaten voor de ingebeelde zekerheid eener vesting. + +Ik kwam rond vijf uur in de stad terug. Op de Keizerlei waren er +groote samenscholingen van menschen. Men huilde en tierde voor +de duitsche koffiehuizen. Uithangborden vielen aan scherven, +blazoenen van duitsche maatschappijen werden neergehaald. + +De belgische vlaggen verschenen aan alle gevels. Het was nu +bekend geworden dat het groote duitsche rijk zijn ultimatum had +gezonden en den oorlog verklaarde aan het kleine en vreedzame +Belgie. Dienzelfden morgen om 7 uur was het antwoord onzer +regeering reeds overhandigd met de bevestiging dat elke aanslag +op ons recht van onschendbare natie door alle middelen zou +worden afgeweerd. + +Door de van-volk-krielende straten schreeuwden de krantventers +langs alle kanten oorlogsnieuws: De engelsche vloot bewoog +voorbij de Oosterschelde; het gerucht liep zelf dat zij de Schelde op +vaarde en dat de engelsche soldaten nog dienzelfden avond bij de +antwerpsche burgers zouden worden ingekwartierd. De russische +legers rukten op Koenigsberg af, maar de bezetting van hollandsch +Limburg was onwaar bevonden, de staat van beleg werd opgeheven... + +Ik verademde. Wij konden dan nog wat buiten blijven. Het was toch +zoo rustig ginder in de bosschen. Men hoorde er niets van al 't +gewoel hier en het schrikbarend nieuws. Zoo was mijn gevoelen +toen ik dien avond weer op ons landhuis kwam in de stilte der +natuur. + +Wij woonden er nog tot woensdag 5 Augustus. Doch het waren +droeve dagen. De luiken bleven dicht. De keuken en een klein +kamertje daarnaast alleen waren open nog en in gebruik. Wij zaten +er lijk landverhuizers met onze kisten en manden. De oorlog was +dan toch onwederroepelijk begonnen voor ons landje... De vrouwen +lazen toen reeds met verkropt gemoed en snikken in hare keel het +nieuws van het eerste belgisch bloed dat voor het vaderland +vloeide. Want in den nacht van 3 tot 4 Augustus waren de duitsche +troepen gewelddadig onze grens overgeschreden. Twaalf regimenten +ruiterij hadden het land van Herve overrompeld en de eerste botsing +gebeurde tegenover de vernielde Maasbrug van Vise. + +Maar wij waren fier over het nobele antwoord dat onze regeering op +het duitsche ultimatum had gegeven. De besluiten genomen in de +buitengewone Parlements-zitting van 4 Oogst, waar heel ons +Vorstenhuis aanwezig was, vervulde ons gemoed met nationale +trots en ons hart bonsde bij de proclamatie van den koning aan +het leger "Vlamingen denkt aan den Guldensporenslag! Walen +herinnert u de 600 Franchimontezen!" Dat klonk heroisch want wij +wisten dat onze jeugdige, vroeger zoo stille vorst, nu zelf naar de +grens trok om aan het hoofd van zijn leger den vadergrond te +verdedigen. + +Het was een grootsch en onvergetelijk ogenblik! Wij waren een land +en een volk dat vastberaden zijn stem had laten hooren in de +wereld en wij waren de eersten om den ontzaglijken strijd te +beginnen, waar niemand nog de afschuwelijkheid van vermoedde. +In de heerlijkste tijden onzer geschiedenis, wanneer de trotsche +gemeenten bloeiden en de belforten werden gebouwd, hingen wij +nog, door onze prinsen, van het Huis van Frankrijk, van het Huis +van Burgondie, van Spanje of Oostenrijk af en onze akkers waren +steeds de slagvelden geweest van voor ons vreemde belangen en +heerschzuchtigheden. + +Maar nu eindelijk hadden wij de kans om voor ons zelf te vechten. +Wij maakten geschiedenis, of beter gezegd, wij zetten nu eens voor +goed onze meest eigen geschiedenis voort, van de stammen die +vochten tegen Caesar tot de wevers en beenhouwers die streden +op den Groeninger kouter en de vrijschutters der brabantsche +omwenteling in de 18e eeuw. Wij werden een factor in de +wereldhistorie. En de Koning, die bij den aanvang van den +reusachtigen strijd de herinnnering opriep der oude gemeenten, die +stelde de poorten van 't Verleden wagenwijd open om den +onafgebroken stoet te wijzen van helden die vochten en stierven +voor dezen grond en waar de jeugd van nu haar plaats ging achter +nemen. Door zijn woorden had die Koning het heden met het +verleden verbonden. Hij was niet langer meer de afstammeling van +die kleine duitsche prinsen van het Huis van Saxen-Coburg-Gotha, +maar de rechtstreeksche erfgenaam der graven van Vlaanderen en +Namen, der hertogen van Brabant en Burgondie. Hij werd de vorst +van een eeuwenoud volk dat altijd voor zijn vrijheid gevochten had +en nooit ten onder was gegaan. + + + + +III-Bij De Burgerwacht + + + +Ik ging mij aanbieden hij de burgerwacht waarvan ik tot dan toe was +ontslagen geweest. Zij was belast met het bewaken der omheining +van Antwerpen. Ik aanzag het als een ernstige taak. Wij stonden +onder algemeen legerbevel. + +Het militarisme bestond niet in Belgie. Maar de militaire geest was er +levend, die geest die van elk burger een soldaat maakt die zijn +leven veil heeft voor het land. Hoe onbeholpen en nutteloos de +inrichting later ook mocht blijken, het was die militaire geest die de +burgerwachten van Antwerpen en elders gewetensvol hun plicht +deed doen. Het was die geest die in de eerste dagen van den +oorlog meer dan 30000 vrijwilligers deed opkomen uit alle streken. +Ik zag heele scharen van jonge mannen stoetsgewijs naar de +kazernen trekken onder de toejuichingen der bevolking. Iedereen +was blij het uniform en de wapens te dragen en zich zoo een lid van +de landsverdediging te weten in dezen grooten nood. + +Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de +vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik +voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik +herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren +bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. +De ransels werden losgegespt. Een tijd werd er nog gegekt en +geroepen maar weldra lagen al de lijven onder de dekens. In den +schijn van een enkel verouderd olielampje ging er soms een arm +omhoog of een jongen die luidop droomde verbrak de ronkende +stilte. + +Dienzelfden nacht werd ik, met een patroelje, naar het militaire +gasthuis gezonden, in de Maria-lei. Er was een trein van gekwetsten +verwacht, de eersten die daar aankwamen, en wij zouden voor de +poort de orde handhaven. + +Er stond een almoezenier in het portaal, een majoor-dokter deed de +berrie's gereed zetten en gaf vermaningen om kalm te blijven. Wij +gingen dan de eerste bloedige wrakken zien uit dezen geweldigen +oorlog, misschien van dat skadron lanciers, van het 2de regiment, +die te Plainevaux, ten zuiden van Luik, een heel regiment duitsche +ruiters hadden gechargeerd en aldus de drie-vierden hunner +manschappen in een ongelijken strijd verloren. Wij waren ontroerd. +Maar het bericht kwam dat de aangekondigde trein in een andere +richting was gezonden. Wij stonden daar doelloos, in eene +eenzame straat, waar het regende... + +Wij kregen verlof om in een wachtzaal van het gasthuis den morgen +af te wachten. Een dokter, die mij kende, nam mij mee in een der +groote slaapzalen, waar ik mij in volle uitrusting op een bed +neerstrekte. Ik sliep niet. Het was zoo vreemd in dat gasthuis te +liggen naast die ontelbare rijen lege beddekens en in den reuk van +iodoform die alles doortrok. Ik wist toen nog niet hoe ik later in mijn +ballingschap, zoovele lange lijdensweken zou doorgebracht hebben +in de droeve hospitalen van vreemde steden. Maar een geheim +voorgevoel beklemde mij. Ik kreeg een voorsmaak van de lichamelijke +miseres die mij te wachten stonden. Geluidloos kwam er nu en dan +door het halfduister een kloosterzuster voorbij. + +Wij hadden 24 uren dienst in de kazerne of op wacht en 12 uren +rust, dat wij naar huis mochten. Ik zou onder de wapens echter niet +veel uitrichten. Het was op wacht staan of op een bank aan de +stadspoorten zitten,--voor wie niet mee deed aan de gelagen in de +herbergen,--en 's avonds van den tweeden dag, in regiment, van +Berchem naar de kazerne stappen. + +Luid en blij zongen toen de wachten op marsch. Het scheen wel +een parade in 't begin, als zij hunne hooge zwarte vilten hoeden +droegen met de waaiende zwart-blauwe haneveren en hunne lange +blauwe mantels die links en rechts, hoeksgewijs, moesten worden +opgeknoopt om den gang niet te hinderen. Er hing als een +feestlucht over de stad: door alle straten het kleurgewemel der +waaiende vlaggen, de menschen alle dagen van de week in hun +zondagsche pak, kuierend of verteer makend in de volgepropte +koffiehuizen en terrassen alsof het kermis ware geweest. Engeland +was nu ook in den oorlog gekomen. Duitschland stond alleen tegen +half Europa. De overwinning aan onze zijde scheen onvermijdelijk +en in een nabije toekomst. De Franschen zegevierden reeds te +Altkirch en Mulhouse was ingenomen. De vlaggen onzer bondgenooten +werden geestdriftig begroet aan de gevels op onzen weg. Gehuil en +gefluit en geroep van "er aus" klonk voor de deuren der gekende +duitsche huizen. + +Wij aten op de groote koer der Sint Joris kazerne, ieder in zijn +hoekje, uit eene gamelle, gingen daarna slapen in de zwart-ijzeren +bedden, om dan weer 's nachts in de stad te patroeljeeren of hier of +daar een post te bezetten. + +Ik moet wel geen vechtersbloed in mijn aderen hebben, want +wanneer ik op wacht stond, op de vesten, droomden mijne oogen +over de pracht der velden en door de heilige rust der nachten of ik +keek naar de groote stad. Van af de hooge groene wallen gezien, +was zij zoo schoon met al hare torens en de groezeling der daken. +Ik keek er naar als naar iets dat misschien zou vergaan... + +Ik herinnner mij nog dit enkel incident uit mijn diensttijd. Men had +ons verwittigd dat er kans bestond dat dien nacht duitsche auto's +probeeren zouden de stad binnen te dringen, zooals er gedaan +geweest was te Luik door vijandelijke officieren die een aanslag +hadden beraamd op het leven van generaal Leman. Wij moesten +dus oppassen. Ik was dien avond van het corps de garde, in de +kazerne aan de Oude-Baan. Ik had wat gegeten en lag uitgestrekt, +in mijn kleeren, op de brits, tusschen mijn luidop ronkende +kameraden. Rond elf uur moest ik, voor twee uren, de wacht +betrekken. Ik kreeg mijn post buiten de poorten, op den berg der +genie-werken, waarover een aarde-weg loopt om langs het spoor +naar Mortsel te gaan. De nacht was schoon, zoo maanhelder dat de +sterren verbleekten. Het was zomer en zoel en zoo rustig alom. Het +deed wee aan het hart niet te kunnen genieten van de pracht der +dagen en te bedenken dat de kanonnen van Luik aan 't bulderen +waren en zoovele belgische jongens ginder in de maanlichte velden +roerloos neerlagen voor eeuwig. Achter mij strekte de donkere lijn +der verouderde wallen met, van afstand tot afstand de hooger +uitstekende mamelons tegen den rossen gloed der nachtelijke stad. +Voor mij en van op mijn hoogte zag ik de velden tot aan Luithagen, +tot aan Deurne. Het graan stond nog in maandels op de akkers. Het +waren lijk donkere tenten van een kamp die scherpe schaduwen +afteekenden in het maanlicht. De geur van het dorrend stroo en van +de warme aarde kwam met vlagen tot mij. Van tijd tot tijd reed door +de velden, in de richting van Brussel of Antwerpen, een lange +reizigerstrein en de lichtende ramen slingerden als een vuurlijn +voorbij. Ik stapte over en weer met mijn geweer op den schouder. +Traag gaan de uren voorbij in de nachtelijke eenzaamheid. Ik telde +de slagen der klok op den nabijgelegen toren van Berchem. +Eindelijk zag ik uit de donkere grot der stadspoort een patroelje, +klein in het maanlicht, verschijnen en toekomen om mij af te lossen. +Ik trok terug naar mijn corps-de-garde en strekte mij uit op de brits. +Ik lag maar nauwelijks neer toen ik, buiten, den korten knal van een +geweerschot vernam. Mijn maten hoorden het ook. Zouden dat die +duitsche auto 's zijn? Wij sprongen allen op, grepen naar onze +geweren, gespten onze bajonetten aan en liepen, onder geleide van +een serjant, naar de bres die in de wallen was aangebracht op den +mechelschen steenweg. Ik hoorde naast mij de geweren openen, +laden en met een knak weer toesluiten. Ik stak ook een kogel op het +mijne. Zou er waarlijk te schieten vallen? Wie zou er getroffen +worden van ons? Wij tuurden uit over de baan: niets te zien in het +licht der maan, de rust van den nacht. Dan plots komt over +den steenweg een man aangeloopen, zijn geweer omhoog. Wij +verkennen een burgerwacht. Buiten adem vertelt hij dat hij, op +wacht staande, twee mannen zag voorbij sluipen. Hij vroeg hun het +wachtwoord. Zij antwoordden niet. Hij vuurde, maar zij waren +verdwenen. Wij bleven nog een tijd op onze hoede, maar niets +kwam opdagen. De wacht trok weer terug. Het was mijn eenig +vechtincident, als ik het zoo mag noemen. Ik bleef talmen bij de +open bres en stapte over en weer tusschen Berchem-kerk en de +hooge groene wallen. De morgen zat reeds in het oosten. Vuurrood +begon de hemel te schemeren. Ik zag toen dat de mogelijke aanval +der duitsche auto's toch als ernstig was opgenomen, want in een +loopgraaf, door de bres, en achter een uitgestrektheid van +prikkeldraadversperringen, zaten soldaten van de linie-troepen +gereed achter een paar mitrailleuzen, de reesem blinkende kogels +op het kanon geschoven. Zij stonden nu ook op en wandelden met +hoog-toegeknoopte mantels in de kille klammigheid van den +wordenden dag. Wij begonnen te praten om den tijd door te krijgen. +Ik voelde mijn voeten verkillen in het nat van het gras der vesten. +Traag klonken de uren van den Berchemschen toren. Eindelijk +sloeg het klokke zes. Ik ging terug naar de kazerne. De gelederen +werden reeds gevormd om terug naar de stad te trekken voor den +rusttijd. Wij gingen weer 12 uur vrij af krijgen. Het was telkens een +genot terug thuis te zijn en mijn burgerpak te kunnen aantrekken. Ik +voelde mij niets geen soldaat. Ik verlangde een onmiddellijk-nuttiger +en daadrijker leven. De burgerwacht gaf dat niet. Het was eene +ontgoocheling. Hoe zou ik 't best naar mijn vermogens het +vaderland dienen? + + + + +IV-In De Celgevangenis + + + +Het was niet voorbeschikt dat ik lang onder de actieve wapens zou +blijven. Na een week werd ik door de militaire overheid aangezocht +om als duitsch vertaler bij den krijgsraad dienst te nemen. Het was +eentonig werk dat ik, dag aan dag verrichtte in de celgevangenis, +waar een substituut van den krijgsauditeur zetelde. + +Ik bedenk nu weer den eersten dag mijner bezigheden daar. Het +was te doen in een klein kamertje. Achter een tafel zaten de +substituut, een commandant der jagers, een luitenant der +gendarmerie, een griffier en ik. Door de open tralievensters zagen +wij de gewone gevangenen, in hun wit pak en op klompen, over en +weer wandelen, elk in zijn afgezonderd hofje. Over de stad klonken +de zwaar-bonzende doodsklokken der cathedraal voor de dood van +Paus Pius X. Wat had die heilige zachte man wel gedacht en gezeid +in zijn laatste uren over dezen oorlog? Ignis ardens had de profeet +van hem voorspeld, Religio depopulata was de roep voor zijn +opvolger. Wie dacht hieraan en hoe gingen de grootste gebeurtenissen +verloren in de algemeene ontreddering van de wereld! + +Alle duitschers die moesten worden uitgedreven, werden eerst in 't +gevang opgesloten om een verhoor te ondergaan. Waren zij +dienstplichtig, dan werden zij gevangen gehouden. Waren zij het +niet, lijk oude menschen vrouwen en kinderen, dan werden zij, na +verhoor, twee maal per dag, naar het station gebracht en per +speciale trein naar Holland gevoerd. + +Er deden zich natuurlijk vele ongelukkige gevallen voor: menschen +die nooit van een oorlog iets hadden vermoed en hun keizer +verwenschten; vrouwen met een sleep van kinderen die uit haar +huis en broodgewin werden weggetrokken en dikwijls, zonder een +cent, over de grenzen gezet. Wegens den overvloed der arrestaties +zaten zij soms dagen achtereen op een verhoor te wachten met +den doodschrik op het lijf. Een heel ongewettigde schrik, want nooit +werd er bij mijn weten een Duitscher veroordeeld. Maar hunne +houding deed mij gissen hoe brutaal en ongenadig de overheden +moesten toegaan in hun eigen land. Er waren van die arme +stakkers die, als zij binnen werden gebracht, voor ons al snikkende +op hunne knieen vielen en met biddende handen om genade +riepen, meenende dat zij hun doodvonnis gingen hooren. Ik heb +den angst voor den dood toen op vele aangezichten gelezen. Er +waren er die niet konden spreken en hun wee opkropten tot dat +hunne kaken begonnen te beven en de tranen in blinkende +druppels traag uit hun oogen rolden. God waarom moesten zoo +menschen tegenover elkander staan! Ik zie nog altijd dat klein, +bleek, phtisiek oostenrijker-joodje, dat werd aangehouden omdat +men in zijn valies suspecte papieren banden had gevonden met +vreemde teekens beschreven. De onwetende gendarmen dachten +aan telegramberichten. Maar het bleek een godsdienstig voorwerp +te zijn: hebreeuwsche verzen uit den Talmud, op parkamenten +reepels geschreven, die de Israelieten, tweemaal 's daags, in een +doosje, op het hoofd dragen. De sukkelaar kende enkel poolsch en +kon zich amper in het duitsch doen verstaan, maar snikkende en op +zijn knieen, voerde hij den joodschen ritus uit, om te bewijzen +waartoe die vreemde dingen dienden. Toen ik hem duidelijk maakte +dat hij niets te vreezen had en enkel zou worden over de grenzen +gezet--wat konden wij met dat menschen-wrak nog doen?--kuste +hij mijne handen en ik voelde zijne koude lippen en het nat van zijne +tranen op mijne vingers. + +Ik herinner mij ook nog twee slanke jonge vrouwtjes, die als +danseressen met een kunstemakers-wagen reisden. Zij waren uit +de omstreken van Hannover. Ik dacht aan de figuur, die in het +tweede deel van De Kleine Johannes voorkomt, en waar Johannes +op verliefd geraakte. Een van de twee droeg een kindje van enkele +maanden, een mager borelingske, dat zij liet zuigen aan haar klein +borstje, dat uitstak tusschen de plooien van haar kleurig rood-en- +groene kleed. De andere had, in een vuil beddelaken, al bijeen +gebonden wat zij kon redden en ging er letterlijk onder gebogen. +Zoo had ik ze zien binnen brengen in het gevang. Ik had er +medelijden mee en kon zorgen dat ze seffens in verhoor werden +genomen en nog dienzelfden dag, van allen angst verlost, op reis +mochten naar Holland. Ik zie nog altijd hare oogen die mij stil- +lachend dankten. + +Er waren in die dagen menschen die met politie of burgerwacht te +doen hadden omdat zij een zoogezegd duitsche hoed droegen, de +groene tint was zeer gevaarlijk. Op aanklacht van buren drongen +burgerwachten, met de bajonet op het geweer, huizen en kamers +binnen. Zij hielden huiszoeking of namen den vermoedelijken +verspieder in arrestatie. Er werd verteld van moffen in nonnekleeren +of met valsche baarden. Antwerpen voelde een echte haat tegen al +wat duitsch was, een haat sterker dan elders in het land, omdat de +vijand hier zoo hartelijk was onthaald geweest en zoo vrij zijn +gangen had mogen gaan. + +Er waren ook Belgen die onschuldig verdacht en gevangen zaten. +In die dagen heb ik begrepen wat de "terreur" moet geweest zijn +tijdens de fransche revolutie. De aanklacht van 't is gelijk wie, het +minste onschuldig teeken of een verkeerd uitgelegd woord waren +voldoende om iemand te doen aanhouden. Ik zou van mijn eigen +vrienden in 't gevang ontmoeten en helpen verlossen. Ik ken er een +die, uit zijn droefheid en zijn wrok, een stuk literatuur schreef in zijn +cel en het mij in dankbare herinnering bij zijn vrijstelling +overhandigde met nog vochtige oogen. + +Wij hadden soms oprecht beklagenswaardige gevallen te +onderzoeken: De forten van Luik vielen alle van 12 tot 17 Augustus +1914 maar om krijgsredenen, die ik hier onbesproken laat, bleef het +heeten dat zij nog altijd stand hielden en dat duurde zoo tot 24 +Augustus. Welnu de enkele soldaten, die nog uit die forten konden +ontsnappen, en in burgerkleeren, op lijfsgevaar, door de duitsche +linies geraakten, werden allen aangehouden, zoodra zij zich te +Antwerpen aanboden om terug in dienst te treden. Een heele tijd +hield men ze in 't gevang afgezonderd om hen te beletten het +gerucht van den val der forten te verspreiden. + +Wij namen ze een voor een in verhoor. Zoo wisten wij, uit +den eigen mond der verdedigers zelf, hoe eerst de forten van +Chaudfontaine, Evegnee, Barchon en Pontisse door de duitsche +kanonnen werden onder vuur genomen en hoe de aanvallers overal +met verschrikkelijke verliezen werden achteruit geslagen. Hoe daarna +het fort Boncelles het te verduren had en het belgisch leger daar +wijken moest voor de overmacht. Wij rilden op onze stoelen als wij +ze, in hunne eenvoudige boeren-of werkmanstaai, hoorden +verhalen van die 42 cm. bommen, die zij, uren aan elkaar, op en +rond de pantsertorens hunner forten hadden hooren donderen, hoe +zij geen adem meer konden halen in den stikkenden rook der +salpeterstoffen. Van de vluchtelingen uit het fort Loncin hoorden wij +hoe generaal Leman zich daar had teruggetrokken en het er nog +dagen uithield zonder eenige betrekking met de wereld; hoe +eindelijk het kruitmagazijn ontplofte en de stukken beton der +koepels en de bergen van aarde in de lucht sprongen lijk fonteinen, +met de wegvliegende stukken van menschenlichamen; hoe zij die +nog ontsnapten slechts, door duisternissen rook en vuur, en onder +het geklaag en geroep van onzichtbare gekwetsten en stervenden, +nog uit de puinen geraakten en den dag weer zagen. Het waren +helden, hunne oogleden waren nog zwart van kruit, er waren er met +verbrande handen en wij moesten ze afgezonderd houden in een +gevang, als zij smeekten om voort te mogen vechten. De aarzeling +der krijgsoverheid duurde gelukkiglijk niet langer en weldra kwam +het verlof om ze in vrijheid te stellen en ik zelf werd gelast hun +eenige vaderlandsche woorden toe te spreken om hun duidelijk te +maken dat zij niet voor een vergrijp maar wel uit voorzichtigheid in 't +gevang weerhouden waren geweest. Ik was toen reeds dienstdoende +griffier geworden bij den substituut van den krijgsauditeur. Ik zie +nog altijd, in mijne herinnering, die kloeke jongens: ze werden allen +bijeen gebracht in een groote zaal van 't gevang en na enkele +aanmoedigende woorden gingen zij blij en zonder morren hun post +vervoegen. + +Toen wij het gevang verlieten, dien avond, zei mij de jonge luitenant +der gendarmerie: + +--"Indien er inderdaad 42 cm. bommen gebruikt werden tegen Luik, +dan weerstaat geen enkel fort van Antwerpen." Wij dachten aan +het onvermijdelijke dat zou gebeuren. + + + + +V-Wat Wij Van Den Oorlog Vernamen + + + +De menschen leefden voort in hunne huizen en kamers in eene +schier-volledige onbewustheid. Wie dacht er ernstig binnen de +wallen van Antwerpen aan de groote ontschakeling van de wereld? +Het ergste wat er van den oorlog verwacht werd was een beleg der +stad, dat maanden, een jaar lang misschien kon duren. Maar ieder +meende genoegzaam voor proviand gezorgd te hebben om die +harde tijden met kalmte tegemoet te zien. Ondertusschen werd alles +in de huishoudingen wel vereenvoudigd en op spaarzaamheid +ingericht. De menschen werden ook gemeenzamer onder elkaar, +schenen te verbroederen, vergaten het onderscheid van klassen en +fortuin onder het dreigement dat als een donkere wolk nu over alle +hoofden hing. Maar de Engelschen, de Franschen, de Russen, de +Japanners, de Serbiers en de Montenegrijnen waren immers daar. +Het lot van Duitschland was toch beslist. En ons eigen leger dan? +Had het Duitschland niet geklopt onder de forten van Luik? Had de +vijand niet een wapenstilstand van 24 uren gevraagd om zijn +dooden te begraven? 25000 man, zoo ging de mare, liet hij op dat +eerste slagveld. Was de finantieele failliet van dat land niet +aanstaande? Ging de hongersnood er niet weldra langs de straten +huilen? Zou de revolutie den Keizer en heel zijn militaire caste niet +weldra omverwerpen? + +Wel moesten de burgers stilaan gewaar worden dat er iets aan 't +veranderen was. De haven lag stil en leeg van schepen. De straten +waren vol wandelende werkeloozen. Uitdeelingen van geld en goed +gebeurden aan armen en vrouwen van soldaten. Maar dat kon zoo +gerust een tijdje voortgaan. Het scheen al niet veel erger dan in tijd +van algemeene werkstaking. Waren wij ook niet in de vacantie- +maanden? In Oktober was alles misschien gedaan en voorbij en +kon het werk weer hernomen worden met nieuwen moed. Duitschland +zou gekneveld liggen achter den Rhijn en voor alle aangerichte +schade rijkelijk moeten betalen. + +Ik herinner mij nog de stemming van mijn eigen huis. Om den dienst +te vergemakkelijken zaten wij meestal in onze groote wit-steenen +keuken met het gele koperwerk en het blinkende pottengerij langs +de muren. Bij de maaltijden spraken wij over de uitlandige +huisgenooten en de verwanten in het bezette land. Tegen den wand +in het vensterlicht van den hof hadden wij landkaarten opgehangen: +de kaart van Europa met de oorlogvoerende staten, de kaart der +Rhijnprovincie. Wij volgden de bewegingen der Russen rond +Lemberg en Koenigsberg. Misleid door de al te optimistische +belgische dagbladen zagen wij ze in onzen geest al oprukken naar +Berlijn en dan keken wij naar de Rhijnprovincie hoe wij die bij Belgie +en Holland en Frankrijk gingen voegen. Hoe leuk zou het niet zijn, +toekomend jaar, met een belgisch abonnement, een reisje te doen +langs den Rhijn en er Rudesheimer te drinken alsof wij t' huis +waren... + +Die voorstellingen schijnen nu kinderachtig en belachelijk. Maar in +de eerste dagen van Augustus had de groote massa van ons volk +niet het minste benul van de vervaarlijke oorlogsmachine die +Duitschland op ons had afgezonden. De generale staf en de +overheden alleen wisten van het half millioen-sterke leger dat de +Maas was overgekomen en zich tegenover de Gethe in front had +gesteld. Het volk wist wat het las in zijn kranten: de wonderbare +weerstand van Luik en hoe de duitsche regimenten er letterlijk +werden neergemaaid, de weerstand op de Gethe met den slag van +Haelen, waar heele skadronnen duitsche dragonders sneuvelden +en de vijand wijken moest, dooden en gekwetsten op het slagveld +achterlatend. + +Doch dat waren in werkelijkheid slechts incidenten, ontmoetingen +van voorposten, heel ons legertje van 180.000 man en in +werkelijkheid misschien maar 120.000, zijnde enkel een voorpost +van de groote krijgsmachten van Frankrijk en Engeland die ons +tijdig hadden moeten ruggesteunen. + +De droeve waarheid was dat ons leger zich eerst achter de Gethe, +daarna achter de Dijle had moeten terugtrekken uit vrees van zijn +linkervleugel omsingeld te zien door aanzienlijke legermachten die +reeds op Aerschot en Diest dregen. De Franschen konden eerst op +18 Augustus de Maas-bruggen van Hastiere tot Namen bezetten en +het gros van hun 5de leger was toen nog maar in aantocht te +Philippeville. De Engelschen hadden maar juist Maubeuge bereikt. +Geen aansluiting dus met het belgisch leger. Maar daar gaven de +kranten geen uitleg over. Wij wisten alleen dat op 20 Augustus ons +leger blinnen de Antwerpsche vesting was samen getrokken en +dienzelfden dag Brussel door de Duitschers werd bezet. + +Toch werden de dagbladen met gretigheid gelezen in die dagen. Er +gebeurde zooveel om en rond den oorlog en dat mocht verteld +worden. Zoo vernamen wij achtereenvolgens de verschrikkelijke +wandaden der Duitschers in ons land: de moorderijen en de +brandstichting te Vise, de menschenslachtingen van Dinant +en Tamines, de verwoesting van Leuven en van de oude wereldberoemde +bibliotheek, het platleggen der gansche stad Dendermonde, de +aanslagen op het schoone Mechelen en den ouden Sint Romboutstoren. +De verslagen der belgische regeering over de verkrachting van +het volkenrecht--en die in de dagbladen verschenen--brachten +ons de veropenbaring van willekeurige terechtstellingen van +burgers te Aerschot, verkrachtingen van vrouwen en meisjes, +moordaanslagen op kinderen, grijsaards en geestelijken. Zoo +werd de oorlog van Duitschland tegen Belgie als een inval van +barbaren. Zoo ontstond in de menschen die waanzinnige schrik, +ondenkbaar in onze beschaafde eeuw, en die heele dorpen en +steden deed vluchten voor den vijand, als voor een aardbeving +of de voortstuwende lava van een vuurberg. + +Van de groote buitenlandsche episoden van den oorlog wisten de +menschen weinig of niets. De belgische dagbladen vertelden +vertelsels en, nu dat zij op zich zelf moesten teren, werden zij van +dag tot dag meer onbeduidend. Niets bepaalds werd vernomen van +de fransche en de engelsche nederlagen te Charleroi en te Mons, +niets van den val van Maubeuge en den zegevierenden inval der +duitsche legers in Frankrijk,--de verhuizing der fransche regeering +van Parijs naar Bordeaux was maar een voorzorgsmaatregel--niets +van het achteruitslaan der Russen in Oost-Pruisen door Hindenburg. +Wij teerden op den russischen stoomwals die op weg was naar Berlijn. + +Dat optimisme der kranten, die strenge censuur hadden misschien +hun nut. Kon de gansche waarheid wel gevoeglijk gezegd worden? +Zou zij geen paniek verwekt hebben? Kon het o. a. duidelijk worden +gemaakt aan de bevolking dat wij op 't oogenblik dat de duitsche +aanval zich voordeed, juist een periode van grondige militaire +verandering doormaakten? Dat eerst in 1918 de voorziene leger- +vergrooting tot 350.000 man zou worden bereikt? Dat het zwaar +geschut ons geheel en al ontbrak? Ik denk dat ons volk genoeg +gezond verstand en weerstandsvermogen rijk was om de volle +waarheid te kunnen verdragen. Maar de regeering oordeelde er +anders over en ons volk bleef onwetend. + +Ik die dagelijks, in den Kunstkring, de Times las en de hollandsche +kranten en ook door mijn functies wat vernam en wist, met +verschrikking, wat er gebeurde, ik kon mijn huisgenooten slechts +met moeite van de werkelijkheid overtuigen. + +De zegepraal aan de Marne, rond half September 1914, moest de +groote rustpoos brengen in de brutale overwinningen van de +Duitschers op het wester-front en deed weer eens groote doch +ijdele hoop opgaan voor ons land. Maar dan kwam weer het +hartverscheurende nieuws: de vernieling der cathedraal van Reims! +Het schoonste werk van menschenhanden op deze aarde! Waar +gingen wij toch heen? + +Met volharding en vertrouwen werd er gebeden in alle kerken. De +vlaggen der bondgenooten en de nationale driekleur hingen uit +boven de hoog-altaren. De tempels stroomden vol in dezen +grooten landsnood. De kanselredenaars lieten verschrikkelijke +vermaningen hooren, riepen Sodom en Gomorrha weer op en hoe +de verwoesting over die steden was gekomen omdat er geen 10 +rechtvaardigen gevonden waren. Leefden wij ook niet in zonden en +riepen die niet de bliksems van den hemel op onze stad? +Bijzondere gebeden werden gelezen tot lafenis van de zielen der +gesneuvelde soldaten. Het was aangrijpend. Een rilling liep door de +scharen der geloovigen, vele oogen weenden. In de Augustijnen +kerk, mijn eigen parochie, zag ik het volk staan tot op de straat. In +de vallende duisternis gloeide de open poort van het inwendig licht. +Ik hoorde het machtig gedreun van het orgel en de stemmen der +menschen die zongen de "Brabanconne". + + + + +VI-In En Om De Forten Van Antwerpen + + + +Het onderzoek van sommige krijgszaken vereischte reizen en +verplaatsingen van het auditoraat waar ik dan d. d. griffier was. Wij +bolden zoo in een auto heel de omgeving van Antwerpen af. + +Ik zag de omliggende forten der verouderde verdedigingslijn, +Merxem, Wijneghem, Borsbeeck, Oude-God, Wilrijk. Ik zag de +verwoesting die het belgisch leger voor de verdediging der stad +overal had aangericht. Ik kwam in die gewelfde wit-gekalkte +kazematten, langs donkere trappen en gangen, onder duistere +gewelven, waar wij commandanten en officieren vonden, met in +verschillende weken niet meer geschoren baarden, en die met +hunne soldaten nog alles in 't werk stelden om die verouderde +stellingen toch nog in staat van verweer te brengen. + +Ik bedacht toen hoe wij ze vroeger op onze wandelingen, naar het +Peersbosch of naar Schilde en s' Gravenwezel, ontmoetten. Het +waren oasissen van groen, verdoken achter hooge schoone +boomen, in de Lente bedolven onder het gele goud der +bremstruiken. Zij schenen nooit in een oorlog te zullen gebruikt +worden, zoo rustig en schilderachtig kwamen zij ons voor. Hun +uitzicht had iets tooverachtigs en romantisch. Nu was alles op +kilometers in het rond afgehakt en neergehaald. De prachtige +eeuwenoude dreven van beuken, eiken of olmen waren als in eene +reusachtige orkaan omgekomen en verdwenen. De stompels staken +uit ten allen kant, soms breed en rond als tafels en maakten het land +tot een gruwzame wildernis. Men kon zien van het eene fort naar het +andere. Zij schenen in de verte lijk kleine heuvels boven de effen vlakte, +waar de puinhoopen lagen der afgebroken huizen en nog hier en daar +een gebouw te smeulen stond of te branden en er een ander, in een +wolk van stof en vuur, door dynamiet in de lucht vloog. + +Overal in de vroeger rustig-schoone velden, in de verwoeste +bosschen en tuinen, waar eens lachende villa's stonden en +weelderige kasteelen, waren loopgrachten gegraven en, over +groote uitgestrektheden, pindraad-versperringen aangelegd. Er +werd verteld van heele velden die ondermijnd waren, van lege +tonnen met latjes en aarde gedekt waarin de aanvallers onverhoeds +moesten neertuimelen. De wegen waren afgesloten door hooge +wagens of dwarsgelegde boomen of takken en in ons vrij land kon +men nergens meer door, zonder het wachtwoord te kennen of +speciale papieren op zak te dragen. Overal dregen de schildwachten +met gevelde bajonet. + +Hoe meer de tijd vorderde zoo grooter werd het verlangen naar den +buiten, naar de open natuur. Het was de vrije wereld naast de +steeds strengere beknelling der belegerde vesting. Op een zondag +wilde ik nog eens met mijn huisgenooten naar ons landgoed te +Cappellenbosch. Maar 't was lastig en ongewoon. Wij moesten +onze plaats-bewijzen vragen aan 't winket tusschen twee +gendarmen. Een speciale pas met den zegel van den krijgs- +gouverneur was noodig om weg te mogen. De treinen reden maar +tot Cappellen, wij moesten een uur te voet naar Cappellenbosch. + +Het was een ellendige tocht door het oorlogsvernielingswerk. Door +de boomenweelde van een wijdsch en duister park was een spoor +aangelegd en een locomotief stond zwart en ontzaglijk, onder de +kruinen van reuze-beuken waardoor ruw een weg was gebaand. De +prachtige eiken-dreef, van Capellen tot aan het kruispunt van het +spoor op Holland, lag plat met al de bosschen en hoven links en +rechts van de baan. Over 50 jaar zou de jammer van den oorlog +nog in deze streek gevoeld worden. Want huizen kunnen nog na +korten tijd herbouwd, maar boomen behoeven meer dan een +menschenleven om boom te zijn in hunne volle pracht. Niet alleen +het geslacht van heden maar de toekomst zou lijden van deze +gruwelen en het lieve aanschijn van het land verminkt zien. Zoo +dacht ik toen... + +Over de eindelooze vlakten, die daar open lagen, zagen wij de +forten van Ertbrand, Brasschaet, Cappellen, Schooten, als groote +molshoopen boven het land, vol verkoolde stammen, smeulende +takkenbossen en prikkeldraadversperringen, waar vroeger +bosschen stonden of gras en wilde bloemen groeiden. Van afstand +tot afstand liepen weer de loopgraven door de velden. Op de +wegen waren er poorten van aardewerk, waarachter kanonnen en +mitrailleuses stonden in schietgaten. Overal wachtposten die de +papieren onderzochten, heel het geteisterde landschap vol +kappende, zagende en brandstokende soldaten. + +De onmiddellijke omgeving van ons goed was gespaard gebleven. +Daar bestond de oude twee-dubbele eikendreef nog, daar zagen wij +nog de ontzaglijke purpere en groene beuken in de diepten der +weiden en, langs de baan, die lage baksteenen en witgekalkte +huisjes, onder roode daken. De zomerwindjes fluisterden door de +blaren en deden het machtig landschap zinderen en bewegen van +een ingetogen leven. De vogels piepten. Een kwikstaartje liep voor +ons uit op de straatsteenen. Het was zoo heilig-rustig en eenzaam +alom. Het scheen hier zoo ver van alle verschrikking en geweld dat +men weer ging twijfelen aan de werkelijkheid van den oorlog. God +en 't was toch oorlog! + +Als wij de zwart-ijzeren poort met de gulden lansen van onzen hof +openden, kwamen wij in een paradijs van vrede, groen en bloemen. +Blauwen-hemel-spiegelend lag de groote vijver met zijn eilandje vol +zilveren berken en donkere masten. De bloemperken--steen-en +vuur-roode geraniums, goudgele escholzia 's, roze gele en oranje +begonia 's--lagen hier en daar verspreid in de grasvlakten. De +zware trossen der hortensia 's bewogen op den wind. Diep in den +hof op den achtergrond van het dennenbosch, lag het huis met het +witte portaal en de blauwe luiken onder het hoog rood-pannendak. +Wij waren als geesten die sprakeloos kwamen dolen rond een oord +van liefde en geluk, waar zij alle sinds lang zouden gestorven zijn +en dat hun niet meer toebehoorde... + +Het scheen mij een oogenblik alsof wij slaapwandelaars waren, +maar weldra geurde weer kook van eten door het huis, als op die +gezellige zondagen dat wij allen te samen waren en met vrienden +gouden samoswijn dronken, boven de trappen voor de groote +huisdeur, in de warme schaduw van den gevel. Vader en ik wij +plukten fruit in den groenselhof, heele korven appelen en perzikken. +Wij herinnerden ons hoe die boomen gebloeid hadden, wit en rozig +in de laatste lente, schooner dan jaren voorheen, in die lente die +nog niet wist van dezen gruwelijken najaarstijd. En de vruchten +waren zoo prachtig zoo ontelbaar dit laatste overvloedsjaar dat de +vele jaren van armoede en ellenden zou voorafgaan. + +Wij aten den noen in het licht-groen geschilderde kamertje naast de +keuken, bij het open raam. Er stonden nog bloemen op de tafel. Wij +dronken koffie en rookten onze cigaren. Wij liepen in den namiddag +nog een laatsten keer door die smalle kronkelende wegen, vol +ritselende mastspelden, door de wegen die wij met ons eigen +handen door het bosch hadden aangelegd met hunne schoon- +buigende lijnen om de aardigste plekken en de mooiste boomen te +ontmoeten. Het was de laatste wandeling die wij er zouden doen. + +Wij hadden groote pakken bij, als wij terug naar de stad trokken. +Een mensch wil altijd alles redden en meedragen wat bij zijn leven +zoo lang reeds behoort. Op een wandeling te voet van ons huis tot +Cappellen waren dat lastige "impedimenta", maar wij schrikten er +niet voor terug en elk droeg gaarne zijn last. De trein die uit +Cappellen vertrok, moest stoppen bij de vesten, aan eene halte, +speciaal daarvoor aangelegd. Soldaten sprongen met de bajonet op +het geweer in de compartimenten en onderzochten papieren en +pakken der reizigers. Het was voor mij eene echt-russische +impressie. + + + + +VII-De Zeppelin + + + +De dagen van geweld en verschrikking moesten nog komen. +Worden ze niet dikwijls voorafgegaan van een schijnbare rust, als +ware het om ons de tegenstelling des te bitterder te doen voelen. +Zoo was het althans voor mij. + +Dien zondag 23 Augustus was een rustige dag geweest. Ik was in +mijn werkkamer gaan zitten na het avondeten. Ik vernam van uit de +keuken hoe mijn huisgenooten luidop hun avondgebed lazen. Kort +daarna hoorde ik hunne voeten door den gang en over den +marmeren trap naar boven sleffen. Ik las de Histoire de Belgique +van Pirenne. In den huidigen landsnood scheen het nog 't best ons +te verdiepen in 't geen wij vroeger geweest waren. Ik voelde ons +land verzwakken en als in stervensgevaar en ik gaf mij de illuzie het +uur onzer dood te vertragen door een terugkeer naar het verleden. + +Maar ik voelde de rust van ons groot slapend huis weldra op mij +wegen als een levende aanwezigheid. Het ging niet meer om te +lezen en ik zag stil-mijmerend mijn kamer rond. Het elektrische licht +viel, gedempt, van uit den dof-kristallen bol aan de licht-gele +zoldering. Ik zag de wijn-roode gordijnen toegeschoven, in breede, +alle gerucht-smoorende plooien, hangen voor de ramen. De rood- +mahonie-houten meubels en bibliotheken droegen hier en daar gele +glimmende licht-vegen. Op het donker-groene behangselpapier der +wanden hingen mijne kunstplaten, teekeningen en schilderijtjes +in hunne stemmige kaders. Nevens de deur blonk mijne oud- +grieksche icone als een massieve gouden plaat. Ik keek naar de +mooi-gebonden ruggen mijner boeken in groen, bruin, blauw rood +leder of wit pergament met hier en daar wat dof verguldsel. Ik moest +opstaan om ze te gaan betasten tot op de hoogste planken met +mijn bleekwordende vingers. Ik begon te snuisteren in mijn +bibliotheek en ontdekte boeken die ik sinds lang vergeten was en +die mij weer aantrokken om het genot dat ik er vroeger aan +beleefde. Moe van staan en lezen wilde ik weer gaan zitten. Mijn +oogen vielen toe. Het zou maar best zijn te gaan slapen. Ik +droomde dien nacht en zag in mijn huis een samenkomst van alle +rassen, een verwarde vergadering van Chinezen en Kozakken, van +Turken en Hindoes, van negers en blanken... Uit de duizeling +waarin ik verkeerde schoot ik plotseling als met een schok wakker. + +Ik hoorde een groot gerommel als van donder en dacht aan een +onweder. Maar weer daverde een geweldige slag. De oorlog kwam +terug voor mijn geest. De stad werd zeker onverwacht beschoten. +Ik ging zien aan het venster maar eene ontzettende ontploffing +kraakte zoo nabij in de stad dat de ruiten rammelden en ik +werktuiglijk achteruitsprong voor 't geweld. Ik kleedde mij aan en +liep naar de kamer mijner ouders. Mijn zuster kwam ook uit haar +deur daarover in haar witte nacht-japon. Ik zag bij het aarzelende +licht van een nachtpitje, vader en moeder overeind zitten, te midden +der wit-grauwe frommeling der beddelakens. Hunne bleeke en door +den slaap nog verouderde en doorrimpelde gezichten keken +verdwaasd en verschrikt. + +--"Het is de beschieting!" + +--"Het zijn misschien maar signalen of proefschoten." + +--"Laat ons bidden" zei iemand en ik hoorde paternoster-beiers +tegen elkaar rollen in een hand. + +Ik liep naar boven om uit de hoogste vensters over de stad te zien. +Ik hoorde toen heel duidelijk het geronk van schroeven, hoog ievers +in de lucht, maar zag niets. Het werd mij duidelijk nu dat het een +Zeppelin was. + +Herhaaldelijk daverden er nog ontploffingen over de stad, maar +steeds op verder en verder afstand. Telkens gingen er als +bliksemschichten door de lucht. Het waren de losbarstingen van +bommen die het moordschip uitwierp. Ik hoorde een gekletter van +ruitscherven en enkele geweer knallen, van burgerwachten, +waarschijnlijk, die vruchteloos op den Zeppelin vuurden. + +Toen werd weer alles stil. Ik zag O.L.V. toren hoog boven de +groene-en-mauve omschemerde huizen uitsteken als een omdoezelde +silhouette. De beiaard "rammelde" en het klonk drie uur in den +vaaglichtenden dag. In de straat beneden gingen deuren en vensters +open, menschen riepen rap en angstig tegen elkaar of liepen in de +richting der ontploffingen. Wij gingen weer slapen. + +'s Morgens na het ontbijt trok ik uit de vernieling zien in de stad. Er +was een ongemeene drukte in de straten. Negen of tien bommen +waren er geworpen. Twee dicht bij mijn huis, waarvan een in de +Schermersstraat, waar twee dienstmeisjes in haar bed werden +gedood, en een, juist achter mijn hofje, op het Sint Elisabeths +gasthuis. In de Twaalfmaanden straat was eene woning tot op den +grond ineen gestort. Op de Stadswaag, in de Lozana en de Justicie +straat waren groote kuilen in de kasseien, vensters en deuren aan +spaanders, diepe putten in de gevels en de arduinboorden. 10 +menschen waren gedood en meer dan 40 gekwetst, allen non- +combattanten. In een huis werd eene vrouw gevonden die letterlijk +was gepulveriseerd. Een andere die uit haar venster leunde werd +het hoofd afgeslagen zoo dat de bloedstraal als een fontein naar +beneden spoot. + +Naar de plaatsen te oordeelen, waar de projectielen gevallen +waren, kon men gissen wat het eigenlijke doelwit geweest was van +de laffe aanranders, en de bladen vernoemden de Minerva-fabriek +te Berchem, de Nationale bank, het Sint Elisabeths gasthuis, het +koninklijk Paleis en de Falcon kazerne. Vooral de aanslag op het +Paleis verwekte een algemeen afgrijzen. Onze Vorsten verbleven +daar, onze dappere Koning, onze teere en geliefde Koningin, de +jonge Prinsjes, en het beeldschoone prinsesje Marie-Jose. Het was +afschuwelijk te bedenken dat Duitschland kalm een aanslag op hun +leven had beraamd en ons met een keer van heel ons vorstenhuis +had kunnen berooven. Ook ging Koningin Elisabeth dadelijk, als +eene bezorgde moeder, hare kinderen naar Engeland in veiligheid +brengen, om daarna weer kalm en onverstoorbaar, hare plaats +naast den Koning in te nemen. + +De verbeelding van het volk was zeer getroffen geweest door het +ongewoone en afschuwelijke van den aanslag zoo dat er een +buitengewoone verscheidenheid van folkoristische prenten en +kleurdrukken aan 't licht kwamen, waar de verraderlijke vaart van +het luchtschip op afgebeeld stond boven de nachtelijke stad, terwijl +de vallende bommen, met vuurspattend geweld, op de pleinen en in +de straten openkraakten. + +De menschen in hunne huizen verzonnen allerlei verdedigings- +middelen tegen een mogelijken tweeden aanslag en richtten hunne +kelders in tot een zeker toevluchtsoord. De bovenverdiepingen +werden voortaan als hoogst gevaarlijk beschouwd. Van hoogerhand +werden dringend maatregelen genomen om het gevaar te keer te +gaan. + +Sedert dien Zeppelin-aanslag leefden wij 's nachts te Antwerpen in +de volledigste duisternis. Om acht uur moest alles gesloten zijn en +werd alle tramverkeer geschorst. Nergens mocht uit de vensters der +huizes een spleetje licht meer komen of er werd gescheld door +politie-agenten of patroeljeerende burgerwachten. De straten en +pleinen waren niet meer te herkennen in de donkerte. Ik ging elken +avond uit om het fantastische schouwspel te genieten van die +nachtelijke stad. Het was een middeleeuwsch vizioen. + +Ik herinner mij nog het vreemde, benauwelijke van dien eersten +nacht. Ik stapte over het Groen Kerkhof, het geleek met zijn +boomen een donker bosch waarvan het eind niet was te ontwaren. +De straten rond de hoofdkerk waren donkere holen en putten +waarboven, over de huizen de hemel vaag schemerde. Het motregende +een weinig. De vlaggen die nog te treuren hingen aan de gevels +hadden geen kleur meer. Het waren donkere voolen die zwaar sloegen +van het nat tegen de ruiten. De Sint Jacobstoren stond ginder als +een groote inktzwarte burg met op zijn top een wanhopig- +slaande-zwart-uitziende vlag, als een dood-signaal. Van uit de +verre donkere diepte van de Meir kwamen toen twee groote +gloeiende bollen aangereden van een auto. De stralenbundels +gleden verblindend over de kasseien en bespatteden de huisgevels +die een oogenblik opdoken uit de duisternissen, als waren zij van +rood en geel glimmend marmer. Door de zwarte lucht boven de +stad gingen de blauw-zilverige stralen der zoeklichten, lange +schitterende strepen, die soms een wijle onbeweeglijk op den hemel +geschreven stonden, soms grootsch en traag bewogen en een +wolkje gingen beschijnen of plots, lijk balken lichts, wegvielen achter +de huizen in den zwarter wordenden nacht. + +Wanneer het nog zoel weer was, zaten de menschen in de arme +buurten op banken en stoelen aan de deuren. Zij waren niet +zichtbaar in de duisternis maar in 't voorbijgaan hoorde men het +stemgeruisch. Het roode vonken van een pijp, het vlammetje van +een aangestreken lucifer deed soms de gezichten opleven uit de +donkerte. Voorbijgangers liepen je op het lijf zonder dat je ze had +zien aankomen. + +De lieden meenden voortaan alle soort vreemde en geheime +dingen in het zwarte zwerk te zien. Groepjes keken met aandacht +naar een groote ster, beweerden dat zij traag bewoog en zeker het +lichtje moest zijn van een vijandelijk vliegenier of van een +luchtschip. + +Met het wassen van de maan werd de stad eene betoovering. Het +maanlicht lag lijk sneeuw tusschen de links en rechts donker- +opbonkende gevels. De huizen in de schaduwkanten vlokten bijeen +tot groote gevaarten, vreemde silhoutten van burgten en +cathedralen, op den gloor van den hemel. De O.L.V. toren, maan- +beschenen, leek als van oud-zilver en zijn lange schaduw viel zwart +over de daken, over de steenen der Groote Markt, tot op den +roosachtigen gevel van het stadhuis. + +De beiaard zong niet meer. + + + + +VIII-De Verspieder + + + +Wij zouden dien namiddag, 26 Augustus, per militaire auto, naar +Puers rijden, dicht tegen de vuurlijn. Het ging om het onderzoek +eener vespiedingszaak. Een duitsch soldaat werd in burgerkleeren +aangehouden te Buggenhout bij Puers. Hij beweerde dat hij niet +langer meer tegen de Belgen wilde vechten, dat hij bij zijne +aankomst te Brussel den 20en Augustus gedeserteerd was, +burgerkleeren had gekocht en te voet het land was ingegaan tot hij +te Buggenhout werd aangehouden. De militaire overheid nam die +verklaring niet aan. Het bleek inderdaad dat nabij Buggenhout het +belgisch leger in een valstrik was gelokt en vele manschappen door +een troep uhlanen werden gedood. Onze man werd verdacht de +hand in dat spel te hebben. + +Ik geloofde aan zijn onschuld. Ik had hem op last van den krijgs- +auditeur in het gevang te Antwerpen ondervraagd. Hij antwoordde +op alles heel rechtzinnig. Ik kon maar al te best begrijpen dat er +onder de Duitschers menschen moesten zijn die er genoeg van +hadden. Op eene vraag van mij: "haben sie ihre aeltern noch?" +kwam het "ja wohl" maar nauwelijks uit zijne kroppende keel en +twee dikke tranen sprongen lijk vanzelf uit zijne oogen. Ik zag zijn +angst voor den dood en hoe een woord over zijn huis al zijn +onderdrukten weemoed deed los komen. Vader, moeder, die waren +zoo ver en konden hem niet meer helpen in dezen nood. + +De krijgsauditeur had ons belast nauwkeurig onderzoek te doen ter +plaatse en werden zijne vermoedens door de getuigenissen +bevestigd dan zou de verdachte morgen voor den kop worden +geschoten. Wij reden met onze auto naar Puers: de substituut, een +commandant-assesseur en ik als griffier. Wij waren alle in uniform +en gewapend, de chauffeur had zijn geweer, want zoo dicht bij den +vijand moesten wij op mogelijke hinderlagen berekend zijn. + +Wij trokken den Rupel over, langs een houten brug, door de genie +daar geslagen. Op den anderen oever zagen wij, over eene +onafzienbare lengte, den sleep van amunitie-wagens en kanonnen +van het aftrekkend belgisch leger dat te Sempst, Weerde en +Eppeghem gevochten had. + +In het vlakke landschap langs de rivier scheen het als een schilderij +uit den tijd van Napoleon: De kanonniers op hunne schuddende +stukken droegen zwarte colback's met koper-belegde stormbanden +en roode koorden. Een skadron lanciers kwam aangereden, blauw +en geel met hoog-opgestoken lansen en waaiende penoenen. Hoog +op hunne paarden zaten gendarmen met de monumentale beremutsen +der grenadiers van de oude garde. Ginder in de verte schetterden +de wijnroode broeken en groene tunieken van gidsen. + +Het viel mij toen op dat ons leger misschien nog het eenige was ter +wereld waar de oorlog de heroische beteekenis behouden had van +schoone gevechten in schitterende uniformen naast het aardkleurige +en machinale van den duitschen krijg. + +Op 24 Augustus had onze generale staf bericht gekregen van +geweldige gevechten die tusschen het fransch-engelsche leger en +de Duitschers op de Samber en in de richting van Mons geleverd +werden. Het scheen het gunstig oogenblik om een uitval te wagen +tegen het duitsch observatieleger dat voor Antwerpen lag. Die uitval +geschiedde op 25 en 26 Oogst. De Belgen heroverden Hofstade en +de bosschen van Schiplaeken alsook Sempst, Weerde en Eppeghem. +Doch, na afloop der veldslagen aan de Samber, kon deze aanval +niet meer worden voortgezet en nu zagen wij de troepen die er aan +deel namen terug in het versterkte kamp komen. Wij geraakten met +moeite door het getrappel der paarden, het gehots der wielen, tot in Puers. + +Wij zetelden op het vredegerecht en lieten daar de getuigen voor +ons verschijnen. Ik bedacht dat de woorden die ik ging opteekenen +over het leven van een mensch zouden beslissen. Indische +spreuken kwamen mij te binnen: "Hij die den stok droeg waarmee +een man werd geslagen is schuldig aan moord. Hij die den stift hield +bij het neerschrijven van een onrechtvaardig vonnis is schuldig +aan moord." Door de open ramen hoorden wij aanhoudend het +getrappel der paarden, het gebons der kanonnen op de kasseien +het gedreun der voetzolen van het aftrekkend leger. Het was +halfdonker geworden in de zaal. Door het lawaai konden wij +nauwelijks de getuigen verstaan. Ik teekende alles stipt op en +voelde me gelukkig geen enkel bewijs tegen den man te vinden. + +Ik dacht er later dikwijls op na hoe nauwlettend en eerlijk wij het +strafrecht toepasten op den vijand, terzelfder stonde dat onze eigen +weerlooze en onschuldige landgenooten, mannen, vrouwen en +kinderen, zonder een schijn van onderzoek veroordeeld werden en +laffelijk vermoord, nadat zij dikwijls hun eigen graf hadden moeten +delven. + +Wij reden terug naar de stad in onze auto. In de schemering zagen +wij de laatste munitie-wagens van het aftrekkende leger. De +uniformen der ruiters die de karren voerden waren bijna niet meer te +herkennen. Lanciers droegen shako's van jagers, jagers mutsen +van kanonniers, alle wapens en alle drachten waren gemengd. De +infanteristen in hunne donker-blauw-bestoven mantels schenen +dood-moe. Velen hadden hunne rood-afgeboorde ronde mutsjes +van eene groene klep voorzien tegen zon en regen. In den avond +schenen zij als zoovele ooglijders of blinden die voortstrompelden +langs de baan. De caissons en de kanonnen waren nog behangen +met groene takken en stroo om ze voor vijandelijke vliegeniers +onkennelijk te maken. Mitrailleuses werden door honden getrokken +wien de tong van draven uit den muil hing. Achter de laatste karren +liepen jonge priesters met bestoven togen, minderbroeders op +bloote voeten in sandalen, die dienst deden als brancardiers, den +witten band met het roode kruis rond den arm. + +Aan de brug over den Rupel en in de richting van Boom zagen wij +nog en weer, aftrekkende troepen. Wij moesten telkens wachten +om door de verwarring van paarden, wagens en voetvolk te komen. +In de weiden langs den weg lagen de eerste kudden van vluchtelingen, +arme menschen met pak en zak uit have en goed verjaagd. + +Want de Duitschers, razend om den uitval der Belgen, hadden de +wreedste baldadigheden, brandstichting en moord, in de terugbezette +dorpen bedreven. + +In de straten van Boom stonden onafzienbare rijen van auto's, door +het leger gerekwireerd. Het waren alle private rijtuigen die vroeger +mooie dames en heeren in soiree-kleeren naar de schouwburgen +voerden en nu, bestoven, vuil, onkennelijk daar stonden, volgeduwd +met zakken meel, brooden of oorlogsgetuig. + +Wat er met onzen verspieder verder gebeurd is weet ik niet, maar +ter dood veroordeeld werd hij zeker niet. Hij zal wel met de andere +verdachten en krijgsgevangenen, na den val van Antwerpen, naar +Engeland zijn overgebracht. Hoe dikwijls zijn wij zoo van verre +tochten tegen den avond terug de stad ingereden, die stad waar het +begon te woelen en te gisten van heel het leven van het land dat er +nu was samengetrokken. Wanneer ik toen de torens, van ver in de +velden, zag uitsteken boven de wallen en de huizen, tegen een +rooden zonsondergang, dacht ik altijd aan het tragisch einde dat +eens zou komen. Sint Jans toren van Borgerhout, Sint Jacobstoren, +O. L. V. toren, in onze bliksemsnelle vaart door de van-volk-krielende +straten volgden zij elkaar op. De belgische driekleur woei als +wanhopig op hunne toppen. Hoe lang nog? + + + + +IX-In De Ambulances + + + +Overal in de stad waren de ambulances. Wie over de Meir stapte +zag boven den hoogen achterbouw van het Sint Jan Berchmans +college de witte vlag waaien met het roode kruis. Telkens +ondervond ik dezelfde huivering, wanneer dat bloedig teeken van +den oorlog mij opviel in die wijde hemelruimte daar boven de +huizen. Vele scholen waren in hospitaal herschapen en het bleef +een verrassend gezicht, dat aller oogen trok, de witte kappen der +ziekediensters voor de vensters te zien bewegen of de reeds +herstellende soldaten met wit omwonden kwetsuren en moe gelaat +op het leven van de straat te zien turen. Boven de feestzaal van +den Dierentuin woei ook de roode kruis-vlag en het gaf een weeke +stemming tusschen de stammen der tanende najaarsboomen de +genezenden te zien liggen in hunne leunstoelen op het ruime +luchtige terras langs den hof. Het engelsche hospitaal was in een +meisjesschool der Leopoldslei en het amerikaansche in het +zomerlokaal der Harmonie. Altijd was er drukte om die gebouwen +en wanneer de gekwetsten in snelle grijze auto's werden +aangevoerd drumden de voorbijgangers met bezorgde gezichten +samen om ze op de berrie's te zien uitdragen en binnenvoeren. + +Vele private hospitalen waren er ook in de stad. Kringen en +maatschappijen die hunne lokalen bereidwillig hadden afgestaan en +de verzorging bekostigden. Sommige rijke burgershuizen hielden +zieken en de roode-kruis vlag stak er uit aan den gevel. + +In het lokaal der sociale werken, in mijn eigen straat, had ik alles +van 't begin af zien in gereedheid brengen: de groote zaal met +de beddekens, de kamer met de verbanden, de apotheek, de +voorraadkamer voor kleedingstukken, de keuken. Alles was netjes +in orde. De geburen hadden geholpen in het bijbrengen van al wat +ontbrak. De ziekendienst werd er waargenomen door de meest- +offervaardige jonge vrouwen. Ik zelf had mijn hulp aangeboden in +geval die mocht vereischt worden. Zoo werd ik eens in den nacht +van 13 September opgescheld. Een onverwacht groot aantal +gekwetsten was in aantocht. + +Op 9 September was inderdaad een nieuwe uitval der antwerpsche +bezetting bevolen geweest. De slag aan de Marne was toen aan +gang. Het duitsche observatie-leger werd merkelijk verminderd om +den duitschen aftocht te versterken en tot staan te brengen. De +Belgen hadden aldus Aerschot heroverd, een peloton jagers +geraakten zelfs tot in Leuven, de ijzeren weg van Mechelen op +Leuven was een oogenblik opnieuw in onze handen en de vijand +werd zelfs tot in Brussel verontrust. Doch wanneer het groot gevaar +in Frankrijk geweken was, riepen de Duitschers hun leger terug en +eene razende tegenaanval begon op 12 September en sloeg onze +troepen terug te Rotselaer en Wezemael en drong op 13 September +ons leger weer binnen het antwerpsche kamp. Wij kregen nu de +talrijke gekwetsten uit die dagen. De gewone ziekediensters +konden ze niet alle tijdig genoeg bezorgen en hadden hulp gevraagd. + +Ik was dadelijk buiten. In de nachtelijke straat, zonder een lantaarn, +was alleen het licht uit de ruiten van opgeeischte tramwagens die +behoedzaam reden met de gekwetsten. Op berrie's werden zij nu +reeds de open poort der ambulance binnengedragen. + +Links en rechts, overal in de zaal lagen zij neer op den grond, +wachtend om op een bed gedragen te worden. Nog altijd werden +nieuwe gewonden aangebracht. Hun soldatenpak was gehavend, +beslijkt en gescheurd. Zij roken naar regen, zweet en bloed. Er +waren er die bewustloos lagen met toee oogen en vale gezichten. +Anderen kloegen zachtkreunend hunne pijn. Verpleegsters gingen +rond om de dorstigen te laven. Ik stapte door die neergestrekte +menschen-wrakken en een dokter belastte mij het voorloopig +verband aan enkele reeds in-hun-bed-rustende soldaten af te +nemen. + +Het eerste wat ik onder handen kreeg was een doorschoten been. +Het lag in een stuk geplooid blik met hooi errond en windels. + +Naar mate ik het verband loswikkelde onder het zacht-gekreun van +den gekweste, kwam de flauwe geur van bloed mij in den neus. De +doktor volgde achter mij voor de zuivering en het nieuw verband. Ik +ging tot het volgende bed over. Er lag een klein soldaatje van de +jongste klas. Hij had zijn linker bil omwonden. Voorzichtig ontwond +ik de bloeddoordrenkte doeken. Een krater van rauw rood vleesch +kwam te voorschijn in het blank-schoone jeugdige lichaam. Een +shrapnel-stuk had de vleeschen afgrijselijk verwoest. De wonde +begon nu weer te sijpelen in traag loopende bloedstrepen... + +Het was een algemeene beweging door de zaal van dragers die de +berrie's nederplaatsten, van verpleegsters die de gekneusde +lichamen ontkleedden en in de beddekens hielpen, van dokters die +den eene na den andere alle gekwetsten nazagen en bevelen +gaven voor verzuivering en verband. Het was hartverscheurend die +stukken menschheid daar in gekreun en geklaag te zien liggen, die +beeldschoone blanke lichamen hopeloos doorkorven en verminkt. + +Ik bleef er voortdurend belang in stellen en af en toe bezocht ik de +zieken die ik geholpen had. Zij herkenden mij. Het was een blijheid +te zien hoe gelukkig en met verhelderde oogen zij uitkeken van hun +bed naar de deur, mij te gemoet op het verwacht bezoek. Zij +vertelden dan van hun leven vroeger in den goeden tijd van vrede, +van hunne hoop dat het weldra ging gedaan zijn en zij toch niet +meer terug zouden moeten in het vuur. Hunne witte zwakke handen +zochten naar eene foto van vrouw of kind op het tafeltje waar zij +zorgzaam sigaretten en wat sneukelgoed geborgen hielden. Het +was een vreugde ook ze te zien beteren en de zaal uit sukkelen tot +op de koer, slepend soms op krukken maar blij van weer op te zijn +of een kort wandelingsken in de stad te mogen doen. + +Er was een luitenant onder de gekwetsten die mij bijzonderheden +vertelde over den slag die van Aerschot tot aan Vilvoorden gewoed +had langs het kanaal van Leuven en den ijzeren weg naar Brussel. +Hij lag met zijne mannen in eene gracht langs de straat, in 't zicht +van Weerde, dat zij moesten veroveren. De belgische kanonnen +hadden uren aan elkaar een moordend vuur gericht op het dorp. +Zonder ophouden ging het geknetter en geronk van geweren en +mitrailleuses. In den namiddag, rond vijf uur, zwegen de duitsche +stukken en werd een algemeene aanval bevolen. "Ik floot op mijne +mannen" zoo verhaalde de luitenant, "wij sprongen uit onze +schuilplaats en, met jubelkreten, stormden wij vooruit over velden, +hagen grachten en bareelen. Wij waren bijna tot aan de eerste +huizen van Weerde gekomen, toen de duitsche kanonnen, opnieuw +begonnen te schieten. Het was een list geweest. Heel mijne +kompagnie werd letterlijk neergemaaid, ik zelf kreeg een kogel in +mijn been en tuimelde neer. Met enkele mijner soldaten, gekwetst +als ik, kon ik mij nog voortslepen naar de plaats van waar wij +vertrokken waren." Zoo vernam ik in dat hospitaal bijzonderheden +die niet te lezen stonden in de bladen. + +Ik kwam er ook soms laat in den avond na mijn werkzaamheden in +het gevang. Half duister was de zaal met hier en daar een +nachtlichtje en rustig van gelijkmatig zacht geronk. Soms een die de +koorts nog wakker hield en die de waakster voor den nacht met +stille fluisterstem trachtte te sussen. + + + + +X-De Zelfmoord + + + +Met de nieuwe maan was de duisternis weer volledig 's nachts in de +stad. Beangstigend werd dan de aanblik van de straten. Alles kreeg +andere aspecten. Het was om te verdolen in dien inktzwarten nacht. +Het leek een doode stad uit verre tijden waarover een vloek zou zijn +gevallen. + +En toch leefden daar voort achter al die donkere gevels die +duizenden van menschen als eene onhoorbare groezeling van +larven. Het scheen mij altijd of er iets gruwelijks ging gebeuren +achter die als met-rouw-behangen hooge muren, in die kuilen en +grotten en kelders die de straten en de pleinen waren. Het was als +eene Edgard-Poeachtige creatie, eene fantastische droomstad, in +zijne waanzinnige verbeeelding als kader uitgedacht voor een +moord of het plotselinge ontdekken van een geraamte of een lijk... + +En de rust en de stilte van die stad, zij deed de werkelijkheid van +den oorlog vergeten. De schijnen van zoeklichten op de donkere +lucht waren als de onwerkelijke fosforesceerende gewaden van +witte schimmen die het duistere zwerk bevolkten. Het ver en dof +gedommel dat soms werd vernomen was als het staag geronk van +den nacht zelf. Het werd een zinnelooze waan. + +Om het bitter-zoete van dien waan, om het huiverig-aantrekkelijke +van akelige mogelijkheden, ging ik elken avond weer uit met een +vaag vermoeden van het onvermijdelijk-verrassende en afschuwelijke +dat ik zou ontmoeten. + +De steeds zeldzamer wordende wandelaars waren herleid tot de +waarde van het gloeiend vuurken hunner cigaar of pijp dat rood +aankwam of verdween in de duisternis. Waren dat geesten die daar +doolden of de dwaallichtjes van een ziltig oud kerkhof? + +Doch telkens na een poos, wenden de ogen aan die duisternissen +en ging men de mensch-fantomen erkennen. In de Jezusstraat +waar de telegraaf-centrale gevestigd is, schrok ik telkens voor een +donkere schim die er in de duisternis bewoog en die ik slechts aan +het vage licht-geflits van zijn dolk-bajonet voor een soldaat erkende. +Op de Meir bleven soms eenzame voorbijgangers sprakeloos staan +staren naar het zwarte Paleis van den Koning waar, door een slecht +gesloten luik aan een raam, een lijntje licht bleef gloren. De vorsten +woonden daar en de koninklijke kinders hadden er geleefd tot aan +den eersten Zeppelin-aanslag. Donker bewogen de schildwachten +over en weer op de stoep. De Schoenmarkt was afgesloten door +een duister-bewegende muur van sprakelooze gestalten, soldaten +die het gouverneurs-paleis,--waar de generale staf gevestigd was-- +tegen een mogelijken aanslag moesten beschermen. Wie langs de +Eiermarkt zijn weg voortzocht door den nacht, kwam opnieuw op +vaag-glimmende bajonetten stuiten, die den toegang tot de +Beddestraat versperden. Het was alsof de schildwachten onverwacht +opdoken uit de muren, sluipmoordenaars gelijk, maar die niemand +aanvielen. + +Een nacht ging ik met benauwelijk-luid-klinkende stappen langs de +Burgtgracht, onder de vervaarlijke opbonking van het vleeschhuis. +Ik schrok: een menschenarm kwam op mij neer van uit het duister +der slaapstille huizenrij en ik hoorde fezelend verzoeken uit een +vette-vrouwen-keel. God ging dat leven ook nog voort achter die +donkere muren! + +Ik geraakte in de Koepoortstraat en trok op de Paardenmarkt af. De +arabesk der huisnokken was fantastisch op de zwart-blauwe lucht. +Het hooge-koor van Sint Paulus dreeg ontzaglijk en stak vooruit als +het voorkasteel van een spookschip boven de lager daken. De wind +huilde als door de strak-gespannen koorden van een driemaster. +Was de vliegende Hollander hier komen landen in dees gruwelijken +nacht? + +Het doodstille Klapdorp wentelde in donkerder nacht-diepten voort, +laaglanend als een kelder, tot eindelijk de vaal-groene vlakte der +Paardenmarkt daar voor mij openlag, als een omneveld meer in +een bergland. Hoe rustig was weer alles. Daar even nog had ik het +heimelijk gefluister vernomen van twee buren die op den drempel +van een duister poortje afscheid namen van alkaar... Toen +plotseling het afschuwelijke: het stille doek van den donkeren nacht +in stukken gescheurd door luide moord-geschreeuw. + +Was dat het verschrikkelijke dat ik sedert dagen verwachtte? Ik ging +op het erbarmelijk geluid af maar zag niets. Andere menschen +moesten ook uit de duisternissen zijn toegesneld. Een ervan droeg +een kleine lantaarn waarvan de gele schijn nu viel op het van schrik +vertrokken gelaat van een vrouw met loshangende haren en op +onze eigen gezichten die bleek opleefden uit den nacht. Met +snikken in haar keel vertelde de vrouw dat er een lijk lag in haar +huis van een die zelfmoord moest hebben gepleegd; dat zij van +schrik was weg gevlucht. + +"Och God och God hij heeft zijn keel overgesneden..." + +Wij gingen met haar mee. Haar wild geroep en het voortdurend +snikken deed een vizioen van bloed reeds voor mijn oogen opgaan. +De toegesnelde buren dropen weg de eene na den andere. Wij +waren nog met ons tweeen, een duistere man en ik, toen wij +aankwamen waar de vrouw ons wees, in een nauwe steeg. Het was +een eenkamerig huisje met een zolder. De vrouw opende de deur +en sprong met een gruwel weer achteruit. De schijn van het verlicht +vertrek sloeg ons verblindend in de oogen en viel in een breede +lichtstreep in de donkere steeg en op de vrouw die daar huiverend +staan bleef. + +--"Boven! Boven" jammerde zij. + + Wij klauterden den rechten steektrap op en daar, onder de pannen, +op den houten vloer, tusschen twee beddebakken, in den flauwen +schijn van een kaars, lag een man met rood-gezwollen gelaat de +tong reeds uit den mond, met de koord die aan de zolderkram +moest gebroken zijn diep in de vleeschen van den nek. Een +stuiptrekking bewoog de beenen. Ik sneed de spannende koord met +mijn zakmes over. Wij droegen de logge massa op het bed. De +man rook naar genever. Witte broesem kweilde nu uit zijn mond. Hij +zuchtte een paar keer en diep als een drenkeling en kwam weer op +adem. Toen ging weldra het gelijkmatig zwaar geronk van den +dronkaard. Wij kwamen weer buiten. De vrouw was weg maar in de +duisternis daar verder hoorden wij nog het voortdurend misbaar als +van een zinnelooze. Haar roepen van moord schreeuwde de +donkere huizen langs. + + + + +XI-Antwerpen Hoofdstad + + + +Met den dag kwam er nu een grooter zenuwachtigheid in de stad. +Wij waren zoo goed als geheel afgezonderd van het overige +gedeelte van het land. Dit land was thans beperkt tot de provincien +Limburg, Antwerpen en de beide Vlaanders. De vlottende grens van +ons nog vrij gebied liep over Hasselt, Diest, Aerschot, Mechelen, +Aelst, Kortrijk, naar Frankrijk toe. Daar werden de gevechten +geleverd tusschen ons leger en de overweldigers. Aerschot, +Mechelen, Dendermonde werden beurtelings heroverd en weerom +verloren. Het nog bruikbare treinverkeer, dat in de bladen werd +afgekondigd, was de beste kontrool der uitgestrektheid van ons +land en, met den dag, werd dat verkeer meer beperkt rond +Antwerpen. + +Een tweede Zeppelin-bezoek,--dat gelukkig in het voorgeborcht +Deurne kon worden afgewezen,--de vijandelijke vliegeniers die af +en toe bommen wierpen en vruchteloos werden omzweefd in den +stadshemel door de witte wolkjes der ontploffende shrapnels onzer +kanonnen, alles wees er op hoe wij het mikpunt geworden waren +van den vijand en de tijd aanstaande was dat wij ook op onze beurt +van aanschijn tot aanschijn tegenover den oorlog en zijn gruwelen +zouden komen te staan. + +Wij voelden ons reeds als gevangenen. Wij waren aan de +strenge tucht van een stad-in-staat-van-beleg onderworpen. De +vreemdelingen hadden op regelmatige dagen hunne toelating tot +verblijf te vernieuwen en werden uit angst voor verspieders, nog +steeds aan nauwlettender toezicht onderworpen. Alle openbare +gebouwen en ook de bankhuizen werden bewaakt door burgerwachten. +Om een telegram te verzenden hoefde men zijne papieren te +vertoonen aan de van-post-zijnde wachten, de bajonet op het +geweer. Het vrij verkeer in en uit de stad was belemmerd. De passen +werden nagezien aan de vesting-poorten die voor den nacht +gesloten bleven. Wie den overzetboot nam naar het Vlaamsch +Hoofd of er vandaan kwam, moest ook door een haag van burgerwachten. +Het onderzoek gebeurde natuurlijk op joviale wijze, zooals het +burgerwachten paste, die met medeburgers te doen hadden. +Toch gebeurde het mij wel eens dat, waar mijn uiterlijk niet echt-nationaal +voorkwam, ik aan een scherper inquisitie werd onderworpen. +Het eenige verweer tegen die onaangenaamheden was het uniform, +dat weldra niemand, die het dragen mocht, nog aflegde. + +Het aanschijn van de stad was veranderd. Vele vluchtelingen uit het +bezette land en uit de verwoeste en uitgebrande steden, hadden er +een wijkplaats gezocht bij vrienden of verwanten. De eigen +ingezetenen begonnen reeds te trekken naar Holland, Engeland en +Frankrijk. Vele rijke-burgers-huizen stonden verlaten met gesloten +luiken. Nieuwe armoede ten gevolge der werkeloosheid kwam aan 't +licht. Eene overwegende meerderheid van officieren en soldaten +gaf het uitzicht aan de straten. + +Doch hetgeen te midden der herrie van leger en burgerwacht, +van overbevolking, van werkeloozen en dolende armen, een +onverwacht aanzien gaf aan de stad, was de aanwezigheid van het +Hof in het Paleis op de Meir, sedert 17 Oogst, de vestiging der +regeering en de overkomst uit Brussel van de vreemde gezanten. +Antwerpen was de hoofdstad geworden en reeds werden toebereidselen +genomen om het Opera tot parlement en het Atheneum tot paleis +voor den Senaat in te richten. + +Schier elken morgen kon men de koninklijke palfreniers de paarden +van het Hof, twee aan twee, de stad zien uitleiden voor hunne +dagelijksche wandeling in de omliggende parken. Voor het Paleis +bewogen schildwachten langs de Meir en de Wapperstraat, waar +doorgang voortaan was verboden. Een gendarm hield post voor de +poort om boodschappers en koeriers te woord te staan en wanneer +de poort openging was er een tweede gendarm om de boodschap +aan te nemen of den koerier bij een adjudant toe te laten. Het bleef +een graag verteld en aanhoord nieuwtje hoe Koning Albert elken +dag gezien werd, rijdend in zijn snelle auto naar een stadspoort, op +weg naar de vuurlijn. 's Zondags stonden de menschen te wachten +op de stoepen, nu dat het geweten was dat de Vorst de mis ging +bijwonen in de Sint Jacobskerk, in datzelfde weelderig renaissancekoor, +waar de plaats van Peter Pauwel Rubens nog wordt aangewezen in +het hooge gestoelte van blinkend ouden eik. + +Het ministerie van buitenlandsche zaken was in het Athenaeum op +de Gemeenteplaats gevestigd. Ik zag er minister Davignon soms de +hellende stoep afdalen met zijn kalm en kommerloos gelaat. Alsof +het zeker was dat alles op zijn best zou afloopen, zoo glimlachte zijn +mond in den milden vierkant-geschoren baard. + +De raad der Kroon zetelde in het Grand-Hotel op de Mechelsche +plein. Hier ook stonden soldaten in hunne wachthuizekens en kon +men af en toe volksvertegenwoordigers of ministers zien binnen of +buiten gaan of boyscouts met koeriers komen aangefietst. Een dag +zag ik er Frans van Cauwelaert in het portaal. Zijn baard scheen +zwarter om het bleeke zorgensmoede gezicht. In de nabije +Lindenstraat had ik de ministers Van de Vijvere en Helleputte +ontmoet die, ietwat verloren na eene kabinetszitting, langs de +winkelramen kuierden. Een ochtend vond ik minister Poullet, met +afwezige oogen moet ik zeggen, naar de prentkaarten van een +papierhandel staan kijken. Een auto snorde voorbij met Schollaert +erin. Hij verdween in de richting van den Mechelschen steenweg. +Die reed voorzeker naar het hoofdkwartier te velde, op inlichtingen +van de bevelvoerende generaals. Zoo zag ik ook een namiddag +door het drukke beweeg der Kammenstraat, de auto van den +Kardinaal. Hij reed op het Grand-Hotel toe, wellicht om overleg te +plegen met de regeering. Door de glimmende spielgelruiten der +limousine, trof mij het rozerood van zijn kalot en handschoenen en +verkende ik zijn ascetisch-heilig gelaat, als een verouderde +Christus-kop van Memling, vol kommer nu in die benarde oogenblikken. +Hij was toen pas uit Rome weergekeerd van de Paus-verkiezing en +had zijn oude Leuvensche universiteit verwoest en zijn eigen +bisschoppelijk paleis te Mechelen tot puin geschoten gevonden. + +Er was altijd groote drukte op de Schoenmarkt voor het Hotel St- +Antoine, waar de vreemde gezanten gevestigd waren. Lange rijen +equipages en auto's stonden er langsheen de stoep met de +benaming der legaties waartoe zij behoorden. Het was voldoende +dat iemand een russisch of engelsch militair attache daar had zien +uitkomen om seffens de onmogelijkste gissingen te opperen. Van +mond tot mond vergrootend liepen de onwaarschijnlijkste maren +door de stad: de Engelschen dregen met een groot leger van uit +Limburg om de Duitschers te omsingelen; de Russen waren geland +te Oostende. Een half dozijn fransche soldaten in een militaire auto +te zien rijden over de boulevards was genoeg om, voordien dag ten +minste, de vaste hoop te doen ontstaan dat de Duitschers in +Frankrijk waren teruggeslagen en weldra Belgie zou worden +ontruimd. + +De vreemde gezanten die het hotel St-Antoine betrokken wisten het +natuurlijk wel beter. Maar hun leven was er schijnbaar niet minder +kommerloos om geworden. Door de open ramen op de Groenplaats +zag men heeren in rok en dames in soiree-kleeren bewegen door +de salons, te midden der vreemde schitterende uniformen. In de +restauratiezaal zat zacht-keuvelend en keurig volk, blij-gezind als in +een badstad, rond de goudverlichte tafeltjes waarop de elektrische +lampjes als zoovele roode en gele bloemen bloeiden. In den +wintertuin, onder de palmen, zaten dandy's aan een kopje koffie of +een likeur te proeven, terwijl Habana-geur met de blauwe +rookspiralen door de halle ging zweven. + + + + +XII-Het Uitzicht Der Straten + + + +De hoofdstraten bleven vol beweeg van werkeloozen die met +kuieren wel den dag moesten doorkrijgen Alles had belang voor +deze op nieuwtjes of geruchten uitzijnde wandelaars. De weg van +het station tot aan het Groen kerkhof bleef het onvermijdelijke veld +waar wat te oogsten viel. + +Aan het station was het de drukte van burgerwachten, bezig met +vluchtelingen, aankomende gekwetsten, uitgedreven vreemdelingen, +aangehouden verspieders, vertrekkende soldaten en ambulanciers. + +Op de Meir bleef het volk staan kijken naar de auto's die wachtten +voor het Ministerie van Oorlog, dat in de stadsfeestzaal gevestigd +was. Het uitgaan van een staf-officier was een gebeurtenis en op +zijn gelaat werd nagespeurd of er geen teekens van wel of +tegenslag te beletten vielen. Het voorbij rijden der ambulance-auto's +bracht woeling onder de menschen die aan 't rennen gingen om bij +tijds voor 't hospitaal van Sint Jan Berchmans college te staan en +de gekwetsten te zien uitdragen. Groepen bleven staan lezen aan +de menigvuldige witte zwart-gedrukte plakkaten die af en toe op +bevel van den krijgs-gouverneur in de stad werden aangeplakt met +voorschriften aangaande het vreemdelingen-verblijf, met +verordeningen over het licht, het sluiten der taveernen, het sterke- +drank-verbod of met afbeeldingen van geallieerde vliegtuigen of +luchtschepen of uniformen der verbonden legers. + +De meest-lachende verschijningen in de stad waren wel onze +boyscouts of padvinders. Men zag ze overal die kinderen van niet +meer dan 14 jaar met hunne groote sombrero's, hunne groene +manteltjes en de groene kousen omgeslagen onder de bloote witte +knieen. Zij hadden hun hoofdkwartier op de Yzeren Waag achter +het beeld van Theodoor van Rijswijck. Van daaruit werden zij +afgevaardigd bij de ministeries, in de gasthuizen en droegen +aanhoudend boodschappen naar alle hoeken van de stad en op +den buiten. + +De terrassen der cafe's zaten vol officieren, krijgsdokters, +apothekers en brancardiers die vrijaf hadden; vol burgers ook die +zenuwachtig de gebeurtenissen discuteerden. Eene nieuwe vlucht +van lichtekooien, door het leger aangetrokken, was in de straten +neergestreken. De gazetleurders holden als hardloopers aan de +menigte voorbij. Het was hun verboden nog namen van kranten of +oorlogsnieuws te roepen, maar het werd als een wedren om eene +bepaalde wijk te bereiken en 't was nauwelijks dat ge ze in hunne +vlucht een krant vermocht af te koopen. Waanzinnig bolden door de +stad de militaire auto's met officieren en bedienden. Huilend en +gillend gingen de trompen. Geen politie-wetten op de snelheid +waren langer nog van tel. Als bolieden vlogen de wagens over de +lanen en door de drukst bewandelde wijken alsof er telkens het heil +van 't land of 't behoud des konings van afhing. + +Aan de Schelde zag het Noorder-wandelterras steeds zwart van +volk dat te kijken stond naar den duitschen transatlantieker +"Gneisenau", die in een militair hospitaal was herschapen. Men kon +er de herstellende soldaten op ligstoelen uitgestrekt zien met wit- +omwonden kwetsuren. Een telefoondraad ging van de boot over het +terras om met de stad in verbinding te blijven. Maar hoe rampzalig +was het uitzicht van den stroom! Heel die grootsche bocht +kaaimuren, van Austruweel tot Hoboken, lag leeg van schepen. Al +de kranen waren met hunne eenbaarlijke armen stadwaarts +gekeerd en de kettingen wiegelden doelloos op den wind in de ijlte. +Van de vlotbrug, aan den voet van het oude grijze Steen, vertrok +een houten brug-op-schuiten naar den vlaamschen oever. Wij +hadden er, den 5den September, aanzienlijke afdeelingen ruiterij +zien overtrekken met een sleep van kanonnen, om Dendermonde +op de Duitschers te heroveren en de verbindingslijn tusschen +Antwerpen en de kust vrij te houden. + +Verder, stroomopwaarts, langsheen de kaai waar de Red +Star booten komen aanleggen, was, onder de hangars, het +automobielpark van het leger ingericht. Er stonden daar honderden +auto 's van alle slag, meest particuliere rijtuigen, die werden +opgeeischt en thans, in grijze kleur geschilderd, de twee groot- +zichtbare letters droegen S.M.. Wie van ver of nabij met het leger in +betrekking stond kon daar gemakkelijk een pracht-rijtuig +bemachtigen met de noodige bons voor naphta-bussen en banden +die er tot hooge stapels waren bijeen gebracht. Ik zag er eens, te +midden van een zwarten drom nieuwsgierige gapers een onzer +geblindeerde auto 's staan. Het was een ronde stalen koepel op vier +wielen en door een schietgat stak de mond van een klein kanon. +Deze motorwagens waren de schrik der Duitschers en het was +geweten dat de Prins de Lagne met Graaf de Villermont op zoo een +auto waren omgekomen bij eene stoutmoedige verkenning rond +Herenthals. + +Elken morgen zag ik langs mijne ramen eene ontelbare kudde +ossen en koeien voorbij komen die verder door de Leemstraat +tot buiten de poorten in de veeparken werden gedreven, tot +voorraadstapels voor het leger en de bevolking. De straat was er +telkens letterlijk van vol. Zij sprongen tot op de stoepen tot grooten +angst der toeziende winkelvrouwen en de drijvers hadden het druk +om hunne kudde voort te helpen wanneer soms een bronstig beest +te midden der straat een koe besprong en zijn hoorns hoog tegen +de huisgevels of de glimmende winkelramen opstak. + +Een dag ook werd er een heel regiment van bij de 400 duitsche +landsturmers gevangelijk de stad binnen gevoerd. Ik zag ze van uit +de diepte der Zuiderlei aankomen tusschen de boomen. Zij gingen +in eene rosse wolk van stof. Het volk liep uit alle straten en huizen +dien kant uit. Gendarmen te paard reden voorop en achteraan +volgde de drom van voortstappende mannen. De toeschouwers +stonden nu in dichte haag links en rechts van de laan. Ik verkende +de blauwe tunieken en zwarte met-koper-belegde pinhelmen der +landsturmers. Het waren gehavende stakkers, met onverzorgde +gezichten en bestoven kleeren. Ik zie er nog altijd een met een +buikje en rood-rosse haren. Zij gingen ontwapend en moe tusschen +de belgische soldaten die het geleide vormden. Het volk huilde en +tierde uit schorre kelen, ik zag van-haat-vertrokken-gelaten en +uitpuilende oogen, ik hoorde gesis en gefluit. Zoo trokken zij heel de +stad door, langsheen de lanen, over de Meir en naar de Schelde, +waar zij op een boot werden gestoken. Het antwerpsche volk zag in +die bende de vertegenwoordigers van het gehate ras dat Vise, +Dinant, Tamines, Leuven en Dendermonde had platgebrand en +zooveel onschuldig bloed vergoot: De opwinding door de straten +deed mij denken aan het Romeinsche volk dat huilde en vuisten +balde tegen de Barbaren die in den triomf van een Cesar door +Rome werden gevoerd. + + + + +XIII-De Stijgende Neerslachtigheid + + + +Was het om den moed er in te houden dat deze vertooning was +bevolen geworden? Want het begon er alles behalve triomfantelijk +uit te zien te Antwerpen. De havelooze kudden van vluchtelingen +die elken dag toekwamen waren het hartverscheurend bewijs hoe +verschrikkelijk het land geweld leed onder den knel van den +overweldiger. Toen Leuven en Aerschot werden in brand gestoken, +toen Dendermonde werd verwoest, toen Mechelen onder vuur werd +genomen, moesten er dringend maatregelen getroffen worden +opdat die gedwongen volksverhuizingen, die haar heil en toevlucht +zochten in de schijnbare zekerheid eener vesting, de reeds +omsingelde stad niet zonden overbevolken en tot hongersnood +brengen. Met heele drommen werden zij voortaan naar Oostende +gevoerd en op schepen gezet in bestemming voor Bngeland. Een +dag zag ik hoe de gevluchte Mechelaars in vergadering bijeen +geroepen waren op het Groen Kerkhof en door hun burgemeester +werden aangemaand terug hunne haardsteden te betrekken of naar +Engeland af te reizen. De Groote Markt stroomde vol, elken dag, +van menschen die uitwijkingspassen wilden bekomen. Lijk kudden +vee stonden zij gestapeld tusschen bareelen om beurt om beurt in +de bureelen te worden toegelaten. Er kwam een angst onder de +bevolking en steeds geraakten er meer huizen dood van bewoners +en als voor rouw gesloten. Die vluchtenden werden door de +overblijvenden doorgaans slecht besproken als laffelingen of +broeksch... zooals het woord door de dagbladen gangbaar was +gemaakt. Was de duitsche nederlaag niet aanstaande? Was ons +leger niet ongeschonden? Was Antwerpen geen oninneembare +vesting? + +Maar zij die bleven begonnen toch ook teekens van bekommernis +te geven. Hier en daar werd al een vlag ingehaald aan een gevel. Ik +hoorde van menschen die hunne rijkdommen in den grond hadden +gedolven, die hunne wijnkelders lieten toemetselen, die +kunstvoorwerpen naar de brandkasten der bankhuizen droegen. Na +het eerste Zeppelin-bezoek hadden zich ook vele luidjes in hunne +kelders gehuisvest. Een zedig zinken kachelpijpje klom verstoken +van uit den keldermond tot op de eerste verdieping en liet +vermoeden hoe zelfs voor verwarming was gezorgd. Er waren +kelders die als recht-gezellige huiskamertjes waren ingericht met +schapraaien, tafels stoelen, lampen en tapijten onder den voet. Er +waren ook menschen die hunne daken van metalen platen lieten +voorzien en met aardzakjes bedekken tot eene bom-vrij-gewaande +beschutting. + +Het werd treuriger en treuriger. De afwezigheid van alle ernstig +nieuws op een oogenblik der voor het vaderland geweldigste +gebeurtenissen, deed ons onder eene ondragelijke drukking leven. +Het was een sombere tijd en wij dronken lavende teugen aan +troebele en onzuivere bronnen van hoop, om weer dorstig een +oogenblik nadien en in de zwartste neerslachtigheid neer te zitten. +De geestdrift der eerste dagen was nu gekoeld. Het werd een stille +gelatenheid met toch diep in alle harten het onwrikbaar betrouwen in +eene betere toekomst. Het was ook of wij dof en gevoelloos gingen +worden voor het allermenschelijkste leed, nu het leed over heel de +wereld als een donkere engel vleugelde en de eindeloosheid van +nog te gebeuren wee niet was te overzien. + +Dat trof mij telkens in die dagen wanneer ik eene begraving zag aan +een sterfhuis of voor 't portaal eener kerk. Die waren zoo verlaten +en eenzaam. Vrienden of verwanten waren weg of niet eens +verwittigd. Haastig reed de lijkwagen alleen naar een afgelegen +kerkhof. Waren ze te beklagen die toen heengingen? Zij zouden het +leed der komende dagen niet meer moeten dragen. En toch het +was zoo wreed om te bedenken dat die den nood der tijden niet +waren te boven gekomen en de uitkomst van deze geweldige +wereld-tragedie niet zouden zien. Dan kwam in mij het wilde, +onstuimige verlangen van te leven, te leven, om toch eens getuige +te zijn hoe uit de wanorde van het oogenblik de harmonie der +nieuwe tijden zou groeien... + +Ik stapte zoo mijmerend, een morgen, de O. L. V. Kerk binnen +onder den hoogen antwerpschen toren. Door de diepte der grijze +beuken zag ik de kruisoprichting van Rubens aan katrolkoorden +naar den kerkvloer dalen. Mijn hart kromp van ontsteltenis. Het +sublieme gewrocht dat voor ons als met de kerk vereenzelvigd was, +dat ons in de diepte der zijbeuken, telkens, als het geweldige drama +van den Kalvarieberg zelf, voor oogen was gekomen, het hong daar +nu scheef te bengelen als een oud-verkocht meubel dat moest +weggevoerd. De Kruisafdoening stond reeds op den grond. Ik zag +hoe Juliaan de Vriendt, de bestuurder der kunstacademie, het +wegruimen bestuurde en in dit treurig oogenblik nog zijn artiesten- +curiositeit naar boven voelde komen en met kennersoogen en +tastende vingertoppen de empatementen van den grooten meester +onderzocht. Dan werden de reusachtige drieluiken door verhuizers +de kerk uitgedragen tot op een natie-wagen, die langs het +Zuiderportaal gereed stond. Nu zag ik hoe in 't volle licht der straat +een groot wit doek werd neergelaten over het vruchtschoone +lichaam van den Gekruisigde. + +Het waren de stille maar zekere teekens van het droevig doch staag +naderend einde. + + + + +XIV-De Beschieting Der Forten + + + +De tragische dagen waren thans begonnen. Sedert 28 September +hoorden wij, zonder ophouden, het doffe brommen der kanonnen. +Sedert het bombardement van 't jaar 30 had Antwerpen dergelijk +geluid niet meer vernomen. Sedert den franschen tijd was het +geleden dat wij nog belegerd werden. De gang van den tijd bracht +weerom den oorlog rond onze wallen met een nieuw en nooit- +vermoed geweld. + +Overdag scheen het wel te bedaren, het gerij en het menigvuldige +leven der groote stad smoorden de verdere geluiden. Maar tegen +den avond en binst den nacht ging het eendelijk gebons als van +zware deuren, toeslaande op het steenen gewelf van oude kelders. +Het brutale was daar bezig, het gebas der oorlogsbeest, ginder aan +de uiterste grenzen der antwerpsche vesting. + +Waren het de duitsche stukken van 42. die wij hoorden? Waren het +onze forten of onze veldkanonnen die antwoordden? Het kon niet +goed uitgemaakt worden, 's nachts te Antwerpen. Tusschen slaap +en wake kwam het ons wel voor als een ver onweer, een staag +gerommel van donder, waar wij aan wenden, dat ons plots weer +opviel, bij 't ontwaken, en, in de duizeling, ons voorkwam als het +gonzen van de lucht zelf. Het scheen mij soms dan ook alsof wij +waren als vervolgde menschen, die met hun nog geredde schatten +gevangen zaten in diepe donkere katakomben, waar zij nog wel +door de duistere gangen en onder de lage gewelven konden +bewegen, maar nooit meer zouden uitgeraken, en aan de uiterste +poorten hooren zij het onverbiddelijk gebeuk van den vijand die elk +oogenblik kan binnenstormen met roof en verdelgingszucht... + +Het was nacht rondom ons, ook overdag. Want wij kregen weinig of +geene berichten over die beslissende mokerslagen die op onze +gepantserde borstweer werden toegebracht. + +Maar zonder juist nieuws voelde eenieder dat er iets geweldigs aan +'t gebeuren was en spijts de hoopvolle zekerheden die de burgers +elkaar lieten opdringen, hing er als een gedurige angst in de lucht. + +Ik had eene nieuwe bediening gekregen. Met enkele andere +advocaten werd ik aangesteld als burgerlijk afgevaardigde van den +krijgsgouverneur om toezicht uit te oefenen op de duitsche +handelshuizen waarvan de firmanten waren uitgedreven of in +hechtenis genomen. Mijn werk was thans vrijer dan wanneer ik heel +den dag als tolk of griffier in 't gevang doorbracht. Ik was aldus in de +gelegenheid mij een klaarder denkbeeld te vormen van den +algemeenen toestand en het uitzicht van Antwerpen. Ik lag als het +ware aan het hart van de stad en hoorde haar harteklop. Ik liet in mij +hare gevoelens terugwerken van angst en van vertrouwen. Elke +dag zou voortaan in mijn geheugen aangeteekend blijven met eene +kapitale gebeurtenis; elke dag zou ik een nieuw vertrouwen zien +onstaan of een laatste hoop zien verijdelen tot het noodlottig uur +van den onwederroepelijken ondergang. + +Op dinsdag, 29 September, liep het gerucht in de stad dat Lier +was gebombardeerd. De bevolking was gevlucht en ondanks de +strengste maatregelen om de vluchtelingen den toegang tot +Antwerpen te beletten waren er vele door geraakt. Zij vertelden, hier +en daar, wat zij gezien hadden en beleefd. Er viel niet meer aan te +twijfelen. De mare verspreidde zich als loopend vuur. + +De Duitschers naderden dus Lier! Elke Antwerpenaar is er +meermaals te voet of per fiets naar toe getrokken, kent de rust van +het begijnhof, de groote koele Sint Gumarus kerk vol zware pracht, +de boompjes langs de Nethe, de steenen brug, de winkeltjes met +de beroemde liersche vlaaikens... De bommen vielen daar te +midden dat oude stille leven. Dat was bij de deur. Eene groote +verslagenheid begon in de stad te heerschen. + +In 't naar-huis-keeren, den nanoen van dien dag, zag ik door de +Huidevettersstraat een auto rijden met burgerwachten van Lier. Een +bevriend kunstschilder zat er bij en die wuifde naar mij toe met een +duitsche pin-helm als een glorierijke tropee. Die namen het dan toch +luchtig op. Zou het gerucht misschien niet overdreven zijn? Werd de +vijand mogelijk teruggeslagen? + +Thuis vond ik, in mijn werkkamer, een motocyclist-vrijwilliger die een +zending volbracht had bij den generalen staf en van den tijd die +hem overbleef gebruik maakte om mij met een hartelijk bezoek te +verrassen. Die scheen aan de verschrikkingen van den oorlog +reeds heelemaal gewend te zijn, want zonder de minste ontsteltenis +vertelde hij mij, voor waar, dat ons leger ten zuiden van Mechelen +had moeten wijken en op 28 September het bombardement van +Waelhem en St Kathelijne Waver was begonnen. De welgerichte 42 +cm. bommen hadden, zoo verzekerde hij mij, denzelfden dag nog +die twee forten bijna onbruikbaar gemaakt. + +"Het is geen spel meer hoor, gelijk het ginder thans toegaat. +Wanneer de zware stukken, die daar ievers beneden Mechelen, op +beton-vloeren moeten staan, hunne reusachtige projectielen doen +neerkomen rond onze forten, dan springen er torenhooge fonteinen +van aarde in de lucht. Sneltreinen voor Antwerpen zoo hebben wij +die bommen gedoopt, zoo snorren zij door de lucht met eene +verbazende snelheid, zoo razen zij door den hemel met een +vervaarlijk geluid. In den avond ziet ge de dorpen met roode +vlammen branden op een horizont van lood. De menschen slaan +overal op de vlucht onder een regen van shrapnels." + +Ik was nog niet van mijn verslagenheid bekomen toen mijn vriend, +voor mijn drempel, luchtig en welgezind op zijn motor sprong en +tuffend de straat uitreed. Van een voorbij-rennende kranten- +verkooper kocht ik een blad en er stond in vette letters op te lezen +dat de forten van Liezele, Breendonck en Bornhem hardnekkig +stand hielden en een aanval van den vijand, te Blaesveld met +verschrikkelijke verliezen werd teruggeslagen. Hetgeen naderhand +ook wel waar bleek. Doch waarom de andere droever waarheid +verzwegen? waarom de menschen in dwaling laten verkeeren? Zoo +moest ik van mijn huisgenooten dien avond aan tafel hooren dat zij +van verschillende kanten vernomen hadden dat Von Beseler aan +den commandant van Waelhem voorstellen zou gedaan hebben +om zijn fort over te geven maar deze, sterk in zijn hoop het uit te +houden, kranig zou geweigerd hebben; wat dachten die Duitschers +wel! + +Zulke voorstellingen bleven ingang vinden bij velen, schenen zelfs +meer dan waarschijnlijk. De menschen grepen naar goed nieuws +als drenkelingen naar een plank. Wij zouden nu wel gaan zien +dat de oninneembare vesting van Antwerpen te vergeefs werd +aangetast. Aan omsingelen en uithongeren viel immers niet te +denken, zoo oreerden de kamerstrategen. Waarom vertwijfelen? +Die er anders over dachten, waren slechte vaderlanders. Die ander +nieuws rondstrooiden waren onruststokers, verspieders, landverraders +en die moesten worden aangeklaagd. + + + + +XV-Inferno + + + +Ik bezocht 's anderdaags, 30 September, een paar ambulances in +de stad. Nieuwe zieken en gekwetsten waren daar toegekomen. +Hier was ik zeker de meest betrouwbare getuigen te vinden van +hetgeen binst de laatste dagen gebeurd was. Er waren afschuwelijk +verminkten die ik eerbiedig en zwijgend moest voorbijgaan. Ik zag +een jonge man, bleek en vaal en als levenloos, met een bloedig- +verbrijzelden arm, op een ziekewagentje naar de operatie-zaal +voeren. Maar een bevriend dokter bracht mij in een zaal waar +soldaten lagen die heelemaal of bijna niet gekwetst waren, maar in +een zenuw-crisis van het slagveld werden weggevoerd en nu nog +over heel hun lichaam beefden, terwijl hunne wijd-open oogen idioot +keken van de verschrikking die zij hadden doorgemaakt. + +Zij kwamen meestal uit de forten van Waelhem, Sint Kathelijne +Waver, Koningshoyckt en Lier. Op onze vragen vertelden zij, met +een terughoudenheid alsof het niet mocht, hoe het er geheel +onhoudbaar was geworden. Vijf uur aan elkaar waren de bommen +op en rond hunne koepels gevallen. Van een soldaat uit het fort van +Lier, die als bij mirakel slechts lichte kneuzingen had opgeloopen, +vernamen wij hoe de pantsertoren van zijn fort als door een +reuzenhand werd uit zijn put gerukt en weggeslingerd. + +Er waren ook soldaten die bij de troepen hoorden die de +tusschenruimten der uiterste fort-lijn verdedigden. Hunne haastig- +aangelegde loopgraven werden zoo hevig onder vuur genomen dat +alles weldra lag dooreen geschoten tot een strook land van +onzeggelijke en gruwzame wildernis. + +Doch ik zal nooit het gezicht vergeten van die twee kanonniers die +uit de forten van Dorpsveld en Boschbeek geraakten. Hunne +gelaten waren geheel vertrokken en vervormd van het afgrijselijke +dat zij hadden doorleefd. Het scheen alsof zij uit een hel waren +gekomen waarvan de ontzetting hun nog als een nachtmerrie +vervolgde. + +Het was niet gemakkelijk iets van ze te vernemen. Met nog +bevende lippen gingen zij eindelijk toch aan 't praten. Zij wisten niet +meer wat rondom hen te velde gebeurde. Zij hoorden slechts de +aanhoudende losbrandingen die alles daveren deden, als bij een +aardbeving. De koepel, waarin zij als het ware gevangen zaten te +midden der ongeloofelijkste ontketening van helsch geweld, was als +een schip dat geschud en gebeukt werd in den vreeselijksten storm. +Het gefluit en gesis der kogels, het geronk der snelvuurgeweren +joeg als rukwinden om hen heen. Zij konnen met moeite slechts +naast hunne stukken blijven, zoo helden zij langs alle kanten, zoo +begon de vloer onder hunne voeten te deinen, zoo begonnen de +wanden rondom hen te bewegen en te kraken. "Eindelijk" zoo +vertelde eene, "is onze koepel in breede scheuren opengesprongen." +Uit de woorden van den andere kon ik opmaken dat de massieve- +betonbouw van zijn fort in den grond zonk als onder de macht van +een reusachtigen plethamer. + +Geen enkel bepaald nieuws in de bladen over al het gruwelijke dat +aan 't gebeuren was. Integendeel de bladen meldden dat de forten +onbeschadigd waren. In de kranten van donderdag avond 1 +October stond zelfs te lezen dat er nog steeds verschrikkelijk +gevochten werd ten zuiden van de Nethe. Ons leger had wel de wijk +genomen tot aan deze rivier, maar de forten van Lier en +Koningshoyckt hielden den vijand in bedwang, die, tusschen +Tallaert en Lier, met bloedige verliezen werd achteruit gedreven. + +De gemoederen werden nog maar steeds gerust gesteld. Ik dacht +bij mij zelf: wat een neerzinking, wat een paniek zal dat worden +wanneer de volle waarheid eens toch zal bekend geraken. +Ondertusschen bleef het een vaderlandsche plicht die waarheid te +verzwijgen of te loochenen. Een burger die uit de omstreken der +vuurlijn kwam en aan een kennis op de tram vertelde dat ons leger +overmand was, het niet langer meer kon uithouden en weldra +achter de Nethe een wijkplaats zou moeten zoeken, hoorde ik heftig +toespreken door een reiziger: dat het leugens waren om de geesten +te verwarren en te ontmoedigen, dat hij te zwijgen had, of dat hij +zou weten waar hem aan te klagen. + +Waar zouden de menschen met zulke voorlichting, met zulke +gemoedsgesteltenis, een zekerheid gevonden hebben, wanneer nu +toch elk uur het bestaan der stad, de onafhankelijkheid van het land +kon beslist worden. + +Toen ik weer huiswaarts trok dien avond scheen het mij of ik met +een verschrikkelijk geheim rond liep en ik vroeg mij zelf af of +ik uit geen akelige droom was ontwaakt. Want heel die groote +overbevolkte stad rondom mij leefde voort van gissingen, van +tegenstrijdige geruchten en, schier onaangetast, bleef het +vertrouwen in de onverwinbaarheid der steeds geroemde antwerpsche +vesting. + + + + +XVI-Rond De Stad + + + +Het verlangen om mij met eigen oogen van den toestand te +overtuigen bracht mij weer eens buiten de poorten. + +Ik had gelegenheid om in den vroegen morgen van 1 october met +een proviand-trein mee te rijden tot Hemixem, op de Schelde, +zuidwest van Antwerpen. + +Ik zag een paar forten der tweede verdedigingslijn. Die lagen rustig +nog en zoo vereenzaamd in de ringsom open gelegde velden. De +harde vlakke beton-bouwen staken witgrijs omhoog uit het frisch- +groen gras der aarde-werken. Maar ik wist nu wat hun sterkte te +beduiden had wanneer eens het geweld en de verschrikking van +den nieuwen oorlog errond zouden komen spoken. + +Onze trein was pas in het goederen-station toegekomen, of ik zag, +over den steenweg uit Hemixem-dorp, een onafzienbare sleep auto +'s en motorwagens, in een rosse stofwolk, komen aangereden. Dan +volgden ook nog vele leverancie-wagens, door paarden getrokken +en waar de firma's van groote warenhuizen uit Brussel of Antwerpen +nog op te lezen stonden met, in een hoek, de haastig-overgeschilderde +aanwijzing van den legerdienst waarvoor zij werden gerekwireerd. +Het lossen van den trein begon en elke wagen kreeg zijne vracht: +amunitie-brooden met duizenden, zakken met peulvruchten, +aardappelen en haver, eetwaren in blikjes, bussen met naphta en +wat weet ik nog, hoopen en hoopen van alle soort proviandeering +die dagelijks door een leger verslonden wordt. + +Ik stapte het station uit in de richting van Hoboken. Over de lege +gronden langs de baan, bewogen pelotons rekruten, nog in hun +burgerpak en die door onderofficieren gedrild werden. De bevelen +klonken schreeuwerig door de lucht. + +Van uit Hoboken vertrok een houten brug-op-schepen over de +Schelde naar Cruybeke, waar het rustig veermanshuis, met zijn +witten gevel en rood dak, zoo schilderachtig boven den groenen dijk +uit stak. Vele rekruten liepen hier ook te kuieren nabij de +aanlegplaats of keken naar den traag vlietenden breeden stroom. +Enkele waren reeds voorzien van een stuk militaire kleeding, een +muts of een tuniek of een ceinturon. Die waren de strijders van +morgen, de slachtoffers ook misschien van dezen gruwelijken +oorlog die als een onverzaadbare Moloch al het jonge volk, de +bloem van een volk verslindt. Ik erkende een paar vrienden, +gelukkig wat te kunnen praten. Zij gingen misschien morgen naar +Oostende vertrekken of verder naar Frankrijk, in een kamp, om hun +leertijd uit te doen. In onzen afscheidshanddruk, in onze oogen was +er iets van vrees, van onzekerheid of wij elkaar nog ooit wel zouden +weerzien. + +Stroomopwaarts, uit de richting van Rupelmonde en Bornhem, +kwam bij poozen het gebrom van het kanon, hier duidelijk hoorbaar. +Het scheen mij zelfs dat er in de verte wolken van rook opdampten +boven den vlaamschen oever. Maar nergens toch de minste +ontsteltenis, noch bij de burgers, noch bij de soldaten; en ik wist +nochthans dat onze uiterste fortenmuur, in den derden en vierden +sector, nagenoeg geheel openlag en de vijand ons veldleger over +de Nethe had gedreven. + +Tegen den middag was ik weer terug met mijn trein in de stad. In +den namiddag trok ik nog eens naar Cappellenbosch. Ginder in het +Noorden der antwerpsche vesting viel misschien eenige weerslag +der gebeurtenissen waar te nemen, werden mogelijk aanstalten +gemaakt voor den aftocht van het leger. + +Ik vond soldaten langs alle wegen. Het dorp Cappellen was als een +kamp, zoo liep het er vol. Mannen die vrij-af hadden, kuierden door +de nog gespaarde bosschen. Hier en daar ook een die bezoek had +van zijn vrouw of zijn lief. Die zaten dicht bij elkaar op den boord +eener gracht of op den stam van een neergevelden boom, te praten +of wat lekkers op te eten dat de vrouw, wie weet van hoe ver, in een +zorgelijk toegeknoopt pakje had meegebracht. + +Ik kwam weer op ons landhuis. Hoe verlaten en naargeestig lagen +de kamers. De meubels stonden er doelloos. In de stilte hoorde ik +eene oude eiken kast kraken alsof er een ziel uit spreken wilde. +Boeken lagen links en rechts om nooit meer gelezen te worden. +Ik haakte een gekleurde plaat van den rooden muur in mijn +werkvertrek. Dit zou ik toch nog meenemen als herinnering. Het +was de blijde geboorte van Botticelli. Voor de kribbe met Maria, +Jozef, het kindeken en de goedaardige dieren, waren engelen +die de herders omarmden en kusten: Vrede den menschen van +goeden wil... Ik dacht aan geluk om schoonheid, geluk om liefde... +Het is geweest! Het is geweest! Wanneer kennen wij nog eens den +vrede en de weelde van het stille genot! Mijn keel was +toegeschroefd van weerhouden snikken. Ik voelde de groote +droefheid die over heel de wereld weegt. Ik hoorde in mijn +verbeelding het almachtig rumoer der millioenen legers, het +gedreun der regimenten het gerol der kanonnen en oorlogswagens, +over alle wegen van Europa. Waar is de stilte, de verrukking die +eens toch mijn bezit was? + +Ik sloot de deur op den hof, waar de avond begon te dwalen en gele +schijnen van den hemel nog lichtten uit het vlakke donkere water +van den vijver. + +Over den steenweg van Cappellen naar Esschen waren toen reeds +vervoerdiensten met postkoetsen ingericht om het opgeschorste +treinverkeer te vervangen. Ik kwam er een paar tegen op weg naar +de grens. Vele menschen trokken ook te voet dien kant op. Het was +een achtiend-eeuwsch gezicht, dat reizen te voet en te paard en +met de traag rijdende koetsen. Menschen die elkaar vervoegden +langs de baan begonnen te kouten en zetten samen de lange reis +voort. Mij reed een witte huifkar voorbij met een dikke bruine merrie +bespannen. Er zaten twee kloosterzusters in en die vroegen of ik +niet mee wilde tot Cappellen. Mijn uniform wekte goedhartigheid. Ik +nam mijn plaats in nevens den voerman. + +In de vallende duisternis schenen de wachtposten, aan de aarde- +poorten op den weg, oktrooien uit den ouden tijd, die voor de +kasteelheeren tol hieven op de trekkende reizigers. Onze papieren +werden nagezien en de zusters deelden telkens appelen en peren +uit, aan de van dienst-zijnde soldaten. Zij stapten af voor de poort +van haar klooster te Cappellen en ik ging de trein nemen tot +Antwerpen. + +Maar niets toch had ik gezien dat op ontreddering geleek. Alles was +rustig nog alsof het zoo nog weken kon voortgaan. + + + + +XVII-Op Sint-Michielstoren + + + +Ik trok 's anderdaags, vrijdag 2 october, rond elf uur in den morgen +met mijn vriend Karel van den Oever, naar de Sint Michielskerk op +het Zuid. Wij hadden afspraak met den kosterszoon om den toren +te beklimmen en van daaruit den aan-gang-zijnden slag aan den +horizont waartenemen. De waterlijding was in Antwerpen geschorst +dien zelfden morgen. De vijand was dus meester van de Nethe. De +strijd om het bezit der stad naderde zonder twijfel de tweede +verdedigingslijn. + +De kerk was leeg. Wij vonden langs binnen het torendeurtje en +weldra stonden wij, boven de klokkenkamer, door de hooge rond- +geboogde galmgaten te turen in de richting van Mechelen. + +Het duurde een tijd eer wij onzen weg vonden door de wijde +eindeloosheid, die onder onze oogen open lag. Alles smolt in elkaar +tot een olijfgroen landschap, velden, boomen, wegen en verre +dorpjes. Maar op eens kregen wij Sint Rombouts toren in 't gezicht. +Die stond als een hooge af geknotte mast, schalieblauw boven den +einder. Dan zagen wij, laag bij den grond, links van den toren en +naar het Oosten toe, eene golvende wolkenbank met striemingen +van rood licht, het was de vuurlijn. Sint Rombouts stak er boven uit, +alsof die oude steenen reus zelf in 't gedrang was gekomen van zijn +vechtende en stervende kinderen. De aarde scheen aan den +horizont te bewegen en te branden. Immeraan dampten wolken van +witten en blauwen rook omhoog waardoor, af en toe, een roode +lichtflits gleed en de wolkjes roos begloorde. Nader bij Antwerpen +en naar onze schatting boven de streek tusschen Contich en Duffel +steeg een verkenningsballon omhoog en de geel-beglansde worst +ging zweven met den sleep van zijn slank-buigenden kabel, die als +een ragfijne spinnewebdraad op het luchtvlies zichtbaar bleef. +Vreemd hong die wanstaltige massa in het vlekkeloos hemelblauw. +Dadelijk begon daarrond het spelend gedans van de witte wolkjes +der openknarsende shrapnels. Maar de ballon bleef drijven, +ongedeerd, traag wendend en keerend in den wind, boven de +belgische troepen die daar moesten gelegerd zijn. + +Wij luisterden aandachtig naar de ruimte met dien gruwelijken dijk +van rook en vuur aan de einder. Maar wij hoorden niets dan het +staag geruisch der groote stad aan onze voeten. Geen enkele, zelfs +gedempte rommeling van kanonnen kwam ons toe van uit de verte. +Heel het land lag eenzaam en schijnbaar zoo rustig. + +Vliegeniers kwamen toen aangevlogen, als groote vogels +opduikend uit de luchtdiepten, en streken neer in breede spiralen tot +op het vliegplein van Wilrijck. Het ronken hunner schroeven klonk +nu, heel nabij, als het gedreun van orgels. + +De Schelde, waarvan de wit-glimmende wenteling door de wester- +galmgaten te zien was, lag leeg van schepen, verlaten en +naargeestig als een gevloekte stroom. Aan den overkant strekte het +Vlaamsche land, als een grauw-gele woestenij, mijlen en mijlen ver +met de torens van Zwijndrecht, Melsele, Beveren, achter elkaar, en +het donker betooverd puin van Rubenskasteel, heel nabij in de +olijfgroene polders, waardoor wit de grachten blonken. Wij dachten +toen nog niet aan den aftocht van ons leger, dat langs daar zijn +redding zou moeten zoeken in een rusteloozen trek van Antwerpen +tot aan den Yzer, altijd voort altijd voort, zonder genade. Nu kwam +nog niets den vrede van dat land verstooren. De wielschepen van +den overzetdienst deden gezapig hunne reizen over den stroom en +kleintjes klauterden menschen en wagens den steenen dijk op van +Sint Anna. + +Hoe sterft toch het grootste getier van wapenen op eenige uren +afstand uit! Ginder heel ver, woedde de slag maar hoe kalm en +ongestoord lag nog de stad en hoe zeker in het midden van die +groote ruimten van vrye ongeschonden velden. Zou daar toch ook +eens slag geleverd worden? Zou ons leger, achteruit wijkend, elk +stuk grond daar, voet voor voet, verdedigen, om den vijand, aan +geen prijs, door te laten tot de stad die nu de laatste wijkplaats was +van het vaderland? Wij bleven hopen zoolang zij niet gevallen was. + +Maar toen wij, afgedaald van onzen toren, weer door de straten +liepen, wisten wij maar al te wel hoe dreigend de nood was, Met +eigen oogen hadden wij de vuurlijn gezien. Die lijn zou nauwer en +nauwer toesluiten rond de stad en wat ging dan haar lot zijn +morgen? Wij stapten sprakeloos voort en mijn vriend zag met +weemoed naar de huizen die hij minde en die tot gruis-en steen- +hoopen konden worden neergebeukt. + +Ik zat in den nanoen, niet zonder gejaagdheid, de hollandsche +kranten te lezen in den Kunstkring. De "Times" werd niet meer +toegelaten, daar stonden de gebeurtenissen te klaar in beschreven. +Eensklaps dreunde kanongebulder over de stad. Wij sprongen op, +de enkele lezers die daar rustig zaten in de lederen zetels van het +fluisterstille kabinet. + +Wij liepen naar een terras op den tuin vanwaar eene wijde +hemelruimte boven de huizen zichtbaar was. Eene duitsche Taube +snorde door de lucht en dreef recht over de plaats waar wij stonden. +Het was de dood die over ons heen vloog, want bommen waren +reeds gevallen en nieuwe bommen konden worden uitgeworpen. + +Was het onbedachtzaamheid die ons staan hield onbewogen, terwijl +wij aandachtig door de lucht het spel volgden der omzwevende +wolkjes van de ontploffende schrapnels? Was het een wraakachtig +verlangen den vijandelijken vlieger als een gekwetste vogel te zien +neer tuimelen uit dien blauwen hemel? Was het misschien wel +onverschilligheid voor alle werkelijk gevaar waar toch niets meer +tegen te doen valt? Was het een onbewust vertrouwen dat ons uur +nog niet gekomen was? + +Ik dacht aan die zielesterkte waar Marcus Aurelius van gewaagt, die +onbewogenheid der ziel die zich voegt naar hare lotsbestemming en +naar de omstandigheden waar zij geen meesterschap meer over +heeft. Sterven op dat oogenblik, zoo scheen het mij, had toch niets +bitters meer indien het zoo beschikt was. + +De Taube ging aan 't stijgen, buiten 't bereik onzer kanonnen en +verdween weldra als een onbeduidend stipje in het wit-blauw der +hemeldiepten. De kanonnen zwegen. + +Bommen waren te Berchem gevallen en hadden een vrouw en een +kind gedood. De vijandelijke vliegenier had ook strooibiljetten +uitgesmeten waar op te lezen stond dat de bevolking van +Antwerpen bedrogen werd en de val der stad aanstaande was. Dat +nieuws werd door de bladen met spotternij vermeld. Onze forten +zouden bewijzen of Antwerpen stand hield ja of neen. + + + +XVIII-Een Nare Dag + + + +Zaterdag, 3 october, is wel voor mij de meest nare dag geweest van +het beleg van Antwerpen. + +Het gerucht liep, in den morgen, dat de regeering en de vreemde +gezanten gingen vertrekken naar Oostende en al de hospitalen +moesten worden ontruimd. Dat viel te verwachten, het einde was +nabij, maar hoe droef die harde zekerheden te ondervinden! + +Ik ontving het bezoek van een vrijwilliger-kanonnier, uit het fort van +Wijneghem, die met verlof in stad was. Hij vertelde mij uit zekere +bron vernomen te hebben dat de tegenaanvallen die ons leger +waagde op de Nethe, vruchteloos gebleven waren en aan ons volk +verschrikkelijke verliezen hadden gekost. De stille kempische rivier +lag vol lijken en vloeide rood van bloed. Het fort van Dorpsveld was +in de lucht gesprongen met zijn bevelvoerder en laatste +verdedigers. Te Koningshoyckt was een munitie-magazijn ontploft +en het fort onbruikbaar geworden. Tallaert lag vernield, Lier werd +verlaten en ons leger was nu bepaald heelemaal achter de Nethe +teruggeweken. "Onze forten zijn van karton" zoo voer mijn +zegsman voort, met een bitteren lach van spijt en radeloosheid om +de lippen, "van karton, zeg ik je, tegen die monsterkanonnen waar +Brialmont nooit op gerekend had. Het is de eeuwige strijd tusschen +het pantser en de bom en de bom moest onvermijdelijk overwinnen. +Indien je geen duitsche pinhelmen als overwinnaars over enkele +dagen in je straat wil ontmoeten, dan raad ik je stellig aan zoo haast +mogelijk te vertrekken. De val van Antwerpen is beslist. Het is +slechts een kwestie van dagen nog, wat zeg ik, van uren +misschien." + +Ik beproefde, zwakjes moet ik zeggen, die stellige verklaringen in +twijfel te trekken, gesteund als ik was door den algemeenen geest +die nog in de stad bleef heerschen en op eene onmogelijke +verlossing wachtte, maar mijn vriend lachtte, ietwat medelijdend, +alsof hij te zeker wist wat ons te wachten stond. + +Toen ik weer alleen zat in mijn werkvertrek, werd ik voor 't eerst ten +volle bewust van het onwederroepelijke. Het was hartverscheurend! +Ik voelde mij in de stemming vaneen man, wien de dokter de +ongeneesbaarheid en het aanstaande einde van een geliefd wezen +heeft aangekondigd. Hij staat machteloos bij de sponde, nog gaat +de ademhaling, nog klopt het hart heel zwakjes, maar de +oogenblikken zijn geteld en vallen een voor een in de eeuwigheid +als de laatste korrels van den Zandlooper. + +Er was niets meer aan te doen! + +O bitterheid der herinnering! Voor twee maanden leefden wij hier +nog in gelukzaligen vrede, waren er schepen op de Schelde uit alle +werelddeelen, klonk de beiaard uit O. L. V. Toren, bewogen de +menschen blij en feestelijk langs de straten, stonden al die oude +huizen en groote kerken daar met hun onveranderbaar gelaat vol +oude rust en zekerheid. + +De overweldigers die reeds Luik hadden ingenomen en Leuven en +Brussel en Mechelen en zoovele steden en dorpen op onzen +vadergrond, zouden ook Anwerpen binnenrukken met het hoonend +geluid hunner gillende pijpers, Antwerpen, de stad van Rubens, de +trotsche, blijde stad van stoeten en landjuweelen vol ongeziene +pracht en schittering. + +De val dezer stad had een tragischer beteekenis dan die van +andere steden in het land. Zij was ons laatste toevluchtsoord en zij +is gekend over heel de wereld. De waterbanen uit alle zeeen loopen +er henen. De schepen uit Bombay en Calcutta, uit Melbourne en +Valparaiso, uit New-York en Shanghai hielden den steven naar haar +gewend. + +Ik heb deze stad bemind als geen andere op de wereld met eene +liefde van alle dagen en alle nachten. Wanneer ik ver van haar was, +heb ik naar haar verlangd met een ongeneesbar heimwee en, +varend over vreemde zeeen, hoorde ik haar roemen door het +scheepsvolk als een verre droomstad, verholen achter de +eindeloosheid der zoute wateren, in de diepe rustige golf der breede +en kalme Schelde... + +En nu is haar val nabij. De zonen van heel het land vermogen niet +haar te redden ten koste van hun bloed... + +Waar zijn de millioenen-legers van de Russen, de Franschen, de +Engelschen dat wij zoo gansch alleen aan ons droevig lot zijn +overgelaten. Moet deze stad dan toch onwederroepelijk met hare +onafzienbare kaaimuren en dokken, met hare torens en kerken, +met hare onschatbare kunstgewrochten, de prooi worden van +Duitschland en de uitspattingen zien der onbeschofte vreugde van +een vijandelijken triomf! De klokken uit de domtorens van Keulen en +Aken van Coblenz en Frankfurt, van Berlijn en van Weenen zullen +feestluiden bij den ondergang van dit voor ons onaantastbaar +heiligdom! + +Heel den dag vervolgden mij die martelende gepeinzen. + +Wanneer ik op straat kwam, las ik verslagenheid op alle gezichten. +Voor het Sint Elisabeth-gasthuis zag ik de tramwagens volladen met +de erbarmelijke vracht van nog hulpbehoevende gekwetsten... Het +ongeluk hing in de lucht. Eene atmospheer van angst, van bange +verwachting drukte zwaar over heel de stad. De dingen die +gebeurden waren te geweldig dat zij niet, zelfs zonder mededeeling +der kranten, op elk burger een weerslag zouden gehad hebben. +Voorgevoel? Telepathie? wat weet ik, maar 't was zeker dat +onze nederlaag op de Nethe en het openkraken onzer sterkste +pantsertorens, ofschoon de menschen er niets juist over wisten, als +door luchttrillingen tot in elk hart den zwaren klop verwekten van de +hevigste ontroering. Zoodat alle menschen dof en moedeloos +gingen loopen met een borst vol nijpend wee. + +Ik zocht naar stilte en eenzaamheid. Werktuiglijk gingen mijn +schreden naar de Wilrijcksche poort. In de groene koelte van het +Nachtegaalpark, onder de hooge zwaarruischende beuken van +Middelheim, heb ik zoo dikwijls over mijn leven nagedacht en rust +en sterkte gevonden. Misschien kon ik er nu ook weer tot kalmte +komen met mij zelf en leeren berusten in het Lot. Het zou daar +eenzaam zijn en verlaten. Wie dacht nu in de stad aan die verre- +koele boomen? + +Maar ik was nauwelijks de poort uit of ik zag de baan afgesloten +door soldaten en over heel de diepte van den steenweg op Wilrijck, +de dichte drang van vluchtelingen stadwaarts gekeerd. De forten +der tweede verdedigingslijn werden dus onder vuur genomen dat +de dorpelingen van zoo dicht bij Antwerpen reeds op de vlucht +sloegen. Het was een erbarmelijk gezicht: hoogopgestapelde +karren vol meubels en beddegoed, voortgedreven koebeesten en +schapen, handkarretjes met een arme huisraad volgeduwd en +duizenden menschen, wien toegang tot de stad werd ontzegd. +Waar moesten die dompelaars nu heen? Naar het Noorden en het +Westen liepen nog de eenige vrije wegen. + +Ik moest terug, er viel niet aan te denken door dat gewoel te +geraken. Ik tramde weer tot in het hart der stad. + +Eene groote verrassing wachtte mij daar: de engelsche mariniers +waren aangekomen. De burgers liepen rond in blijde opgewektheid. +De trieste stemming van heel den dag scheen geweken voor eene +nieuwe opleving van hoop. Gezang van Tipperary klonk mij tegen +van uit de kromming der Koornmarkt en weergalmde tegen de oude +trapgevels. Ja, daar waren de Tommys in hunne kakhi-uniformen +en hun flinke stap dreunde door de straat met het gerol hunner +snelvuur-geweren. Zij hadden lachende gezichten, bij 't gejuich en +geroep der links en rechts op de stoepen geschaarde menigte. +Vrouwen wierpen bloemen uit en staken sneukelgoed en vruchten +toe aan de kranig voorbij tiegende jongens. Zware marine-stukken +waren over de vlotbrug van den vlaamschen oever gekomen en +reden nu met een daverend geluid van ijzer over de kasseien der +Suikerrui. + +Wij waren dan toch niet heelemaal verlaten. Engeland ten minste +kwam ons ter hulp. De regeering vertrok niet meer en de gasthuizen +werden niet voort ontruimd. Churchill, de lord der engelsche +admiraliteit, was naar Antwerpen gekomen en pleegde reeds +overleg met onzen generalen staf. De zaken gingen een andere +wending nemen onder zijn beheer! Antwerpen was gered! + +Het waren de laatste opflakkeringen van hoop, zekere voorboden +van het einde. Ik liet mij niet meer meeslepen in dien laatsten roes. +Ik had de vlucht gezien van duienden aan onze poorten. Ik wist +dat onze vesting openlag voor den vijand. Wat konden 2000 +engelschen doen, wanneer vijftig--en honderdduizend niet +voldoende waren geweest om den inval der Barbaren te stuiten. De +avond begon te dalen en de straten lagen wit-grijs in de +deemstering. Toen zag ik op O.L.V. Toren een rood-en-wit- +gekartelde vlag verschijnen. De menschen in hunne vreugde +begrepen niet dat nood-signaal. Het was een voorteeken van het +aanstaande bombardement. De oude eerbiedwaardige steenen van +Antwerpen riepen om genade. + + + + +XIX-De Kardinaal Te Antwerpen + + + +O 't bitter zoete van dien laatsten zondag! Ik wandelde langs de +boulevards, onder de groene platanen. Tot mij kwam het vele +klokgewemel uit de oude stad, alle de klokken der groote kerken die +luidden voor de hoog-mis. Dat gaf altijd eene stemming van +feest, van blijde opgetogenheid, wanneer dan tusschendoor +de schetterende fanfaren van eene voorbijtiegende harmonie +maatschappij uit een verdere straat werden vernomen. Nu +kwam de bittere herinnering op aan vroegere dagen van vrede en +rust. Ik heb mij, kind zijnde, reeds zoo bewust gelukkig gevoeld bij +die bekende klokke-muziek. Ik kende de vrome stemmen uit alle +torens. God! het waren dezelfde zware gonzingen en de heldere +bimbammen van altijd die mij den zondags-hemel blauwer deden +schijnen en van zon de gevels lichter. Nu luidden zij den nood die in +alle harten genesteld zat en 't kwam mij voor dat het blijde +klankgeweef van vroeger bedeesder was geworden en schuchter +om een geluk waarvan de broosheid thans was gebleken. Ons bleef +niets meer dan bitterheid en spijt; de laatste illuzie van een +mogelijke verlossing was nu voor goed dood. De klokken zongen +ons leed. + +Wit-en-rood-gekartelde vlaggen staken nu uit op alle publieke +gebouwen. Ik zag er wapperen langsheen mijn wandeling, boven +het Opera, den nederlandschen Schouwburg, het Atheneeum en +dieper in de stad boven Sint Andries, Sint Jacob, en Sint Paulus. +Flink-uitslaande vlaggen wekken altijd een gevoel van fiere +vreugde. Maar nu... dat wit en rood gewemel op de zonnelooze en +parel-grijze lucht deed denken aan de nood-signalen van schepen +die vergaan. + +Er was een groote rust overal, een doffe stilte en eene +verschrikkelijke ijlte. Waagden de menschen 't niet meer buiten te +komen en zaten zij te dubben in angstige verwachting achter al die +bleeke zieke gevels van een stad die sterven ging? + +Tegen den middag kwam er toch weer beweging in de groote +straten, gingen de menschen met hun zondagschen tred over de +Schoenmarkt en de Meir, toeterden weer de militaire auto 's en +klonken dringender de bellen van de trams door de drukte en 't +rumoer. + +De meest besproken gebeurtenis van dien dag was de overkomst +van Kardinaal Mercier naar Antwerpen. Dat gaf gerustheid tot in het +meest dreigende gevaar. De blikken verhelderden. Dat voelden de +menschen toen reeds: de regeering kon gedwongen worden te +vertrekken, de Koning en het leger zouden misschien eerstdaags +de stad en het land moeten verlaten, maar de Kardinaal was een +macht en een kracht die zou blijven en 't ontredderde schip van 't +Vaderland, met zekere hand en vasten blik voort sturen door de +orkaan. Hij had toen nog niet die heldhaftige brieven en protesten +geschreven, uitspraak van den nood, de verzuchtingen en de +verontwaardigingen van een heel volk en die over heel de aarde +weerklank zouden vinden. Hij had zich toen nog niet, met de +imponeerende grootschheid van zijn onkreukbaar gezag, tegen +duitsche dwingelandij en willekeur gesteld en woorden gesproken +die ontzag en eerbied afdwongen en hem maakten, in afwezigheid +van den Koning en de regeering, tot den Regent van het verdrukte +en platgetrapte Belgie, veel meer nog, tot de hoogste en zuiverste +zedelijke macht, eenige toevlucht nog van het Recht en de +Rechtvaardigheid en die als een arke Noachs zou uitsteken boven +de wateren van den nieuwen zondvloed van alschrikkelijkheden die +Europa gingen overweldigen en weldra de heele wereld. + +Maar toen reeds was er glorie rond hem. Keerde hij niet pas weer +uit Italie, waar hij bijna tot Paus van Rome werd verkozen, bij eene +eerste stemming der fransche kardinalen in het jongste konklaaf. +Frankrijk en Engeland hadden hem toegejuicht op zijn terugtocht, +die werd als een triomf. En nu zou hij pontificeeren in de +antwerpsche kathedraal en openbare gebeden opdragen voor het +behoud der stad in haren uitersten nood. + +Ik ging er heen. De reusachtige kerk was proppensvol. Ik vond met +moeite slechts een plaatsje om tegen een der laatste pijlers te +leunen, van waar ik de zee van menschen overzag die de zeven +beuken vulden. Ik kon niets waarnemen van den dienst in de O. L. +V. Kapel, niets dan de felle gloed der vele kaarsen op het wit- +marmeren autaar, onder het donkere gewelf. Het orgel dreunde en +de choralen zongen. + +Toen plots, in de plechtige stilte die volgde, klonk de stem van den +Kardinaal die de liturgische gebeden psalmodieerde. + +Er ging een schok door mijn lijf. Ik dacht mij weer in het Paus +college te Leuven, waar ik diezelfde stem gehoord had, twee jaar +lang, bij de verklaring der wijsbegeerte. Ik deed mijn oogen toe. De +oorlog was ver van mijn gedacht. Ik zag het vroeg-verouderde +gelaat van mijn professor met de onvergeetbaar-zachte en diepe +oogen, het beenderige gelaat met den machtigen schedel en het +vooruitspringende stralende voorhoofd, waarover soms een lange +grijze haarvlecht neerzakte en dat ging versmallen naar den milden, +goeden mond met de zware onderlip boven de wilskrachtige kin. +De twee diepe groeven, die van den scherpen neus naar de +mondhoeken daalden, waren de zekere teekens van een ascetisch +leven vol grondige overpeinzing. Ik zag weer zijne groote magere +witte hand die, betoogend opgeheven, toen reeds was als de +zegening van een middeleeuwschen kerkvader. Ik dacht hoe ik +soms, na de lessen, naast zijne hooge eerbiedwaardige gestalte +geloopen had, van het Paus-college naar de Vlaming-straat, +pratend over mijn twijfelend gemoed of over lezingen die ik toen +deed van Peladan en Leon Bloy en hoe zijn groot hart luisterde naar +mijne jonge en onbesuisde woorden. Ik zag hem weer terug in zijn +neo-gotisch huisje van het Leo XlII instituut, waar hij mij eens +ontving en sprak over een zeldzaam werkje van St Thomas, De +Pulchro et Bono en waar geschilderde reducties hongen van +diezelfde Kruis-oprichting en Afdoening van Rubens die hier thans +uit de kerk waren weggeruimd. Zijn leerend woord had velen van +het jong geslacht gevormd die nu leden en streden voor het +Vaderland. Zou ik ook misschien mijn bloed eens moeten geven? + +Het lof was ten einde. De deken van Antwerpen zei de laatste +gebeden. Luider dan de andere aanroepingen klonk het: Spaar +heer, spaar uw volk, wil in eeuwigheid U niet vertoornen tegen ons... +Het was waarlijk de smachtende verzuchting nu der duizenden die +hier baden in deze oude kathedraal, terwijl een woeste en +bloedgierige vijand met kanongebulder dreeg aan de poorten van +de stad. Dat was als de echo, over eeuwen, van die algemeene +smeeking die eens ging door oude abdijen en kloosterkerken: Van +de woede der Noormannen verlos ons Heer! + +Er kwam woeling onder het volk, wegen werden gebaand door de +dichte drommen om de processie door te laten die nu, met vanen +en flambouwen en gezang, traag kwam getogen uit den ommegang +van het verre koor, tot de uiterste diepten der groote kerk. Het +goudlaken der koorkappen van de zingende priesters glom in 't licht +der wassen kaarsen. Onder een zijden baldakijn ging de Kardinaal +met de blinkend-gouden remonstrans in handen. Belgerinkel trilde +en damp van wierook steeg geurend omhoog en hing te drijven +door de beuken. + +Ik ging de kerk uit en wilde naar het zuider-wandel-terras aan de +Schelde. De nauwe straatjes die de kathedraal omgeven krielden +van het volk. Over de Koornmarkt en langs de Suikerrui reden +zwaar-daverende londensche autobussen, met de kleurig-beschilderde +reclame-borden, en waar de aanwijzingen van London bridge, Liverpool +street, Charing Cross of Golders Green nog op te lezen stonden. Zij +waren van binnen volgeduwd met oorlogsmateriaal en buiten, op de +hooge imperiales zaten de kakhi-soldaten en lachten lustig naar +de opgetogen wandelaars. + +Het wandelterras zag zwart van het vriemelende volk. Over de +deinende houten brug voor het Steen, kwamen de laatste roode-en- +gele autobussen van den vlaamschen oever aangerold. De late zon +speelde met gulden schijnen op de wemelende menigte. Ik had nog +even den vluchtigen indruk van eene blij-levende stad langs den +glorierijk-begloorden Schelde-stroom. + +Heerlijk avonduur dat argeloos genoten werd, dien laatsten zondag +in het vrije Antwerpen! Wat zou de dag van morgen brengen? + + + + + +XX-De Groote Vooravond + + + +Dinsdag avond, 6 october. Het was reeds nacht en omstreeks 11 +uur. Ik zat in mijn werkkamer te lezen in den stillen schijn van een +elektrisch lampje. Ik had Gezelle's Tijdkrans in handen genomen. + +De seizoenen van Viaanderen gingen aan mijn oogen voorbij in die +liefelijke gedichten. Het was winter: het ruwrijmde, het brimmelde, +de bonte kraaien vlogen over de sneeuwvelden; het werd lente: +daar viel een leeksken licht op des dichters handen, hij ging de +gedaagde doornhagen vragen waarom zij nog niet bloeiden, hij +vond de lieve Leie vol breedgerugde waterkimmen, de leeuwerik +vloog als een pijl naar den hemel, de nachtegaal zong zijn klagend +lied, de nieuwe blaren stonden als geluw-groene le-gerscharen op +de boomen, de bloemen ontloken bij de watergracht, de avonden +werden zacht en zoet van heilige rust; de zomer kwam: de dichter +ging naar 't koren luisteren, "t vaart een fijn gelispeld leven--deur de +toppen allemaal--daar de diepere stammen beven--deunende als +een donder taal", hij stond als een kind aan zee, bewonderend het +spel te volgen van de blijde witgetopte baren; de herfst begon en de +blaren rezen, het regende droefgeestigheid en de dichter dacht in +weemoed aan de dood en riep om hulp van uit zijn donkere diepten. + +Milde en machtig mededoogen +keert uw onbermhertig oogen +toch niet af +van mijn nietheid die benepen +voelt de dood haar henensiepen +naar het graf. + +Ik las... en dof kwam aan mijn ooren, bij poozen het verre brommen +van 't kanon. + +Hoe waren deze gedichten bloemen van een vrede! Ik zag ze nu +als de hoogste bloei van een reeds besloten tijd. Het was het beste +dat wij hadden voortgebracht. Wanneer zouden wij dergelijk geluid +nog ooit vernemen in ons platgetrapte land? Want 't was nu de +roode wijn-oogst voor ons Volk. De vruchten van een traag-barende +Lente en van een Zomer die ons zonder einde scheen gingen nu de +wijnpers in en onder den pletterenden voet van den geweldigen +wijngaardman. Waren de besten uit de jongelingschap, die nu vocht +en stierf, niet innerlijk gevormd geweest door des grooten dichters +woord? Het Vaderland waar zij hun bloed voor gaven was het +paradijs van zijne zangen. Hij leerde het beminnen met de +onstuimige liefde die opvoert naar die hoogten waar de heldendaden +worden gesteld... + +Weer gromde luider het kanon. Het bleef aanhouden en de +losbrandingen versmolten in elkaar door de verte. Ik moest mijn +lezing staken, heel de lucht was vol gedommel en het trok nu heel +mijn aandacht. Het werd geweldiger nu ik luisterde in de groote stilte +van den nacht. Het was als het gebrom der aarde zelf die geweld +leed in de duisternis. Het scheen mij of de wereld overspannen +stond door een koepel van geluid, door een reusachtige en +voortdurend-ronkende bronzen gong. Ik dacht aan de trompen van +den Apocalyps die zoo, op den jongsten dag, uit de vier +windstreken, over de aarde moeten ronken en de menschen- +drommen oproepen voor het laatste oordeel. + +Ik sloeg mijn mantel om en liep de straat op in de richting van 't +centraal station. De geweldige koepel had glimmingen van een +stalen pantser in het blauwig vuur dat de stad overbrandde. Donker +bonkte de vierkante onderbouw omhoog als een babylonisch terras. +Wat waren al die trotsche opstapelingen van steen die, in een +oogwenk, konden storten in elkaar. + +Ik wandelde voort door de verlaten, donkere straten, in de richting +van Borgerhout, van waar het oorlogs-geluid mij scheen te komen. +De huizen blokten kolossaal op de vlammige lucht. Ik hoorde den +stap en de stemmen van de nachtwakers, die sinds korten tijd, op +eigen initiatief der burgers, wacht hielden tegen Zeppelin-gevaar. + +Gedurige flikkeringen gloorden door de lucht als de lichtstriemingen +van een ver onweer. Toen plotseling kraakte een slag zoo geweldig +dat ik staan bleef en den bons voelde van mijn hart. De straat +schokte en dreunde, er liep als eene siddering van de aarde onder +mijne voeten. Ging de stad zelf nu werkelijk beschoten worden? +Was het een fort dat in de lucht sprong of een Zeppelin die bommen +wierp? Ik hoorde, ver en bij, door de straten, de onzichtbare wakers +alarm kleppen en verschrikt op de deuren der huizen bonzen om de +menschen te manen naar hunne kelders te vluchten. + +Maar 't werd na een poos weer stiller, het staag kanongegrom zelf +scheen te bedaren in de verte. + +Toen kwam een ander groot lawaai aanstuwen uit den nacht. Ik +bleef staan en luisterde aandachtig naar die vreemde gonzing van +de lucht. Het werd ontzettend. Het was een benauwelijk gejoel als +door doolhoven. Dan vernam ik duidelijk het gedreun van +honderden en honderden paardenhoeven. Het werd een +duivelachtig leven. De nacht rondom mij werd als een hel waardoor +heel de ruiterij van den afgrond aan kwam draven. + +Eindelijk trokken aan mij voorbij de eerste donkere ruiters en het +bleef een stoet zonder einde die de stad introk. Ik kwam terug op +mijne stappen en bleef loopen naast het dreunend getrappel van de +paarden. Het was de aftocht van ons leger. Het hoofd van den stoet +moest reeds diep in het hart der stad toegekomen zijn, en nog altijd +joeg aan mij voorbij het gedraaf van nieuw-aanrukkende, bijna +onkennelelijke ruiters, die nu met rammelende kanonnen en +caissons door de dreunende straten reden. + +Ik volgde den sleep tot aan de Schelde. In den zwakken schijn van +een halve maan, die zilverig gloorde in den breeden zwarten +stroom, zag ik de donkere, nare vlucht, kleintjes voortschuiven naar +den Vlaamschen oever, over de lange houten brug waarvan de +balken schokten. + +Toen ik weer t' huis was en te slapen poogde, rommelde het nog +heel den nacht door van rollende kanonnen. + + + + +XXI-De Aankondiging Van Het Bombardement + + + +In den morgen van woensdag 7 october, stond er te lezen in de +bladen dat het bombardement der stad aanstaande was en de +burgers konden vluchten langs de eenig overgebleven vrije wegen +van het Noorden en het Noord-Westen. + +Ik was reeds vroeg de straat op. Overal stonden de menschen aan +hunne deuren, in groepjes, de noodlottige aankondiging te +bespreken. Het was te zien dat het nieuws algemeene ontzetting +verwekte in de stad. Bij de meeste luidjes gingen immers nu eerst +de oogen met verbazing open. Zonder eenigen overgang werden zij +plotseling gesteld voor het allerschrikkelijkste: het bombardement +hunner huizen, den val hunner stad. Wat wisten zy anders van den +oorlog dan hetgeen zij stil op hunne kamers in hun antwerpsch +krantje hadden gelezen en dat vertelde hun gisteren nog dat de +zaken goed stonden, dat er geen de minste reden was tot +verontrusting, het nachtelijk kanon-gebulder zelfs mocht niemand +beangstigen: het waren proefscheuten met de zware engelsche +marine-stukken. + +Toch ontstond er geen paniek. De burgers beoordeelden kalm wat +hen te doen stond. Tot vluchten werd vrij algemeen besloten, maar +de middelen om die vlucht te verwezenlijken bleven een ernstig +vraagstuk. Nagenoeg alle taxi's en de meeste paarden werden +sinds lang voor oorlogsdienst gerekwireerd. Het trein-verkeer over +de twee nog-bruikbare lijnen, Vlaamsch hoofd-Gent en Antwerpen- +Esschen, was onzeker en beperkt en de Vlaamsche lijn bleef dan +nog voorbehouden aan de laatste trekkende soldaten en eerst en +vooral aan de gekwetste en herstellende die nu in een rampzaligen +stoet van alle kanten toekwamen aan de vlotbrug voor het Steen. + +Het was deerniswekkend om aan te zien: vele die zich +voortsleepten op krukken met nog dik-omzwachtelde voeten, +andere bleek en zwak met in-witte-windels-gedragen armen of het +hoofd omwonden en die door verpleegsters moederlijk werden +ondersteund, enkele zelfs die, meer dood dan levend, op berrie's +moesten worden aangedragen. Het was als de toevlucht van alle +ziekten en miseres op de beroemde ets van Rembrandt, maar zij +kwamen niet naar een Christus die hen zou genezen, zij vluchtten +de dood of de gevangenschap die hen wachtte wanneer zij bleven +in de stad. + +Toen ik weer huiswaarts keerde, door een arme volkstraat, zag ik +een van die lange zwarte koolwagens vol stoelen zetten om zoo +een paar buur-gezinnen naar de nederlandsche grens te voeren. + +Mijn huisgenooten besloten ook dienzelfden ochtend te vertrekken +naar ons landhuisje te Cappellenbosch, waar het voor 't oogenblik +nog veilig scheen. Zij hadden gelukkig nog een rijtuig kunnen huren +dat hen tot in Cappellen zou voeren. Met verkropt gemoed werd het +oude familie-huis verlaten met niets dan het allernoodigste voor de +onzekere reis. Wij bleven samen tot aan Deurne-poort. Hier moest +afscheid worden genomen... nog de laatste wuiving van een hand +uit het portier en ik zag de zwarte koets voortrijden in den +onafgebroken stoet van allerhande gespannen en te midden een +reeds drukke toeloop van beklagenswaardige vluchtelingen. Ik bleef +alleen van ons gezin achter in het bedreigde Antwerpen. + +Ik wilde terug de stad in, maar in de hemel-ruimte, boven het +plein voor de vestingpoort, beschreef eene duitsche Taube +hare reusachtige kringen, heffend en dalend tusschen de +openknarsende schrapnels onzer kanonnen die over de huizen +donderden. De menschen vluchtten ijlings naar alle kanten om +eene beschutting te zoeken onder het rood-steenen gewelf der +poort of achter de muren der omliggende gebouwen. Een zuster, +die waarschijnlijk pas uit de stilte van haar klooster was vertrokken, +bleef alleen achter op het groote plein en stond daar bedremmeld +en hulpeloos. Ik ging haar halen en bracht ze veilig onder de poort. + +De Taube dreef weer af naar het Noorden, als het ware om de +burgers op hunne vlucht te volgen en schrik aan te jagen, want +bommen werden toen niet geworpen. + +Op de Turnhoutsche baan zag ik menschen hunne keldermonden +met kolen, zand of aarde dichtsluiten. Er was groote ontsteltenis +overal, maar velen die nog aarzelden of zij wel trekken zouden, +velen ook die niet weg konnen of zich geen volle rekenschap gaven +van 't gevaar. + +De antwerpsche historie telt meer dan een bombardement. Dat van +Baron Chasse in het jaar '30 lag nog zoo ver niet in 't verleden en +ieder had er in zijn familie, door grootvader of grootmoeder, wel +eens hooren van vertellen. De sinjoren zouden dat nu ook wel +doorkomen en zij hielden eerst en vooral van hun huis. + +In 't voorbijgaan, trok ik even het centraal-station binnen. Alle +winketten waren gesloten. De reizigers liepen vrij de groote hal +binnen langs de hooge marmeren trappen. Ik volgde den drang en +zag een trein bestormen die, reeds volgepropt, op vertrekken stond +naar Holland. De menschen klauterden tot op de daken en hielden +zich vast op de stijgplanken. Het werd hier een zinnelooze vlucht die +op paniek geleek. + +Ik ging van daar naar de Kipdorp-vest, waar het bestuur gevestigd +was waarvan ik door mijn nieuwe bezigheden afhing. Al de bureelen +waren met de regeering reeds naar Oostende vertrokken. Geene +verplichting weerhield mij langer nog in de stad. Ik was vrij maar nog +besluiteloos. + +Toen ik weer in mijn buurt kwam zag ik hoe nog maar steeds alle +menschen aan hunne deuren stonden en, als om raad of hulp of +een bemoedigend woord, uitkeken naar de voorbijgangers. Luidjes +die mij vroeger niet schenen te kennen groetten mij nu als met een +innigheid. "Die is nog hier en rustig in 't gevaar!" zoo blikten hunne +vertrouwende oogen mij hartelijk te gemoet. + +Over de andere stoep kwam burgemeester Jan de Vos aangestapt, +op zijn dagelijksche gang naar het stadhuis. Hij liep verstrooid in zijn +donker-grijze redingote, de licht-grijze girondin op het hoofd, ietwat +gebogen, zwaar van kommer en verantwoordelijkheden, in deze +hachelijke uren. Hij beantwoordde geen enkelen groet van de vele +lieden die hem eerbiedig nakeken en nu eerst recht gevoelden hoe +hij was de burgervader waarop men rekenen mocht. De innerlijke +overweging volgend, keken star de afwezige oogen van achter de +glimmende lorgnonglazen, waarvan het zijden koordje argeloos +neerhing langs zijn zwart en witte snor en zijn rood gerimpeld +gelaat. Ik had den indruk van een man die eenvoudig een held zou +zijn als 't noodig was en het eigen leven niet zou achten in 't gevaar. + +In den namiddag ging ik een vriend opzoeken om te vernemen wat +hij zinnens was te doen. + +--"Wat zijt ge bleek!" zoo was de bezorgde vraag die mij begroette +"Uw gelaat draagt de sporen van ontzetting. Voelt ge u niet wel of is +het angst?" + +Ik keek verwonderd op doch stelde mijn vriend gerust: + +--"Ik voel mij wel, goddank, mijn huisgenooten zijn weg, in veiligheid +en 'k ben van dien kant zonder kommer. Voor mij zelf ken ik geen +vrees en, indien ik angst gevoel, dan is 't voor deze stad en alles +wat hier kan vergaan. Voelt gij het ook niet, beste, er is iets nieuws +over ons gekomen, onze weelderige vrede is voor goed verstoord, +al de trotsche kooplui dezer stad zijn geschokt in hunne ikzuchtige +genieting, de koffers worden geledigd, de fortuinen storten in elkaar, +een rukwind waait alle vensters open en jaagt zelfs oude en zieke +menschen op de straat langs alle wegen van de wereld. Ons volk +lijdt, wij gaan nu lijden met ons volk, wij gaan ons deel hebben in de +moorderijen, in de brandstichting, in de vermorzeling van dit +geslacht, heel het grootsche gebouw van onze voorvaders stort in +puin. Ja ik weet het, door onze kleinheid tegenover het almachtige +Duitschland heeft onze strijd eene glorie verworen, die aan de +antieke tijden denken doet. Als wij uit dien oorlog vrij en +onafhankelijk weer eens te voorschijn komen, dan is er met ons in +de geschiedenis iets gebeurd, dan hebben wij een roem verworven +die van geslacht tot geslacht zal voortgegeven worden als de +kostbaarste schat onzer nationale fierheid. De gemakzucht en de +zinnelijkheid die alle zedelijke energie gingen sloopen, die alle +enthousiasme verzwakten hebben van de zweep gekregen en +komen zoo gauw niet meer weerom. Er overkomt ons iets dat ons +diepste wezen moet veranderen en ons tot een volk maken dat +eerbied afdwingt voor heel de wereld. Maar nu, nu op dit oogenblik, +nu lijden wij, nu voelen wij alleen de gruwelen van dezen tijd en hoe +de ijzeren hand van den dwingeland reeds op ons weegt, wij lijden +omdat wij voor lang niet meer volledig zullen kunnen leven, wij lijden +om alles wat vergaat voor eeuwig in het aanschijn van ons lieve +land. Die pijnlijke ondervinding mag te lezen staan op ons gelaat. +Het is niet te verwonderen dat wij er de sporen van dragen, ik zou +mij eer schamen moest het anders wezen." + +Mijn vriend aanhoorde geduldig mijn ietwat zenuwachtige uitval, die +zijn kijk op mijn innerlijk gemoed bij mij had uitgelokt. Wij gingen +kalmtjes voort met praten over de mogelijkheden die nog in de lucht +hingen. Hij wilde weg, maar aarzelde zijn mooi huis, met de +schilderijen, de boeken, de zeldzaamheden die hem lief waren te +verlaten. Ik werd gewaar dat in die uiterste oogenblikken niet slechts +de wil en de koele redeneering--te veel onbekenden kwamen in het +vraagstuk voor--maar wel de omstandigheden, een onvoorzien +voorval, een luim, de beslissende daad uitlokten van te blijven of te +gaan en wij namen nog geen besluit. + +Ik ging weer naar mijn huis. Over de Schoenmarkt reed er een +grijze auto aan mij voorbij. Ik erkende den Koning. Het was +ongeveer drie uur in den namiddag. Hij reed langs de Koornmarkt +naar de Schelde toe, Ik kende die richting, zij was voor dagen reeds +de baan van allen aftocht. Onze vorst verliet dus ook de stad! Onze +ministers en de vreemde gezanten waren vertrokken, ons leger was +nagenoeg geheel over den stroom en op weg door Vlaanderen, +Winston Churchill was weg in een auto naar Oostende. Mijn besluit +stond vast. Ik zou vertrekken. Deze stad ging in de handen van den +vijand vallen, ik zou moeten de gehate soldaten en de trotsche +officieren door mijn straat en aan mijn huis zien voorbij gaan. Wij +zouden ons aan den willekeur van een glorie-dronken overwinnaar +moeten onderwerpen. Wat waren geld en goed en alle duurbaarste +herinneringen, vergeleken bij de vrijheid daarbuiten, met alle +mogeijlkheden om naar mijn beste krachten voor het vaderland te +werken? + + + + +XXII-De Laatste Uren + + + +Ik lag in mijn zetel, keek mijn kamer rond en peinsde. + +Hier heb ik zoo vele dagen van mijn leven hard gewerkt. Hier heb ik +eindelijk klaarte gezien in mijn jonge droomen. Hier ben ik uit de +onbewustheid losgeworsteld en heb ik geestdrift gekend tot groote +daden. + +Langs de wanden stonden de vele boeken die mij lief waren, hingen +de prenten en de schilderijtjes die bij mijn leven hoorden en bij de +bewegingen van mijnen geest. Ik keek naar de ronding en de +kleuren van een vaasje; ik zag het slanke gebaar van de +tanagrabeeldjes boven mijn boekenkast; aan den donkeren wand +naast het venster was de bittere mondplooi van een Beethoven- +masker. + +Ik voelde weemoed naar boven komen. + +--Er valt nu niets meer te doen dan kalm van alles te scheiden. Hoe +nutteloos is al ons gehaast, heel onze zenuwachtige bedrijvigheid +het was een waan. Wij meenen soms tot iets noodzakelijk te zijn en +alles gaat voort als wij verdwijnen. Hoe ijdel blijken nu al de +gewichtige gesprekken die hier werden gevoerd! De werken waar ik +met heel mijn ziel aan hing zullen voor jaren moeten rusten en +misschien nooit meer hernomen worden. Een andere tijd begint en +een nieuw leven. Al het oude wordt als een versleten kleed afgelegd +en daargelaten. + +--Daar in die schuiven liggen brieven van geliefde wezens die ik op +mijn zwerftochten door de wereld heb ontmoet en die uit de +millioenen onbekenden naar mij zijn toegekomen en boven alles lief +geweest. Die brieven bevatten de uitspraak van hun hart, van hun +innigste denken, van hun beste geloof, van hun vurigste betrachting +en verlangens. + +Ik trok de schuiven open. + +--Zou ik ze meenemen? Neen er viel niet aan te denken. Wat zou ik +kunnen dragen op een tocht, te voet misschien naar de grenzen, +niets dan mijn eigen noodzakelijkste goed. Zou ik ze verbranden? +Neen dat mocht niet, 't was onmogelijk al het teerste en schoonste +te vernietigen, dat in momenten van hoogste zielestemming was +ontloken of geklaagd werd van uit afgronden van smart. Ik zou +misschien alles eens terug vinden, wie weet? + +Ik sloot de schuiven en borg den sleutel. + +Ik liep het huis af, een laatsten keer, alle kamers door, waar wij +zoovele jaren hadden geleefd en vreugde en droefheid gekend en +gedeeld. Mijn voorzaten keken mij aan van uit hunne oude vergulde +kaders, al die stille en verre menschen die geleefd hadden in tijden +van rust en onverstoorbaren vrede: grootvader met zijne +bakkebaarden en de roze hand op den hecht van zijn krommigen +officierssabel uit den tijd van Leopold I; Grootmoeder uit Holland, +met haar strak-gesloten mond vol stil-verbeten droefheid, haar +vader vocht in 't verre Indie en zij was vroeg verlaten en alleen; +Overgrootmoeder met de witte muts en de zware gouden halsketting +en de gouden horlogie op het blinkend zwart zijden kleed; een vroeg +gestorven tante uit Haspengouw, als een meisje, met een roode +roos in haar hand en een fijn juweeltje dat van uit de haarschijding +neerhing op haar maagdelijk voorhoofd tusschen de platgestreken +bandeaux. Ik was de eenige die hier overbleef om een laatste blik te +wisselen met hunne onveranderbare oogen, een laatste blik voor +dat die oude en vertrouwde gestalten voor eeuwig zouden vergaan +misschien in de verwoesting dezer stad! + +Overal stonden of lagen voorwerpen die herinneringen opwekten +aan blijde en droeve dagen, aan verre reizen. Ik nam een +geciseleerde dolk in mijn handen dien ik eens meebracht uit een +duisteren juweelenwinkel van den Arminski Bazar te Tiflis. Mijne +vingers gleden langs een poolsch tapijt dat ik kocht in de oude +hallen van Krakow. + +Ik bleef staan droomen voor een schilderij van mijn vriend Lefebvre, +een groot landschap dat in de voorkamer een heele wand bedekte. +Het was de Lente, de kerzelaars stonden in de bloem, een witte +weelde zoover de oogen gingen en heel kleintjes aan den einder +was daar een kerktorentje en wat huizen van Mortsel-dorp, waar +ik vroeger eens woonde. De zon speelde door die witte maagdelijkheid +en deed de purpere anemonen in de weiden tintelen van glans. +Het was een feest van kleuren en van licht. Het werd zoo dwaas +in dit angstig uur, het was om te huilen dat die kunst zoo onbewogen +bleef, vol paradijs-geluk, wanneer alles over enkele uren in elkaar kon +storten en de flarden van dit schilderij niet meer zouden te vinden +zijn onder de puinen en het stof of de verkoolde balken van dit huis. + +Het is de tijd om aan alles vaarwel te zeggen. Het is de tijd om uit +zich zelf alleen te leven, om te weten, eens voor goed, dat niets +belang heeft dan onze eigen denkende, voelende, onsterfelijke ziel. +Wat heeft dit stoffelijk leven te beduiden? Waarom, als de bode van +de dood nu tijgend aan de deur staat, nog willen talmen en +uitrekenen dat het beter straks dan nu, over een jaar dan dezen +nacht zou zijn. Het ware laf een stond daarover te dubben of even +maar te aarzelen. + +Wat is het zelfs dat deze schoone stad ten onder gaat wanneer +haar lot beslist is? + +De historie moet haar verloop hebben. Daar is niets tegen te doen. +De O.L.V. Toren zal instorten wanneer zijn uur gekomen is. Rome +en Athene en Carthago zijn ook verwoest door overwinnende +legers. Andere steden zijn vergaan voor eeuwig. Het was noodig +om een nieuwe orde in de wereld. + +Er gebeuren dingen waar wij of niemand op deze aarde de regeling +van bezitten. Wij zijn niet meester van het Lot. Zijn wij meester zelfs +over ons zelf? Alles is ijdel, alles is waan. God alleen bestaat en +regeert de wereld. Al wat gebeurt is aanbiddelijk en goed. + +Er kwam berusting in mijn hart. Ik voelde geen haast meer, geene +drift, geene eigenliefde, geen verwijt tegen het lot. Ik sloeg mijn +mantel om, stak mijn tasch onder den arm, sloot de deur en trok de +straat op. + +Het was omtrent acht uur. De stad lag doodsch en grijs alsof een +vroege nacht er reeds begon te dolen. Er waren bijna geen +menschen meer op de baan. De huizen al gesloten. Hier en daar +werd nog haastig een kelder met aarde en assche toegestampt, +bangelijk en geniepig. De winkelramen waren dicht gemaakt met +geel houten planken, andere die haastig nog de luiken voor kregen. + +Het was tragisch die stad te zien liggen in de angstige verwachting +van hetgeen te gebeuren stond. Zij was gaaf nog en heel, maar +over een paar uren moesten de bommen, als een regen van vuur, +over haar nederkomen en de roode haan zou kraaien over hare +torens en huizen. Zij zou den inval kennen der Barbaren. Langs +hare straten en op hare pleinen zouden misschien de moorderijen +en de slachtingen herhaald worden van Aerschot, Dinant, Andenne, +Tamines, Leuven en Dendermonde. Dezen langen weerstand zou +de vijand doen uitboeten in een bad van bloed. De groote markt zou +de orgieen zien van vreugde-dronken overwinnaars, die Deutschland +ueber alles, brallend zouden zingen in den rossen gloed der oude +gildehuizen, als roode toortsen opbrandend naar den hemel. + +Werktuiglijk stapte ik het centraal station binnen, als wilde ik weer, +lijk vroeger, de trein gaan vinden die mij, na de dagtaak, elken +avond voerde naar de verre rust der mastebosschen. Alle bareelen +stonden open, geen toezicht nergens meer. Het was geen uur om +nog een trein te treffen en toch ik vond er een die op vertrekken +stond naar Esschen. Ik kreeg een plaatsje in de volgepropte +wagens, De menschen waren zenuwachtig opgeruimd. Alles ging +zoo broederlijk gemeenzaam toe. De angst van 't oogenblik werd +als geloochend door de onverschillig en drukdoende tongen. Have +en goed werd weliswaar verlaten, maar 't was immers maar voor +korten tijd, en 't leek zoo aardig dat kosteloos reisje naar Holland. + +De trein was in beweging gekomen, traag van de over groote +vracht. Ik zocht door de vensters een laatste glimp van O. L. V. +Toren die wit-grijs uitstak boven de daken op de sombere +avondlucht; de slanke naalden van Sint Josef spietsten boven de +duistere boomen van het park. Het stadszicht gleed voorbij en was +verzwonden, wij reden de donkere velden in. + +Rond half tien was ik te Cappellenbosch. Hoe gelukkig scheen het +gele lamplicht mij tegen van uit het verre vaderhuis in den van- +geuren-loomen avondtuin. Ik vond mijn gezin weer gezeten rond de +wijde tafel met vrienden, die uit samenhoorigheidsgevoel, in deze +bange tijden, nu kwamen huizen onder ons dak. + + + + +XXIII-De Vlucht Der Honderd-Duizend + + + +De nacht was over ons landhuis, de groote, heilige nacht, waarin +geen arbeid meer verricht wordt, zegt het Evangelie. Maar de +werklieden der duisternissen waren bezig. Rond middernacht, het +verschrikkelijk uur, begon het en de slapende aarde schokte van 't +geweld. + +De ramen van mijn slaapvertrek stonden open en ik lag te luisteren +met een kloppend hart. + +Het was of de donkere koepel van den nacht op een ontzettend +rythme geramd werd en de doffe bonzen nadreunden door de +ledige ruimte. En telkens volgde de stilte, zoeter na 't geweld, en +door het zwijgen van de lucht ging het gemurmel van de dennen, +het knerzelend schuren van twee takken op elkaar, het gorgelend +gekwaak van een late puid in den vijver... Ik zag de nachtelijke +blauwte met sterren boven de zwart-fluweelige boomkruinen... tot +weer klonk de mokerslag, almachtig, en de nachtkoepel trilde van +den donderenden schok. + +Ik lag te druilen en te droomen en wanneer ik soms toch +indommelde vernam ik na een poos weerom het brommend geluid, +alsof het nader was gekomen, alsof een geweldige man nu +dringend op de zware huisdeur bonsde, zoodat de gang galmde als +een klok en de muren daverden. + +En weer gewekt, ging mijn gedacht naar de verre stad. Elke schok +die hier werd gevoeld deed ginder een huis of een kerk misschien +instorten of opbranden in den nacht. Werd er mogelijk nog +gevochten, een radeloos tweegevecht door de laatste bres +tusschen de duitsche en de engelsche kanonnen. Ik luisterde en +wilde de donders onderscheiden van elkaar. Neen het was niet +mogelijk nog te blijven hopen. Het was telkens de zelfde slag, +dezelfde davering, dezelfde bons, als vernomen door dikke muren, +boemmm... boemmm... regelmatig, zonder ophouden, zonder +genade. + +Toen de morgen klaarde, hoorde ik over den steenweg, voor ons +hof, het honderdvoudige gerucht van massa's in beweging: wagens +rolden over de kasseien, paardenhoeven stampten, honden blaften, +koeien loeiden lang en klagend, als riepen zij de weiden, en aldoor +ging het moede slepende geluid van duizenden voetzolen. Het was +het groot tumult van een heel volk dat verhuizde. Het was +aangekomen van ver uit de deemstering van den ochtend en het +zwol als het geruisch van vele waters, als de vloed van een zee +door een dijkbreuk en erbovenuit klonk, onverbiddelijk, het +ontzettend rythme van de verre losbrandingen boemmm...boemmm... + +Wij waren allen vroeg op en zaten sprakeloos rond de groote tafel +ons morgenbrood te breken. Wij dachten aan Antwerpen dat +geen stad meer was maar een vuurpoel, wij dachten aan de +honderduizenden die vluchtten over alle wegen naar het Noorden. +Het oud moederken van onze vrienden lachtte krankzinnig met haar +oud doorrimpelde gezichtje en prevelde schietgebeden. + +Ik liep den hof door, naar den straatweg toe en zag nu den +onafgebroken stoet van vluchtelingen trekken, ellendig! Paarden en +wagens, stootkarren en fietsen spoedden voorbij, als voortgezweept +onder de dreiging van een ijselijk onweer; kudden van beurelende +runders en kudden van angstige menschen; moeders die huilende +kinders voortsleepten aan beide handen, zonen die een lammen of +zieken vader op een kruiwagen vervoerden, luidjes die, met +vereende krachten, trokken of stieten aan karretjes, volgestapeld +met een paar stoelen, een tafel, een matras, een kacheltje, een +vogelkooi, mannen met afgetrapte zolen en barvoets, vrouwen met +krom-geloopen hooge hakken en een bebloemden en bepluimden +zomerhoed die afhing op hare losgeraakte haren, absurd. + +Ik bleef staan kijken, als aan den grond genageld en de tranen +braken uit mijn oogen. Het was mijn volk dat vluchtte en die +duizenden joegen voort, als zinneloos en verloren, met rood- +vlammende gezichten, zij ijlden als verjaagde dieren die de dood +ontvluchten, alsof uhlanen met gevelde speer hun op de hielen +zaten; zij gingen met starre blikken en gebogen hoofden alsof de +zoldering van den hemel ging instorten bij 't gedaver van de aarde. +Want door den grond, onder de voeten der rampzaligen, ging, maar +aldoor voort, het sidderend gedreun der verre losbrandingen... +boemmm... boemmm... als een aanhoudend dreigement dat vloekte +door de lucht. + +Het was een visioen van Isaias! Het was een Dies irae vol +verschrikking, de Godsteistering van een heel volk. + +Ik ging stroomopwaarts van de vliedende menigte. Hier en daar lag +een groepje te rusten aan den boord van den weg. Zij konnen niet +verder meer van ochtend. Er waren er die kwamen van Lier, van +Heijst-op-dea Berg, van Kessel... Er waren er die reeds acht volle +dagen vluchtten en onder den blooten hemel hadden geslapen. +Twee natiewagens van Antwerpen rolden nu traag voorbij met +trossen van mannen, vrouwen en kinders. Ik begon stilaan in de +vlucht enkele bekende gezichten te ontmoeten. Ja die menschen +had ik nog meer gezien. Die kwamen voorzeker reeds uit Antwerpen. +Ik hield ze staan praten. Zij woonden "op het Zuid". Zij waren van vier +uur in den morgen reeds op weg. Rond middernacht was het +bombardement begonnen. Het was om krankzinnig te worden in +de kelders, waar zij gevlucht hadden gezeten. + +Uur na uur klonken de donders der ontploffingen en tusschenin +floten de bommen door de lucht, het was als een gehuil van katten +in den nacht, als het geklaag van moegemartelde kinderen en dan +weer ging de knal van een doeltreffend projectiel of smolten de +losbrandingen in elkaar tot een gebrom van onbeschrijfelijk geweld. +Door de keldermonden zagen zij den rooden gloed, door de +brandende huizen geprojecteerd, op den zwarten hemel der in +volledigste duisternissen gedompelde stad. De trompen der +brandweer-motorwagens gingen gillend door de straten, maar +alleen de stoomspuiten konden gebezigd worden in de nabij-de- +dokken-gelegen wijken, want iedereen wist dat, sedert den val van +Waelhem, de stad zonder water was. Verlaten honden huilden +jammerklagend en dan dreunde weer een bons, gevolgd door het +gekraak van honderden ruiten en het gekletter van den scherven- +regen op de kasseien. Er waren menschen die een Zeppelin +hadden zien drijven boven de stad, donker en afschuwelijk, als een +ontzaglijk monster dat het vernielingswerk bestuurde. Zij waren +eindelijk, vol angst en vrees uit hunne kelders gekropen en langs de +boulevards gevlucht. Het liep er toen reeds vol van volk. Over de +Zuiderlei, de Nijverheidslei, de Kunstlei, de Handelslei dreef de +onafgebroken stroom van allerlei rijtuigen, wagens en menschen in +de richting van het Noorden. Het was eene begankenis, eene +boetprocessie van rampzaligen; uit alle straten kwamen zij toe, +geladen met pakken en korven, met het allernoodigste of het +kostbaarste en meestbeminde dat zij hadden willen redden. Toen +brandden reeds vele huizen op het Zuid. In de Kasteelpleinstraat, in +de Tolstraat waren heele rijen, vlammend in elkaar gestort. +Bommen vielen dien nacht op het Gerechtshof en de Bank. Het +Museum stond in brand vertelde mij iemand en heel Berchem en +Zurenborg "lagen al plat". + +Een oude dokwerker uit het schipperskwartier vertelde mij van de +vlucht die hij gezien had langs de Schelde. Trekschuiten, +mosselbakken, slepers, roeibooten, zeilschepen, al wat maar varen +kon werd gebruikt, om de verschrikking der beschoten en +brandende stad te ontkomen. De menschen sprongen van op de +hooge kaaimuren in de tot-zinkens-toe volgeladen vaartuigen. Het +was een wemeling van zwarte booten op de vlakte van den +breeden stroom in den rooden gloed der petroleum-tanks die +brandden in de richting van Hoboken. + +Met een zwaar hart kwam ik weer op ons landhuis. De groote weide +rond den vijver lag vol grazende koeien. Eene witte huifkar was +tot voor de huistrappen gereden en twee boeren-gezinnen +kampeerden onder onze vensters. Zij kwamen van Berlaer en +hadden gevraagd om den nacht in onzen hof door te brengen. De +beesten konnen niet verder meer en de menschen waren dood- +vermoeid. + +Ik vond mijn huisgenooten besloten van naar Engeland te trekken. +De pakken waren reeds gemaakt. De vlucht der honderdduizenden +werkte aanstekelijk. Het werd als een nood ons te mengen in den +naren aftocht, ons deel te nemen in het droeve lot van ons wreed- +geteisterde volk. Maar al die laatste handelingen gebeurden als in +slaapwandel terwijl, ginder ver, maar aldoor ging het doffe geblaf +der zware duitsche kanonnen. + +Ik dacht aan de duizenden vluchtelingen die op dat zelfde oogenblik +op weg moesten zijn door Vlaanderen, langs alle wegen, naar de +zee. Een half millioen menschen zonder dak te midden der herrie +van een aftrekkend leger van afgebeulde soldaten en moeizaam +voortrollende oorlogswagens. + + + + +XXIV-Op Den Weg Der Ballingschap + + + +De dag ging voorbij en de avond begon te dalen. Nog immer +gonsde het rumoer der vlucht over den steenweg. Ik zag het witte +hoofd van mijn ouden vader uitsteken tusschen de perelaars van +zijn moestuin. Nog wrocht hij met zijn hakje om wat onkruid te +wieden langsheen de groenten-bedden. Hij kon van zijn hof niet +scheiden. + +Maar het uur was gekomen. Ik zag vader, na een laatsten oogslag +op zijne boomen naar het huis toewandelen met zijn tragen zekeren +stap. Ik hoorde hem buiten achter den muur nog eenige laatste +aanduidingen geven voor het verzorgen der planten en het bergen +van de bloemknollen. Dan trad hij de kamer binnen. + +--"Zijn wij gereed", vroeg hij "en is er niets vergeten? Dan zullen wij +maar optrekken." + +Voor de achterdeur van het huis stond een karretje gereed met een +ezel, armelijk gespan dat door de boeren, die den nacht op ons +goed zouden doorbrengen, geleend werd om ons gepak tot aan de +grens te voeren. Alles was reeds opgeladen. Het oud moederken +werd vooraan gezet en liet haar kinderen lijdzaam met haar begaan. +Onze vrienden stonden al buiten te wachten. Een oude benediktijner + monnik uit het nabijgelegen klooster, die ons op 't laatste oogenblik +kwam bezoeken, zou nu meeloopen tot aan Putte. Moeder en mijn +zuster zochten nog iets boven, ik stak nog een boek in mijn zak. +Vader knoopte zijn overjas toe, zette zijn groote, zwarten vilt op +en greep naar zijn wandelstok, den pelgrimstaf voortaan. + +Wij waren buiten. Vader sloot de deur en zorgzaam als altijd borg hij +den sleutel alsof hij over een paar weken ons weer behouden terug +ging brengen naar zijn huis. + +Hij zou die gesloten deur nooit meer openen weerom.... + +--"Wij zullen langs den boschkant gaan", zei hij, "dan ontkomen wij 't +gewoel". Hij was de geleider die de wegen kende en hij ging voorop +met zijn nog kloeken, vasten stap. De kleine karavaan volgde. + +Wij moesten nog een tijdje langs den steenweg. Het vluchten der +honderdduizenden duurde daar maar aldoor voort. Strompelend +spoedden de menschen den dreigenden avond in. Er reed een +stootkar aan ons voorbij, waarboven, op een matras, een oude man +bewustloos neerlag met een wasgeel onbewogen gelaat en toee +oogen. Was het een stervende of reeds een lijk dat daar werd +weggevoerd? Uit het duister van een groepje dennen klonken de +snijdende hulpkreten vam eene vrouw in barensnood. Honden +huilden naar den kwijnenden hemel en in de verte ging, zonder +ophouden, het doffe brommen van 't kanon. + +Wij namen een zijweg langs den boschkant naast de +Calmpthoutsche heide, die eindelooze heide waar ik zoo dikwijls, in +den vroegen morgen, te paard was doorgedraafd en waar mijn +oogen nu het "Huis ten Heuvel" zochten van mijn vriend Em. de +Bom... + +Ik zag een groepje jonge antwerpsche schilders met pak en zak, de +wijde rosse vlakte intrekken, in de richting van de Kambuis. In de +verte staken nog de witte duintoppen omhoog in de laatste klaarte. + +Klein en hulpeloos was onze vlucht tegen de lage sparreboomen, +waar de nacht reeds woonde. Soms glom een lichtje daar binnen +van een vuurtje of een kaars en de omzittende menschen deden +aan als roovers uit een angstige vertelling. Wij gingen door het +mulle zand met de knerzelende mastspelden. In den staal-blauwen +koepel, over de heide, ontvonkten de eerste starren. Ik dacht aan +een Kerstnacht... wanneer, langs alle wegen, de volkeren op weg +waren voor de optelling van Caesar Augustus. Reisden wij ook niet +naar eene optelling van alle doolaards door de wijde wereld? De +kleine koewachter had moeite om ons ezelken voort te drijven en +wij moesten duwen soms aan het piepende karretje met onze +pakken en het krankzinnig-lachende oude moederken. De grijze +monnik met zijn zwarte pij en de afhangende kap scheen wel Sint +Jozef, zooals hij ging, ietwat gebogen, onder zijn grooten hoed, +langsheen de diepe grauwe vlakte. De jonge vrouw van een onzer +vrienden droeg een kindje onder haar hart. Zouden wij wel plaats +vinden in een gasthof dezen nacht en in welken verlaten stal ging +dat nieuwe kindje geboren worden? + +Wij kwamen aan de nederlandsche grens. Hier liepen wij verloren in +den immer-zwellenden stroom van vluchtelingen, die in dichte +massa's aandrongen op de grens-bareelen. Maar hier waren +soldaten die vriendelijk deden met de menschen. Wij stapten +verademend en haast-gelukkig op nederlanschen bodem. + +Toen blikten wij terug naar het Zuiden. Boven de vlakke landen, aan +den einder, waaierde wijd, den hoogen hemel in, een ontzaglijke +aureool die, frambozig-roos, naar alle kanten den lucht-koepel +begloorde. Antwerpen brandde achter de kim en onze verbijsterde +gezichten zagen rood van het verre vuur. + +Wij namen afscheid van den goeden ouden pater en hij trok met +den koewachter, het ezelken en het piepende karretje weer terug +naar het donkere van kanon-gebulder doorvloekte land. + +Nergens was er nog plaats, zelfs maar een stoel te vinden in de +dorpsherbergen. Zoo zat er alles volgepropt. Onder het borstbeeld +van Jordaens--den vlammenden schilder der vlaamsche vreugde, +die vroeger zoo gemoedelijk lachend neerzag op de luidruchtige +kermissen van Putte en de rondedansen van boeren en stedelingen, +onder het gewaai der vlaggen en bij het gespeel der zinderende +muziek--lagen nu de moede kudden van de ontelbare dakloozen, +neergehurkt in stomme lijdzaamheid. + +Een jonge luitenant van de hollandsche grenswacht, die van den +kerktoren kwam daarover, vertelde ons wat hij gezien had van de +verre gloeiende stad. + +--"Staat O. L. V. toren nog recht?" vroeg mijn zuster. + +Waarachtig het was het eenige dat ons nog bekommerde van al +wat wij ginder achter lieten. + +--"Ja, goddank, geen enkele toren werd getroffen, maar het brandt +schier overal, groote rookwolken gaan op ten zuiden van de stad" +zoo zei de luitenant en hij ging vriendelijk voort met ons te praten. +Hij moest met zijn motocyclette naar Bergen-op-Zoom. Hij zou een +auto voor ons doen komen. Onze vrienden vonden bij hunne +Putsche familie een onderkomen voor den nacht. Wij bleven daar +wachten ook tot de beloofde auto kwam, die ons veilig voerde naar +het eerste hollandsche stadje. + +Wij keken door de ramen naar den verren gloed aan den einder, het +ontzettend vreugdevuur bij den triomf der vijanden van ons land. +Vader en moeder die over ons zaten, kwamen mij plots veel ouder +voor, nu die ontwortelde menschen schommelend reden door den +nacht, op den weg der ballingschap, het onbekende te gemoet. + +Dienzelfden avond konden wij nog vertrekken met den trein naar +Middelburg en, diep in den nacht, werden wij daar onthaald door +hartelijke menschen die ons brachten naar een gastvrij huisje, in de +Lange Delft. + + 's Anderdaags werden wij wakker bij de klingelende muziek van +vele klokjes op den toren van 't Stadhuis. Dat geluid van vrede +stemde ons weemoedig, na al wat wij ondervonden van den oorlog. + +Wij bleven daar tot zondag ochtend eer wij weg konnen naar +Londen. De rust van het aardige schilderachtige stadje, de genegen +goedheid van de menschen die ons herbergden, waren een troost +voor onze pijnlijk-geschokte harten. Ik liep te dwalen langs de oude +straatjes met de lachende glimmende huizekens. Ik zag de oude +ruime kerk als een schilderij van Saenredam,--van bleek ivoor +schenen de zware zuilen en de hooge wanden met paarse schaduwen +hier en daar, blauw en rozig lagen de vlakke plavuizen, lichtblauw was +de hemel door de in-lood-gevatte ruitjes van de spitsboogramen, +huisnokken en roode daken schemerden daar door en heldere dag +gleed langs de koperen kroonluchters en de kleurige schilden in de +zwarte lijsten. Ik wandelde langs de rechte kanalen van het eiland +Walcheren. Vlak en vreedzaam lagen, beneden de dijken, de groene +weiden vol grazend vee. Ik wilde weer rustig worden, den oorlog +vergeten. Het kon niet lang meer duren toch... + +Zaterdag avond, 10 October, had ik te mijmeren gezeten op het +rustige binnenhof met de roode klinksteenen van de oude abdij +waar de najaarsblaren rezen, waar de beiaard-liedekens en de +vrome zware stem van de kerkklok klonken als rustige stemmen uit +den hoogen hemel boven de karteling van huizen en gekanteelde +muren. + +Ik ging weer aankloppen in de Lange Delft. Onze gastvrouw stak mij +sprakeloos een kranten-buletin toe: Antwerpen was overgegeven! +De Duitschers hadden hunne intree gedaan binnen onze stad. Ik +liep naar boven. Vader stond sprakeloos door het venster te turen. +Moeder en zuster weenden. + +Antwerpen was gevallen! + +Neuilly-sur-Seine, Lente 1917. + + +Het Einde + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Val van Antwerpen, by Jozef Muls + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VAL VAN ANTWERPEN *** + +***** This file should be named 11500.txt or 11500.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/5/0/11500/ + +Produced by A. Langley, with additional proofreading by Greet Bauwens. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. For example: + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/11500.zip b/old/11500.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..142328d --- /dev/null +++ b/old/11500.zip |
